![]() |
| 1. Tijdperken, 2. Varken, 3. Vuur, 4. Tau & staf, 5. Klok, 6. Duivel & demonen, 7. Boek & snoer, 8. Hoofd & lijf, 9. Reliekwie |
| 6. Duivel en demonen en engelen | |
| God en Duivel - Geesten en demonen - Egyptische demonen - Fenicische demonen - Griekse demonen - Romeinse demonen - Ethiopische jongetjes - Indiase demonen - Duivels en demonen in de Vita van Antonius - Duivels in de woestijn - Duivels in de necropolis - Spookuur - De Bezoekingen van Antonius - Vrouwen en vrouwelijke demonen - De Verzoekingen van Antonius in beeld - Heksen - Exorcisme en genezingen - Wonderen, hemelse stemmen en visioenen - Verlichting - Duivels en demonen in de iconografie van Antonius - Engelen in de iconografie van Antonius - Andere duivels, demonen, draken en drakendoders |
| God en Duivel |
| Een demon wordt gewoonlijk opgevat als een 'gevallen engel', 'duivel', of 'boze of onreine geest'. Oorspronkelijk was daimon een meer neutraal Grieks woord voor afgod en een vertaling van het Hebreeuwse elilim dat vrij vertaald nul of niets betekent. Hiermee werd in het Oude Testament door de profeten die de afgoderij bestreden spottend aangegeven dat degenen die in aanbidding neervielen voor de elilim van 'steen, hout en metaal' eigenlijk 'niets' vereerden. In de Bijbel wordt verder meegedeeld dat demonen onder leiding staan van de satan of de duivel die als een soort opperdemon kan worden beschouwd. |
![]() |
Voor de inhoudelijke kant van het begrip Duivel, als een entiteit die bijna even machtig is als God, wordt vaak gedacht dat deze van Perzische oorsprong is. In de religie van Zoroaster (1400-600 v.Chr.) staat Ahriman, Heer van het Duister, Ontaarding en Leugen tegenover Ahura Mazda, Heer van het Licht, Goedheid en Waarheid. Maar Aldous Huxley
|
Duivels zijn personen, ieder met zijn eigen karakter, temperament, nukken, stokpaardjes en eigenaardigheden. Er zijn machtswellustige duivels, wellustige duivels, inhalige, trotse en ingebeelde duivels. |
|
Deze gedachte vinden we ook in de Vita van Antonius:
Overigens wordt in de teksten van Antonius en de woestijnvaders niet of nauwelijks gesproken over hel en vagevuur. |
| Geesten en Demonen | |
Frazer in zijn Gouden Tak
|
|
![]() |
De ongelukken die hem treffen, de verliezen die hij lijdt, het verdriet dat hij moet dragen, dit alles wijt hij ofwel aan de hekserijen van zijn vijanden ofwel aan de wrok, de toorn of de grilligheid van de geesten. Hun voortdurende aanwezigheid put hem uit, hun onvermoeibare boosaardigheid maakt hem wanhopig; hij snakt er met onuitsprekelijk verlangen naar helemaal van hen verlost te zijn en keert zich af en toe, in het nauw gedreven en omdat zijn geduld volkomen is uitgeput, fel tegen zijn kwelgeesten en doet een wanhopige poging om de hele meute van zijn land te jagen, om de lucht te zuiveren van hun krioelende aanwezigheid |
| St. Pachomius en twee duivels | |
| "Gesneden beeld" |
| Voor de beeldvorming van de Christelijke Duivel en demonen is vooral gekeken naar de voorbeelden van heidense demonen van Egyptische, Fenicische, Griekse en Romeinse afkomst. Overigens werden niet alleen de demonen gezien als duivelse manifestaties: in feite werden alle heidense goden beschouwd als aspecten van de duivel, bedoeld om de mensheid te misleiden, de kant van de afgoderij op te sturen. De heidense demonen en afgoden vormen een haast onafzienbare rij. Wat ze gemeen hebben is dat het monsterlijke combinaties zijn van dierlijke en menselijke lichaamsdelen. Ik zal even een korte bloemlezing geven. |
| Egyptisch | |
![]() |
Ammit, met het hoofd van een krokodil, de voorzijde van haar lichaam van een leeuw of luipaard, en met haar rug in de vorm van een nijlpaard; de personificatie van de goddelijke vergelding voor alle zonden die iemand gepleegd had tijdens zijn leven. Zij woonde in de onderwereld, nabij de weegschaal van rechtvaardigheid, waar de harten van de doden gewogen werden om getest te worden op waarheid en gerechtigheid. De harten van diegene die de test niet haalden werden aan Ammit gegeven om te verslinden, en zij moesten tot in de eeuwigheid rusteloos ronddwalen. Shesmoe, een man met het hoofd van een leeuw of een havik; god van de kostbare oliën voor schoonheid en balsemen; hij hielp de onschuldige overledenen door ze rode wijn te drinken te geven, maar onthoofdde de zondaar en gooide het hoofd in de wijnpers om het bloed eruit te persen alsof het druivensap was. |
| Fenicia / Kanaän | |
| Baäl, wat "meester", "eigenaar", of "echtgenoot" betekent, werd beschouwd als zonnegod. De aanbidding van Baäl werd dikwijls gekoppeld aan de godin Astarte, zijn vrouwelijke tegenhanger. |
|
|
De aanbidding van Baäl ging niet alleen gepaard met de wellustige praktijken van vruchtbaarheidsculten, maar ook praktijken als het offeren van kinderen (zoals ook bij Moloch). De aanbidders van Baäl aten ook de offers die gebracht werden aan de doden. Eerbare vrouwen werden geacht een tijdje als prostituee te werken in de tempel van Baäl. Het geld dat ze hiermee verdienden werd aan de tempel geschonken. Deze dienstbaarheid aan de tempel eindigde als de vrouw voor het eerst zwanger werd. Astarte werd oorspronkelijk als Moedergodin vereerd in Kanaän met een hoofdtempel in Aphaca. Ze was de hoofdgodin van de Feniciërs, voor wie zij het regeneratievermogen van de natuur vertegenwoordigde, een maangodin, ook aangenomen als 'dochter van Ra' door de Egyptenaren. |
![]() |
| In de latere Joodse mythologie wordt "Ashtoreth, als een vrouwelijke duivel van lust gezien. Ze wordt er dan voorgesteld als een jonge vrouw met koeienhoorns op het hoofd (en soms ook een koeienstaart). |
|
![]() |
Beëlzebub. De naam Beëlzebub is afgeleid van Baäl-Zebub en allebei betekenen ze "heer van de vliegen". Het is een bijbelse spotnaam voor Beëlzebul (afgeleid van Baäl-Zebul) dat "heer van het huis" betekent. In het Nieuwe Testament wordt Beëlzebub/Beëlzebul de vorst van de demonen genoemd, een andere benaming voor de duivel of de satan. Leviathan is een monster stammend uit de oertijd en wordt voorgesteld als een grote, kronkelende zeeslang of onverwoestbare, zevenkoppige walvis-demon en werd gebruikt als het symbool voor de chaos en van antigoddelijke machten en tevens voorgesteld als een koning van leugens. Behemoth is de Oud-Hebreeuwse naam van een reusachtig dier dat beschreven wordt in het boek Job van het Oude Testament. Het wordt gewoonlijk geïdentificeerd met het nijlpaard, en zou de koning der zoogdieren zijn (zoals Leviathan koning der vissen zou zijn). |
| Behemoth en Leviathan, gravure van William Blake. |
| Grieks | |
