Vita Antonii Abba's Iconografie Antoniusvuur Antonianen In de Kunsten Vieringen Orthodox Literatuur
Folklore Sint Antoon Saint Antoine Sant'Antonio San Antón Sankt Anton Saint Anthony
Adolphus Hilarion Paulus van Thebe Maria van Egypte Simeon de Pilaarheilige Christen Asceten

Sint Antonius Abt in de Lage Landen C-G

Plaatsen A-B C-G H-K L-N O-R S T-Z Beelden A-B C-G H-L M-O P-S T-Z Kalender Kaart
Chaam, 2010; Cuijk; Culemborg, 2008; Deurne; Deursen; Dikkele, 2007; Donk, 2009; Edegem, 2005 Antoniusviering; Eksel, 2006; Ell, 2006; Elst, 2007; Enter; Esch; Essene, 2006 Antoniusviering; Geel-Bel, 2005; Gemert, 2005; Gent 2009; 's-Gravenhage; Grevenbicht; Groeningen.


Chaam, Noord Brabant Parochiekerk Antonius Abt 15e eeuw
In februari 2010 bezocht ik Chaam. Zoals blijkt uit de geschiedenis van de kerk, heeft de devotie tot Antonius een lang verleden. Ook aan de beelden in de kerk valt af te leiden dat deze devotie ooit heel intens moet zijn geweest.
Eind zestiende begin zeventiende eeuw heersten er in Tilburg diverse pestepidemieën. Nabestaanden of familie van de overledenen ondernamen in 1587 bedevaarten naar de kapel van St. Antonius Abt, de pestheilige, in Chaam, uit dankbaarheid dat zij de ziekte hadden overleefd.
Op de plaats waar thans de protestantse kerk van Chaam staat, stond reeds in 1422 een kapel die toegewijd was aan Antonius Abt. In 1461 werd de kapel van Chaam losgemaakt van de moederparochie van Alphen en tot parochiekerk verheven. In de 15e eeuw werd het gebouw vergroot en in de 16e eeuw werd een toren gebouwd.
Toen in 1643 de protestantse gemeente van Chaam zich had losgemaakt van Ginneken, werd de kerk van Chaam in beslag genomen door de protestanten. Voortaan gingen de katholieken naar de mis in een schuurkerk. Deze kerk bleef nog lang na 1795 de parochiekerk voor de katholieken.
In 1841 werd met de bouw van de Antoniuskerk voor de katholieken in het dorpscentrum begonnen; het jaar daarop werd de kerk ingewijd.
In 1926 werd deze 'waterstaatskerk' door een nieuw gebouw vervangen (links). De toren van deze kerk werd in 1944 door de Duitsers opgeblazen.
In 1948 kreeg de kerk een nieuwe toren die was geïnspireerd op de middeleeuwse toren van de N.H. Kerk, die eveneens in 1944 was verwoest.
In de literatuur wordt vaak het volksverhaal vermeld dat de bouw van de middeleeuwse kerk van Chaam mogelijk zou zijn geweest dankzij de offergaven van de vele bedevaartgangers naar de patroonheilige Antonius, dit om de aanwezigheid van een (te) grote kerk in het dorp te verklaren.
Het Antonius altaar met beeld. Op het paneel links van Antonius staan geketetende mensen in een kerker afgebeeld, die in adoratie naar Antonius kijken. Ik denk dat dit de scène voorstelt, waarin Antonius een bezoek brengt aan de martelaren in Alexandrië om hen te vertroosten. Zie Vita § 46. Het is de eerste keer dat ik van deze situatie een afbeelding zie. Op het paneel rechts zien we (waarschijnlijk Egyptische) burgers in aanbidding.
Het altaarbeeld, dat dateert uit het begin van de 16e eeuw, is tegenwoordig ongepolychromeerd, wat blijkens de foto hierboven niet altijd het geval is geweest. Ik geef de voorkeur aan de gepolychromeerde versie.
Het beeld heeft een correct hoofddeksel, gevorkte baard; een ceintuur van schakels. Zou dat een metalen ketting zijn? Het varkentje kijkt leuk op naar Antonius. Zijn staf is verdwenen, maar de hand is er bij de restauratie wel weer aangezet. Ook de klok aan zijn linkerhand, onder het boek, is eraan toegevoegd.
Rechts van het altaar zijn twee muurschilderingen aangebracht. De linker verbeeldt de scène waarin Antonius op bezoek is bij Paulus van Thebe en de raaf een brood komt brengen.
Nog twee fraaie beelden! Het linker beeld was oorspronkelijk onderdeel van een preekstoel. Het heeft een opvallend groot varken. Het beeld rechts bevindt zich aan de muur boven de ingang.
Aan het begin van de 20e eeuw was Chaam als bedevaartoord populair onder boeren uit de regio.
In de volkskundevragenlijsten van 1959 noemen invullers uit Bavel en Ulicoten Antonius Abt te Chaam als heilige naar wie men bij
ziekte van varkens op bedevaart gaat.
Begin jarennegentig kwamen nog steeds boeren uit de omgeving op (de zondag voor of na) de feestdag van St. Antonius Abt naar de plechtige hoogmis.
Op het einde van de plechtige hoogmis ter viering van Antonius’ jaardag wordt een
zegening van meel verricht en is er gelegenheid tot het vereren van de reliek van Antonius.
In 1981 werden er zo'n 150 gewijde meelzakjes afgehaald die door de bezoekers werden meegenomen om na thuiskomst ter bescherming vermengd te worden met het veevoer.
De zakjes gewijde meel (rechts) en de theca met reliek van Antonius. Per certificaat verklaarde de bisschop van Lavello (Italië) deze in 1742 voor echt.
In 1750 gaf de bisschop van Antwerpen toestemming om de reliek in Chaam te vereren.
Wat de huidige situatie betreft: Het is nog steeds gebruikelijk, om op de zondag, die het dichtst bij 17 januari is gelegen, een mis te vieren met wijding van het Anthoniusmeel, dat na afloop door de kerkgangers kan worden meegenomen. Het aantal bezoekers, ook van buiten de parochie, vertoont de laatste jaren een stijgende tendens, met name onder het agrarische bevolkingsdeel.
Tijdens de Anthoniusviering draagt de priester een speciaal kazuivel, met uiteraard een afbeelding van de H. Anthonius Abt. Verder wordt er tijdens de mis een speciaal boekje gebruikt wordt er een Anthoniuslied van vijf coupletten gezongen.
Hieronder de tekst van het Antoniuslied, dat al sinds 1921 in de parochie gebruikt wordt: Een ander lied dat gezongen wordt is van recenter datum:

Wie was die man, die plotseling
geen rijkdom meer begeerde,
tot armoe zich bekeerde,
in eenvoud de woestijn in ging?

Refrein:
Sint Antonius is 't geweest
Die zo leefde in Jezus' Geest !


Wie was die man, die frank en vrij
raad gaf aan vele mensen
als antwoord op hun wensen?
Een waarlijk Godsgeschenk was hij.

Refrein

Wie was die man, die als een knecht
bewust op deze aarde
Zijn diep geloof bewaarde
en toch aan mensen was gehecht?

Refrein
Met dank aan de koster, Jacques Schram.


Cuijk Sint Antonius en Martinusgilde 1453
Behoudens de Martinusparochie is het Sint Antonius en Martinusgilde ongetwijfeld de oudste organisatie in Cuijk. Hoe oud het precies is, is echter niet bekend. Bij de oprichting van een schuttersgilde werd een oprichtingsacte, een 'caert', opgemaakt.
Vele gilden hebben hun caert nog, maar dit geldt helaas niet voor het Cuijkse gilde.
Enige jaren geleden werden op een zolder oude documenten gevonden, geschreven op perkament en sommigen voorzien van een zegel. Het bleken allemaal contracten van koop, verkoop en pacht te zijn, opgemaakt in de 16e en 18e eeuw op naam van het Sint Antonius en Martinusgilde.
Het oudste document stamt uit 1504 en is een duidelijk bewijs dat het gilde inderdaad veel ouder is dan 1635.
Naast de normale functies van een schuttersgilde had het Sint Antonius en Martinusgilde in Cuijk nog als extra taak het beheer van de armenzorg binnen de Martinusparochie. Rond 1860 werd deze taak van het gilde afgesplitst en inclusief administratie overgenomen door de Rooms Katholieke Parochiële Armenzorg.
De belangrijkste activiteit van het Gilde is het Koningschieten op tweede Pinksterdag. De avond ervoor komen de Gildenzusters bijeen ten huize van de aftredende Koning om de houten vogel (het doel waarop wordt geschoten) te versieren (het "vogelpeelen").
Het Gilde heeft twee patroonsheiligen en beide naamdagen worden gevierd. De Martinusparochie viert het Martinusfeest rond 11 november waaraan het Gilde actief meedoet. Rond Antoniusdag (17 januari) heeft het Gilde haar jaarlijkse grote feestavond ("
teeravond") maar gaat daarvoor eerste ter misse om eer te betonen aan Sint Antonius.
Onderscheidingstekens, koningschilden, prijsschilden en bepaalde ceremoniële gebruiksvoorwerpen worden altijd gemaakt van zilver. Zo moet elk jaar de nieuwe Koning een Koningschild laten maken ter herinnering aan zijn Koningschap. Het Gilde heeft zo in de loop der eeuwen veel zilverwerk verzameld, de zogenoemde 'zilverschat' of 'breuk'. Het oudste zilverstuk is het hiernaast afgebeelde koningsjuweel stammend uit 1635. Hieraan hangt een halve vogel. Hieraan hangt dan weer het koningsschild van de regerend Koning.
Als overige onderscheidingstekens zijn er 1 commandantssikkel (1710) en zijn er 3 officierssikkels (ca. 1750).
De commandantssikkel is voorzien van dezelfde gegoten zilveren figuurtjes als het koningsjuweel (Sint Antonius en Sint Martinus te paard met bedelaar).


