Homepage Homepage Ascese en zelfkwelling Ascese en zelfkwelling Shiva en zijn volgelingen Shiva en zijn volgelingen
Vishnoe: Rama & Krishna Vishnoe: Rama & Krishna Sadhvi's: vrouwelijke sadhoes Sadhvi's: vrouwelijke sadhoes Vreemdeling sadhoes Vreemdeling sadhoes
Kumbha mela's Kumbha mela's Noten & Bibliografie Noten & Bibliografie Verhalen Verhalen


Sadhvi's: de Heilige Vrouwen van India

In tegenstelling tot de vele jonge mannelijke sadhoes, zie je maar zelden een mooie jonge vrouw in de broederschap. Ongeveer tien percent van de sadhoes is vrouwen, die sadhvi's genoemd worden, maar de meesten van hen zijn oud, en zijn vaak sadhvi geworden nadat zij weduwe geworden waren.
Dit wijst op de over het algemeen ondergeschikte positie van vrouwen in de Indiase maatschappij — het populaire geloof is dat vrouwen als mannen herboren moeten worden alvorens zij geestelijk kunnen worden bevrijd — en op de zelfs nog meer marginale positie van weduwen.
Het kiezen van het sadhoeleven was — en is nog — zo'n beetje de enige respectabele manier om aan de 'levende dood' van het weduwschap te ontsnappen.
1975
Sobhna Giri behoort tot de Juna Akhara.
Zij ging het sadhuleven in toen ze nog een kind was en koos aldus voor het levenslange celibaat en andere ascetische praktijken.
Niettemin zijn er sinds onheuglijke tijden vrouwelijke sadhoes geweest. En heel wat hebben, net als hun mannelijke tegenhangers, in hun jeugd voor het sadhoeleven gekozen, overtuigd als zij waren van hun geestelijke voorbestemming.
Heel wat sekten staan geen vrouwen toe omdat celibatairen hun 'bedervende invloeden' vrezen; sommige sekten zijn gemengd, maar vrouwelijke sadhoes hebben dan gewoonlijk hun afzonderlijke afdelingen; sommige sub-secten bestaan alleen uit vrouwen.
Sadhvi's van de Juna Akhara
Hoewel in het algemeen hun positie in de geestelijke hiërarchie inferieur is aan de mannen, zijn er altijd grote vrouwen-heiligen geweest en worden vrouwelijke sadhoes met veel eerbied behandeld — zo worden ze bijvoorbeeld aangesproken als 'Mataji', wat 'Gerespecteerde Moeder' betekent.

Een puriteinse voorstelling van Mahadevi Akka Yakka.
Vanwege haar mantel van haar is het moeilijk uit te maken of ze nou echt naŒkt is. Dezelfde artistieke truc (door preutsheid veroorzaakt) kan je ook zien bij Maria van Egypte.

(Op de voorgrond staan de twee gazellen die voor het eerst afgebeeld staan op de zegel van de "Gehoornde God" uit 2500 jaar v.C.!

Lang geleden waren er ook sadhvi's die naŒkt rondliepen.
Één beroemde vrouwelijke heilige — en dichteres — die in de 12de eeuw leefde, zwierf rond slechts gekleed in haar lange haarlokken.
Mahadevi ('Grote Godin') zoals zij werd genoemd, of Akka ('Oudere Zuster'), werd verliefd op Shiva.
Op de leeftijd van tien jaar, werd zij ingewijd in de verering van Shiva, die zij de 'Heer Wit als Jasmijn' noemde. En zij zwierf door het land, een god-bedwelmde wilde-vrouw, zoekend naar haar goddelijke minnaar.

Santosh Giri Nagaji, een sadhvi die tot de beroemde secte van Naga-sadhoes behoort, rookt een chilam gevuld met tabak en hashish.

Rituele naŒktheid moet in de dagen van Mahadevi al zeldzaam zijn geweest, want het veroorzaakte ongewenste attenties van mannen, nu en dan zelfs pogingen om haar te mishandelen.
Maar de praktijk stierf niet nog volledig uit. Honderd jaar geleden ontmoette John Oman een bijna naŒkte sadhvi.
Een andere legendarische sadhvi, uit de zestiende eeuw, was Mira Bai. Haar levensverhaal klinkt nu bijna als een sprookje, maar voor haarzelf zal de realiteit wel wat bitterder geweest zijn.
Ze was een prinses. Toen zij drie jaar oud was, zag zij een huwelijksoptocht en vroeg aan haar moeder, "wie zal mijn bruidegom zijn wanneer ik ouder word"?
"Krishna, liefje," zei haar moeder voor de grap, maar Mira nam het vrij letterlijk, zoals zou blijken. Een paar jaar later ontmoette zij een sadhoe, die tot een klein beeldje van Krishna bad, dat gekleed en geschilderd was als een snoezige pop, en zij vroeg of zij het kon hebben. Aanvankelijk weigerde de sadhoe, maar die nacht verscheen de blauwe god in een droom en vertelde hem om het aan haar te geven.

Gayatri Muni Bapu, een sadhvi van de Udasin secte.

Deze heilige vrouw, die zich Mira Bai noemt, naar de prinses, heeft de tekens van de godheid Krishna op haar voorhoofd geschilderd en ze speelt op de fluit, in nabootsing van de magische fluit van Krishna.

Het beeldje zou voor altijd haar metgezel zijn. Zij dacht alleen aan Krishna, schreef hem gedichten en liefdesbrieven, en verlangde ernaar bij hem te zijn, om hem te zien.
Op haar dertiende werd Mira uitgehuwd aan de prins van een naburig koninkrijk, maar zij kon hem slechts als haar broer beschouwen, aangezien zij in de geest met Krishna was getrouwd.
Zij droomde ervan Radha te zijn, de zoete metgezel van Krishna de mooie koeherders-god die met zijn magische fluit alle meisjes van zijn dorp Brindavan betoverde. Maar Radha was zijn favoriet, zijn geliefde; en zij bedreven de liefde in hun schuilplaats in het bos aan de oevers van de rivier de Yamuna.
Natuurlijk is dit meer dan aardse liefde. Radha is ook goddelijk, een godin. En op een ander niveau is hun liefdes-affaire een metafoor van het sterke verlangen van de ziel naar vereniging met het Absolute.
Mira werd de discipel van een heilige man, maar van lage kaste, en bezocht vaak bijeenkomsten met andere sadhoes, zeer tegen de wensen van paleis coterie in. Dit was niet hoe een vrouw van de heersers-kaste (Kshatriya) zich behoorde te gedragen. Maar ondanks dit alles, bleef haar echtgenoot — inmiddels koning — aardig tegen haar en bouwde zelfs een tempel voor haar om haar Heer te huisvesten.
Alles veranderde echter toen hij stierf — zij was toen drieëntwintig — en zijn jongere broer de troon besteeg. De nieuwe koning nam haar kwalijk niet het 'eerbare' gedaan te hebben, wat inhield dat ze zich levend op de brandstapel van haar echtgenoot had moeten laten verbranden, en hij probeerde haar te vergiftigen.
Zij verliet het paleis, liet haar haar los hangen (een teken van rouw), liet haar mooie kleren en juwelen achter, en zwierf door het land op zoek naar Krishna.
Tijdens haar leven werd Mira Bai reeds als heilige beschouwd, een incarnatie van Radha, en als grote dichteres — zelfs heden ten dage worden haar gedichten nog gereciteerd, haar hymnes nog gezongen.


Voor commentaar: Dolf Hartsuiker
naar homepage to top