| Gorgonen, een drietal zussen, van wie Medusa de bekendste is. Zij worden voorgesteld met slagtanden, handen van brons, gouden vleugels en slangen die uit het hoofd groeien in plaats van haar. Medusa had ooit een bijzondere schoonheid. Maar Medusa's mooie haar werd door de godin Athena in een nest kronkelende slangen veranderd. Verder zou eenieder die Medusa in het gelaat keek, ter plaatse verstenen. Sindsdien zou het haar taak zijn zo veel mogelijk mensen te doen verstenen. Cerberus, de "hellehond", een monsterlijke hond met drie koppen en soms met een slang als staart en ontelbare slangenkoppen op zijn rug. Hij was de bewaker van de poort naar de onderwereld en zorgde ervoor dat de doden de onderwereld niet konden verlaten en dat de levenden er niet konden binnentreden. |
![]() |
| Medusa, Arnold Böcklin, circa 1878. | |
| Centaur, een wezen half mens, half paard. Men stelt zich de centaur voor als een paard met in plaats van nek en hoofd een menselijk bovenlichaam. Centauren worden meestal afgeschilderd als brute, beestachtige en handtastelijke wezens. In de Vita van Paulus ontmoet Antonius tijdens zijn tocht door de woestijn een centaur. (Zie ook hieronder) |
|
![]() |
Harpijen ("roofsters"), de drie zeer mooie, gevleugelde dochters van Elektra en Thaumas. Later werden ze vervaarlijke wezens, meestal afgebeeld als roofvogels met scherpe klauwen. Zij hadden echter het gezicht van een oude vrouw en een vuil onderlijf. Sirenen, halfgodinnen met het lichaam van een vogel en het hoofd van een vrouw. Volgens Romeinse auteurs woonden zij op drie kleine rotseilandjes tussen Sorrento en Capri. Ze waren erg knap en zongen zulke mooie liederen, dat de reizigers die hun eiland passeerden de verlokking niet konden weerstaan. Vervolgens liep hun schip dan te pletter tegen de rotsen en werden zij gedood, doordat de Sirenen alle levenskracht uit hun slachtoffers wegzogen. |
| 1660, graveur Matthius Merian, naar J.Jonstons' "Naekeurige Beschryvingh van de Natuur. |
| De hierboven genoemde (half)goden en demonen figureren enigszins in de beeldvorming van de Christelijke duivel en demonen, maar de hieronder volgende, de Griekse Pan en saters, en de Romeinse Bacchus en faunen, zijn in de huidige context toch wel de belangrijkste afgoden / demonen want vooral hun gestalten werden overgenomen om de duivel af te beelden. |
![]() |
Pan is de Griekse god die waakt over herders en hun kudden. Verder is hij de god van het vee en het dierlijk instinct. Hij heeft het onderlijf en de hoorns van een geit of bok, maar een menselijk bovenlijf. Verder heeft hij een lang smal gezicht, een grote neus en geile oogjes. Pan is de bekendste van de saters of saters, vrolijke en ondeugende boswezens, behorend tot het gevolg van de god Dionysos. Bokkenstaart, -poten, -oren en ithyphallus (opgerichte p^nis) behoren tot hun fysieke kenmerken. De sater staat bekend om zijn lust voor wijn en het verleiden van nimfen. Hij wordt ook vaak in het bos, spelende op een (pan)fluit afgebeeld. De saters lieten instinct boven rede gaan, anarchie boven orde, extase boven ascese, overvloed boven matigheid. Zij waren, net als de vrouwelijke volgelingen, de Maenaden, ongeremde en lustige wezens. Het andere wezen dat Antonius tijdens zijn tocht door de woestijn ontmoet, zoals beschreven in de Vita van Paulus, is een Pan of sater-achtig wezen (zie beneden). |
| Een sater omringd door nimfen, 1873, van William-Adolphe Bouguereau1825-1905. | |
| Maenaden zijn nimfen die Dionysos (god van de wijn, het plezier en de dans) vergezellen en vereren. De maenaden dragen lange gewaden en dierenvellen. Vaak worden ze afgebeeld met een kroon van wijnranken. Ze staan bekend als gestoorde vrouwen ("in Bacchische vervoering") die wilde dansen uitvoeren en toegeven aan grof geweld, seks, drank en verminking. Hun voedsel bestaat uit rauw vlees, dat zij met blote handen van hun slachtoffer afscheuren. Bij de Verzoekingen van Antonius door wulpse vrouwen moeten we toch vooral aan dit soort bacchanten denken. |
|
| Romeins | |
| Bacchus is in de Romeinse mythologie de God van de wijn, de seksuele vrijheid en de vruchtbaarheid. Bij de Grieken is hij voornamelijk bekend onder de naam Dionysos. Hij werd voorgesteld als een naakte of halfnaakte jongeman, vaak met een kroon van klimop en vergezeld van Ariadne of van een panter. Hij trok met een stoet van dieren rond om de mensen de teelt van fruitbomen en vooral van de wijnstok te leren. Hij trekt rond in gezelschap van bacchanten en saters en brengt niet alleen dronkenschap, maar ook beschaving en inspiratie in de schone kunsten. |
![]() |
Een faun is een wezen waarvan vooral de mannen worden afgebeeld als bezitters van hoorns en bokkenpoten. Later werd hij vaak als bosgod voorgesteld. Faunus is in de Romeinse mythologie een oude natuurgod, die later gelijkgesteld wordt aan Pan. Faunus is de beschermer van het vee en de akkers, en brengt dan ook vruchtbaarheid. De Faunen nemen later zijn plaats in. | ![]() |
| Ethiopische jongetjes en afzichtelijke Ethiopiërs |
| Niet alleen de heidense demonen, afgoden of goden waren manifestaties van de Duivel, ook de heidenen zelf konden door de vroeg-christelijke woestijnvaders beschouwd worden als 'bezeten' door de Duivel. Sommige streken en dorpen waren nog volledig heidens, andere pas onlangs gekerstend. En de Christelijke monniken en asceten traden zeer evangelisch op, gingen de strijd aan met de nog aanwezige heidenen en hun afgoderij. Zo zou de duivelse kleur zwart wel eens zijn oorsprong gehad kunnen hebben in de minachting voor de heidense volkeren, die veelal (in de Christelijke optiek in ieder geval) zwart waren, zoals blijkt uit de Ethiopische jongetjes die door Antonius en de woestijnvaders waargenomen worden als manifestaties van de Duivel. Of zou het juist andersom zijn, en zijn de Ethiopiërs duivels omdat ze zwart zijn, zwart als de afwezigheid van het licht? Omdat Antonius de eerste 'asceet' en voorbeeld was, eerst een citaat uit de Vita:
|
|
|
Een passage van Abba Apollo (of Apollonius)
|
![]() |
| Verzoeking van Antonius, c. 1515, Joachim Patinir, Museo del Prado, Madrid. | |
Ga dan naar de plek waar ze wonen en je zult voor mij een bijzonder en perfect volk stichten dat streeft naar goede werken.' Het beeld dat hier in deze passage wordt opgeroepen is dat van de duivelse trots, als een soort zwarte pad die in de keel zit, en die door de Abba zelf uitgedreven wordt, maar dan gecombineerd met een schuldgevoel, omdat de aangekondigde evangelisatie gericht is tegen de Egyptenaren en Babyloniërs, wat eigenlijk een soort vernietiging inhoudt van die volkeren, hun wetenschap en hun godsdiensten. De schuld wordt dan getemperd door deze Ethiopiërs, dat wil zeggen zwartjes, een minderwaardig soort mensen, als duivels en demonen te zien of te betitelen. En die mag je of zelfs moet je bestrijden.