Culemborg, Gelderland Oud-katholieke kerk van HH. Barbara en Antonius 15e eeuw
In de 17e en 18e eeuw was Culemborg een centrum voor de Antonius Abtdevotie in de Republiek. Antonius werd in Culemborg vooral aangeroepen om hulp tegen huidziekten en veepest.
De middeleeuwse Barbarakerk in de 'Oude Stad' bezat een Antoniusvicarie sinds 1490. Het eigen altaar en de kapel werden in september 1566 bij de Beeldenstorm verwoest. Zij waren bij de visitatie van 1570 zelfs niet provisorisch hersteld, zoals met bijna alle andere altaren wel was gebeurd. Vermoedelijk is het van herbouw in het geheel niet meer gekomen aangezien de kerk reeds in 1578 in protestants gebruik kwam.
De katholieke zielzorg werd sinds 1578 in het verborgene voortgezet door enkele wereldgeestelijken. Hun onderkomen, de schuilkerk gewijd aan Barbara, later aan Barbara en Antonius, lag in de 'Nieuwstad', iets ten westen van de Janskerk, in de tuin van een huis aan de
Varkensmarkt.
De nieuwe, stenen kerk, zonder toren, die tussen de bebouwing aan de Varkensmarkt eigenlijk alleen maar opvalt vanwege de spitsboogramen, de gevelsteen uit 1836 en het Griekse opschrift Pantocratori (Aan de Albeheerser) waarvan de oorsprong onbekend is.
Een eerste vermelding over een speciale Antoniusdevotie stamt uit 1628. Volgens een overlevering uit de kring der jezuïeten was een wereldgeestelijke in 1624 aan de pest gestorven en durfde zijn aangewezen opvolger niet in de besmette stad te komen. Een door ingezetenen te hulp geroepen jezuïet, Theodorus van Wees, kwam in 1624 vanuit Utrecht naar Culemborg.
Dankzij hem, of zijn opvolger pater Van Weel, die sinds 1628 jaar in Culemborg werkzaam was, kwam de verering voor Antonius centraal te staan tijdens en na de in 1628 heersende
pestepidemie.
Hij zou het beeld van de heilige op het altaar (van de schuilkerk aan de Varkensmarkt?) hebben laten zetten evenals enkele relieken.
Water, tot eer van Antonius gewijd, werd aan de gelovigen uitgereikt. Toen enkele opvallende genezingen geschiedden, werden die aan Antonius' voorspraak toegeschreven. In het genoemde jaar 1628 arriveerden pelgrims in Culemborg die hiervoor een reis van twee of drie dagen hadden moeten afleggen. Uit dankbaarheid werd Antonius tot tweede patroon van de schuilkerk verheven.
Later, tijdens de
veepest van 1744 en 1745, kregen de Antoniusrelieken weer een opvallende plaats, werd het Antoniuswater massaal uitgereikt en werd een speciale noveen gehouden: een negen dagen durende gebedsinspanning om de voorspraak van de heilige in te roepen. Er ontstonden bedevaarten in het verborgene: de tijdgenoten spraken over volle nachtschuiten van Leiden naar Utrecht met eindbestemming Culemborg, over voortdurend biechthoren door de pater en de kapelaan, over helpers die het gewijde water meegaven en over een tekort aan onderdak in de weekeinden.
Het is een zeer vreemd Antoniusbeeld. Zoals in de Volkskrant gesteld wordt zijn de beelden in deze kerk afkomstig van een Haagse kerk en weet Pastoor Spaans zeker dat Antonius níet Antonius is ('hij heeft wel zijn staf en bel, maar niet zijn varken') en dat Barbara vrijwel zeker Cecilia is.
De heilzame werking van het Antoniuswater werd het grootst geacht wanneer onder de toediening hiervan aan het vee een Weesgegroet werd gebeden.
Ook gereformeerden — onder wie zelfs een enkele predikant — zouden dit ritueel hebben gepraktiseerd.
Het einde van deze devotie werd door de katholieken toegeschreven aan een verbod van overheidswege, en door protestanten aan het feit dat 'men de beloofde uitwerking niet gewaer wierd' - aldus in 1753 de Ankeveense predikant A.W.K. Voet in zijn boek over Culemborgs geschiedenis.
(links) Zilveren monstrans uit 1662 met aan weerszijden beeldjes van Antonius abt met het varken en Barbara met de toren. En rechts een detail ervan.
Van bedevaarten naar Culemborg wordt na 1745 geen melding meer gemaakt.


Deurne Sint-Antonius Abt Gilde 1348
Op een van de meest markante en idyllische plekjes van Deurne heeft het Sint Antonius Abt gilde (groene schut) aan de rand van de kasteeltuin in het Haageind een nieuwe devotiekapel in gebruik genomen. Deze staat vlak bij de schietboom van de groene schut.
De omgeving van de kapel heeft een nieuwe naam gekregen: Sint Antonius Abthof.
Volgens de hoofdman van het Sint Antonius Abtgilde is de omgeving van de kasteeltuin aanmerkelijk in waarde gestegen voor de gemeenschap, “
we hebben een skôn kapelleke, echt iets aparts”.
De hoofdman deed een beroep op de pastoor om bij de inzegening van de kapel veel wijwater te gebruiken, “want bij de bouw is er af en toe toch ook wel een vluukske gevallen”.
De kapel werd officieel geopend door de burgemeester en de koning. De burgemeester stelde vast dat er niet zo maar een kapelletje is gebouwd door het Sint Antonius Abt gilde want volgens hem staan gildenbroeders ook al vele eeuwen als vakbroeders bekend, “voor de inwoners van Deurne en andere belangstellenden is het straks een fraaie rustplek”.
In het gemeente-archief van Deurne is een gildecaert van het Sint Antonius Abt gilde Deurne uit het jaar 1584 aanwezig.
De broederschap van het Sint Antonius Abt gilde Deurne waarin vooral leden uit de agrarische sector waren vertegenwoordigd, is vermoedelijk in de late 14e eeuw ontstaan.
De daadwerkelijke beschermende taak, de schut van have en goed, akkers en kerk, groeide vanuit deze broederschap. Het schutsgilde zal laat in de 16e eeuw zijn opgericht. Door de Caerte uit 1584 bevestigde de overheid het gilde en keurde het de uitvoering van de taken goed. Het bouwen van een gildekapel was nog een wens van het Sint Antonius Abt gilde. Met de bouw is begonnen in 2003 en op 5 oktober werd de kapel geopend en ingezegend door Pastoor Marcelis.
Het altaar van Sint Antonius in de kerk van Deurne word al genoemd in het jaar 1510; een kapel gewijd aan Sint Antonius was er al in Deurne in 1459 op de plaats genaamd Veldhovel.


Deursen Sint-Anthonies-huiske 1636
Rochus werd in Deursen een geduchte concurrent van Antonius Abt, die in het dorp al sinds mensenheugenis tegen de pest werd aangeroepen. Heiligen kan men beter te vriend houden en dus werd in 1747 het oude Antoniushuiske vervangen door een nieuwe achthoekige kapel met twee altaren ter ere van beide heiligen.
Vroeger kwam men dan van heinde en verre op bedevaart. Boven de deur van de kapel staat dan ook:
'degenen die geslagen zullen zijn door de pest en den bijstand van Rochus zullen aanroepen zullen gezondheid verwerven'.
Vóór de St. Rochuskapel staat het St. Anthonies-huiske. Antonius Abt is net als de H. Rochus een pestheilige: ook Antonius bood bescherming tegen deze besmettelijke ziekte. Het heilige huisje is in 1636 gebouwd naar aanleiding van de pestepidemie die toen woedde.


Dikkele, Oost Vlaanderen Sint-Pietersbandenkerk 16de eeuw
De Sint-Pietersabdij bezat vanouds het patronaat over deze kerk. Vandaar dan ook dat de kerk aanvankelijk was toegewijd aan Sint-Pieter. Deze werd echter eind 16de eeuw in de volksdevotie verdrongen door de meer “populaire” Sint-Antonius.
Het interieur van de kerk dateert overwegend uit de 18de en 19de eeuw. De preekstoel dateert uit 1642, maar werd verbouwd. De devotie voor de H. Antonius liet ook zijn sporen na:
twee beeldjes, vermoedelijk uit de 17de eeuw en een schilderij vermoedelijk uit het begin van de 18de eeuw van Louis Cnudde.
Een folkloristische eigenaardigheid achteraan in de kerk is het "
varkenskotje", waarin de giften (biggetjes) van Sint -Antonius van de vrome parochianen gedeponeerd werden.
Tijdens ons bezoek op 11 augustus 2007 hebben we deze kerk na enige omzwervingen gevonden, centraal in een afgelegen rustig dorpje. Hij was helaas — zoals tegenwoordig gebruikelijk — gesloten, zodat we het eventueel nog aanwezige “varkenskotje” niet hebben kunnen zien.
Een kleurig beeldje van Antonius in een muurnis boven de deur, met kruis in de hand i.p.v. staf, wat een recente vervanging van de oorspronkelijke staf zou kunnen zijn.
Er zijn in de buitenmuren om de kerk heen een vijftal reliëfs, als een soort “statie”, maar de gebeurtenissen uit een heilig leven aldaar afgebeeld, zijn die van Antonius van Padua.
Hoewel we deze soort reliëfs in de buitenmuren om een kerk heen nog niet eerder aangetroffen hebben, zien we daar op deze tocht wel drie voorbeelden van. Behalve dus deze in Dikkele, zien we het ook bij de kerk van Nukerke en de kerk van Schuiferskapelle. En op latere tochten zien we ook dergelijke reliëfs aan de muren van de kerken van Kleit en Donk. Deze betreffen wel beeltenissen van Antonius Abt (en in Schuiferskapelle ook nog van Nicolaas van Tolentijn, en in Kleit Cornelius). Zouden dit soort reliëfs een specialiteit van deze streek zijn? Of zouden deze kerken op andere wijze (architect, bijvoorbeeld) gerelateerd zijn. Het gevel-beeldje van Dikkele doet ook al denken aan dat van Schuiferskapelle. Vergelijk dit ook met de op koper geschilderde ommegang van Sint-Antonius in Sint-Maria-Horebeke.
"Sint Antonius geneest een zieke"
Zoals later is gebleken waren er nog heel wat meer Antonius beelden die we niet hebben kunnen zien.
Processievaandel; 19e eeuw (detail)
Antonius altaar; 19e eeuw
Reliekschrijn van H. Antonius abt; 18e eeuw
Houten beeld van H. Antonius abt; 17e eeuw Schilderij door Louis Cnudde; 1776. Een "verzoeking" in de achtergrond?


