![]() |
| 1. Tijdperken, 2. Varken, 3. Vuur, 4. Tau & staf, 5. Klok, 6. Duivel & demonen, 7. Boek & snoer, 8. Hoofd & lijf, 9. Relikwieën |
| 2. Varken | |
| Het varken in Egypte - geen varken in de Vita - de Griekse connectie - de Romeinse connectie - de Keltische connectie - Keltische varkenshoeders - de Germaanse connectie - de heilige varkenshoeder - het varken bij de Joden en Christenen - de Antoniaanse connectie - het varken als Antonius' assistent - andere metgezellen - |
![]() |
Het meest opmerkelijke iconografische kenmerk van Antonius is zijn varken, als zijn trouwe metgezel, terwijl het meest opmerkelijke ritueel in de Lage Landen in elk geval rond de viering van zijn gedenkdag op 17 januari het slachten van een varken is en het bij opbod verkopen van de varkenskop, en het eten van varkensvlees. [Zie Vieringen] |
| Antonius wordt met verschillende soorten varkens afgebeeld: van 'wild' varken met duidelijke hoek- of slagtanden, soms groot en zwart, soms wit of roze, maar meestal eigenlijk als een lief klein geslachtsloos varkentje of zelfs biggetje. De korrekte houding is die waarbij het varkentje opkijkt naar Antonius. |
|
| Het varken in Egypte |
| Nu is een varken als metgezel van een Christelijke (Koptische) kluizenaar enigszins vreemd te noemen, want het varken geniet in Christelijke kringen nou niet zo'n beste reputatie. Maar dat was in vroeger tijden en op bepaalde plaatsen wel anders. Zoals hieronder zal worden uiteengezet waren (en zijn) er zelfs culturen waar het varken hoog wordt geschat. Maar wat Antonius betreft: zou het varken met hem mee zijn gekomen uit Egypte? Al met al ben ik slechts één vermelding tegengekomen In de Kathedraal van Carlisle, waar zijn leven in een reeks van beelden wordt afgebeeld, geschilderd op de achterkant van de koorstoelen, en die vergezeld zijn door verzen, is er één couplet dat als volgt gaat: Thus levyth he i wildern's xxii yere and more Wat ik maar even zal vertalen: Aldus leefde hij in de wildernis 22 jaar en meer In de Vita van Antonius wordt nergens melding gemaakt van een varken als metgezel (zie beneden), maar we hoeven er natuurlijk niet van uit te gaan dat de Vita de enige bron van informatie was over Antonius. |
|
| In het Egypte van de farao's waren er heel wat dieren die deel uitmaakten van het pantheon of anderzins heilig waren zoals de stier, de slang, de hond, de krokodil, de ibis, de scarabee, enzovoort maar het varken of het zwijn speelde daarin een wat minder opvallende rol, maar zeker niet geheel te verwaarlozen. |
In Frazer's Gouden Tak
|
|
Toch offerden de Egyptenaren eenmaal per jaar varkens aan de maan en aan Osiris; en zij offerden ze niet alleen, zij aten ook hun vlees, terwijl zij op geen enkele andere dag van het jaar varkens offerden of hun vlees nuttigden. Degenen die te arm waren om op deze dag een varken te offeren bakten koeken van deeg en offerden die als substituut. |
![]() |
| Votief varkentje uit de Osiris-tempel te Abydos, 3100-2686 v.Chr. British Museum. | |
Dit kan nauwelijks anders worden verklaard dan door de veronderstelling dat het varken een heilig dier was, dat eenmaal per jaar door zijn vereerders sacramenteel werd gegeten. |
|
![]() |
Dat laatste was, over het geheel genomen, het lot van het varken in Egypte, want in de historische tijd schijnen de angst voor en de afkeer van het varken beslist zwaarder te hebben gewogen dan het ontzag en de verering waarvan het wellicht eens het voorwerp was en die het, zelfs in zijn gevallen staat, nooit helemaal verloor. |
Zo zou het jaarlijkse offer van een varken aan Osiris heel goed geïnterpreteerd kunnen worden als een wraakneming op het gehate dier dat de god had verminkt of gedood. Maar als, ten eerste, een dier zegge en schrijve eenmaal per jaar plechtig wordt geofferd, betekent dat meestal of altijd dat het dier goddelijk is, dat het de rest van het jaar wordt gespaard en geëerbiedigd als god en alleen wordt gedood, áls het wordt gedood, in zijn hoedanigheid van god. Ten tweede [weten we] dat het dier dat aan de god wordt geofferd omdat het de vijand van de god is, misschien of zelfs waarschijnlijk de god zelf was. Daarom wijst het jaarlijkse offer van een varken aan Osiris, in combinatie met de vermeende vijandigheid van het dier jegens de god, erop dat, ten eerste, het varken oorspronkelijk een god was en, ten tweede, dat die god Osiris was. |
![]() |
| Zeer interessant is de "goede relatie" die het varken in Egypte met de onderwereld heeft. Dit thema zal als een rode draad in de bespreking van vrijwel alle hierna volgende culturen lopen. Daar komt nog bij dat Osiris, na zijn wederopstanding, als koning over de doden in de andere wereld regeerde. Daar droeg hij de titels Heer van de Onderwereld, Heer van de Eeuwigheid, Heerser over de Doden. | |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| Een aantal beelden van varkens uit uiteenlopende periodes: een zeug-met-biggen beeldje dat verband houdt met de Isis verering, een geglazuurd aardewerken varkentje dat er uit ziet als een spaarvarken maar een olielampje was, een ebbenhouten varkentje met een lelie op zijn voorhoofd uit de 9e eeuw v.Chr., en een zeug-amulet uit de 26e dynastie. | |||
| Uit later tijden is er een schenktuit van een kan in de vorm van een varkenskop. Helaas wordt niet exact vermeld wanneer deze kan in gebruik is geweest maar de aanduiding van de stijl als "hellenistisch" doet vermoeden dat het niet eerder dan ± 330 v.Chr. kan zijn geweest. Maar we moeten ervan uitgaan dat ook de Hellenistische invloeden op andere (in ieder geval, diëtistische) terreinen van invloed moet zijn geweest. Als je uit een varkenssnuit kunt drinken, kan het varken toch niet onrein zijn. |
![]() |
| Schenktuit in de vorm van een varkenskop. Louvre, Departement Egyptische Antiquiteiten. |
| Deze archeologische vondsten bevestigen nog eens het aanzien dat het varken genoot, en dat het varken in Egypte zeker niet als een onrein dier beschouwd werd. |
| Er zijn nog andere bronnen waaruit af te leiden is dat het varken wel degelijk gegeten werd. En het varken speelde zelfs een rol in de geneeskunde. Een medische papyrus vermeldt verschillende genezingen met behulp van delen van een varken. |
|
![]() |
(Links) De paragraaf waar de injectie van het oogvocht van een varken in een oor om die persoon van blindheid te genezen wordt beschreven. |
| Samenvattend kunnen we dus stellen dat het niet uit te sluiten is dat het varken als heilig Egyptisch dier invloed heeft gehad op de iconografie van Antonius. Hij zou dan bijvoorbeeld vereenzelvigd moeten zijn met Osiris, zoals hierboven beschreven en dan "Seth" het varken als metgezel hebben gehad. Maar we moeten bij dit alles wel voor ogen houden dat de oude Egyptische invloeden in de tijd van Antonius al weer tot een ver verleden behoorden. Hij leefde immers veel meer in een Grieks-Romeinse invloedsfeer. Maar zoals we hieronder zullen zien, was het varken of zwijn ook bij de Grieken en Romeinen een (betrekkelijk) heilig dier. |
|
| De mogelijkheid dat Antonius in een soort 'oorspronkelijke' (Koptische) iconografie in Egypte door een ander dier vergezeld werd dan een varken, valt ook niet geheel uit te sluiten. Zo zou een hond hiervoor in aanmerking kunnen komen, zoals we kunnen zien bij de bespreking van het attribuut klokje, of de stier Apis, metgezel van de godheid Ptah: zie bij de bespreking van het attribuut Vuur, het Egyptische godenpaar van het Vuur. In deze redenering verdergaand, zouden deze dieren bij de import van Antonius in Europa een metamorfose tot varken hebben kunnen ondergaan. |
| Zoals we hierboven zagen speelde het varken een rol zowel als veroorzaker van ziektes als wel als genezer, en dit zou, via een omweg, ook een relatie kunnen zijn, voorzover Antonius die rol van het Egyptische varken (en Osiris) als genezer en levensbrenger overgenomen zou hebben. | |
| Deze ontwikkeling van kluizenaar tot genezer heeft overigens voornamelijk in de Katholieke kerk plaats gevonden; in de Orthodoxe en Koptische kerk is Antonius de ascetische kluizenaar en mysticus gebleven. |
| Geen varken in de Vita |
| In de Vita is van een Egyptische, Griekse of Romeinse iconografische invloed absoluut geen sprake. In de eerste plaats heeft het varken onder de invloed van het zich verspreidende Christendom met zijn Joodse 'roots', een negatief beeld gekregen. En zeker onder invloed van het Christendom, werden de Egyptische diergoden, evenals de Griekse en Romeinse goden met een meer menselijke gestalte, als heidense afgoden en duivelse demonen beschouwd. Zo wordt er in de Vita van Antonius voor gewaarschuwd om niet:
Ook het offeren van dieren werd door de vroege Christenen in Egypte (en elders natuurlijk) als heidense praktijk sterk afgekeurd, laat staan dat ze de offerande van een varken zouden goedkeuren, of aan de nagedachtenis van een heilige persoon zouden willen verbinden. |
Maar terugkomende op het varken en het offeren en verorberen van dieren. Antonius, op en top asceet en eenzame kluizenaar in de woestijn, at alleen maar brood en zout. Zoals het in de Vita staat:
Hij was dus continu vegetarisch, en dan is het toch een intessante contradictie dat zijn gedenkdag niet alleen wordt gevierd met het offeren van een varken maar ook nog met het daarna nuttigen van varkensvlees in allerlei vormen.