|
|
| Een variant hierop komen we ook weer tegen in de Gesprekken van Cassianus, wat toch wel aantoont hoe wijdverbreid dit vooroordeel was, Daar is dan sprake van "de duivel, in de gedaante van een afzichtelijke Ethiopiër" en van "een afzichtelijke Ethiopiër ... gloeiende pijlen op hem afschietend". | |
| India | |
| Tenslotte nog een opmerking over het Hindoeïsme (en Boeddhisme). |
|
| De Duivel is toch wel een typisch Christelijke figuur die, net als in de andere heidense religies, in het Hindoeïsme geen vergelijk kent. Er zijn daar wel demonische figuren en kwade geesten, maar vergeleken met de goden zijn ze niet erg geducht. Bovendien zijn de goden zelf veel meer gevarieerd van karakter dan de goede God van het Christendom; ze hebben positieve zowel als negatieve trekken. Eventuele verzoekingen zijn in het Hindoeïsme in het algemeen dan ook veel minder diabolisch van aard. Er is een episode in het leven van Shiva waar hij, vermomd als rondtrekkende asceet, wordt verleid door de echtgenoten van in het woud levende rishis (of andersom, waar hij de echtgenoten verleidt), waarvoor hij als straf zijn p^nis verliest, die dan daarna zelfstandig door het leven zal gaan als zijn lingam. En er zijn de verzoekingen van de Boeddha, die vlak voor zijn verlichting onder de bodhi boom, verleid dreigt te worden door een viertal nimfen, die symbolisch zijn voor verontreiniging, gehechtheid, jaloersheid en twijfel, en verward dreigt te worden door Mara, een kwade geest, met arrogantie, haat en meer van dergelijke negatieve gevoelens. |
![]() |
![]() |
En wat Indiase invloeden op de beeldvorming van de Christelijke duivel betreft, wil ik niet uitsluiten dat de gehoornde god van de Indus vallei cultuur (rechts) hiervoor model heeft gestaan, misschien zowel in eerste instantie voor Pan, als wellicht later ook direct. Vooral waar de Duivel wordt afgebeeld met hoorns en een kaars daartussen, en met een opgerichte p^nis. | ![]() |
| Duivels en demonen in de Vita van Antonius |
Jarenlang levert Antonius strijd met de demonen; hij overwint hen uiteindelijk, want:
Antonius geeft pagina's lang instructies aan zijn leerlingen hoe zij de duivels en demonen moeten herkennen en bestrijden.
|
![]() |
[§ 9] Toen riep hij zijn hellehonden bij elkaar ... Toen het nacht was geworden, maakten de demonen zo'n ontzettend lawaai dat het wel leek of die hele plaats door een aardbeving werd getroffen. De demonen leken de vier muren van zijn vertrek te doorbreken en erdoor naar binnen te komen, waarbij ze het uiterlijk van wilde beesten en kruipende dingen hadden aangenomen. |
[§ 13] Bekenden die hem kwamen opzoeken ... hoorden dan een geluid dat klonk als lawaaierige menigten die binnen veel herrie maakten en jammerkreten lieten horen ... De mensen buiten dachten aanvankelijk dat er mannen met hem aan het vechten waren... maar toen ze door een gat naar binnen keken, zagen ze niemand en beseften toen dat het demonen waren ... |
[§ 23] Want als zij het hart niet openlijk kunnen verleiden met smerige pleziertjes, komen zij in een andere vermomming en verwekken zij hallucinaties en proberen schrik aan te jagen door te veranderen van gedaante en de gestalte van vrouwen aan te nemen of die van wilde dieren, of kruipend ongedierte, of reusachtige lichamen, of afdelingen soldaten. |
|
| Demonen kwellen de Heilige Antonius. Niklaus Manuel Deutsch, 1520. Kunstmuseum, Bern. | |
[§ 39] Op een keer kwamen ze dreigend naderbij en omringden mij als soldaten in volle wapenrusting. Een andere keer vulden ze het huis met paarden, wilde beesten en kruipend ongedierte... |
| Duivels in de woestijn |
| Antonius vestigde zich expres op plaatsen waar hij demonen kon verwachten. De woestijn stond algemeen bekend vanwege de vreemde creaturen die je er kon tegenkomen. Een aardige beschrijving van de vreemde wezens die je daar tegen komt, zelfs op een korte wandeltocht van een paar dagen, vinden we in de Vita van Paulus. Antonius is op weg naar Paulus, lopend door de woestijn, en is eigenlijk op zoek naar Paulus want niemand weet precies waar hij woont.
|
|
![]() |
De biograaf van Paulus, kerkvader Hiëronymus was blijkbaar niet erg verbaasd over de aanwezigheid van deze centaur in de woestijn. Zoiets kan je daar verwachten. Ook Antonius spreekt het vreemde wezen aan alsof hij zulke wezens elke dag tegenkomt. Maar helemaal zonder verbazing is hij toch ook weer niet. En dan komt hij nog een vreemd wezen tegen, waar hij wel een beetje bang voor is. |
| Saint Antoine et le centaure. Luini Bernardino. École lombarde. Louvre. | |
Men in ieder geval kerkvader Hiëronymus geloofde dat deze wezens echt bestonden, als creaturen van vlees en bloed.
