![]() |
| 1. Tijdperken, 2. Varken, 3. Vuur, 4. Tau & staf, 5. Klok, 6. Duivel & demonen, 7. Boek & snoer, 8. Hoofd & lijf, 9. Relikwieën |
| 1. Tijdperken |
| Informatieoverdracht; 4e eeuw; 5e eeuw; 7e eeuw; 9e eeuw; 11e eeuw; 16e en 17e eeuw; 17 januari. |
Antonius heeft in de loop der eeuwen heel wat gedaantewisselingen ondergaan, soms opeenvolgend, maar vaak ook naast elkaar bestaand.
|
| Beeld van de Heilige Antonius abt | ||
| In dit beeld van de Heilige Antonius Abt zijn vrijwel alle iconografische attributen die kenmerkend voor hem zijn, terug te vinden. Het beeld werd in 1640 vervaardigd voor de St.-Pauluskerk in Opwijk (Brabant, België) door de Mechelse kunstenaar Antoon Faydherbe. | ||
|
Naast hem staat zijn trouwe metgezel en assistent, het varken, die in een vrijwel geen enkele sculptuur van hem ontbreekt. Hij is hier gekleed in het ordekleed van de Antonianen, de monnikenorde die naar hem genoemd is, hoewel daarop het blauwe Tau-embleem lijkt te ontbreken. In zijn rechterhand houdt hij de Tau-gebedsstaf met daaraan zijn klokje. Hij houdt een boek onder de linkerarm, meestal gesloten, soms open, dat hem kenmerkt als Man van de Schrift. Daarbij heeft hij een gebedsnoer, dat hem kenmerkt als Man van het Gebed. |
![]() |
De opkrullende vuurtong voor zijn rechtervoet verwijst o.a. naar zijn ascese en zijn functie als Brenger van het Licht en in verder verband, naar het Antoniusvuur, een ziekte die door de broeders van de Antoniaanse orde werd bestreden.
Normaliter is zijn baard in tweeën gesplitst, wat hier niet zo duidelijk te zien is, en is hij kalend met dotjes haar boven de oren en midden op het hoofd. Op zijn hoofd het hem typerende hoofddeksel, een soort 'kalot' en daarachter een aureool. Een attribuut dat hier ontbreekt, is een demon die hij, als exorcist en bekeerder van heidenen, onder zijn voeten vertrapt. |
| Informatieoverdracht betreffende iconografie en eigenschappen van Antonius | ||
| Een belangrijke vraag is natuurlijk, of sommige van deze attributen samen met hem, of beter samen met het verhaal over hem, de Vita Antonii van Athanasius, en samen met zijn relieken uit Egypte zijn gekomen, of dat deze zich later in Europa rond hem verzameld hebben. En eigenlijk weet niemand precies hoe zijn iconografische kenmerken tot stand zijn gekomen. Er zijn geen verslagen van bijvoorbeeld een commissie van wijze mannen die beslist hebben hoe Antonius er moest uitzien. Er zijn wel "geschied-schrijvers", zoals Aymar Falco, de officiële historiograaf van de Orde van Antonianen uit de 16e eeuw, die verklaringen hebben gegeven voor uiterlijk en andere gegevens betreffende Antonius, maar bij nader onderzoek blijken dat toch alleen maar legendes (zo niet mythen) te zijn. Dit soort verklaringen zeker die van Falco dienden vaak om de belangrijkheid van de eigen orde te benadrukken of gestalte te geven. |
||
Kluizenaar Paulus ontvangt collega Antonius op bezoek. |
De diverse wijzen waarop deze attributen aan de figuur van Antonius zijn komen te 'hangen', worden dan ook op meerdere, uiteenlopende, soms nogal fantasierijke wijzen verklaart. Maar niemand kan claimen hierover het laatste woord gesproken te hebben. Wat zijn uiterlijk en zijn kleding betreft, geeft de afbeelding links de meest getrouwe indruk. Kluizenaars uit die tijd en op die plaats zullen er vooral uitgezien hebben als Paulus van Thebe (de figuur links), gekleed in een zelf-gevlochten mantel, met onverzorgd haar en baard. |
Antonius in de vlammen, met bel, staf, boek en varken; Sebastianus met boog en pijlen. |