|
|
|
De wilde dieren in de Vita hebben eerder een demonisch karakter:
|
|
| Zie hoe rustig en niet-demonisch zijn varkentje erbij zit. | |
|
Maar hij heeft, in ieder geval later wel gezag over de wilde dieren, de 'echte' dan:
En er is de episode met de twee leeuwen in de Vita van Paulus (Hoofdstuk XIII), die het graf groeven. Wat tamme dieren betreft, wordt in de Vita [§ 54] een kameel genoemd, als lastdier, "terwijl een kameel de broden en het water droeg". |
|
| Al met al moet je dus concluderen dat je alleen afgaande op de informatie in de Vita niet kan verklaren hoe de relatie is ontstaan tussen de oorspronkelijke Koptische asceet en mysticus Antonius en de beschermheilige van het vee Teun met het vérken die hij later in Christelijk Europa is geworden. |
| Andere manieren van informatieoverdracht |
| Hierboven gaf ik al aan dat het niet uit te sluiten is dat Antonius op de een of andere manier door het volk met zijn heidense, magische inclinaties geassocieerd is met Osiris of Seth of met Griekse goden. Maar het is vanzelfsprekend ondenkbaar dat de Christelijk bisschop Athanasius zo'n heidense, zelfs duivelse, connectie zou vermelden in zijn Vita. Maar er zijn naast de Vita natuurlijk ook andere manieren van informatieoverdracht. We moeten er zeker van uitgaan dat er naast de schriftelijke informatieoverdracht via de Vita ook een mondelinge en/of picturale overdracht heeft plaatsgevonden. Dat veronderstel ik zeker ook bij de andere attributen die met Antonius uit Egypte zijn meegekomen, zoals de T-staf (die we ook bij Seth zien, maar die ook gebruikt werd door de Kopten), de Tau (als verkorte ankh van Isis), het klokje, en zijn hoofddeksel. Juist in die tijd, toen de meerderheid van de mensen niet kon lezen of schrijven, was mondelinge en/of picturale overdracht veel belangrijker dan schriftelijke. |
| Eén bron vermeldt het varken bij Antonius in Egypte, als duivelse verzoeker |
|
Er is een één bron waar het varken in het leven van Antonius een wat prominentere rol speelt. Zij het wel in een duivelse gedaant als onderdeel van een Verzoeking die in een Bezoeking verkeert.
|
| Antonius met varken in Barcelona |
| Er is nog een welhaast apocrief verhaal over Antonius met varkens in Barcelona. Het speelt zich veel later af, of de legende is in ieder geval pas veel later opgeschreven, maar ook hier wordt weer gesuggereerd dat het zich in dezelfde periode als die in de Vita afspeelt. In een verkorte versie gaat het als volgt:
Het feit dat het in het manuscript van Malta is opgenomen, toont aan dat in ieder geval de Antonianen van Saint-Antoine-l'Abbaye, in wier opdracht het vervaardigd was, het verhaal geloofden.
Weer een iets andere versie kwam ik tegen in Saint-Genis-des-Fontaines, in de Franse Pyreneeën, waar een beroemde abdij van dezelfde naam staat, met een beeld van Antonius.
|
| Het varken als heilig dier, de Griekse connectie |
In Frazer's Gouden Tak
|
|
De Attische Thesmophoria waren een herfstfeest dat uitsluitend door vrouwen in oktober werd gevierd; met rouwrituelen werd de afdaling van Persephone (of Demeter) in de onderwereld herdacht en met vreugdevertoon haar terugkeer uit het dodenrijk. |
![]() |
| Net als in Egypte, ook in Griekenland weer een connectie van het varken met de onderwereld. |
Nu was het bij de Thesmophoria gebruikelijk varkens, deegkoeken en takken van pijnbomen in de 'afgronden van Demeter en Persephone' te gooien; dit waren naar het schijnt heilige grotten of gewelven. In deze grotten of gewelven huisden slangen die de grotten bewaakten en het vlees en de deegkoeken die erin werden gegooid grotendeels opaten. |
|
![]() |
Daarna waarschijnlijk aan het begin van het feest van het volgende jaar werden de verrotte resten van de varkens, de koeken en de pijnboom takken opgehaald door vrouwen die 'haalsters' werden genoemd; nadat zij drie dagen lang bepaalde regels van ceremoniële reinheid in acht hadden genomen, daalden deze vrouwen in de grotten af, verjoegen de slangen door in hun handen te klappen, haalden de restanten naar boven en legden die op het altaar. |
| (Links) Een aanbidster met het traditionele offerdier voor Demeter een biggetje; in haar andere hand draagt ze een heilig vaartuig dat later tijdens de feesten gebruikt wordt. | |
Iedereen die een stuk van het verrotte vlees en de koeken wist te bemachtigen en het met het zaaikoren op zijn akker uitstrooide, was naar men geloofde verzekerd van een goede oogst. |
|
![]() |
Voorts dient opgemerkt te worden dat de vrouwen bij de Thesmophoria varkensvlees aten. Het maal was, als ik het bij het rechte eind heb, waarschijnlijk een heilig sacrament of een communie, waarbij de gelovigen deel hadden aan het lichaam van de god. |
| Na het offeren bereidt een jonge man het hoofd van een varken voor een tempel. 360-340 v.Chr. | |
|
|
De vereerders van Attis onthielden zich van het eten van zwijnevlees. Dit lijkt erop te wijzen dat het varken werd beschouwd als een belichaming van Attis; de legende waarin Attis wordt gedood door een wild zwijn wijst in dezelfde richting. |
![]() |
| De dood van Adonis; Giuseppe Mazzuoli (ca. 1644-1725); Hermitage, St. Petersburg. | |
Het staat vast dat het varken bij de Syriërs als een heilig dier gold. In het grote religieuze centrum Hierapolis aan de Eufraat werden varkens niet geofferd of gegeten en was iemand als hij een varken aanraakte de rest van de dag onrein. Sommigen zeiden dat dit zo was omdat varkens onrein waren; anderen zeiden dat dit zo was omdat varkens heilig waren. Dit verschil van mening wijst op een schemertoestand van het religieuze denken, waarin de begrippen, 'heiligheid' en 'onreinheid' nog niet duidelijk van elkaar zijn gescheiden, en nog met elkaar zijn vermengd in een troebele oplossing, waaraan wij de naam 'taboe' geven. |
|
| Tenslotte wil ik volledigheidshalve nog even de Eleusinische Mysteriën vermelden, die overigens ook aan Demeter gewijd waren, en waarbij ook varkens werden geofferd. De laatste overblijfselen van de Eleusinische mysteriën werden uitgeroeid in het jaar 396, door de invasie van Alarik, de koning van de Goten, die samen met de christenen in hun donkere kleding", het Ariaanse christendom met zich meebracht en de oude heilige plaatsen ontheiligde. |
![]() |
| Beeldje van varken uit Eleusis |
| Het varken als heilig dier, de Romeinse connectie |
Men zal dus zich niet verwonderen dat de nadruk op de vruchtbaarheidsbetekenis van het varken, die reeds bij de Kelten en de Germanen werd geobserveerd, ook hier alleen maar overvloedig kan zijn:
Wat het begrafenisaspect betreft, dat bij de Kelten en de Germanen werd geobserveerd, dat ontbreekt niet in Rome: volgens Cicero, is een graftombe niet af zolang men er geen varken voor heeft geofferd. Het gaat dus niet over begrafenisvoedsel, maar wel over een rite van de eschatologische soort. Was het varken in de ogen van de oude Latijnen, zoals in die van de Kelten, een bevoorrechte bemiddelaar tussen deze wereld hier en de Andere? |
|
![]() |