In hun keuze voor de woestijn als plaats van meditatie en leven volgden Antonius en Paulus natuurlijk ook Jezus na, die veertig dagen vastend in de woestijn had doorgebracht, waar Hij de drie verzoekingen door de satan had weerstaan (Matteüs 4,1). Ook al zou hij daar volgens de bijbel door de Geest van God heen zijn gebracht, het lijkt er toch meer op dat Hij de confrontatie met de duivel expres had opgezocht. En dat Hij met zijn ascetisch verblijf in de woestijn Johannes de Doper weer navolgde. |
|
![]() |
[§ 10] Ook op dat moment was de Heer de worsteling van Antonius niet vergeten maar schoot hem te hulp. Want toen hij omhoog keek, zag hij het dak als het ware opengaan en een lichtstraal naar hem neerdalen. En de Heer sprak zelfs met hem:
|
| De drie verzoekingen van Christus door Satan. Alexander Master (illuminator). | |
Overigens moeten we het begrip "woestijn" niet al te letterlijk nemen, in een voorstelling van zand, stenen en kale rotsen. In feite verbleef Antonius (en verbleven vele ander "woestijnvaders") in een oase zij het wel omgeven door de woestijn met een klein riviertje of bron en met bomen en begroeiing.
|
|
| Duivels in de necropolis |
| Een andere gegarandeerde ontmoetingsplek voor geesten en demonen was een graftombe, dus, zoals ik op de Antonius-Vita-pagina ook heb gesteld, was de keuze van Antonius voor een verblijf in zo'n necropolis niet toevallig of origineel maar was het waarschijnlijk ook toen al een oude traditie in Egypte, met zijn verering van de doden en het vaste geloof in een leven na de dood. |
|
Necropolis van Bagawat |
Voor een kluizenaar was een bijkomend voordeel van deze plekken zowel woestijn als necropolis dat je er weinig volk zou aantreffen, bang als men was voor de spoken die er rondwaarden. Daarenboven was zo'n plek een powerspot niet alleen een ontmoetingsplek voor geesten van kwade aard, maar ook een plek waar goede geesten, engelen, zich mogelijkerwijs konden ophouden. De 'scheiding' tussen aarde en hemel zou op zo'n plaats 'dunner' zijn en makkelijker overbrugd kunnen worden. En er was ongetwijfeld ook een praktisch aspect: een necropolis een 'stad voor de doden' is anders dan 'onze' begraafplaatsen met alleen zerken; de graftombes zijn eerder kleine huisjes, zeer geschikt voor een onthechte kluizenaar om te wonen. |
| Het verblijf van Antonius (en andere Egyptische asceten voor hem) in de necropolis zowel als het favoriete tijdstip voor de meditaties komt overeen met de Indiase ascetische praktijk van het verblijf op de shmashana, de crematieplaats, wat voor dezelfde reden, ook nog door hedendaagse sadhoes, gedaan wordt. Sadhoes die dit als kern van hun ascese nemen, worden aangeduid als Aghori's. In de mythologie van Shiva wordt hiervan ook gewag gemaakt: de crematieplaats is zijn favoriete verblijfplaats waar hij de diepste meditatie bereikt, in het gezelschap van geesten en 'demonen'. Zoals het staat in de Mahabharata: de crematieplaats, die met haar en beenderen was bedekt, vol schedels en hoofden, met zwermen gieren en hordes jakhalzen, met honderden brandstapels, een smerige plek die met vlees was bedekt, een moeras van merg en bloed, hier en daar bergen van vlees, waar de schreeuwen van jakhalzen weerklonken. "Er is niets zuiverder dan een crematiegrond," verklaarde Shiva. De menigten geesten en spoken die zijn metgezellen waren, hielden ervan daar te vertoeven, en Shiva hield er niet van ergens zonder hen te verblijven (MBh.13.128.13-16, 18). |
![]() |
| Shiva met zijn vrouw Shakti, zoon Ganesh en Nandi de stier, op de crematieplaats, een ketting van schedels rijgend. | |
| Alleen helden kunnen daar verblijven, helden die de dood hadden getart en waren bevrijd van hartstochten en vrees voor de dood. En degenen die de vreselijke spoken vreesden waren bestemd om buitenstaanders te blijven. | |
![]() |
Shmashana markeert het einde van de fysieke fase van het leven. De dood is een eerste vereiste voor elke nieuwe schepping, een 'sterven uit het leven' markeert het begin van het spirituele leven. Een 'tweede geboorte', wat trouwens ook zo wordt opgevat in het Christendom, zodat de sterfdag van Antonius, 17 januari, wordt gezien als zijn geboortedag. En door het vuur van de crematie wordt de mens gereinigd en getransporteerd naar het hiernamaals. Een crematieplaats wordt dan ook wel betiteld als "Swargadwar", 'Poort naar de Hemel'. Nu zijn de demonen in het Hindoeïsme wel anders van aard dan die in het Christendom. Juist omdat in het de opvatting van een "goede God" bestaat, moet er, ter verklaring van het kwaad in de wereld, ook een "kwade Duivel" bestaan. In het Hindoeïsme hebben de goden zowel goede als kwade eigenschappen, en is een aparte "kwade genius" niet noodzakelijk. Evenzogoed zijn er wel kwade geesten en demonen, maar deze zijn minder elementair van aard. Meer als de spoken in het Westen, de geesten van overledenen, plaaggeesten. |
| In het hoofdstuk over het Vuur is er een beeld van Shiva Nataraja die danst, staande op de dwerg of demon Apasmara, symbool van de onwetendheid. En hier links zien we een soortgelijke verbeelding, een reliëf in de Shiva tempel te Kanchipuram. |
| Spookuur |
Tenslotte was er naast de keuze van een optimale plaats als woestijn of graftombe, ook nog de keuze van de optimale tijd om demonen tegen te komen. Zoals iedereen weet begint het na twaalf uur 's nachts te spoken, en de asceten staan dan ook vaak midden in de nacht op om te gaan bidden en mediteren.