Donk, (F 15) (Maldegem) OV Antonius reliëfs aan de Sint-Jozefkerk
'Donk' betekent 'zandige landschapsrug in een moerassig gebied'. Het gehucht ontstond op de kruising van de Romeinse heerweg met de weg naar Brootsende en Moerkerke. In de 17e eeuw stonden hier slechts tien hoeven.

De Sint-Jozefkerk.
Na de Beeldenstorm van 1578, waarvan ook de Abdij van Zoetendaele het slachtoffer werd en tot een puinhoop herschapen, waren de inwoners van Donk voor hun godsdienstpraktijk aangewezen op de kerk en de priesters van Maldegem.
Kort nadat
Kleit als parochie was erkend en ingericht, kwamen weldra te Donk verzuchtingen aan de oppervlakte om binnen afzienbare tijd ook een kerk te bekomen. Het was in 1877 dat de wens van de bevolking gehoor vond en door de bevoegde instanties besloten werd aan de bouw van een kerk te beginnen.
Met hulp van al de inwoners begonnen de werken aan de bouw van een kerk. De stenen werden aangebracht door de Donkse boeren en enkele bereidwillige buren. Op 4 juni 1883 werd de voltooide kerk plechtig ingewijd.
De zeer bekende voorstelling van de jonge Antonius die, na "geroepen" te zijn, zijn bezittingen weggeeft aan de armen van zijn dorp.
Aan de westkant van de kerk staat een ommegang met 'De zeven weeën van Maria' met vlakbij een Lourdesgrot van 1922. Het leven van Sint-Antonius-Abt wordt geëvoceerd in vijf kapellen tegen de kerkmuur.
Volgens deze site wordt Antonius gevierd op 17 januari.
Maar het is mij niet duidelijk of zij daarmee bedoelen dat dat ook (nog) in Donk gebeurt. Op het internet is daarvan in ieder geval niets terug te vinden.
Een bezoeking van Antonius door duivel en slang. Zijn varkentje schiet hem te hulp. Een doodskop (vanitas) op de achtergrond. De tonsuur van Antonius is geen juiste weergave te noemen. Antonius als prediker en genezer. Net als op het vorige reliëf is het varkentje hier natuurlijk niet op zijn plaats. En behalve zijn rol als prediker, is ook de steedse (Vlaamse) omgeving incongruent.
We bezochten Donk in oktober 2009. Het interessante aan deze kerk is voor ons natuurlijk dat er aan de buitenkant die vijf reliëfs over Antonius zijn aangebracht. Ze zijn in prima staat, maar moeilijk te fotograferen vanwege de weerspiegeling in de glazen ramen. Het is mij niet bekend wie de kunstenaar is geweest die ze gemaakt heeft. Ik heb ze hier in volgorde, links om de kerk heen, weergegeven.
Antonius omring door de dieren van de boerderij. Dit is niet echt een episode uit zijn leven te noemen. Antonius op zijn sterfbed met zijn twee trouwe discipelen aan zijn voeteneind. Wie is de derde?
Dergelijke reliëfs zijn ook te zien aan de buitenmuren van de kerken van Dikkele, Nukerke, Schuiferskapelle en Kleit. Vooral met deze laatste zijn sprekende overeenkomsten! Waarschijnlijk van dezelfde artiest. Hierboven wordt al een relatie met Kleit gesuggereerd.
Vergelijk ook de op koper geschilderde ommegang van Sint-Antonius in Sint-Maria-Horebeke.


Edegem, Antwerpen # Sint-Antoniuskerk 1500
De Sint-Antoniuskerk is een grotendeels gotische kruiskerk uit de 16e en 17e eeuw, de westertoren dateert uit 1500 en de zijbeuken zijn er pas in 1888 bijgekomen. Oorspronkelijk was de kapel toegewijd aan O.L.Vrouw. Het is vanaf 1700 dat ze aan St. Antonius Eremijt werd toegewijd.

Maar ook tegenwoordig nog is er de zondag na 17 januari een plechtige hoogmis ter gelegenheid van de
St.-Antoniusviering.

Het fraaie beeld van H. Antonius abt door Lodewijk Willemsens, 1691. Daarachter is een schilderij waarop Antonius en Paulus van Thebe zijn afgebeeld, tijdens het wonder van de vogel die het brood komt brengen, nu twee porties omdat Antonius op bezoek is.

Door de eeuwen heen is de kerk verschillende keren verbouwd geweest. In 1585 werd het meubilair vernield en verbrand door de soldaten van het garnizoen in Antwerpen. De herstellingen van de kerk begonnen in het begin van de 17e eeuw. De oorspronkelijke spits van de toren werd in 1735 door een storm vernield en dat jaar nog vervangen door de nu nog bestaande torenspits. De kerk kreeg veel te verduren tijdens de Retorsieperiode (1636-1639). In 1639 begon men opnieuw met herstellingswerken aan het interieur van de kerk.
Door de komst van de nieuwe basiliek in 1933 verloor de Sint-Antoniuskerk haar rang als parochiekerk en werd ze tot kapel omgevormd. Op 30 januari 1947 werd de Sint-Antoniuskerk als beschermd monument geklasseerd.
De St.-Antoniuskerk wordt geprezen voor haar prachtige akoestiek en haar sfeervol kader.
Regelmatig vinden er dan ook culturele evenementen plaats in de St.-Antoniuskerk. Je kan de Sint-Antoniuskerk tegenwoordig ook huren voor culturele doeleinden.
Edegem kende vroeger grote faam als bedevaartsoord. Met bussen kwamen bedevaarders van heinde en ver naar "De Grot". Edegem werd ook wel de "grotgemeente" genoemd.
Rechts het logo van het Jeugdhuis Het Varken van St.- Antonius in Edegem
In 2005 vond de Sint-Antoniusviering op 23 januari plaats.
De kerk was overvol; mensen moesten zelfs staan. De gemiddelde leeftijd van de aanwezigen schatte ik op zo'n 55 jaar. Als er al jongeren waren (uit het Jeugdhuis bijvoorbeeld) dan was dat niet te merken.

Om 10 uur begon de viering met een plechtige Gregoriaanse hoogmis in de Sint-Antoniuskerk, opgeluisterd door het Basilicakoor.
De pastoor ging vrij uitgebreid in op het leven van Antonius, vooral natuurlijk in zijn navolging van Christus.
De verering van Antonius bestaat in Edegem al zo'n 500 jaar.
De offergaven voor het altaar. De kop van het geofferde varken natuurlijk, en het brood, maar ook — in de doos — zoals later bleek, een levend konijn.

Er werd ook een St. Antonius lied gezongen:

Sint Antonius in de jaren van uw weelderige jeugd
liet gij roem en rijkdom varen voor een hoger levensvreugd
hel noch duivel kon u raken door uw bidden boete waken
Bloeid'uw ziel in de woestijn als een blom in zonneschijn
Vrome volk uit onze gouwen heeft u kinderlijk gediend
't bleef u met een vast vertrouwen minnen als een beste vriend
duld niet dat de wereld rove ons aloude rooms gelove
maar laat Vlaandren door u zijn simpel van hart en zieIe rein
Wees voor onze zwakke harten als een toonbeeld in de strijd
leer ons hel en duivel tarten Sint Antonius eremijt
bid opdat hier alIerwege onze Heer zijn schoonste zegen
reike met zijn milde hand over huis en stal en land.

[Voor de notenbalken, klik hier]

Het Antoniusbeeld, dat mee zou gaan met de processie, werd door de pastoor met een buiging begroet bij de aanvang en het eind van de mis.
Na de mis was er een korte ommegang door de dorpskern, waarbij het beeld van Antonius werd meegedragen, gevolgd door de offergaven. De leden van het Gilde van St. Sebastiaan namen deze taak op zich.
De ommegang die een weinig religieus karakter had — waarbij niet werd gebeden bijvoorbeeld — eindigde bij het gemeenschapshuis "t' Centrum".
In de grote zaal van ’t Centrum was de traditionele verkoop per opbod van de
varkenskop, het reuzenbrood en andere offergaven, waaronder het levende konijn.
Zo'n verkoping binnen maakt toch een wat minder authentieke indruk dan een verkoping bij de kerkdeur, zoals bijvoorbeeld die in Herdersem.
Daarna was er een
tombola, een loterij met als prijzen producten beschikbaar gesteld door de lokale middenstand. Er waren ook hier veel mensen aanwezig; een paar honderd schatte ik zo.
De opbrengsten van verkoop en tombola zijn bestemd voor de minderbedeelden van de Sint-Antoniusparochie.