| Op de Antonius-vorsers zoals ik die niet willen uitsluiten dat vrijwel alle attributen van Antonius, misschien zelfs ook het varken, uit Egypte afkomstig zijn, rust natuurlijk wel de plicht om aan te geven hoe die informatieoverdracht plaatsgevonden zou kunnen hebben. Een interessant aspect hierbij is zeker zijn transformatie van kluizenaar en asceet tot beschermheilige van het vee en genezer van dieren en mensen. |
||
| 4e eeuw | ||
De Vita Antonii van Athanasius zelf geeft zeer weinig uiterlijke kenmerken over Antonius; eigenlijk alleen wat betreft zijn fysieke uiterlijk en iets over zijn kleding van dierenhuiden (zie mantel). Maar Athanasius is zelf in Rome geweest, van 339 tot 346, vergezeld van twee Egyptische monniken. En we mogen aannemen dat deze monniken min of meer gekleed waren als Antonius, hun grote voorbeeld. Of dat anders Athanasius in mondelinge overdrachten uiterlijke beschrijvingen gegeven zou kunnen hebben. In ieder geval hoorde men toen in Rome voor het eerst over Antonius, de 'eerste' kluizenaar, en Pachomius de organisator van de 'eerste' kloosters.
Dit weten we uit de brieven van Hiëronymus (nr. 127 uit het jaar 412), de auteur van de Vita Pauli over Paulus van Thebe en de Vita van Hilarion, twee 'woestijnvaders' die beide in relatie stonden tot Antonius. Hiëronymus, die de Egyptische situatie uit eigen waarneming kende, heeft zelf verder ook het nodige gedaan om de levenswijze en wellicht het uiterlijk en attributen van Antonius te propageren.
Dit lijkt een wat onderkoelde weergave van de feiten. Want het lijkt erop dat de Vita van Antonius een enorme impact gehad heeft. Zo kwam ik in een literaire bron
Deze "Romeinse officieren" waren niet zozeer militairen, maar koeriers en inspecteurs; wel "gewoon volk" dus, in ieder geval, en geen religiosi! Dit gebeuren en niet alleen dus de Vita had ook op Augustinus enorme invloed . Hij streefde er zon beetje wel namelijk wel naar het religieuze leven:
Zie ook op deze site wat Augustinus er zelf over zegt in zijn Belijdenissen. Dit was in het jaar 386. |
||
| 5e eeuw | |
| We moeten ook niet vergeten dat er in die dagen zeer veel gereisd werd, veel meer dan we geneigd zijn te denken, en zeker ook door monniken tussen diverse centra van het geloof. Er werd gereisd van Zuid naar Noord, en vice versa. Zo schrijft Hiëronymus in het jaar 403 (brief 107) "We verwelkomen dagelijks menigten van monniken uit India, uit Perzië, uit Ethiopië." Ook uit andere bronnen, zoals de Historia Lausiaca en Historia Monachorum krijgen we de indruk van een enorme 'wanderlust' bij de monniken. Deze hield eeuwenlang aan en werd alleen van tijd tot tijd onmogelijke gemaakt door politieke strubbelingen. Deze monniken, bijvoorbeeld de Egyptische of Koptische de navolgers van Antonius waren gekleed in hun 'nationale' kostuum, en kunnen zo visuele informatie verstrekt hebben over het uiterlijk en attributen van Antonius. Nog een belangrijk voorbeeld van reizende monniken is Cassianus die leefde van ca. 360-435. Hij is een Romein van geboorte en spreekt zowel Grieks als Latijn. Als jongeman trekt hij in ± 380 samen met een vriend naar het Heilig Land. Daar horen ze van de woestijnmonniken en na enkele jaren sluiten ze zich bij een kluizenaarsgemeenschap in Egypte aan. Na jaren in eenzaamheid en meditatie te hebben geleefd, brengt juist het gedachtegoed van woestijnvaders zoals Antonius hem terug naar de bewoonde wereld. Via Constantinopel, het huidige Istanbul, reist hij in 404 naar Rome. Rond 415 gaat hij naar Marseille waar hij een mannen- en een vrouwenklooster sticht. Daar draagt hij zijn inzichten en ervaringen over aan de monniken die zich rond hem verzamelen. En bij die mondelinge overdracht zit ingetwijfeld ook informatie