Een ander aspect van dit 's nachts waken en bidden is slaapdeprivatie. Een verminderde behoefte aan slaap zou een gevolg zijn van de ascetische praktijken de verregaande ontspanning als gevolg van meditatie bijvoorbeeld zou beter doen uitrusten dan slaap maar opzettelijk wordt niet als ascetische methode gehanteerd. En wanneer er sprake is van opzettelijke slaapdeprivatie, dan doet de asceet dat omdat het visioenen of hallucinaties bevorderd. |
|
Gibbon
|
| De Bezoekingen van Antonius door demonen |
| Wat we in de Vita kunnen lezen en op de schilderijen en sculpturen kunnen zien, is dat duivels en demonen (maar ook de engelen) als een soort realiteiten werden opgevat, bijna als wezens van vlees en bloed die onder hen leefden. | |
| Zeker in de Vita, waar Antonius lichamelijk een geseling ondergaat, die zichtbare striemen achterlaat, moet het toch een fysiek wezen zijn geweest dat hem zo toetakelde. Hoewel Antonius stelt [§ 31] dat "zij ijler van lichaam zijn dan de mens..." Meer psychologisch geredeneerd, zou je kunnen zeggen dat er geen duidelijke grens was tussen fantasie of hallucinatie en werkelijkheid, of dat die grens op een ander punt getrokken werd dan in onze tijd het geval is. |
![]() |
| Verzoeking van St. Antonius (ca. 1500) Bernardino Parenzano, Galleria Doria-Pamphili, Rome. Eigenlijk is hier van een 'verzoeking' geen sprake; is het eerder een bezoeking, een terreur van demonen. |
|
| Er kan nog wel een onderscheid gemaakt worden tussen demonen die "echt van buiten" komen, en demonen die "vleesgeworden" manifestaties zijn van de eigen lusten, verlangens en andere kwade denkbeelden, en die "buiten" het individu geprojecteerd worden. Maar hoe dan ook, de hallucinanten in die tijd moeten ervan overtuigd geweest zijn dat hun "visioenen" (wat dus geen visioenen waren in de huidige betekenis die wij eraan geven) plaats vonden in de realiteit. En dit geldt zowel voor Antonius die in de 4e eeuw leefde, als de lijders aan het Antoniusvuur en het volk in het algemeen die in de Middeleeuwen leefden. Dus de literaire getuigenis van het leven van Antonius en de schilderijen van hem waarop hij met demonen staat afgebeeld, moeten we dus opvatten als een soort "realisme" en niet als "fantasie". In de meer toegepaste kunst wordt dit dan symbolisme met een realistische grondslag. |
|
| Antonius was een mysticus die min of meer streefde naar "visioenen" en de strijd met de demonen die dan ook konden verschijnen op de koop toe nam. | |
![]() |
Voor de lijders aan het Antoniusvuur, wie het 'zomaar' overkwam (als pest en als straf van God), lag dat natuurlijk geheel anders, en zij moeten vooral vreselijke angsten (naast de lichamelijke pijnen) uitgestaan hebben, angsten die het demonische karakter verder nog versterkten als in een vicieuze cirkel. Dat ze zich dan juist met deze ziekte tot Antonius wenden, die de demonen overwonnen had, is dan ook zeer begrijpelijk. Dat is dan ook vooral wat gesymboliseerd wordt door de voet van Antonius die het duiveltje vertrapt. Het is niet zozeer de overwinning van Antonius op het kwade (zijn 'eigen' kwaad), maar eerder de overwinning van de demon die de gelovige kwelt (het kwaad van de gelovige). |
| De Bezoekingen van Antonius door demonen | |
| In de schilderkunst worden veelal in de Verzoekingen wellustige vrouwen afgebeeld, maar de beelden die hierin worden opgeroepen, geven de ook de mogelijkheid allerlei angstvisioenen weer te geven, en hierbij denken we natuurlijk vooral aan Jeroen Bosch, die ook vaak andere mogelijkheden aangreep om duivels, plaaggeesten en hellepoorten te schilderen. Het zijn actieve demonen die worden afgebeeld, niet onderworpen, maar meestal juist, zo lijkt het tenminste, aan de winnende hand. De picturale invulling van de Verzoekingen of Bezoekingen werd meer bepaald door de tijdgeest in combinatie met de persoonlijke preoccupatie van de kunstenaar dan door een reconstructie van de ervaringen van Antonius zelf, voorzover die naar voren komen uit zijn levensbeschrijving. |
|
| Hl. Antonius op het Dresdner Altar, linker zijvleugel. Albrecht Dürer, 1471-1528. Gemäldegalerie, Dresden. | |
| Vrouwen en vrouwelijke demonen in de Vita van Antonius en andere woestijnvaders |
|
In het algemeen was de houding van de asceten vrouw-onvriendelijk, om het zacht uit te drukken. |
![]() |
| The Temptation of Saint Anthony, 1897. John Charles Dollman (1851-1934) | |
| Zoals blijkt uit de Vita van Antonius: | |
|
|
| Ook de fantasie van Hilarion, de leerling van Antonius, werd door de Duivel in vrouwelijke gedaante geprikkeld, zoals blijkt uit zijn Vita: | |
![]() |
|
| De Verzoeking van Sint Hilarion. Dominique-Louis-Féréal Papety. 1843-4 | |
| Antonius en Hilarion konden weerstand bieden aan de duivelse verleidingskunsten, maar andere woestijnvaders bezweken voor de Duivel, zoals beschreven in de Historia Lausiaca (een aantal Levens daaruit zal ik nog eens op deze site plaatsen). Zo is er het verhaal verteld door Abba Johannes van Lycus |
|
|
![]() |
| Verzoeking van de heilige Antonius. Paul Cézanne 1867-1869. Verzameling E. G. Bührle, Zürich. | |
Een andere vergissing was haar diepgaand te ondervragen, Zij vertelde hem een lang verhaal, doorspekt met allerlei soorten vleierij en misleiding, en rekte haar conversatie over lange tijd uit. En zo wist ze hem tot gedachten van liefde te verleiden. Ze kletsten met elkaar, lachend en giechelend. |
|
| Gebeden hielpen niet altijd tegen de Verzoekingen. Extreme voorbeelden van de maatregelen om de Duivel der Hartstocht te overwinnen, vinden we bij Macarius van Alexandrië |
|
![]() |
(1) Toen hij eens door de demon van de ontucht werd geplaagd, veroordeelde hij zichzelf er toe om zes maanden naakt in het moeras van Sketis te gaan zitten dat in de grote woestijn ligt. Dat is namelijk een plek waar de muskieten zo groot zijn als wespen en zelfs de huiden van wilde zwijnen verwonden. Hij werd daar zo over zijn hele lichaam gestoken dat hij zulke builen kreeg dat je zou kunnen denken dat hij aan lepra leed. Toen hij na zes maanden terugkeerde naar zijn cel, kon men alleen aan zijn stem nog merken dat hij Macarius was. |
| De Verzoekingen van Antonius op een postzegel van de Faeröer eilanden. 1997. | |
|
Onthoudingen kunnen dus juist sterke fantasieën oproepen over datgene dat onthouden wordt. De opgave van de asceet zou dan zijn deze fantasieën in een mystieke richting om te buigen en je er met eenzelfde soort fascinatie of obsessie op te blijven richten. Vandaar dus al die Verzoekingen van wulpse vrouwen! |
|
![]() |
|
| The Temptation of St. Anthony. Henri Fantin-Latour, The National Museum of Western Art, Tokio. | |
|
Zoals Antonius het zegt:
Voorkómen is beter dan genezen, dus vrouwen mochten in het algemeen niet in de buurt van de asceten komen. Hele sterke staaltjes hiervan zijn te lezen in de Historia Lausiaca en Historia Monachorum, maar ook in de Vita van Antonius is wel een voorbeeld te vinden:
|
![]() |
| La tentation de Saint Antoine; 1897; Lovis Corinth; München, Bayrische Staatsgemäldesammlungen. |
|
En hieronder zien we iets van de benadering (of beter het gebrek daaraan) van de al eerder genoemde Abba Johannes van Lycopolis
Zelfs je eigen moeder mocht niet te dicht in de buurt komen, zelfs niet als ze op sterven na dood was. Zoals blijkt uit de Vita van Simeon:
|
| De Verzoekingen van Antonius in beeld |
| Hoewel dus meestal over "de Verzoekingen" wordt gesproken is het zinvol om een duidelijk onderscheid te maken tussen Verzoekingen (door wellustige vrouwen, goud, spijzen, bezit, etc,) en Bezoekingen (door monsters, duiveltjes en demonen). Zo zien we dat In de schilderkunst de duivel vaak (of meestal zelfs) de gestalte van verleidelijke vrouwen aanneemt, iets wat in de grafische kunsten en sculpturen in het geheel niet voorkomt. Ook in de andere kunsten zoals muziek, opera, literatuur en toneel zijn deze soort "verzoekingen" van Antonius zijn zeer talrijk. |
|
![]() |
In de sculptuur ontbreekt deze voorstelling vrijwel geheel. De enige uitzondering daarop lijkt de sculptuur van Auguste Rodin te zijn, La Tentation de Saint Antoine, in het Musée des Beaux-arts te Lyon. Net als in de schilderkunst echter, is dit een relatief modern kunstwerk. In de Middeleeuwse kunsten kwamen deze voorstellingen niet voor. |
| Enigszins cynisch geredeneerd (maar daarom niet minder waar) gaven deze Verzoekingen de kunstenaars de kans zich eens uit te leven in onderwerpen en beelden die normaliter door de Kerk verboden waren, hoewel ze zich ook dan niet alles konden veroorloven. Heel veel kunstenaars die de Verzoekingen van Antonius door wulpse dames schilderden het aantrekkelijke van de Verzoekingen hebben zich laten inspireren door het toneelstuk van Flaubert. Overigens wordt in dat toneelstuk door Hilarion flink wat ongezouten kritiek op Antonius geleverd! Hij wordt hier neergezet als een hypocriet, die zich met al zijn ascese alleen maar wil verlustigen.