Bij zijn verdragen offerde Rome een varken aan Jupiter, als borg voor de gezworen eden. En één van grote adellijke families van Rome, de gens Claudia, offerde specifiek een varken, propudialis porcus, in de gevallen van noodzaak van rituele reiniging. Bijzonder interessant, omdat hij nauwkeurige vergelijkingen mogelijk, is het offer dat suovetaurilia genoemd wordt en dat, zoals de naam al aangeeft, een varken, een schaap en een stier omvat, welke gericht is aan Mars [zie links], ofwel plaats vindt bij de beschermingsplechtigheden van het veld (lustratio agri), ofwel bij zuivering (zoals bij de wederopbouw van een tempel) ofwel bij herstel van een rituele ramp (zoals wanneer de speer waarover een generaal een devotio heeft uitgesproken in de handen van de vijand valt). Onder de rammelaars van de kleine Romeinen, waren er verschillende in de vorm van een varken, en soms werd er bovenop een kind afgebeeld. |
| Een reliëf op de Boog van Constantijn te Rome toont de Keizer die een os, een schaap en een 'opgetuigd' varken offert. | |
![]() |
![]() |
|
| Een everzwijn op de helm als totem/insigne | ||
| Op de andere kant van de Boog van Constantijn, in een medaillon, is een zwijnejacht afgebeeld. | ||
| Voor wat betreft respect voor de strijdlustige eigenschappen van dit dier onderscheiden de Romeinen zich nauwelijks van hun noord-europese tegenstanders, de Kelten en de Germanen. Dat de Romeinen het everzwijn hoog schatten, blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat het voor meerdere legioenen als wapendier gold, zoals voor het Legioen I Italica, het Legioen X Fretensis en het Legioen XX Victrix. |
||
![]() |
| Offerdieren, w.o. een 'opgetuigd' varken op twee marmeren bas-reliëfs, die "Plutei di Traiano" genoemd worden, uit ± 100 n.Chr., nu te zien in de Curia op het Forum Romanum te Rome. De hoofdvoorstellingen van deze reliëfs betreffen twee charitatieev handelingen van Keizer Trajanus, namelijk de voedsel bedeling voor kinderen en de vernietiging van de boeken van schulden. Het zijn dus de twee 'achterkanten' die versierd zijn met vrijwel identieke afbeelding van de offerandes. |
| Het Romeinse varken op deze afbeeldingen is wel een zware, volwassen beer, dus in dat opzicht verschilt het wel erg van het varkentje van Antonius, dat gewoonlijk een ongeslachtelijk slank biggetje is. En wat ik hier bedoel met 'opgetuigd', is dat het versierd is met een fraaie riem om zijn middel en dat er linten of kwasten aan zijn oren hangen. Een offerdier is ook niet zo maar een willekeurig dier, maar moet voldoen aan allerlei eisen van perfectie. Beren schijnen trouwens niet lekker te smaken, vandaar dat 'onze' vleesvarkens gecastreerd worden. |
| Het varken als heilig dier, de Keltische connectie |
Hierbij was men zich er zeer wel van bewust dat het wilde zwijn normaliter als tegenstander en niet als vriend van de mensen optreedt. Zijn agressieve, vaak vernielende wildheid, werd hem als kracht van de natuur toegekend. Men zag hierin niet alleen geen aanleiding voor demonisering, maar men nam een voorbeeld aan deze wezenlijke karakteristiek voor het eigen strijdlustige handelen. |
Volgens Strabo, waren de Galliërs grote eters van vlees, vooral van varkensvlees, hetzij vers of gezouten. "Gallië," zegt hij, "voedt zo veel kudden, en, vooral, zo veel varkens, dat het niet alleen Rome, maar heel Italië, van vet en zout vlees voorziet." De grote ceremoniële maaltijden omvatten het slachten van een varken dat vervolgens overeenkomstig strikte regels wordt verdeeld: volgens Ierse teksten zijn de poten voor de koning, de ribben voor de koningin, de kop voor de varkenshoeder, en de schenkels voor de vechtersbazen. |
|
[Deze tonen] wellicht al de invloed van Romeinse kunst en zouden dan mogelijk niet ontstaan zijn vóór de verovering van Gallië door Ceasar. |
![]() |
Dit symbool was niet door de Romeinen bedacht. De inheemse iconografie kende zeker al een godin die gekenmerkt werd door een teken/vaandel met zeug zoals een mooie stele in rode zandsteen die in 1869 in Betting-Iès-Saint-Avold (Moezel) gevonden werd laat zien en een beroemd beeldje van brons uit hetzelfde tijdperk dat in de Jura werd gevonden en dat juist het bekronend motief van een Gallisch symbool is, maakt het mogelijk om deze godin met zeug als de Gallische Diana te herkennen. [Helaas ontbreekt hier enige verdere verwijzing, laat staan een illustratie; of zou hij daarmee het beeldje van Arduinna bedoelen?] |
|
![]() |
Keltische representanten van Diana treffen we aan in de Ardennen, waar zij Arduina, Arduinna, of Ardbinna wordt genoemd. Het archetypische beeld van Arduinna, de 'Godin van de Hoogten' die vroeger als 'Dame van de Bossen' bekend was, is dat van een jonge vrouw die korte tuniek draagt en die zijdelings op de rug van een everzwijn rijdt. Dit beeldje, dat in de 19de eeuw werd ontdekt, draagt geen inscriptie maar het ligt voor de hand te veronderstellen dat het Arduinna voorstelt, omdat het symbool van de Ardennen een everzwijn is, of vice versa, de Ardennen zijn naar haar vernoemd. |
|
De woudgodin Ardbinna, die van een altaar en één enkele inscriptie in Gey, Duitsland, bekend is, is ongetwijfeld dezelfde godin. Deze vrouwelijke godheid komt overeen met de Romeinse Diana, waarmee zij ook etymologisch in verband gebracht kan worden. Zij werd afgebeeld als een jeugdige godin in jachtkledij, die met pijl en elleboog bewapend op een zwijn rijdt. Tenslotte wordt Arduinna ook vermeld op een inscriptie in Rome, waar zij tezamen met Camulus, Jupiter, Mercurius en Hercules wordt aangeroepen. In de Ardennen en omgeving schijnt de cultus van Arduinna zo wijdverbreid geweest te zijn dat in 565 n.Chr. St. Walfroy tot de bevolking van Villers-devant-Orval (Luxemburg, Lotharingen) predikte zich van de verering van Arduinna te onthouden. St. Walfroy ging daar op de heuvel (tegenwoordig Mont Saint-Walfroy genaamd) leven, waar eerder het heiligdom van Arduinna was, en stond er op een pilaar, het extreme klimaat in de Ardennen trotserend, totdat hem dat door de bisschop van Trier verboden werd. Walfroy (Wulflaik, Wulphy, Wulfilaïc) is de enige styliticus die het Westen gekend heeft. |
|
| Deze Moccus, ook "varken, werd door de Romeinen, i.h.b. Julius Caesar met Mercurius geïdentificeerd. Het varken was onder de Kelten als frequente representant van de graan-geest of van vegetatiegoden al een heilig dier, maar was blijkbaar een antropomorfe god van de vruchtbaarheid, Moccus, geworden, die misschien met Mercurius werd gelijkgesteld omdat de Griekse Hermes de vruchtbaarheid in kudden bevorderde. Het vlees van het varken werd vaak gemengd met het zaadgraan of werd in de velden begraven om de vruchtbaarheid te bevorderen. |
|
| Moccus/Mercurius op werd zijn beurt weer met Lugh geïdentificeerd, de grootste Keltische god, de zonnegod, wiens naam verwant is aan het Latijnse lux, of, licht', en de schijnende' betekent. Zowel de verering van de godheid als zijn naam was wijdverspreid over Europa. Lyon in Frankrijk, bijvoorbeeld, werd oorspronkelijk Lugudunum genoemd, ofwel het Fort van Lugus, en ook de steden Laon, Leiden en Carlisle (oorspronkelijk Caer Lugubalion) werden naar Lugh vernoemd. De mythologische rol van het varken werkt natuurlijk door in een religieuze betekenis, en zeker voor zover dit te maken heeft met de Andere Wereld, i.h.b. de Onderwereld, waarmee het varken/zwijn en bijzondere goede relatie onderhoudt, dus met de ter aarde bestelling. Dat het varken van belang is bij begrafenisrituelen wordt bevestigd door de aanwezigheid van beenderen van varkens in de graven, soms van hele skeletten. Zo bevatte een begrafeniswagen uit Champagne het skelet van een heel everzwijn. In het noorden van Engeland, in de IJzertijd, dus in de Keltische periode, bevatten de graven vaak varkensvlees als begrafenisvoedsel. |