over het uiterlijk van Antonius, die hij weliswaar niet persoonlijk gekend heeft, maar die toen al een levende legende was. Hij schrijft daar (426-428) ook het boek 'Institutiones coenobiales' (='Instellingen') waarin hij de gewoonten en tradities van de woestijnvaders beschrijft, waaronder enkele paragrafen over hun kleding. En hij schrijft het boek 'Collationes Patrum' (= 'Gesprekken') dat zijn gesprekken met woestijnvaders bevat. In die tijd, toen de kerstening in het Romeinse Rijk net op gang kwam, was orale overdracht van informatie veel belangrijker nog dan overdracht via manuscripten, die het woord zegt het al met de hand geschreven werden. De summiere beschrijvingen in de manuscripten werden dan ook aangevuld met of overvleugeld door mondeling overgedragen verhalen. Dat daarmee onder de heidenen in de vertellingen vermengingen plaats vonden tussen de Christelijke kluizenaars en lokale 'magiërs' is dan niet zo verwonderlijk. Naast deze mondelinge overdracht was er toch ook wel degelijk een visuele informatie stroom. |
|
![]() |
Een zeer bijzonder toepasselijk voorbeeld hiervan zien we bij het ivoren reliëf (links) uit het Constantinopel van de 5e eeuw dat de translatie van relieken (w.s. de hand van St. Steven) voorstelt. Deze relieken worden vervoerd in een fraai kistje zo te zien en dat zou dan voorstellingen kunnen bevatten (zie ook mijn argument hieronder, bij de 7e eeuw). |
| Translatie van een reliekschrijn, 5e eeuw, Constantinopel. Uit de Domschat van Trier. | |
| 7e eeuw | |
Meestal waren het individuele monniken die rondtrokken, maar soms ook vond er een ware emigratie van groepen monniken plaats, zoals die van de Koptische monniken in de 7e eeuw, zoals Noordeloos aanhaalt.
In zijn voorbeeld betreft het dan wel Ierland in de 7e eeuw, maar we moeten ervanuit gaan dat deze Koptische monniken ook naar andere delen van Europa en ook in andere perioden uitzwermden. Er werd in die dagen zeer veel gereisd, moeten we niet vergeten. Zo is er ook in Sardinië (Castelsardo) een overlevering dat Koptische monniken daar in de 7e eeuw het mandenvlechten introduceerden.
|
![]() |
Destijds stond het in de kerk van Ruthwell, maar ingevolge een order van het parlement, dat op 27 Juli 1642 te Andrews bijeenkwam, werd het monument daaruit verwijderd als een voorwerp van afgoderij. Hierbij heeft het veel geleden, maar thans staat het, gereconstrueerd, weer in de kerk als een historisch monument van de eerste rang. Op een der panelen van de noordzijde van dat kruis zien wij uitgebeeld twee mannen die een rond voorwerp vasthouden. De voorstelling kan niet verkeerd worden verstaan, aangezien het randschrift vermeldt: .Scs Paulus et Antonius fregerunt panem in deserto". |
![]() |
| Hier is dus het moment vastgelegd dat Antonius en Paulus het brood vastgrijpen om het te breken. Er is veel discussie over de ouderdom van dit kruis, maar Noordeloos houdt het op de 7e eeuw. |
||
Een zeer direkte vorm van overdracht (en vastlegging) van uiterlijk kenmerken, blijkt uit dit citaat van Kötting
|
||
| 9e eeuw | |
Een citaat van Kötting
Zoals hierboven en -onder beargumenteerd wordt, is het haast vanzelfsprekend dat bij een dergelijke translatie informatie ook uiterlijke wordt overgedragen. |
|
![]() |
Afgezien van de eventuele historiciteit van de Pausin (wat door velen wordt betwijfeld) zal ik proberen bewijs voor deze Antoniusviering en Antonius-gestalte, dichter bij de bron, te vinden. |
| Pausin Johanna | |
| 11e eeuw | |