|
![]() |
De Verzoeking van Sint Antonius. Alexandre Louis Leloir, 1871. |
| Heksen |
![]() |
|
| De verzoeking van de Heilige Antonius de Heremiet, 1550, door een navolger van Bosch. Noordbrabants Museum, s-Hertogenbosch. (Zie ook het beroemde drieluik De Verzoeking van Antonius) | |
|
Het is niet te verwonderen dat Antonius als succesvol bestrijder van de Duivel ook in de Malleus Maleficarum, ofwel Heksen Hamer, wordt genoemd, maar toch zijn rechtstreekse verwijzingen naar hem zeer summier. De drie verwijzingen betreffen de wijze waarop men de vermommingen van de Duivel kan herkennen (1.IX), of hoe en wanneer de Duivel een mens kan beïnvloeden (2.VII & 2.II) |
|
![]() |
Het is de duivelskoningin uit het Vaderboek, die hem, behalve met haar schoonheid, met geschenken probeert te verleiden. Op haar hoofd draagt ze een kap met horentjes; in haar linkerhand houdt ze een zalfpot, symbool van ijdelheid, het attribuut van Luxuria (Wellust). De zalfpot, die ook te zien is op het Retable des Saints et Martyrs uit de 14e eeuw in Dijon, doet mij denken aan Maria Magdalena. |
| De verzoeking van de heilige Antonius, Lucas van Leyden; 1509; kopergravure; Teylers Museum, Haarlem & Musée du Louvre. | |
| Exorcisme en genezingen |
| Zoals ik hierboven al vermeldde, werd de strijd van Antonius met de demonen in de woestijn, de graftombe en tijdens het spookuur, die op een ander niveau beschreven kunnen worden als het weerstaan van de Verzoekingen, beloond met een hemels visioen, de stem van de Heer. Maar dat was niet de enige beloning. Er waren nog meer hemelse visoenen, stemmen van engelen, en bovennatuurlijke wonderen. En er waren de genezingen. Wat dat laatste betreft, moet eerst opgemerkt worden dat Antonius wel tegen de duivel en demonen streed (en met succes) maar niet door hen bezeten werd (of ooit door hen bezeten was geweest). Een beschrijving van bezetenheid vinden we bij Huxley
|
|
![]() |
Bezetenheid was in de tijd van Antonius ook zeker een vaak voorkomend verschijnsel, en een belangrijke rol van hem was dan ook die van exorcist, en aangezien er niet zoveel onderscheid werd gemaakt tussen aandoeningen van het lichaam en aandoeningen van de geest of ziel, was hij dus ook geneesheer.
|
In de Vita geeft hij aan de Griekse wijsgeren een demonstratie van zijn geneeskunst en duivelsuitdrijving door in hun bijzijn enkele bezetenen te exorciseren.
Maar met gepaste bescheidenheid voegt Antonius en Athanasius eraan toe:
|
|
| Antonius gebruikte zijn exorcisme niet alleen om de duivel te verslaan maar hij wilde zo ook de heidense afgoderij uitroeien en het ware geloof ertegenover stellen. | |
![]() |
En in zijn toespraak tot de Griekse filosofen [§ 74-80] zegt Antonius o.a.:
|
| Antonius vertrapt de duivel in Solt | |
|
Athanasius besluit de Vita van Antonius met:
|
|
| Wonderen, hemelse stemmen en visioenen in de Vita van Antonius |
|
In de Vita zelf verschijnen geen zichtbare engelen aan Antonius; wel in de 'vaderspreuken', maar die laat ik maar even buiten beschouwing. De hemelse stemmen zijn al engelachtig genoeg, en het is ook wel in overeenstemming met de waarneming van de demonen, die ook overwegend van auditieve aard is. |
|
Enkele wonderen van Antonius:
Hemelse stemmen en visoenen van Antonius:
|
![]() |
Toen sprak de stem tot hem: ...als je werkelijk in de stilte wilt leven, trek dan nu dieper de woestijn in. Toen zei Antonius: Wie zal mij dan de weg wijzen? Want die ken ik niet. De stem wees hem toen onmiddellijk op een paar Saracenen ... En alsof ze een opdracht van de Voorzienigheid hadden gekregen, namen ze hem bereidwillig op. |
| Madonna con Bambino e S. Antonio Abata, 1540-45. Alessandro Bonvicino, detto Il Moretto. Museum van Liechtenstein. |
[§ 60] ... toen hij weer eens op de berg zat, sloeg hij zijn ogen op en zag dat iemand in de lucht omhoog gevoerd werd en dat er veel vreugde was bij hen die hem ontmoetten. Verwonderd en veronderstellend dat een dergelijk gezelschap gezegend is, bad hij om te mogen weten wat dit toch was. En onmiddellijk kwam er een stem tot hem: "Dit is de ziel van Ammoen, de monnik in Nitrië. |
| Verlichting |
Na al deze gevechten met duivels en demonen, hemelse stemmen, visioenen, gesprekken met de Heer en wonderen, lijkt het wel op zijn plaats ons eens af te vragen wat voor soort godsbeleving Antonius had, hoe Verlicht hij was en wat voor soort Verlichting dat was. Daartoe zal ik eerst een stukje van Aldous Huxley citeren, waarin hij het verschil tussen een persoonlijke God de magisch-devotioneel-religieuze opvatting en een 'immanente' godheid de (devotioneel)-mystieke opvatting uiteenzet
Nu lijkt me dat we de realisatie van deze metafysische theorie ook weer niet moeten overdrijven. Ook in India zullen de meeste asceten en mystici toch vooral met persoonlijke goden in de weer zijn geweest, dus vooral in de devotionele sfeer, kortom met bhakti. En zo bleef de metafysische theorie grotendeels speculatie en geen ervaring.