![]() |
uit de periode voorafgaand aan de Romeinse verovering van Gallië, getooid met een everzwijn op zijn borst. |
|
| Keltische varkenshoeders |
| Deze informatie wordt door Proinséas ni Chathain vermeld Wat betreft de verhevenheid van de functie van varkenshoeder, is kunnen we bijvoorbeeld verwijzen naar Sint Patrick, de beroemdste heilige van Ierland uit de 5e eeuw, die gedurende zijn eerste verblijf in Ierland, na zijn ontvoering door piraten, varkenshoeder van een koning is geweest en Patrick draagt dan ook de zeer veelzeggende bijnaam van succet, "varkenshoeder". In de legende van heilige Patrick, wanneer de apostel voor de tweede keer naar Ierland gaat en hij en zijn bemanning in de monding van de rivier de Slane aanleggen, worden zij gevonden door de varkenshoeder van een zekere Dichu, die ze eerst voor dieven houdt. Maar Dichu zal zich tenslotte laten bekeren na de heilige woorden van Patrick gehoord te hebben. [Nog meer over Sint Patrick bij klokken] Naast de heilige Patrick heeft de Keltische literatuur verder geen gebrek aan beroemde varkenshoeders. In de Mabinogi van Branwen zijn het de varkenshoeders die de mannen van het eiland van de Forten (Bretagne) opmerken die wraak komen nemen voor het kwaad hun koningin aangedaan. |
![]() |
|
In het Leven van Sint Paul Aurélien vindt men de figuur van de varkenshoeder altijd in dezelfde rol van opzichter/waker en bewaker/hoeder van een landstreek terug. De heilige Paul Aurélien (5e eeuw) die met zijn metgezellen van het eiland Bretagne is gekomen, ontmoet te Gourveau de varkenshoeder van de graaf Withur. De varkenshoeder brengt de heilige Paul Aurélien naar zijn meester en toont hem de stad die voortaan de naam van de heilige zal dragen (SaintPoldeLéon). Terwijl hij de stad verkent, ontmoet hij een zeug die haar kleintjes voedt. Hij temt haar door haar te liefkozen. De zeug zal vervolgens talrijke varkens voor de kuddes van de koning werpen. De heilige ontmoet nog een zwerm honingbijen, vervolgens een beer en vervolgens een wilde stier die hij uit de stad verjaagt. Sint Pol wordt met een bel afgebeeld en met een draak. Dit laatste verwijst naar de draak symbool van de heidense goden en afgoderij die hij van het eiland Batz verdrijft. En zoals bij het hoofdstuk over de klok van Antonius is duidelijk geworden, dient een klok om duivels en demonen (en draken) te verjagen. |
Een andere gebeurtenis waarin een varkenshoeder een rol speelt, vind je in het Leven van Sint Malo, geschreven aan het einde van de 9e eeuw. Terwijl de heilige Malo zich naar de stad van Alet teruggeeft (waar hij bisschop zal worden), ontmoet hij een arme man die zich in een sloot verbergt:
[Deze episode, evenals die van Sint Paul Aurélien, doet denken aan de legende van Antonius in Barcelona] |
Aldus, door de kuddes varkens te hoeden, zou de varkenshoeder zich voorbereiden op een toekomstige rol van hoofd van het leger. Ook Tristan uit de wijd en zijd bekende legende van Tristan en Isolde was varkenshoeder. Deze legende gaat terug naar bronnen uit een oude Keltische mythologie, voor-christelijk en voor-middeleeuws. Uit deze legende wordt duidelijk dat voor helden in opleiding als Tristan, het hoeden van varkens verwant is aan een proef der kinderjaren. Deze beproeving zou de scholing van het bevel beogen. Tristan moet de integriteit van een kudde varkens bewaren door de meerdere aanvallen af te slaan. In zijn heldhaftige verzet toont hij zijn waarde. Het karakter van deze gebeurtenis als proef lijkt geen twijfel te laten en Tristan doet zo zijn oorlogsscholing op. In een andere tekst is er duidelijk sprake van een gelijkstelling van Tristan en het everzwijn. Het everzwijn is het symbolische dier van de priesterlijke klasse. Het is gemakkelijk om het te verifiëren in de legende van Merlijn die zich tot zijn kleine varken richt alsof deze zijn vertrouweling is. Men zou dan moeten veronderstellen dat door zijn gelijkstelling met dit dier, Tristan druïdische kenmerken bezit. Daar kunnen we nog aan toevoegen dat Tristan musicus is en de muziek is bij uitstek een druïdisch voorrecht. Ook uit andere Ierse mythologische teksten blijkt de priesterlijke en druïdische, de sprookjesachtige en goddelijke rol van de varkenshoeder in de oude Keltische tradities. Dus, varkenshoeders zijn zowel legeraanvoerders, druïden als magiërs. |
| Een andere interessante samenhang met Antonius en zijn visioenen is wel dat varkenshoeders geacht werden ook visioenen te hebben en voorspellingen te doen. Zo wordt verondersteld Zo wordt dan gedacht dat varkenshoeders hun visioenen kregen na het eten van eikels. Sommige werden beschouwd als tovenaars die hun magische krachten verkregen door het kauwen van eikenbladeren. Als andere mogelijkheid werd verondersteld dat de noot-achtige gallus, een aangroeisel op de eik, hallucinaties kon veroorzaken als deze werd gegeten. Tenslotte, de druïden/varkenshoeders kregen niet alleen hallucinaties of visioenen maar zij zouden ook voorspellingen kunnen doen nadat zij eikels hadden gegeten. [Over eiken en druïden zie ook bij de Dikke Eik van Liernu.] |
| Het varken als heilig dier, de Germaanse connectie |
| In onze streken werden tijdens vieringen van het Joel-feest everzwijnen geofferd aan het godenpaar Freyr en Freya, die steeds vergezeld waren door de heilige zwijnen Guldenborste en Hildisvin. |
|
![]() |
Het zwijn als heilig dier vinden we verder terug bij de Keltische Godin Cerridwen, de Sumerische Erershkigal en de Griekse Demeter. Het is het heilige dier van de zwangere doodsgodin, de godin die heerst over de duistere periode van het jaar, waarin de God in de onderwereld verblijft. |
| Frey | |
Volgens de Hervörssaga offerde men een varken op de avond van Yul, dat wil zeggen het grote winterfeest van de oude Germaanse gemeenschap, het huidige kerstmis. Yul, omstreeks de tijd van de zonnewende of een beetje erna, was het moment waarop de wezens van de Andere Wereld die van deze wereld bedreigden, net als bij de Kelten tijdens Samhain (Allerheiligen), twee maanden eerder. |
![]() |
| Frey met het everzwijn Gullinbursti, zijn metgezel en rijdier. | |
| Men offerde dan aan Freyr het grootste mannetjeszwijn dat men kon vindende zogenoemde sonalgöltr (zoeneverzwijn). Men bezwoer daarmee klaarblijkelijk de zegen van de godheid voor een rijke oogst in het nieuwe jaar. Op de dag voor Yul legde men de hand de borstels van het offervarken, men maakte goede voornemens [zoals in onze tijd tijdens nieuwjaar], deed wensen, bracht heildronken uit en zwoor eden. Net zoals de riten van Samhain in West Europa voortleefden in die van het offer van het varken, vaak nog plaatshebbend in het begin van de winter, zo zijn er ook winterriten van de oude Germanen tot in onze tijd overgebleven. In het huidige Noorwegen, tijdens de twaalf dagen tussen Kerstmis en Driekoningen, plaats men soms een varken die een rode appel in de bek houdt in de etalages van de winkels |
|
Een vrijwel gelijkluidend relaas van de Engelse Kerstdis vinden we bij Sergent, die naar ik aanneem uit Schouwink geciteerd heeft, maar vreemd genoeg vermelden ze geen van beiden het hedendaagse offeren van varkenskoppen in de Lage Landen! |