Kermis met toneel en processie. Pieter Breughel Jr. 1564 - 1638. Hier zien wij ook het beeld van S. Antonius door zijn broederschap rondgedragen. Het beeld van is getooid met een T met klokje.

De feestelijkheden werden volgens de traditie afgesloten met het Sint-Antoniusmaal waarbij twee beulingen (varkensworsten) met appelspijs of frikadellen werden geserveerd. Deze maaltijd werd aangesprezen als een "door en door Vlaamse maaltijd".

Close-up van het slachtoffer Bedevaart vaantje; 1981
Ook in Edegem zijn er Antonius beelden, die voor de 'gewone mens' niet direct zichtbaar zijn, zoals links en rechts en hierboven rechts.
Kerkmeestersstaf ± 1850 Beeld door Lodewijk Willemsens, 1691.


Eksel (Hoksent), Limburg, België # Hoksent kapel, Antonius en O.L.Vrouw van 7 Weeën 710
De Kapel van Hoksent is gewijd aan Sint-Antonius met het varken, patroonheilige ter bescherming tegen de pest. Hier worden nog enkele erediensten per jaar opgedragen, zeker tijdens het naamfeest van Sint Antonius.
Van de Hoksent kapel is voor het eerst sprake in het jaar 710, als een non al haar goederen schenkt aan de Heilige Willibrordus, een Ierse missionaris die hier is verzeild geraakt en de heideboertjes die hier in een vijftal schamele hutten (het gehucht Hoksent), komt bekeren en een houten kapel opricht.
De huidige gotische kapel dateert uit begin 17de eeuw. De kapel is omzoomd door 8 lindebomen met ooit een kerkhof erbij. Er bevinden zich geen beelden in de kapel, om veiligheidsredenen, want het beeld in het altaar van Maria van de 7 Weeën, waaraan de kapel oorspronkelijk was gewijd, werd gestolen in 1977 en is nooit teruggevonden. Het is nu vervangen door een foto van het originele beeld. Maar tijdens de dienst ter ere van St. Antonius, zijn alle beelden paraat en staan de 12 apostelen netjes op hun balk evenals St. Antonius op zijn sokkel.
Na het uitbreken van de pest werd deze kapel gewijd aan St. Antonius en er komen nu elk jaar veel bedevaarders op zijn feestdag.

Gedurende drie dagen rond de 17e zijn er de Sint-Theunisfeesten, vanuit Buurthuis Hoksent en bij de kapel.

Zo is er aan de Hoksent kapel rond 9.30 uur een misviering waar de gelovigen hun offergave kunnen aanbieden in de vorm van de traditionele varkenskoppen en poten, ook kippen en zelfs bereide kip-kap, welke na de dienst op traditionele wijze per opbod worden verkocht. En er is een eetfestijn, een zettersprijskamp, en een St. Theuniskermis.

In 2006 vond deze
St. Theuniskermis plaats op 20-22 januari.
Inlichtingen:
Sint Theunisvrienden, Marijke Schoofs - tel 011 73 45 84.
Beeld van Antonius uit 1600


Ell, Belgisch Limburg Sint Antonius Abt kerk 15e eeuw
Op de plaats van een laat-gotische kapel uit 1492 werd in 1823, aan de Antoniusstraat, een nieuwe kerk gebouwd. Deze werd in 1912 vervangen door de huidige kerk van Caspar Franssen. In 1944 werd, zoals op zoveel plaatsen in Midden- en Noord-Limburg, de toren opgeblazen. In 1946 werd de kerk hersteld en in 1953 vond een geringe vergroting plaats en werd de toren herbouwd, dit alles naar plannen van J. Franssen.
Er zijn maar liefst 4 Antoniusbeelden in en aan de Sint Antoniuskerk van Ell. De twee houten beelden zijn mogelijkerwijs uit de 16e eeuw.
Opvallend bij het beeld links is dat het varkentje in de vlammen staat. Als er al vuur is, staat immers Antonius zelf meestal in de vlammen.
In de westgevel is de poort van de laat-gotische kapel herplaatst. Erboven is een beeld van Sint-Antonius ingemetseld.
Vreemd genoeg, gezien al die beelden en Antoniuskerk, zijn er toch, voorzover mij nu bekend, in Ell geen activiteiten rond de gedenkdag van Antonius.


Elst, Oost Vlaanderen Sint Antonius Abt kapel

Achter de rechter kaars is nog net een varkenspootje te onderscheiden.

Tijdens ons bezoek van 11 augustus 2007 zijn we bij deze kapel geweest. Echt een heel leuk kapelletje, goed onderhouden, op het kruispunt van de Lepelstraat en de Dorrebeekstraat. De deur is gesloten, maar door het hekwerk heen is te zien dat er kaarsen voor Antonius branden. En ook door het hekwerk heen blijkt het nog net mogelijk te zijn foto’s te nemen.

Op een site kwam ik deze opmerking tegen: "
Uit de dikte van de twee linden, die het kapelletje flankeren, kunnen we afleiden dat dit reeds vele tientallen jaren oud is.

"H. Antonius bid voor ons"

Ik denk dat het kapelletje toch wel ouder is dan "tientallen jaren". Maar verder is er (nog) weinig over bekend.


Enter, (Wierden), Overijsel Parochiekerk Antonius Abt
In Enter, in het westen van Twente, wonen in vergelijking met de omliggende plaatsen veel rooms-katholieken en niet-kerkelijken. Dit is opvallend omdat het katholicisme vooral in het oosten van Twente wordt aangehangen.
Glas-in-lood raam in de kerk van Enter, waarop — lijkt mij — Antonius Abt met een tekstrol in zijn linkerhand naast Maria en Jezuskind staat afgebeeld.
In de late middeleeuwen stond er te Enter een kleine veldkapel die toegewijd was aan Antonius Abt. De kapel wordt al genoemd rond het jaar 1400, maar het is onduidelijk waar de kapel precies heeft gestaan.
Volgens de overlevering trok de Antoniuskapel tijdens de late middeleeuwen vele bedevaartgangers.
Een concrete vermelding van bedevaarten naar de kapel is terug te vinden in een Deventer archief van 1637: 'die bedevaert nae Enter ging noch in swange'.
Tijdens de Nederlandse Opstand hebben rondtrekkende Spaanse troepen de kapel geplunderd. Het is onduidelijk wanneer de Antoniuskapel te Enter is verdwenen. Ook na het verdwijnen van het gebouw bleef de locatie te Enter nog bedevaartgangers aantrekken.
In Rijssen, vlakbij Enter, stond in de late middeleeuwen een Antoniusgasthuis.

Of er nog vieringen zijn, is me niet bekend.


Esch, Haaren, Noord-Brabant # Parochiekerk van St. Willibrord
De zegening van de beschermer tegen veeziekten Antonius Abt werd ingeroepen over de paarden van de boeren uit het dorp Esch en uit de directe omgeving. Door de opkomst van de landbouwtractor verschoof de deelname van boerentrekpaarden aan de paardenzegening ten gunste van tuig- en rijpaarden.
In 1948 trof de toenmalige pastoor van de Willibrordusparochie, pastoor S.H. Hackfoordt, op de zolder van de 15e-eeuwse kerktoren een 16e-eeuws notenhouten
beeld van Antonius Abt aan. Het beeld werd gerestaureerd, waarna het een plaats kreeg in de parochiekerk.
In Esch werd Antonius Abt vanaf 1949 vooral vereerd als beschermer van paarden. De Essche pastoor wilde namelijk graag meer doen met het gevonden beeld dan het alleen maar een ereplaats in de kerk geven.
Op de dag van de zegening werd in de kerk het lof gevierd. Daarna werd het beeld van Antonius in
processie naar buiten gedragen. Voor de kerk werd een preek gehouden over het belang van de paarden voor de boeren. Hierna werd de zegening over de paarden uitgesproken.
Vervolgens werden de paarden langs de priester gevoerd die ze elk afzonderlijk met wijwater zegende. De dieren kregen enkele
brokken veevoeder. Later werden dat suikerklontjes.

De paardenzegening in 1981.

Het karakter van de paardenzegening veranderde in de loop der jaren. Het religieuze aspect kreeg allengs minder nadruk. Na 1967 verviel het lof, voorafgaand aan de zegening. De paarden werden verzameld op de weide achter de kerk en het gemeenschapshuis aan de Groenweg. Daar hield de pastoor of de geestelijke die hem verving een korte toespraak, waarna de eigenlijke zegening volgde.
Vanaf 1974 werd het programma uitgebreid met een demonstratie dressuur en carousselrijden, gevolgd door een defilé van de paarden langs het gemeenschapshuis.
In de jaren tachtig werd het defilé van paarden vervangen door een defilé van aangespannen rijtuigen.
Ook spelen als ringsteken deden hun intrede.
In 1986 werd de zegening niet meer gehouden. Na een onderbreking van drie jaar werd in 1989 opnieuw een paardenzegening georganiseerd. Zowel de publieke belangstelling als de belangstelling van paardeneigenaars was groot. Het uiteenvallen van het organisatiecomité leidde er echter toe dat het bij deze ene poging om de traditie te continueren is gebleven.
Maar er schijnt nog wel een bedevaart te zijn op de eerste zondag in juli.
Votiefgeschenk: een zilver paardje met de tekst 'Uit dankbaarheid aan de H. Antonius Abt, Esch 16-1-'49. J.v.d.B.'