|
![]() |
Hier stelt Huxley het eventuele Christelijke mysticisme wel zeer voorzichtig, en met recht, want dat is toch eigenlijk alleen tussen de regels lezend eruit te halen. Het wereldverzakende aspect is veel evidenter, en hier en daar leest de Bijbel als een handboek voor ascese, zoals teksten daaruit ook Antonius tot de ascese wisten aan te zetten:
|
| Christus verschijnt aan Sint Antonius Abt tijdens zijn Verzoeking. ± 1598. Annibale Carracci 1560 - 1609. |
|
Weer verder met Huxley:
Dit laatste betwijfel ik; waarschijnlijk begint dat pas bij of na Augustinus, die via Plotinus in contact is gekomen met het Hindoeïstische gedachtengoed. Als laatste punt wil ik even de Verlichting van Antonius aanroeren.
|
| Duivels en demonen in de iconografie van Antonius |
| Duiveltjes of demonen als iconografische attributen van Antonius komen zowel in de toegepaste kunst als in de schilderkunst voor, maar wel met verschillende accenten in functies en plaatsen. Als er een demon voorkomt in een sculptuur, dan ligt deze te kronkelen onder een voet van Antonius, duidelijk 'verslagen' of letterlijk onderworpen. |
Sint Antonius Abt. Toegeschreven aan Niclaus van Haguenau, Straatsburg, ca. 1500. The Cloisters Collection. |
De heilige Antonius als heremiet. Lucas Cranach de Oude. ± 1520/25. Leitmeritz/Biskupstvi Litomericke Tsjechische Republik. |
|
| In de schilderkunst zijn de duiveltjes en demonen vrijwel altijd actief, met pesten of 'verleiden', met trekken en sjorren aan Antonius, of elders drukte makend in de ruimte rondom. | |
| In grafische afbeeldingen (zoals veelal in manuscripten) komen beide voorstellingen voor, zowel de actieve als de onderworpen duiveltjes en demonen. | |
| Het varken van Antonius is geen demon, staat niet symbool voor de duivel of overwinning van de lusten, maar is zijn assistent in zijn relaties met de Onderwereld. |
| Wat ik bij het hoofdstuk over het varken al zei, wil ik hier nog benadrukken. Er worden in de Vita wel dieren genoemd als vermommingen voor demonen, voornamelijk wilde dieren, maar het varken of het zwijn zijn daar niet bij. | |
![]() |
Ook in de beeldende kunsten blijkt het varken náást de demonen voor te komen, en dan gewoonlijk zachtaardig, zeker niet demonisch, afgebeeld, wat verder nog eens duidelijk maakt dat het varken geen vermomming is van een demon of van demonische 'lusten' zoals door oppervlakkige beschouwers van de Antonius iconografie vaak beweerd wordt maar dat het een heel eigen positie inneemt. Maar in het algemeen zijn er in de iconografie van Antonius toch betrekkelijk weinig duivels en demonen te bekennen. Dat geldt zeker voor de toegepaste kunst, maar ook in de schilderkunst is het alleen maar in een bepaalde periode en bij bepaalde schilders dat demonen als zodanig herkenbaar veelvuldig afgebeeld worden. Dat is merkwaardig omdat in de Vita duivels en demonen een zeer prominente rol spelen. In feite komen de woorden 'duivel' en 'demonen' en soortgelijke vaker voor in de Vita dan woorden als 'engel', 'Heer', 'God' en dergelijke. |
| De aanvallen van de demonen. Horae ad usum Romanum. 15e eeuw. Bibliothèque Nationale de France, Parijs. | |
![]() |
Een vertrapte duivel of demon vinden we ook onder de voeten van Jezus, die op deze afbeeldingen de hel bezocht om de zielen te bevrijden. |
| Hieronder zien we een aantal Antoniusbeelden in Duitsland, waar hij de duivel of demon vertrapt. Het zijn er nogal veel. Dat in tegenstelling tot de Lage Landen (en andere Europese landen) waar je deze demonische verbeelding of voorstelling niet zo vaak tegenkomt. Wat Vlaanderen betreft, heb ik dit alleen in Solt gezien, als de muil van een duivel of demon aan de voeten van Antonius. Ook in Frankrijk is de vertrapte demon een zeer zeldzaam attribuut. |
|||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| Kerk in Kappenberg. Gotisch. | Kapel in Hövel. Gotisch. | Parochiekerk in Havixbeck. Gotisch. | Antoniuskapel van Horstmar. Voor 1770 |
| Antonius vertrapt overigens niet alleen maar een demon, maar ook een wezen dat symbool staat voor het heidendom, want zeker in die tijd waren heidendom en satan vrijwel synoniem. De heidense afgoden waren afgezanten van de duivel. Dus Antonius overwint niet alleen de duivel maar hij roeit ook heidense afgoderij uit. | |||
![]() |
De Antonius kapel, bij Heide, Venraij. Gewijd aan Antonius Abt en Alfonsus de Liguori. |
| Antonius wordt afgebeeld met een groene draak onder zijn voeten, duidelijk in het stadium van overwonnen te worden, een opvatting van het duivelse 'attribuut' die in Nederland niet (vaak) getoond wordt. De inspiratiebron voor deze draak is het 16e eeuwse beeld van de kapel Veltum, en dat heeft de draak. Die staat voor de duivel en het kwaad, dat Antonius bestreed. Het varkentje helpt hem overigens door de draak in een oor te bijten. |
| Engelen in de iconografie van Antonius |
| Hoewel engelen als zodanig niet voorkomen in de Vita, en evenmin echt behoren bij de cultus rond Antonius, spelen ze toch wel een bescheiden rol in de beeldvorming van Antonius. |
![]() |
De schildering (links) toont hoe de demon onder de voeten van Antonius wordt vertrapt en vernederd. Maar in contrast met de vertrapte demon zien we ook nog twee engelen. Deze afbeelding komt uit het Liber vita sanctissimi Anthonii Abbatis, een verzameling van 200 afbeeldingen van het leven van Antonius, die in 1426 werd vervaardigd. Er zijn twee exemplaren van: één in de bibliotheek van Malta, en één (waaruit de hier getoonde afbeelding) in de Biblioteca Medicea Laurenziana in Florence, die in opdracht van de toenmalige abt van de Antoniaanse commanderie van Chambéry, broeder Jean de Montchenu, in ± 1432 werd vervaardigd, en die op deze afbeelding het boek opdraagt aan Antonius. |
| Een interessant detail in de afbeelding hierboven is de mantel van gevlochten riet of palmbladeren die Antonius draagt, een kledingstuk waarin hij zelden afgebeeld werd (zie verder over Mantel). | |
![]() |
Engelen komen niet alleen op schilderingen en illustraties voor, maar ook op sculpturen, zoals die uit Sicilië (links), waar in plaats van het varkentje (zo lijkt het ten minste) een of meer putti zijn weergegeven. En weer een aanwijzing dat het varkentje zelf niet demonisch van aard is, en niet symbool staat voor de "strijd tegen het kwaad". |