| Freya |
![]() |
Men weet niet of men varkens aan Freya offerde zoals aan haar broer Freyr, maar een van haar bijnamen is Syr, "Zeug". In de Hyndluljodh, schijnt zij haar vereerder, en naar het schijnt geliefde, Ottar de simpele, de gedaante van haar varken gegeven te hebben om hem te kunnen berijden. Het is, veronderstelt men, een incarnatie van haar eigen broer. Opmerkelijk is, dat zij de naam van Syr, "Zeug", aanneemt, terwijl zij naar een van haar andere geliefden, Odhr, op zoek is. |
| Naast deze functies die nauw verband houden met de vruchtbaarheid, is er voor varkens ook een rol bij begrafenissen of het einde van de tijd weggelegd, zoals we die reeds bij de Kelten zagen. De dode krijgers komen samen in het paradijs van Odin, waar zij elke avond een feestmaaltijd houden van het everzwijn Saehrimnir, dat zij die dag hebben gedood en dat na hun maaltijd weer tot leven komt. |
|
|
En net als bij de Kelten vindt men beenderen van varkens in de graven van het Germaanse gebied, en in een offerput zijn de beenderen van paarden, varkens en honden gevonden. Last but not least: de bestanddelen van het varken speelden een rol in de magie. Volgens de Völuspá, een van de gedichten uit de poëtische Edda, die vertelt over de begintijd van de wereld en over het lot van de goden, heeft de god, Heimdall zijn grote kracht gekregen "van de aarde, de koude zee, en het bloed van het offervarken". Als zodanig is het een toverrecept. |
![]() |
| De heilige varkenshoeder of de heilige met het varken als zijn metgezel | |
| Net zoals we Wodan als de voorloper van Sinterklaas kunnen beschouwen (Noorse en Germaanse goden van het vuur), vind ik het wel zeer verleidelijk te veronderstellen dat Antonius in gekerstende vorm de opvolger is van Frey, met nu als metgezel een gedomesticeerd varkentje. Een enkele keer lijkt deze afstamming ook in de iconografie van Antonius tot uiting te komen, zoals we zien in het beeld in Millegem, waar Antonius vergezeld wordt door een zwijn (rechts). Maar eigenlijk vermoed ik dat er nog een tussenstadium geweest is, een andere heidens-heilige held, magiër of kluizenaar, één van de hierboven genoemde 'varkenshoeders', die als "overbrugging" diende tussen de Germaanse of Keltische goden en Antonius: de missing link. Dus in de Keltische traditie zou Antonius ook als varkenshoeder gezien kunnen worden, en bij extensie als hoeder i.e. beschermer van het al het vee, in welker hoedanigheid hij ook nu nog steeds wordt aangeroepen. |
![]() |
| Antonius vergezeld door een zwijn; de band rond de nek van het dier en de daaraan hangende bel doet denken aan de band van het varken in de Curia te Rome, hierboven afgebeeld. | |
|
Maar eigenlijk denk ik dat de missing link niet zozeer een varkenshoeder was, maar eerder een magiër of heilige met een varken als 'metgezel' of als 'assistent' in de germaanse traditie zoals Frey met zijn zwijn. Te denken valt aan iemand als Merlijn, ook al zou hij dan een Kelt zijn, zeker de bekendste druïde. Volgens één van de vele legenden over Merlijn (a.k.a. Myrddin) in Cumberland (Noordelijk Welsh Engeland) was hij profeet geworden na vijftig jaar in ellende rondzwerven met slechts het gezelschap van een wild biggetje. Dit zou zich in de 5e eeuw hebben afgespeeld. Hij zou in de beeldvorming lang, mager, streng, lange witte baard, lange mantel; denk ook aan Gandalf als beeld zeker wel een rol kunnen hebben gespeeld in de totstandkoming van het beeld van Antonius. |
|
| Naast de andere Christelijke heiligen die nauwe betrekkingen onderhielden met het varken Sint Patrick, Sint Malo, Sint Paul Aurélien en die als rolmodel voor Antonius gefungeerd zouden kunnen hebben, is er ook nog Sint Cadog. Zij waren evenwel allen 'varkenshoeders' en niet zozeer heiligen met een varken als metgezel. Maar in ieder geval geeft dat wel aan dat de combinatie Christelijke heilige en varken niet zo heel afwijkend is. |
![]() |
In Brittannië leefde van 497 tot 580 St. Cadog Ddoeth, Koning van Gwynllwg en Penychen, maar beter bekend als een van de grootste heiligen uit Wales. Zijn iconografisch attribuut en dierlijke metgezel is wel de muis, wat verwijst naar een legendarische gebeurtenis uit zijn leven, maar hij wordt ook afgebeeld met een andere metgezel, namelijk een varkentje! Dat kwam zo: Een tijd lang was hij een rondtrekkende kluizenaar in Penychen, het koninkrijk van zijn oom, Pawl. Een varkenshoeder wiens varkens waren verstoord door Cadog, klaagde over zijn aanwezigheid bij de Koning. De varkenshoeder had op een beloning gehoopt, maar in plaats daarvan gaf Koning Pawl zijn neef de vallei waar deze varkens zich voedden, en hier bouwde de jonge heilige zijn beroemde klooster van Llancarfan, waar hij vele jaren verbleef. En de muis: Eens woedde er een grote hongersnood op het platteland, maar Cadog redde zijn volgelingen van de hongerdood door een muis te volgen die hem naar een geheime graanopslag leidde. De speer tenslotte, zijn andere iconografisch attribuut: Hij was Abt over een groot aantal monniken in Bannaventa, een plaats op de grens van het Saksisch territorium, toen deze plaats in het jaar 580 werd overvallen, vermoedelijk door Saksers, en Cadog werd in zijn eigen kerk met een speer doorboort en gedood. Hij was bevriend met de heilige Gildas, die bekend stond om zijn betoverde klokken (bellen). En hij reisde veel op het continent, en maakte bedevaarten naar zowel Rome als Jeruzalem. |
| St. Cadog Ddoeth (497-580) |
| Maar de hierboven genoemde candidaten voor de missing link zijn wel legendarische personen en heiligen die vooral in het Noorden van Europa en i.h.b. op de Britse eilanden leefden, terwijl ik er toch vanuit ga dat dit hoogstwaarschijnlijk ergens in het zuiden van Europa heeft plaatsgevonden, m.n. in Italië (Rome), Frankrijk (Marseille) of Spanje (Barcelona). In de Franse taal zijn er enorm veel woorden voor varken of zwijn of activiteiten of dingen die daarmee te maken hebben. Zoals, naar beweerd wordt, de eskimo's 200 woorden hebben voor sneeuw, zo hebben de Fransen tientallen woorden die met varken of zwijn te maken hebben, waar wij in het Nederlands zo'n zes woorden hebben (varken, zwijn, ever, beer, zeug, big) en het verder met omschrijvingen moeten doen. Dit zou op een relatie van Antonius met bij uitstek het Franse varken kunnen wijzen. Naar mijn idee pure speculatie omdat er op dit moment geen enkele figuur bekend is die de rol van missing link zou kunnen vervullen zou er dus in Frankrijk, zo in de 5e eeuw, een 'versmelting' plaats gevonden moeten hebben tussen een locale 'heilige met varken' en de kluizenaar uit Egypte. (Wat ik nog verder wil uitwerken is het relaas van "Sint Antonius in Barcelona" en onderzoeken of en in hoeverre die de missing link zou kunnen zijn.) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Het varken bij de Joden en Christenen |
Wat Antonius' associatie met het varken betreft, wordt er ook wel eens een relatie gelegd met dieetvoorschriften van Joden en Moslims, die varkensvlees als onrein beschouwen en het eten ervan verbieden. Daardoor juist werd het varken een anti-semitisch en anti-moslim symbool en dus bij implicatie, moeten we in dat geval veronderstellen, pro-christelijk. Dit lijkt me ver gezocht, vooral omdat er positieve associaties te over zijn. |
|