Essene, Affligem, Oost Vlaanderen # Onze Lieve Vrouwe van Bezoeking 13e eeuw
Op zondag 22 januari 2006, een wat sombere bewolkte dag, waren mijn vriendin en ik al vroeg in Essene (spreek uit 'Essunnuh'), want op een website had ik gelezen dat er om 9 uur aan de kerk van Hekelgem een wandeltocht “naar Sint-Antoon” zou vertrekken.
In Hekelgem was echter niemand te bekennen, dus reden we maar meteen door naar Essene. Later zagen we inderdaad een wandelgroep, maar toen waren we al geïntrigeerd door de bezigheden bij de kerk, en hebben we verder niet geïnformeerd hoe het nou eigenlijk zat.
Het was nog rustig bij de kerk van Essene maar de offergaven werden al aangebracht, waaronder een levend biggetje in een houten kist, die in het halletje bij de ingang werd neergezet.
De kerk van Onze Lieve Vrouwe van Bezoeking werd gebouwd op een heuveltje en heeft een 13e eeuwse kern waarop de zandstenen toren is gebouwd. De rest van de kerk dateert van 1835. Het koor van 1851. Boven de barokke kerkdeur staat echter "anno 1664", wat verwijst naar de herbouwing van de toren en dus niet naar de rest van de kerk. Het interieur bestaat uit barok en classicistisch meubilair. Opvallend zijn de beelden (binnen en buiten aan de kerk) van Sint Antonius, de heilige die hier nog jaarlijks wordt vereerd met een feest waar honderden mensen op afkomen.
In Essene is sprake van de volgende
legende: deze heilige zou eens een kreupel en blind biggetje genezen hebben en het beestje bleef uit dankbaarheid bij zijn weldoener.
Dit is wel een originele opvatting over de relatie van Antonius en zijn biggetje.
Devotie leidt tot beewegen en offeranden. Er ontstonden broederschappen die met bepaalde privilegiën begenadigd werden. In ruil voor de verplichting om voor zieken en armen te zorgen, mocht men varkens houden die vrij op straat mochten lopen.
Er is in de kerk een werkelijk prachtig gebrandschilderd raam van Antonius. Hij leest een boek, waarschijnlijk de Bijbel (hoewel hij analfabeet is), terwijl achter hem de duivel hem probeert af te leiden (door een bel te luiden?).
Nog meer op de achtergrond zien we de piramides van Egypte, en iets meer naar voren, een primitief kruis, een nap, zijn Tau-staf, en een doodskop, als herinnering aan de vergankelijkheid (vanitas) of als aanduiding van plaats: de necropolis, waar hij in zijn jeugd jarenlang verbleef. Het varken heeft slagtanden, en een klokje om.

Het beeld van Sint Antonius uit 1978, van Wim van den Broeck en Bert van Ransbeeck, achter de kerk, lijkt van brons maar is van kunstvezel. Het meest opvallende aan dit beeld is wel dat Antonius het biggetje draagt. Zijn "schootvarkentje", zoals een van de leden van de Sint-Antoniusgilde voor de grap opmerkte.
Een website citerend: Op 17 januari of de daaropvolgende zondag wordt de feestdag van Sint Antonius Abt, die er reeds van oudsher wordt vereerd tegen alle kwalen bij mens en dier, gevierd. Deze heilige wordt aanroepen tegen "'t coud vier" en ziekte bij mens en dier.

De viering begint met het aanbrengen der offergaven door boeren, verenigingen en sympathisantenvan in de vroege morgen.
Daarna is er een hoogmis in Gregoriaanse sfeer, opgeluisterd door het Sint-Janskoor uit Teralfene, ter ere van de Heilige Kluizenaar, de beschermer van mens en vee.
De twee gigantische geofferde varkenskoppen, prominent ten toon gesteld aan de voeten van Antonius midden in de kerk.

Een tafel met nog allerlei andere offergaven, zoals grote broden, vleeswaren, flessen sterke drank en bier, stond links opgesteld. Wat mij opviel was de 'rijkheid' van de offergaven.

(Links) Opvallend aan het prachtige 16e eeuwse beeld is het losstaande varkentje, maar wel het meest opvallende is het feit dat hij de korte Tau-staf in zijn linkerhand houdt. Meestal is dat rechts. Gouden klok; en gouden vlammen aan de voet.

Tijdens de mis werd er overigens niet veel aandacht geschonken aan de offergaven. Behalve dan een haan die steeds kraaide, waar de pastoor een grappige draai aan gaf door te verwijzen naar de bijbelse haan. De offergaven werden dus niet speciaal gewijd, maar ze werden met alles en iedereen in de kerk gezegend, toen de pastoor met zijn drie 'engelen' zegenend door de kerk schreed.

Ook de mand met brood die door de Antoniusgilde werd binnengebracht, werd niet specifiek gezegend, hoewel ze later wel op bijzondere wijze, in samenhang met het aanraken van een reliek, werden uitgedeeld.
Zoals het beschreven stond op een website [maar welke was dat ook weer?]: In een sfeer van veel kinderlijke [sic] vroomheid en landelijke levenslust, deelt men tijdens de offerande santjes (gelegenheidsbidprentjes) en gewijde broodjes uit.
Ook hierbij assisteerde weer de Antoniusgilde, die sowieso een nogal prominente rol, ook in de mis speelde. Na het binnenbrengen van de mand met broodjes, zongen ze als een koor samen met het andere koor en de pastoor het Gildelied (waarin wel de zegen over de offergaven werd afgesmeekt). Later fungeerden meerdere leden van de gilde als voorganger en lezer.
De mand met broodjes wordt binnengebracht. De pastoor met wijwaterkwast en zijn drie 'engelen' (zo noem ik ze maar). Het aanraken van de reliek, niet van Antonius voorzover ik dat kon vaststellen.
Het Gildelied

Antonius, wij Essenaren zijn nog zo zeer op U gesteld.
Zegen daarom deez’ offergaven,
tezaam gebracht, hier in de kerk.

Antonius, nu wij U eren, leid ons maar steeds in 't goede doen,
wil 't kwade steeds van ons afweren
en blijf ook hoeder van al 't groen.

Antonius, wij smeken allen, zorg voor genade bij de Heer
En als wij soms nog éénmaal vallen,
help Gij ons dan maar keer op keer.

refrein
Wil ons daarom bevrijden, Antonius, van 't kwaad,
van alle kwaad in alle tijden, van alle kwaad en kwade daad,
van alle kwaad in alle tijden, van alle kwaad en kwade daad.
De tekst op het Santje

Sint Antoon, krisisheilige
jij kunt mens en dier beveiligen
tegen ziekte en de pest
en alle rampzalige rest

Sint Antoon, wij Essenaren blijven u eren
kunnen u jaarlijks zo moeilijk ontberen,
en zijn steeds klaar met een milde gift,
help ons dan later aan een hemelse lift.

Sint Antoon, onze wereld is soms een stal
velen zitten in de val
door overvloed, seks en haat
en ’t doet ons soms toch zoveel kwaad.

Sint Antoon, geef ons wat van uw rust,
maak ons als mens meer bewust,
dat vreugde, echtheid en liefde geven
zijn waarde nog heeft in dit leven.

Sint Antoon, breng ons allen wat dichter bij uw kerk,
’t is toch ook een beetje uw werk
te zorgen voor ons bij de Heer,
ook al zijn we niet meer als weleer.
Zoals het op diverse sites wordt * * vermeld en zelfs aangeprezen: Buiten, rond het beeld van Sint-Antonius, wacht een grote schare kopers op het einde van de mis, want na de mis vindt het offeren en wijden der gaven plaats, zoals varkenskoppen, neerhofdieren, brood, e.a.

Volgens een eeuwenoude traditie worden deze offergaven dan per opbod verkocht.
De opbrengst gaat naar verschillende goede doelen: onderhoud van twee kapelletjes met hun omgeving, steun aan drie verenigingen in de gemeente, steun aan minder bedeelden in de gemeente door het schenken van brandstof, steun aan een school voor blinden in Zuid- Afrika, aankoop van een nieuw houten kapelletje in één van de wijken van Essene, (het oude werd door vandalen zwaar beschadigd)  geldelijke steun aan de kerk.

Er werden hier ook bloemstukken, diverse groenten, en beeldjes van Antonius verkocht.
Zoals gezegd: van een wijding der offergaven is mij niets gebleken. Er werd wel vrolijk en enthousiast geboden, hoewel de prijzen niet zo hoog lagen.
Op een enkele lokale persmuskiet na, was er geen publiek. Zoals gebruikelijk was iedereen deelnemer.

De rijk gevulde tafel met offergaven, staat elk jaar borg voor een sfeervol evenement.

Daarna is het een gezellige bedoening in Breughel-sfeer.
Op het dorpsplein wemelt het van volk en terwijl een straatzanger met zijn trekzak voor leute zorgt, de gildevrouwen u een pittig witteken aanprijzen, stijgen de aroma's van braadworsten, kriek en lambiek als een wierookoffer naar de hemel toe.
Dit is heel fraai en dichterlijk gesteld, en niet geheel onwaar; alleen de straatzanger met zijn trekzak ontbrak deze keer.
En natuurlijk is er de onovertroffen gastronomie: de dampende erwtensoep, geurende pensen, varkenskoppen, pittig Lambiek- en Kriekbier en gesuikerde pannenkoeken. De viering wordt opgeluisterd door een kermis, en dans en vertier in de parochiezaal.
De praktische uitvoering wordt geregeld door de Sint-Antoniusgilde.
Wat ik na lezing van het artikel van Nissen, Varkenskoppen voor Antonius, verwachtte aan te treffen, was er inderdaad: ouderwetse kolencomfoors of vuurkorven. Nissen noemt ze evenwel "geïmproviseerde kacheltjes" wat zeker geen correcte omschrijving van deze traditionele verwarmingsmethode is. Uit navraag bij de mannen van de Sint-Antoniusgilde, bleek dat zij het niet als "Antoniusvuur" of als "heilig" vuur beschouwen, zoals in Salphen. Hoewel, in een ver, ver verleden?
De vuurkorf wordt ook gemeld in Houtem,
dus nu ik dat weer een tweede maal aantref, begint het er toch wel op te lijken. Dus heeft het wellicht toch, als "Antoniusvuur", zijn roots in een ver verleden.