| Wat de informatieoverdracht in latere tijden betreft, is het mijns inziens goed voorstelbaar dat Egyptische voorstellingen met de botten van Antonius (of die daar voor door gingen) in de 11e eeuw vanuit Constantinopel mee zijn gekomen. (Zie ook translatie.) We moeten toch aannemen dat zijn relieken niet in een gewoon kistje zaten (zie ook hierboven, bij de 5e eeuw), maar in een fraai versierde reliekschrijn, van welke de versierselen informatie bevat kunnen hebben over zijn verschijning en attributen , plus nog vergezeld door mondelinge overdracht door de 'transporteurs' van de bijbehorende verhalen over zijn levenswijze of die van de Koptische monniken van dat moment, en/of de Koptische tradities in het algemeen, etc. |
![]() |
| Net als bij latere relieken is de verpakking juist belangrijk om de gelovigen te overtuigen van de echtheid van de inhoud. De schrijn zal dus zeker geleken kunnen hebben op die te Saint-Antoine-l'Abbaye (rechts boven), waarin een deel van zijn botten nu rusten, en die in zilver reliëf voorstellingen presenteert uit het leven van Antonius, en daarbij ook enige attributen afbeeldt. |
|
| 16e en 17e eeuw | ||
| Er is overigens ook informatieoverdracht de andere kant op, bijvoorbeeld van Europa naar Egypte, geweest. Zo werd ik tijdens een rondleiding in de Basiliek van Saint-Antoine gewezen op een Koptisch icoon van Antonius waarop hij met zijn staf een varkentje in bedwang houdt. Dit icoon was in 1765 vervaardigd en de voorstelling zou moeten demonstreren dat de Kopten het varken als onrein dier zouden zien, eigenlijk als 'personificatie' van de duivel, en dat deze opvatting door Europa zou zijn overgenomen. Maar na enig doorvragen bleek dat er in de 16e en 17e eeuw Koptische monniken in Saint-Antoine waren geweest! Dus de voorstelling was waarschijnlijk juist door Europese opvattingen geïnspireerd. En tenslotte waren er ook Europese monniken die weer de koptische klossters, en dan in het bijzonder die van Antonius en Paulus, bezochten. |
| 17 januari | |
| Dat de gedenkdag van Antonius midden in de winter valt, zou te maken kunnen hebben, zoals ik hierboven al suggereerde, met het offeren of ritueel slachten van het zwijn of varken, oorspronkelijk voor Frey of Freya, later het feestvarken voor de gemeenschap, vooral voor de armen. Maar waarom dat nu precies op de 17e januari plaats vindt is een nog niet geheel opgehelderde kwestie. Een eerste verklaring gaat ervan uit dat Antonius op de 17e januari gestorven is, wat dan evenzogoed als een geboortedag wordt gezien, want hij wordt dan immers in de hemel geboren. Zo zien we in Butler's Leven van de Kerkvaders bermeld staan [Quote 11]:
Deze bepaling van de Antonius-herdenking op 17 januari is dus al zeer oud. Volgens andere broneen overigens, heeft heeft de heilige Euthymius, abt in Palestina, in de 5e eeuw deze datum vastgesteld. Later komt deze feestdag van Antonius in een heiligenkalender voor, die oorspronkelijk te Auxerre tussen 592 en 600 opgesteld zou zijn, dat wil zeggen op het moment van de eerste grote kersteningsgolf van het Keltische heidendom. |
![]() |
| Maar de verwijzing naar het carnaval is in zoverre ook geen oplossing omdat dat de vraag verschuift naar waarom het carnaval nou juist op die dag(en) plaatsvindt. Bovendien moet je er dan vanuit gaan dat het carnaval in de 5e eeuw in Palestina gevierd werd, wat mij onwaarschijnlijk lijkt. Zoals over zoveel kenmerken en attributen van Antonius is hierover dus nog geen duidelijke oplossing. |
![]() |
| In de Oosters Orthodoxe en Koptische kerken wordt zijn gedenkdag trouwens op 30 Januari (22 Touba van de Koptische kalender) gehouden. | |
| Voor hedendaagse gebruiken op 17 januari, zie pagina. |
|
| Heeft u informatie over Antonius Abt, of vragen, neem dan contact op met mij: Dolf Hartsuiker |