![]() |
![]() |
| Leviticus 11,7-8: het varken, want het heeft wel gespleten hoeven maar het herkauwt niet: het geldt als onrein. Het vlees van deze dieren mag u niet eten en hun kadavers niet aanraken: zij gelden als onrein. | |
| Marcus 5, 8-13: Want Hij had hem gezegd: Onreine geest, ga weg uit die man. Jezus vroeg hem: Wat is uw naam? En hij antwoordde: Mijn naam is Legio, want we zijn met velen. En hij smeekte Hem, hen niet het land uit te sturen. Nu weidde daar tegen de berghelling een grote troep varkens. Ze smeekten Hem: Stuur ons naar die varkens om daarin te gaan. Hij stond hun dat toe. De onreine geesten kwamen eruit en gingen de varkens in, en de troep stoof de helling af, het meer in, zon tweeduizend, en ze verdronken in het meer. | |
| Deze passage wordt in de Katholieke kerk vaak gebruikt om een duivelse interpretatie aan het varken van Antonius te geven, wat onder Katholieken (vooral priesters en pastoors) een populaire opvatting is om de aanwezigheid van het varken bij Antonius te verklaren. Antonius zou dan het kwaad in de vorm van het varken overwonnen hebben, en daarom is het varken bij hem, als symbool van Antonius' strijd tegen de duivel en voor zijn overwinning over de demon. Dit is zeker een misvatting, zoals ik hieronder zal aantonen. Het is namelijk precies andersom: het varken is de assistent van Antonius in zijn strijd tegen de duivel. Overigens zou ook de hierboven geciteerde passage van Marcus niet persé een negatief beeld hoeven te geven van varkens en zwijnen. Eigenlijk ook weer, integendeel. Uiteindelijk zaten de duivels nog niet in hen, en hielpen ze juist om de wereld van deze demonen te verlossen door zichzelf te verdrinken, met Legio en al. |
| De zeven hoofdzonden zijn: ira (woede), gula (onmatigheid, vraatzucht), luxuria (onkuisheid, wellust), invidia (nijd, jaloezie), acedia (ledigheid, luiheid), superbia (hovaardij) en avaritia (gierigheid). In deze Middeleeuwse prent, waar de hoofdzonden als dieren verbeeld worden, staat het varken voor gula, vraatzucht. | ![]() |
| Duidelijk is wel dat de Christenen zich van dit 'gebod' betreffende de onreinheid van het varken niet veel aangetrokken hebben. En het lijkt erop dat ze uiteindelijk ook niet zo zwaar tilden aan de andere negatieve bijbelse opvattingen over het varken. | |
| Nog weer andere negatieve opvattingen over het varken komen tot uitdrukking in de vele scheldwoorden waarin "varken" "zwijn" voor komen. | |
| Het varken, de Antoniaanse connectie |
| Hierboven vermelde ik dat de Antonianen een dispensatie zouden genieten, die hun toestond om hun varkens vrijelijk in middeleeuwse stadjes te laten rondzwerven. Dit zou dan ook aan de wortel liggen van hun keuze van het varken als een van hun emblemen. Volgens de Antonianen dan. |
|
| Zij gaan daarin nog verder door te beweren wat in de loop der eeuwen de populaire opvatting is geworden, maar wat naar mijn mening een misvatting is dat het varken van Antonius pas zijn metgezel is geworden nadat de Antonianen Antonius als hun beschermheilige hadden gekozen. (zie verder nog mijn pagina over de Orde der Hospitaalbroeders.) De Antoniaanse varkens werden gebruikt voor de bereiding van een geneesmiddel ter bestrijding van het "Antoniusvuur" en voor het voeden van zieken die daaraan leden. Een andere ziekte, de mazelen, die in de volksmond ook wel "Antoniusvuur" genoemd werd (hoewel deze er eigenlijk niets mee te maken had) zou volgens volkswijsheid met spek genezen kunnen worden. |
![]() |
| De wonderbaarlijke genezingen van het Antoniusvuur geschieden aanvankelijk met een zalf, door de monniken vervaardigd uit wijn (Saint Vinage) en varkensvet. | |
| Maar, zoals met de meeste attributen van Antonius wordt te snel verondersteld dat deze uit zijn functioneren als "pest-heilige" voortgekomen zouden zijn. Zo dus ook met het varken. Het zou dus heel goed kunnen zijn dat hij als"pest-heilige" voor de bestrijding (met varkensproducten) van het ignis sacer juist zo geschikt was omdat hij al van ver voor die tijd een relatie met het varken (en ook nog met het vuur) onderhield. Want de relatie tussen varkens en heiligen gaat ver terug in de Europese geschiedenis, zoals hierboven gebleken is. En meer nog: het zwijn of varken was dus zelf een heilig dier. |
|
| We moeten deze opvatting de Antoniaanse oorsprong van dit attribuut van Antonius dus weer zien als een soort hijacking, en zeer geslaagd, want vele 'bronnen' vermelden dit. |
| We zien dit zelfs bij een wat minder oppervlakkige bron als Schouwink, die aan het eind van zijn boek twee pagina's aan Antonius wijdt, die het gebruikelijk beeld bevestigen, zoals op p.108. |
| Voordat er sprake was van Antoniusvarkens, bestond het offeren van varkens midden in de winter al, zoals ik hierboven al vermelde bij de traditie van het zwijnen-offer voor Frey. Deze geofferde varkens waren waarschijnlijk gemeenschapsvarkens, d.w.z varkens die vrij door het dorp rondscharrelden, en die, na de offering, door de gemeenschap tijdens een gezamenlijke maaltijd verorberd werden. De gewoonte om juist de armen van de gemeenschap hiervan te laten profiteren, wat tegenwoordig nog duidelijk onderdeel is van de offerandes tijdens de Antoniusviering, gaat w.s. ook tot die tijd terug. | |
| Dit gebruik bestaat overigens nog steeds in meerdere plaatsen in Spanje, maar dan wel gekoppeld aan Antonius. Zo loopt in Torvizcon het hele jaar een varken los door het dorp. | |
![]() |
Het wordt gevoerd door alle mensen uit het dorp. Het varken ontwikkelt gaandeweg een eigen route van het lekkerste adres naar het andere lekkerste adres. En niemand wil voor elkaar onderdoen. Elk jaar op de feestdag van San Anton wordt dit varken geslacht en door de dorpsbewoners geroosterd in de kooltjes van de 'chiscos', de grote vuren ter ere van Antonius. Dit gebeurt ook in La Alberca, waar er een speciale varkenshoeder is die voor het Antoniusvarken zorgt. |
| Verder nog zien we dit in verschillende variaties in Albox, Espasante (foto hierboven) en Trigueros. | |
| De kerk probeerde op het Concilie van Leptimes in 475 het offeren van varkens tijdens de midwinterperiode te verbieden. Tevergeefs. | |
| Nadat later Antonius met het varken geassocieerd raakte, en de Antoniaanse orde het privilege kreeg om hun Antoniusvarkens vrij door stad en dorp te laten rondlopen, werd al spoedig geen onderscheid meer gemaakt tussen deze twee typen. De Antonianen namen ook het oude ritueel van het offeren van de varkenskop over, zij het in gekerstende vorm, en offerden zo aan Antonius. (Zie ook mijn Kritische kanttekeningen bij Varkenskoppen voor Sint Antonius). Overigens waren de Antonianen niet de enige kerkelijke orde die het privilege hadden om hun varkens vrij te laten rondlopen. Ook andere orden hadden dat; zij markeerden hun varkens met een inkeping in het oor. |
|
| De feestdag van Sint-Antonius, op 17 januari, zou wellicht bepaald kunnen zijn door de oorspronkelijke astrologische bepaling van die dag in oeroude tijden, toen varkens en varkenskoppen aan de Germaanse en Keltische goden geofferd werden. Wellicht gaat deze dag nog veel verder terug en is er een link met de offerandes in Egypte voor Osiris. |
||
![]() |
Het offermaal van varkens vinden we vandaag nog terug in de vorm van marsepeinen varkentjes die met Kerstmis genuttigd worden (rechts).