![]() |
| Engelen als gezelschap van Antonius lijken voornamelijk op Sicilië voor te komen, zoals bijvoorbeeld te zien is op de sculptuur uit Ferla (links) en het schilderij (rechts) uit Piedimonte Etneo. | ||
|
Een andere kant van het verbranden van de duivel is natuurlijk dat dit een bijbelse voorstelling van de overwinning op de satan is, waar Antonius natuurlijk een goed voorbeeld van gegeven had. Zoals in Apocalyps 20, 10: De duivel, die hen misleid had, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waarin ook het beest is en de valse profeet. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden, tot in alle eeuwigheid. |
||
| Andere duivels, demonen, draken en drakendoders |
| Antonius is niet de enige heilige die afgebeeld wordt met een duiveltje of demon die onder de voeten wordt vertrapt. | |
| Een andere heilige is Dymphna, "de patrones tegen alle zenuwziekten", van wie ik een mooi beeld aantrof in de Heilig Hart Kerk in de Begijnhof te Turnhout. Ook de duivel is zeer fraai uitgevoerd. Het lijkt voor de hand te liggen de "zenuwziekten" waar hierover gesproken wordt d.w.z. hysterie, geestesziekten, hallucinaties enzovoort gelijk te stellen aan bezetenheid door de duivel, zoals de vroegere opvatting was. En net als Antonius bezat Dymphna het vermogen deze uit te drijven. |
Dymphna, Heilig Hart Kerk, Begijnhof, Turnhout. |
![]() |
|
![]() |
Een andere vroege en belangrijke duiveluitdrijver was Martinus van Tours. Hij werd zelfs als zodanig officieel door de kerk aangesteld. Hoewel hij iconografisch meestal wordt afgebeeld op het moment dat hij zijn mantel in tweeën deelt om een helft aan een bedelaar te geven, wordt hij ook wel met een duivel afgebeeld. Hij hield zich ook intensief bezig met het vernietigen van heidense tempels en bomen, en de heiden (of ketter) werd natuurlijk gelijk gesteld met de duivel. Dat zien we ook bij Norbertus, hier voorgesteld als bisschop met monstrans in de hand en onder de voet de ketter Tanchelm vertrappend. |
![]() |
| En er is nog een interessante variatie op dit thema, namelijk een duiveltje of demon aan een ketting. | ||
![]() |
Volgens de Gouden Legende reisde de Apostel St. Bartholomeus na Christus' Hemelvaart naar Perzië, Armenië en India om het evangelie te verkondigen. In Armenië genas hij de dochter van de Armeense koning Polymius van haar bezetenheid door een zwarte demon met kettingen van vuur vast te binden. Hij vernietigde de demonische afgoden in de tempels. Toen de koning en zijn familie, hofhouding en volk zich door hem lieten bekeren, klaagden heidense (Griekse!) priesters over deze magiër bij de broer van de koning, die Bartholomeus gevangen nam en hem levend liet villen. Beroemd was Bartholomeus vooral om zijn genezingen van geesteszieken. Evenals Dymphna wordt hij aangeroepen als beschermheilige tegen zenuwziekten en stuipen. |
![]() |
| St. Bernard van Clairvaux. Teramo Piaggio, 1490-1562. Cesena | ||
| St. Bartholomeus, 16e eeuw, Refectory Museum, Cathedraal van H. Maria, Pamplona, Spanje. | ||
| Bernard van Clairvaux (1090-1153) was abt en één van de belangrijkste hervormers van het kloosterleven bij de cisterciënzers. Ook was hij één van de drijvende krachten achter de tweede kruistocht. Hij wordt vaak begeleid door een duivel aan een ketting, wat zou kunnen verwijzen naar de succesvolle exorcismes die hem in de Gouden Legende worden toegeschreven. | ||
| In samenhang met het duiveltje dat door Dymphna vertrapt wordt, en de duiveltjes aan de ketting bij Bartholomeus en Bernard van Clairveaux, kunnen we wel concluderen dat het vertrapte duiveltje bij Antonius niet zozeer gezien zien moet worden als een overwinning van Antonius op het kwaad of op de lusten, maar vooral als een tenietdoen van de zinsbegoocheling of hallucinatie van anderen door Antonius. Ik denk dat dit zo door veel lijders aan het Antoniusvuur die daarvan toch ook 'geestesziek' waren en andere zenuw- of geesteszieken zo werd opgevat. Het is dus niet zijn demon, maar hun demon die vertrapt wordt (of gevangen). | ||
![]() |
Antonius hebben we eenmaal afgebeeld gezien met een draak onder zijn voeten, waarbij we ervan uit gaan dat de draak symbool staat voor de duivel en het kwaad, dat Antonius bestreed, of voor zijn genezing van demonische bezetenheid. Een daaraan gerelateerde opvatting kan zijn dat de draak staat voor de heiden, het heidense geloof of een heidens afgodsbeeld, die door de heilige verslagen worden. In het Antoniusverhaal blijkt dat niet erg duidelijk, en waarschijnlijk was hij daar niet zo mee bezig (behalve dan met zijn strijd tegen de Arianen volgens Athanasius dan), maar bij andere heiligen, met een draak onder de voeten of anderszins verslagen, treedt juist dat aspect op de voorgrond. |
|
![]() |
![]() |
|
| St. Joris met de draak. ca. 1472. Carlo Crivelli. Metropolitan Museum of Art, New York. |
De heilige drakendoders Samson en Paul Aurélien. De laatste (uit de 5e eeuw) is duidelijk gerelateerd aan een varkenshoeder. Daarnaast wordt hij ook meestal afgebeeld met een klok. | |
| Sint-Joris wordt traditioneel afgebeeld met een draak, die hij volgens de overlevering zou hebben gedood. De draak staat hierbij symbool voor het heidendom. Het verslaan van de draak symboliseert de bekering van een heidens land of stad tot het christendom. In de Legenda Aurea uit de 13e eeuw wordt het verhaal voor het eerst in de huidige vorm beschreven. De stad werd door een draak getiranniseerd. Dagelijks verslond hij twee schapen, die hem geofferd werden, zodat hij zich rustig houden zou. Toen de laatste schapen op deze manier verdwenen waren, eiste de draak mensenoffers. Hierbij viel het lot ook op de dochter van de koning. In bruidskleren trad zij haar dood tegemoet. Maar St. Joris viel de draak met een lans aan en verwondde het gedrocht. Hij beloofde de koning en het volk dat hij het ondier doden zou als zich iedereen door hem zou laten dopen. Toen koning en volk akkoord gingen doodde hij de draak en op die dag lieten 15.000 mensen zich dopen. De overeenkomst tussen de draak en bijvoorbeeld de heidense Moloch, die ook met mensenoffers tevreden gesteld moest worden, is nogal evident. |
||
| Voor hedendaagse duiveltjes en demonen, zie pagina. |
|
| Heeft u informatie over Antonius Abt, of vragen, neem dan contact op met mij: Dolf Hartsuiker |