Geel-Bel, Antwerpen #
Bel was vroeger erg afgelegen, en moeilijk bereikbaar: "achter Bel eindigt de wereld" was een veel gebruikte uitspraak. Maar Bel bleef het landelijk dorp met de jaarlijkse viering van Toontje, Sint Antonius en verkoop van varkenskoppen.
Bij de Belshof is er een Paardenwijding op de zondag na 17 januari.

In de voormiddag heeft daar de Sint Antoniusviering plaats; een wijding van paarden, rijtuigen en honden.
Na de
Hoogmis omstreeks 10.45 uur wordt er een stoet gevormd en stappen alle paarden - en dierenvrienden vanaf het pleintje aan de parochiezaal naar de kerk.
Na de wijding staat het de ruiters en menners vrij om een ontspannende wandeling te maken in de bosrijke omgeving. Ook worden die dag alle bezoekers aan de Kempense afspanning 'Het Belshof' getrakteerd op gratis boterhammen met
kipkap.
Een mooi Antoniusbeeld in de Sint-Lambertus Kerk, Bel 129.
En ook dit 19e eeuwse beeld zou zich in de Sint-Lambertus Kerk bevinden.
Groot varken; een wat vreemde Antonius.
In 2005 brachten we een kort bezoekje aan Het Belshof, waar men ons niets kon vertellen over de paardenwijding, dus vraag ik me af of het nog wel bestaat.
Behalve deze paardenzegening is er in de zomer een Koetsentocht (zoals in 2004 op zondag 25 juli).
Het is me nog niet duidelijk of dit ook iets met Antonius te maken heeft.


Gemert, Noord-Brabant St. Tunniskapelleke 1564
In het buurtschap Deel te Gemert bevindt zich een Antoniuskapel. Deze kapel heeft handvormbakstenen gevels met een gecementeerde plint en een zadeldak van oudhollandse pannen tussen de topgevels. Het dak is voorzien van een klokkenstoel met luidklok.
In de rechter zijgevel van de kapel is een boogvenster voorzien van een ruitvormig traliewerk.
In 18e-eeuwse archivalia wordt het
'St. Tunniskapelleke', zoals het gebouwtje tegenwoordig wel wordt aangeduid, genoemd als het 'antoniushuiske in de Deel'.
In een schepenakte van 1564 wordt mogelijk al op dit kapelletje gedoeld wanneer men rept van 'sekere erven gelegen tot Gemert aen den Deelsen Boom aent heijligen huijsken'.
De kapel in Deel is eigendom van het Gilde van Sint Antonius en Sebastiaan en is onlangs (2010) gerestaureerd en opnieuw ingezegend.
Met dank aan Lau Huijbers
De kapel bevat een altaar in neoclassicistische stijl met opschrift ‘In honorem SS Antonii et Sebastiani’.
[
Van St. Sebastiaan is overigens geen spoor te bekennen.]
Op de houten opstand boven het altaar is een geschilderd medaillon (hoogte 110 cm) aangebracht, voorstellende St. Antonius Abt, met T-staf en varkentje.
Links van dit altaar staat een houten gepolychromeerd beeld van de heilige (hoogte 158 cm) op een console. Antonius houdt hier een boek met beide handen vast; aan zijn voeten ligt een varkentje.
Voor het raam, maar achter plastic i.v.m. diefstal en vandalisme, staat nog een beeldje van Antonius, met vlammen aan zijn voeten en een leuk opkijkend varkentje, voor een boogvenster voorzien van een ruitvormig traliewerk.
Aan de buitenzijde, in de rechter zijgevel van de kapel, is daarboven een wit geschilderde sluitsteen met zwart opschrift ‘Antonius / Magnus / Eremita / Anno / 1841’.
In de dorpel van het venster is een uitsparing gemaakt om geld te offeren met daarboven het geschilderde opschrift ‘offer ter ere van / St. Antonius’.
Op 3 mei 1997 werd een speciale eucharistieviering in de kapel gehouden om de bescherming van Antonius Abt af te smeken voor de varkenshouders die slachtoffer waren of bedreigd werden door de varkenspest. Het betrof een initiatief van het Gemertse gilde van St. Antonius en St. Sebastiaan, dat ook andere Antoniusgilden uit de Kring Peelland heeft uitgenodigd om hun solidariteit te betuigen met de getroffen boeren. De gilden trokken op naar de kerk met vliegend vaandel en slaande trom; mede onder begeleiding van fanfare Sint Lucia uit Mortel. De mis werd bijgewoond door zo'n 400 Brabantse varkensboeren.
Tijdens de eucharistieviering, midden in het pestgebied, werd door de pastoor op voorspraak van de heilige Antonius Abt God gevraagd een einde te maken aan de varkenspest.
Sinds
dien kent de kerk veel aanloop van buiten de parochie waarbij kaarsen bij het Antoniusbeeld geofferd worden.
Deze recente opbloei van de Antonius Abt-devotie toont eens te meer dat sluimerende of nagenoeg vergeten cultussen in geval van nood snel kunnen opbloeien, vooral wanneer het situaties betreft waarin het menselijk kunnen tekort schiet.
Bij een zo conjunctuur-bepaalde devotie als in De Mortel is het evenwel de vraag in hoeverre de bedevaart ook bestendig is.
Verschillende pelgrims uit het getroffen pestgebied in de omgeving hebben evenwel beloofd Antonius trouw te blijven en terug te komen wanneer hun bedrijven gevrijwaard blijven van de varkenspest.
Opmerkelijk genoeg, zo vertelde een parochiaan in juni 1998, zijn er in de parochie De Mortel geen uitbraken van de varkenspest geweest.
Het Gilde van Sint Antonius en Sebastiaan wordt “grüjn skut“, vroeger ook de “Sint-Tunnisschut, genoemd naar de kleur van sjerpen en dassen van het kostuum.
De kleur groen herinnert er aan dat de H.Antonius een gewone dood in de Arabische woestijn in Egypte - waar nu zijn klooster nog staat - is gestorven. Zo geldt voor een martelaar de kleur rood, voor een bisschop paars – Sint Willibrord wit – en voor de H.Maria blauw.
Zo wordt het overigens ook onderscheiden van het 'Rooj Skut', waarmee het gilde van St. Joris in Gemert wordt aangeduid.
De activiteiten van het Gilde strekken zich ook uit tot de parochiekerk van Sint Antonius Abt in De Mortel.

Het Sint Antonius Abt gilde in Deurne (zie hierboven) wordt trouwens ook "groene schut" genoemd.

Citaten uit een stuk in Trouw, 2010, naar aanleiding van de jaarlijkse ’optrekdag’ van het Gilde, de zaterdag na 17 januari:
De statige trouwzaal van het Gemertse gemeentehuis is afgeladen; de spierwitte veren op de hoeden van zo’n zestig gildebroeders en -zusters plus aanhang steken fel af tegen het donkerrode behang.
De burgemeester spreekt het Gilde van Sint Antonius en Sebastiaan toe, zijn ambtsketting oogt wat pover tussen de talloze blinkende gedenkschilden op de kleding van de mannen van Sint Antoon. De burgervader heeft speciaal een groene stropdas om; het gilde heet in de volksmond ’de grüne skut’ (de groene schut). „Dankzij jullie blijven eeuwenoude waarden en normen bewaard”, spreekt hij trots.
Als hij is uitgesproken, het gilde zijn jaargeld in een groen zakje heeft ontvangen, en de wijnglazen leeg zijn, gaat het gilde de straat op om de burgemeester een vendelgroet te brengen – het sierlijk simultaan ronddraaien van de vlaggen, door tromgeroffel begeleid.
De optrekdag duurt van half acht ’s ochtends tot één uur ’s nachts. Een dertiger in gildekostuum, staat bij vertrek uit het gildehuis met een pilsje in zijn hand in de gang. „Tegenwoordig moet alles vlug vlug, maar dit is traditie hè? Rustig aan.”
Als de nieuwe deken bekend is, Pieter (22), de jongste zoon van jubilerend gildebroeder Peter, trekt het gezelschap al trommelend op naar diens huis. Daar wordt koffie gedronken en – wederom – bier.
Ineens wordt een lied ter ere van de heilige Antonius Abt ingezet.

Op het borstschild van de koningsketen zijn Sebastianus met pijlen (links) en Antonius met varkentje (rechts) te herkennen.
’Die Sint Antonius niet en acht,
is waardig dat hij wordt veracht.
Nochtans men vindt ze wel,
hier ook en in de hel’,
Een jonge gildebroeder maakt er een sport van zo hard mogelijk een valse tweede stem boven iedereen uit te zingen. Het lied vol vrome taal krijgt hierdoor iets van het brallerige credo van een studentenvereniging.
Eindelijk is het moment daar, de nieuwe deken zal officieel geïnstalleerd worden. De ploeg groepeert zich op straat rond de voordeur. Daar krijgt de jonge Pieter de attributen van zijn nieuwe hoedanigheid aangereikt. De ’regerende deken’ (de jongeman die vorig jaar in Pieters schoenen stond), neemt afstand van zijn borstschild en hangt het zijn opvolger om de nek. Van twee opgetrommelde buurmeisjes (volgens de traditie behoren dat maagden te zijn, maar daar heeft niemand in dit geval naar geïnformeerd), krijgt hij een kusje. De één wikkelt de groene sjerp om zijn middel, de ander zet hem een hoed op en een pijp.
Het gilde kent nog meer Antoniusliederen, waarvan er vijf regelmatig gezongen worden in gildemissen op of rond 17 januari. Ik geef hier als voorbeeld zes coupletten van één lied:
"Loflied van de H. Antonius"
Gildebroeders van Antonius wilt zingen,
En met goed akkoord uw aller stemmen dwingen.
Zingt van Antoon, uw patroon dieën held
Die het helsch gespuis met het bidden heeft geveld.