|
![]() |
| Het marsepeinen varkentje (links) werd gestrooid tijdens de Antonius-optocht in Herdersem. | ||
| Ook in Uffholtz (Frankrijk) worden tijdens de Antonius-viering marsepeinen varkentjes uitgedeeld. | ||
| Het Varken als Koningsmoordenaar | |
| In de volgende legende heeft het varken een duivelse rol te spelen gekregen. Het wordt zelfs aangeduid door geschiedschrijvers of beter legendenvertellers als porcus diabolicus. | |
| Tot aan het begin van de 12e eeuw, zwierven honden en varkens over de smerige straten van de stad, van welke de laatsten enigermate verantwoordelijk waren voor het verwijderen van de vuiligheid die het wegdek bezaaide. Maar op 11 oktober 1131 reed Koning Lodewijk VI, bijgenaamd de Dikke, paard met zijn vijftienjarige zoon, Philippe van Frankrijk, op de Motte Saint-Gervais. Het paard van Philippe schrok zo door een rondzwervend varken dat het zijn ruiter afwierp. De prins overleed als gevolg van deze val. Daarop vaardigde de koning een koninklijke beschikking uit die de eigenaars van varkens verbood om hun dieren te laten rondzwerven. |
![]() |
![]() |
De enige uitzondering hierop werd gevormd voor de Antonianen, wier varkens, onderscheiden door een klokje, nog wel vrij mochten blijven rondlopen. Deze wet werd in 1261 door Lodewijk IX nog eens bekrachtigd. Zo wordt de legende altijd verteld, zeker door de Antonianen, omdat zij er nogal gunstig uit naar voren komen. |
| Het Varken als Koningsmoordenaar; Miniatuur uit het 14e eeuwse Fleurs des chroniques. | |
| Maar er zijn wat bevreemdende aspecten aan dit verhaal. Om te beginnen het voorrecht dat alleen de Antonianen zouden hebben. Deze gebeurtenis speelt zich af in 1131, terwijl de priorij van Saint-Antoine de la Motte in 1080 gesticht was. We moeten aannemen dat de Antonianen nog niet na 50 jaren al wijd en zijd bekend, laat staan enorm gerespecteerd, waren. Dus het lijkt mij waarschijnlijker dat op het moment van de eventuele nieuwe wet, dit voorrecht gold voor alle monnikenorden, of nog wijder gezien voor alle gemeenschapsvarkens, en dat de Antonianen zich dat voorrecht later als exclusief privilege toegeëigend hebben hetzij als legende, hetzij in feite. Tegen 1261 zouden de Antonianen wel machtig genoeg zijn om zich een dergelijk privilege toe te eigenen, dus misschien dat het decreet van Lodewijk IX wel specifiek op hen van toepassing was. Wat het rondzwerven van varkens betreft, wordt door de Antonianen of hun geschiedschrijvers beweerd dat het verbod ook elders in Europa eigenlijk in alle delen van Europa gold, maar ik vraag me af of dat inderdaad wel het geval was. Het lijkt me toch moeilijk zo niet onmogelijk de strikte naleving daarvan, zeker in dorpen en gehuchten, af te dwingen. Ik denk dus dat de gemeenschapsvarkens, zolang die nog bestonden, dit voorrecht bleven behouden. Een ander bevreemdend aspect van dit verhaal betreft de locatie. De gebeurtenis speelt zich af in het centrum van de stad Parijs, waar nu het stadhuis is. Rondzwervende varkens kan je je in de dorpen waar de varkens door alle bewoners als individuen gekend worden nog wel voorstellen, maar in een echt stadse omgeving wordt dat toch wat minder waarschijnlijk. Nu is duidelijk uit mijn paragraaf over varkenshoeders (zie hierboven), dat deze een rol spelen in legendes over het ontstaan van koningschappen (zowel als metgezellen van heiligen), dus is het wellicht vanuit dat perspectief dat de nadruk zo op het varken als Koningsmoordenaar is komen te liggen. Want waarom zou anders het varken de schuld gekregen hebben, en niet het zenuwachtige paard, of de prins zelf, die de rijkunst misschien niet geheel meester was? Tenslotte nog een opmerking over dat Antoniaanse klokje aan het oor van hun varkens. Zoals ik in mijn hoofdstuk over klokjes (zie pagina) al schreef, is dat niet zo waarschijnlijk, maar is dat een later verzinsel, een dichterlijke vrijheid. Waarschijnlijker is dat deze varkens gemerkt waren door een keep in één van de oren. |
|
| Het varken is geen demon, staat niet symbool voor de duivel of overwinning van de lusten, maar is de assistent van Antonius |
| Vooral in Frankrijk wordt het varkentje afgebeeld als trouw omhoogkijkend naar Antonius, zoals we op de paar plaatjes hierboven zien, en zelfs soms de pootjes uitstrekkend. Zeer aandoenlijk, en duidelijk zijn rol als gezelschapsdier, als helper en assistent, uitbeeldend. |
![]() |
Bij het bezien van de varkens en zwijnen in de verschillende culturen en tijden zouden we in relatie tot Antonius nog een duidelijk onderscheid moeten maken tussen zeugen en beren. De zeugen werden vereerd vooral vanwege hun vruchtbaarheid, want een tiental biggetjes bij een worp zijn normaal. De beren worden, zeker waar het zwijnen betreft, vereerd vanwege hun kracht en woestheid. Voorzover ik weet wordt door Antonius-vorsers het geslacht van het varken van Antonius nooit besproken. Maar als we naar de beelden kijken, dan lijken de varkentjes toch het meest op een jong mannelijk varkentje of zelfs biggetje, hoewel eventuele mannelijke geslachtsorganen niet te zien zijn. Ze hebben dus ook iets onzijdigs. Het varken van Antonius is dus geen zeug en mag dus zeker niet met vruchtbaarheid geassocieerd worden. En het is meestal ook geen zwijn en geen mannetje (beer), dus is het ook niet met een strijder te associëren. En het is niet demonisch of duivels, of symbool van lust. Het is een geslachtloos biggetje, vriendelijk van aard, een metgezel, een helper, een assistent voor 'onderaardse' betrekkingen. |
| Deze rol van het varkentje als assistent wordt geïilustreerd in dit prachtige Antoniusbeeld (links, gesitueerd in St-Antonius-Brecht), met opkijkend varkentje, oprijzend uit de vlammen. Daarenboven heeft het varkentje aanhankelijk één pootje geheven. Dit is een voorstelling die in veel 15e en 16e eeuwse beelden is te vinden, en die de relatie perfect tot uitdrukking brengt. Tevens wordt de relatie met het vuur gelegd het vuur dat het varkentje samen met Antonius uit de hel stal (zie de legende). Zie ook hieronder over het varkentje als de assistent in onderaardse, onderwereldse betrekkingen |
| Het varkentje is de assistent in onderaardse, onderwereldse betrekkingen |
![]() |
Uit de mythen en legenden van Egyptsche, Griekse en Romeinse oorsprong, zoals hierboven besproken, blijkt al duidelijk de relatie van het varken met de onderwereld. Maar ook in volkse Europese legenden blijkt het varken een rol te spelen in de betrekkingen met de onderwereld, en in ons geval in de betrekkingen tussen Antonius en de onderwereld. Zo zijn er de gevallen waar het varkentje zonder meer de assistent is van Antonius tégen de duivel. Zo helpt het varkentje Antonius bij het stelen van het vuur uit de hel (zie bij vuur) en bij de strijd tegen de draakvormige demon (zie bij demonen). |
| In de kerk van Lézat, waar zeer veel Antonius beelden en relieken te vinden zijn en waar nog steeds een Antonius-cultus in stand wordt gehouden, hangt een orthodoxe afbeelding van Antonius met zijn varkentje in een zwart gat of onder de grond (?), waarmee naar mijn idee de functie van zijn varkentje als zijn assistent in onderaardse, onderwereldse (helse) betrekkingen zeer treffend wordt weergegeven. | |
Dit idee komt ook duidelijk tot uiting in de Antoniusvieringen in Andorra:
|
|
| Het varkentje is zijn vriendje |
| Om de positieve relatie tussen het varkentje en Antonius te benadrukken, laat ik nog een paar beelden uit Franse kerken zien van prachtige oprijzende, zich uitstrekkende varkentjes. | ||
![]() |
Morainvilliers Parochiekerk Saint Léger; 16e eeuw. | ![]() |
| Aigle-pierre Kerk. Buste. | ||
![]() |
Asnières-en-Montagne; Parochiekerk Saint Pierre; 16e eeuw. | ![]() |
| Auxon Parochiekerk Notre Dame; 16e eeuw. | ||
| Andere metgezellen van Antonius |
| De verwijzingen naar vroegere sagen en legenden geven al aan dat het varken in gezelschap van Antonius toch vooral positief opgevat moet worden. Het idee dat je bij vrijwel alle populaire pogingen tot iconografische verklaring aantreft, dat het varken symbool zou staan voor het duivelse, of voor de overwinning op de 'lagere' of demonische hartstochten moet dus zonder meer verworpen worden. | ||
![]() |
Wat daar ook al enigszins op wijst is dat in de sculpturen geregeld het varkentje naast Antonius en een duiveltje onder zijn voet te gelijkerijd afgebeeld worden, en dat zou dan wel erg dubbelop zijn. Maar wat zeer zeker een hint geeft in de richting van het 'heilige' karakter van het varken, zijn de afbeeldingen en sculpturen op Sicilië waar de metgezel van Antonius een 'putto' is, een mollig cherubijntje in plaats van het varkentje. En putti zijn symbolisch voor de liefde, aards of hemels. |
![]() |
| Nicolosi | Camporotondo Etneo | |
![]() |
Antonius lijkt zo eigenlijk ook een beetje op Sint Nicolaas, die vaak met kleine kinderen aan zijn voeten afgebeeld wordt. In Frankrijk, in de parochiekerk Saint Didier van Courzieu zien we een beeld van Antonius, uit de 15e eeuw, niet met een engel maar met een kind een meisje in plaats van een varkentje! |
![]() |
Ook weer op Sicilië in Catenanuova zien we nog weer een andere metgezel van Antonius in plaats van het varkentje, namelijk een arend. Althans daar lijkt 'ie enigszins op. Misschien heeft dit te maken met een lokale folklore. Gezien de associatie van Antonius met het vuur zie dat losse stuk vuur hier bij zijn rechtervoet zou het wellicht ook een phoenix kunnen zijn. |
![]() |
![]() |
|
| In de parochiekerk Saint Martin in Etalante, Frankrijk, staat dit 17e eeuwse beeld. Volgens de website is het een beeld van Antonius Abt, maar dat is voor mij nog maar de vraag. Het beeld is natuurlijk hoogst opmerkelijk met zijn twee varkentjes, maar de 'staf' of beter knuppel is wel zeer atypisch, evenals de kerk op zijn linkerhand. En er zijn meer heiligen tenslotte met een varkentje, zoals hierboven al besproken, en zie ook hieronder. |
||
| Tenslotte nog een curieus beeldje in het Huis van Alijn, een voormalig weeshuis, nu museum te Gent. Dit beeldje werd, natuurlijk vanwege de aanwezigheid van het varkentje, al lange tijd geïnterpreteerd als een Antonius, maar Antoon Vanquaethem maakte mij opmerkzaam op een artikel waarin terecht gesteld wordt dat het hier eigenlijk een andere heilige, namelijk Juniperus, betreft. | |
| De houding van de handen van Juniperus zou eigenlijk voor een Antonius beeld al zeer atypisch zijn, en verder ontbreken aan aantal gebruikelijke attributen, maar de duidelijkste aanwijzing is het feit dat het varkentje maar drie pootjes heeft en dit is duidelijk te zien geen breuk, maar bewust zo gemaakt. Zo kwam men terecht bij broeder Juniperus of Fra Ginepro! En wie is nu die broeder Juniperus? Hij behoorde tot de eerste volgelingen van Sint Franciscus, een van zijn trouwste metgezellen. Het was wel een zonderling figuur. Zo getuigt volgende anekdote. Op zekere dag bezoekt broeder Juniperus een zieke medebroeder aan wie hij vraagt of hij iets kan doen voor hem. t Zou me aangenaam zijn als ge mij een varkenspoot zou kunnen bezorgen, zegt de zieke. Steeds tot een dienst bereid, haalt broeder Juniperus een mes en loopt naar het bos. Daar ziet hij enkele varkens lopen, grijpt er een vast en snijdt het dier een poot af. Terug in het klooster bereidt hij de varkenspoot en serveert hem aan de zieke broeder. En Juniperus voelde in zijn ziel een grote troost en blijdschap. De varkenshoeder die alles gezien had, rent woedend naar het klooster. Broeder Juniperus wordt ernstig berispt door St. Franciscus. |
![]() |
| Maar Juniperus legde alles uit met zo grote liefde, eenvoudigheid en nederigheid dat de varkenshoeder geheel van gevoel verandert en wenend op de knieën neervalt voor Juniperus.' En hij schenkt het ganse varken aan het klooster. Broeder Juniperus is niet opgenomen bij de Heiligen of Zaligen, maar behoort wel bij de dienaren Gods. |
|
| Duidelijk is wel dat het varkentje hier een heel andere functie heeft dan bij Antonius. Er zijn nog al wat Antoniusbroederschappen die een voornamelijk gastronomische doelstelling hebben. Deze zouden zich eigenlijk dus beter tot Juniperus de jeneverbes kunnen richten. |
|
| Zie het hele artikel, juniperus.doc | |
| Voor hedendaagse gebruiken rond het varken van Antonius, zie pagina. |
| Zoals ik al vermelde, is het meest opmerkelijke ritueel rond de viering van de gedenkdag van Antonius op 17 januari, het slachten van een varken en het consecreren en bij opbod verkopen van de varkenskop, en het eten van varkensvlees. Vooral in de Lage Landen vinden deze offerandes van varkenskoppen plaats. In andere Europese landen, zoals Italië en Spanje, vinden deze offerandes niet plaats, maar wordt er wel varkensvlees gegeten als ritueel onderdeel van de festiviteiten. |
![]() |
Voor varken en zwijn als heilige dieren in Azië, zie de pagina op mijn site |
|
| Heeft u informatie over Antonius Abt, of vragen, neem dan contact op met mij: Dolf Hartsuiker |