Heele scharen duivels zweefden om zijn celle
Die tezamen kwamen om den Abt te kwellen
Maar hij als held trok te veld in ‘t harnas
En versloeg de bende door het bidden ras.

Bij het bidden voegde hij het waken, vasten
Om zich van de wellust beter te ontlasten
Trok hem het spook dapper ook dan tot zond’
Was hij met zijn zweep gereed en ’t week terstond.
Waarom, zal men vragen, hebben hem deez’ geesten
Aangerand als tijgers en als wilde beesten?
Het was om den held met geweld in zijn cel
Te overwinnen en te sleepen in de hel.

Door de hoovaardij heeft hij ’t geluk verloren
En nu is zijn werk menschen te bekoren.
In ’t rond hij zweeft, zoekt jaloers en vol spijt
Als een briesende leeuw wien hij ter helle leidt.

Die den Abt dan eren, bidden en beminnen
Die nooit zonder vreezen, zonder te verzinnen.
Als hem deez’ beest om het meest port tot zond’
Van hem jagen door het bidden op het stond.
De liederen zijn als pdf te downloaden: klik hier.


Gent, Oost Vlaanderen 15e eeuw
Beelden en beeltenissen van Antonius komen op zeer veel plaatsen — kerken, kloosters, hospices — in en rond Gent voor, waaruit zijn belangrijkheid voor de regio duidelijk blijkt.
Parochiekerk van Sint-Antonius-Abt in Meulestede
Meulestede was vroeger een voordorp van Gent, en is nu een wijk, met een Parochiekerk van Sint-Antonius-Abt.
In 1649 kreeg Meulestede een eerste bidplaats. Het schip van de huidige, eenbeukige kerk dateert van 1731, en is opgetrokken in een eenvoudige bak- en zandsteenbouw in classicerende barokstijl. De toren en de voorgevel met neobarokke inslag werden gebouwd in 1867. Oorspronkelijk waren er huizen aangebouwd aan de zuidgevel van de kerk, maar deze werden later gesloopt.

Het is nog wel een actieve kerk, d.w.z. er worden missen gehouden.

Wij bezochten de kerk op zaterdag 11 juli 2009, voor de dienst van 18:00 uur.
De kerk is open. Boven de deur staat SANCTO ANTONIO. Vanbuiten ziet de kerk er enigszins verwaarloosd uit, maar vanbinnen is ‘ie zeer mooi. Schoon, licht, veel beelden. Rechts een soort afgeschermd balkon op de eerste etage met twee openingen op de kerk.
Rechts bij binnenkomst een mooi Antoniusbeeld en achterin achter het altaar rechts een glas-in-lood raam. Ik ga het beeld fotograferen; de koster komt erbij en is zeer behulpzaam.
Ik vraag hem of Antonius hier wellicht de patroon van de schippers en vissers was i.v.m. nabijheid van de haven en afwezigheid van boeren (denk ik), maar dat weet hij niet. Ook de naam van het plein waaraan de kerk ligt — Redersplein — zou in die richting kunnen wijzen.
Er zijn een tiental mensen in de kerk tijdens de dienst. Vriendelijk, voornamelijk ouderen natuurlijk. Een goede dienst door de pastoor van de St. Jacobs.
Een gevelsteen van het huis net om de hoek aan de andere kant van het Redersplein.
Beeld en glas-in-lood raam in de Antoniuskerk van Meulestede.
De 18e eeuwse collecte-schaal wordt nog steeds gebruikt. De opbrengst van een dienst (zie rechtsonder) is niet bepaald groot te noemen. Deze foto is uit de losse hand genomen en daarom niet goed scherp. Daarom heb ik de zwartwitte foto er maar bij gedaan.
De inscriptie op de rand van het deksel van de schaal vermeldt: BROEDERSCHAP VAN ST-ANTONIUS.
We zien Antonius zittend, met zijn varkentje bij zijn knie; achter hem (links) staat het boek tegen een struik; daarvoor staat een vrij grote klok met dubbel kruis als handvat; (rechts) op de achtergrond een kapelletje; en op de voorgrond een simpel kruis.
In Meulestede is ook een scouting Sint-Antonius.
Sint-Antoniushof
Net buiten het oude stadscentrum van Gent, net over de Sint-Antoniuskaai, is het Sint-Antoniushof of Tehuis Sint-Antonius, waar op de binnenplaats een 19e eeuws beeld van Antonius staat.
Het is nu een park, door huizen ingesloten, een sierlijke tuin met boomgaard, kruidenborders en kleine paden die je leiden door wat vroeger een kloostertuin was.
Het gildehuis van de haakbus-schieters, kolveniers en kanonniers. De schutterssymbolen staan overal op de gevel uitgespreid.
Een haakbus was een vuurwapens dat van de vijftiende tot de zeventiende eeuw werd gebruikt, en werd ontstoken met een lont. Een kolvenier of klovenier was een schutter met zo'n wapen.
De historische achtergrond:
In 1488 werd te Gent de St.-Antoniusgilde der haakbusschieters of kolveniers opgericht. Hun eerste oefenterrein aan de Ekkergemsevest ruilden ze op 9 juli 1532 in voor een nieuw terrein 'ten Vogelenzang'.
Hun thuishaven kreeg vanaf dat jaar de naam Schuttershof van Sint-Antonius.
Er werden nieuwe gildegebouwen opgetrokken waarin ze in 1641 hun intrek namen.
Rond 1678 werd het gildehuis bezet door de Franse troepen en als kazerne gebruikt.
In 1703 kwam het in handen van de stad die er een krijgshospitaal inrichtte.
Vanaf 1777 werd het een oudmannekenshuys en veranderde de naam in Huys van Bermhertigheid. Later werden ook vrouwen toegelaten..
In 1809 werd het St-Antoniushospitaal gesticht; het complex werd vergroot met een ziekenzaal en een klein auditorium.
Het beeld van Antonius staat bij de ingang van de Sint Vincent kapel.
Uiteindelijk kwamen de gebouwen in handen van de Commissie der Burgerlijke Godshuizen.

Er is nu een modern complex van serviceflats voor bejaarden in het Sint-Antoniushof.
Ongetwijfeld bestond er in het Sint-Antoniushof al sinds lang een kapel, maar deze was niet gewijd aan Antonius maar aan Sint-Vincent. In de kapel hebben nu sociale en culturele evenementen plaats.

In de kapel, aan de zijkant van de preekstoel, is nog wel een verguld reliëf van Antonius.
Sint-Baafskathedraal
Op de eerste plaats staat wel de Sint-Baafskathedraal in het centrum van de stad met het beroemde polyptiek De aanbidding van het Lam Gods van de gebroeders van Eyck uit 1432.
Op het luik rechts van het middenluik — de Heremieten — is Antonius als de "Egyptische" kluizenaar afgebeeld, met een blauw T-kruis op zijn borst (op de foto rechts niet te ontwaren, maar zie hieronder) in de schaduw van zijn mantel.
Verder heeft Antonius zijn staf, en een bidsnoer met 35 grote kristallen kralen (18 links en 17 rechts). Het snoer vormt overigens, zeer vreemd, geen lus. De twee uiteinden zijn voorzien van kwastjes.
Het bidsnoer van de kluizenaar rechts van Antonius is wel een lus, maar heeft ook vrij weinig dikke kralen.
Op de grond vóór Antonius, bij zijn stok druppelachtige kristallen edelstenen en bij zijn voet een rechthoekige kristal. Deze edelstenen zouden verband kunnen houden met de juwelen rond de Bron van het Leven.
Op de grond liggen nog wat vreemde oranje dingen (links), wat moelijk te zien op deze onscherpe foto van de replica in de Vijdtkapel. Organisch? Koraal misschien?
De twee vrouwen op de achtergrond zijn Maria Magdalena, die 30 jaar als kluizenares in een grot te Beaume in Frankrijk leefde, en Maria van Egypte, die 40 jaar in de woestijn leefde.
Merkwaardig genoeg lijkt Paulus van Thebe niet aanwezig te zijn. Hij is althans niet te herkennen, aan zijn gevlochten jas bijvoorbeeld.
En ergens kwam ik de opvatting tegen dat de kluizenaar links van Antonius Sint Saturnin zou zijn.
Nu meen ik Antonius nog op een andere plaats op het Lam Gods te herkennen, namelijk op de gebeeldhouwde houten lessenaar van de Zingende Vrouwen (of Engelen), linker luik. Attributen die daarop zouden kunnen wijzen, zijn de muts en de scroll.
Op het luik links van het middenluik — de Ridders van Christus — vinden we nog een verwijzing naar Antonius in de gedaante van een Ridder behorende tot de Ordre Militaire et Hospitalier de Saint-Antoine en Barbefosse, die te identificeren is als Willem van Ostremont, oudste zoon van graaf Albert van Henegouwen (de oprichter van die Orde) en grootmeester in de Orde van Sint-Antonius.
In 1416 trachtte hij nog een kruistocht naar het Heilig Land te organiseren, maar zonder succes.
Hij draagt een banier van de Tempeliers, een inmiddels verboden orde waarvan enkele ridders overgingen in de nieuwe Orde van Antonius.
Hij is de aanvoerder van de groep ruiters in krijgsuitrusting, en van een coalitie van Europese vorsten.
Hij draagt een zilveren schild met daarop een kruis van bloed. Daarop staat de tekst, van boven naar beneden: D(OMINU)S FORTIS ADONAY SABAOT en van links naar rechts EM(MANU)EL LH.S. XR. AGLA.
En wat in verband met Antonius toch wel het interessantst is: in het centrum staat een T-kruis.
In dit nauwelijks verstaanbare mengsel van Latijn, Hebreeuws, Grieks en Koptisch zijn alleen de woorden ADONAI-SABAOT te begrijpen als "God der legerscharen", maar verder zou het een magische formule vormen, die men destijds op wapens aanbracht om de trefkracht ervan te vergroten.
Aanvankelijk was het een ridderorde, maar ze werd op 11 Juni 1420 omgezet in een adellijke religieuze broederschap.
In deze kathedraal is nog een beeld van Antonius, vergezeld van zijn varkentje, een half vrijstaand bronzen reliëf uit 1633 aan het hek van de Sint-Aubertus of Bisschopskapel.
Het is werkelijk een prachtig beeldje. Leuke puntmuts. Zijn staf is verdwenen.
De uít-stekende delen, de snuit van het varkentje, de voet en de muts van Antonius vertonen glansplekken van veelvuldige devote aanrakingen die zo te zien ook nu nog plaatsvinden.
Boven hem zit een cherubijn met fluit en daarboven zijn de verstrengelde letters A en T aangebracht. Onder Antonius bevindt zich een staande engel.
En dan, aan het eind van ons bezoek, valt ons oog op nog een Antonius in een prachtig glas-in-lood raam (door G. Ladon uit 1909) van Christus op de olijfberg (Lucas 22).
We zien een Engel die Christus een bokaal (de graal, zoals op het Lam Gods retabel) aanbiedt, terwijl zijn discipelen zitten te dommelen en het arrestatieteam in de verte al aankomt.
Op de onderste rand van het raam staat links het wapen van Vlaanderen en rechts het wapen van Paus Pius X.
In het midden zien we Antonius met rode puntmuts en een wijzende vinger. Het schrift kan ik helaas niet ontcijferen. Misschien zou dit een verband kunnen aangeven.
Sint-Martinus Kerk
Dan vinden we Antonius nog in de Sint-Martinus Kerk, met een eigen altaar in een zijbeuk uit ca. 1669.
Boven het schilderij staat een klein beeldje van Antonius met varkentje. Daaronder staat de tekst erboven: ANTONIO MARCO ROCHO.
We moeten dus aannemen dat deze drie op het schilderij zijn afgebeeld. In ieder geval toont het Antonius hier met lange staf (zeer correct weergegeven) in zijn functie als pestheilige of in ieder geval geneesheer, die te hulp wordt geroepen door de zieken, waarvan één met verbanden om borst en arm op de voorgrond te zien is.
Voor het altaar staat een beeldje van Antonius van Padua. Zoals wel vaker schijnt men de “oude” Antonius niet meer te kennen, en komt de nieuwe, “populairdere” Antonius er geleidelijk voor in de plaats.
Onderstaande objecten hebben we niet gezien, maar moeten er volgens de Belgische inventaris site wel zijn.
Zilveren pelgrimsinsigne van 20 januari 1856. Zeer correcte T-staf met klokje. Fraaie puntmuts 17e eeuws eiken beeldje. Antonius met mooie puntmuts (doet denken aan de afbeeldingen in de St Baafs) en zeer klein varkentje.
Sint-Stephanus Kerk Sint-Salvator Kerk
Reliëf op een biechtstoel van Jacques Sauvage, 1601-1610. Weer een puntmuts. Een klein varkentje op de ene schouder. Een duiveltje op de andere? Een T op de mantel; een zeer correcte T-staf. Reliekschrijn met HH. Adrianus, Rochus en Antonius Abt (met varkentje) van Franciscus Fraeys, 1730.
Bijloke Abdij - Klooster
Er zijn veel Antoniusbeelden in de voormalige Bijloke Abdij - Klooster, nu het Bijlokemuseum. Dat de verering van Antonius een vast onderdeel van de kloostergemeenschap was, moge vooral blijken uit een kraagsteen in het kloostergebouw.
De Bijloke is oorspronkelijk een oud hospitaal gesticht in de dertiende eeuw, welke uitgroeide tot een groot hospitaal en abdij waar de Zusters der Bijloke verbleven.
Na de verhuizing van het hospitaal naar een nieuwe vestiging, werd in de oude gebouwen een Muziekcentrum geopend en de ziekenzalen worden nu gebruikt als concertruimte. In een ander deel van de site, de abdijgebouwen, was sinds 1927 het Oudheidkundig Museum ondergebracht. Het museum is momenteel gesloten. In 2009 zal hier het Stadsmuseum Gent openen.
Kraagsteen; 1666.
17e eeuws beeld. Een klein varkentje; een flinke klok; grote kralen aan het bidsnoer; een korte staf. 17e eeuws beeld. De staf lijkt verdwenen. Mooi hoofddekstel. Schilderij, blazoen van Sint-Antoniusgilde, 1609. Een T op de mantel; een bisschopsstaf. Een bukkend duiveltje achter Antonius (rechts). Een burger en monnik op de achtergrond (links).
Sint-Dionysiuskerk Huis van Alijn
(Onder) Sint-Dionysiuskerk in Sint-Denijs-Westrem, een voorstadje/wijk van Gent.
(Rechts) Een curieus beeldje in het Huis van Alijn, voormalig weeshuis, nu museum.
Het beeldje in het Huis van Alijn werd, natuurlijk vanwege de aanwezigheid van het varkentje, al lange tijd geïnterpreteerd als een Antonius, maar Antoon Vanquaethem maakte mij opmerkzaam op een artikel waarin terecht gesteld wordt dat het hier eigenlijk een andere heilige, namelijk Juniperus, betreft. Op mijn pagina over het varken zal ik de geschiedenis wat uitgebreider weergeven, maar hier kan ik vast mededelen dat het bij Juniperus afgebeelde varkentje drie pootjes heeft, omdat volgens de legende Juniperus één van de pootjes aan een zieke medebroeder te eten gaf.
De houding van de handen van Juniperus zou trouwens voor een Antonius beeld zeer atypisch zijn.
Overigens, ondanks de grote hoeveelheid beelden van Antonius in Gent en directe omgeving, lijkt zijn jaardag daar niet gevierd te worden. Er zijn zelfs geen historische vermeldingen van vieringen.


's-Gravenhage Pesthuis en Kapel 15e eeuw
Er is niets meer over van de onderstaande gebouwen en locaties, maar de gegevens zijn toch wel het vermelden waard, al was het alleen maar omdat ik Den Haag geboren en getogen ben (tot mijn 19e dan). Bovendien woonde ik op een steenworp afstand van de psychiatrische inrichting Oud-Rosenburg, die uit het oorspronkelijke Antonius Pest- en Dolhuis is geëvolueerd, en waar mijn moeder als verpleegkundige werkte.
En dan is het natuurlijk ook een zeer interessant, fantastisch beeld om je voor te stellen dat er een Kapel en een Kluizenaar in het Haagse Bos waren.
St. Anthoniuskapel en Pesthuis
Het Sint Anthonispesthuis en de gelijknamige kapel aan het Slijkeinde, hoek Vleerstraat. Jacobus Stellingwerf, 1715.
De naam Slijkeinde, voeger ook Geest en St. Anthoniestraat genoemd, kreeg die naam toen de Geest werd bestraat. Op de hoek van deze straat en de Vleerstraat werd in 1466 de St. Anthoniuskapel gesticht, gewijd aan de H. Anthonius Abt. Aan deze kapel werd een halve eeuw later een ziekenhuis verbonden.
Het Dolhuis was bestemd voor krankzinnigen. In 1516 richtte de magistraat ten westen daarvan een ziekenhuis in voor mensen die leden aan pest. Met de hervorming kwam ook het Dolhuis in handen van het stadsbestuur. In 1579 werd het pesthuis verbouwd en de kapel afgebroken. De magistraat benoemde de pesthuismeesters, later regenten genoemd. In 1917 kwam deze bevoegdheid in handen van Gedeputeerde Staten.
De naam Pest- en Dolhuis werd in 1827 veranderd in die van Verbeterhuis. Tussen 1841 en 1851 vond een flinke verbouwing plaats om te voldoen aan de wet op de verpleging van krankzinnigen.
Sinds 1844 heette de instelling dan ook Geneeskundig Gesticht voor Krankzinnigen. In 1909 werd het aan de Geest gevestigde gesticht verplaatst naar Oud Rosenburg onder Loosduinen.
St. Anthoniskapel in het Haagse Bos
De St. Anthoniuskapel in het Haagse Bos; naar de situatie van 1567. Jacobus Stellingwerf, 1720.
Er hebben enkele gebouwen of bouwwerken in het Haagse Bos gestaan.
Er was sprake van het ‘Witte Huis’, een Valkenhuis, een Hondenhuis en de St. Anthoniskapel waar een kluizenaar woonde.
Van kluizenaar Willem van Champy is de naam bekend. Hij was de biechtvader van gravin Jacoba van Beieren, maar werd in 1453 wegens wangedrag in de gevangenis gezet.


Grevenbicht, Born, Limburg H. Kruiskapel en parochiekerk van St. Catharina 19e eeuw
Rond de eeuwwisseling trok de boerenbevolking van Grevenbicht en omliggende dorpen jaarlijks op 17 januari naar de H. Kruiskapel om Antonius Abt te vereren en zo het vee te vrijwaren van besmettelijke ziektes.
De devotie is waarschijnlijk omstreeks 1850 ontstaan en heeft zich in elk geval tot circa 1940 gehandhaafd. Of de bedevaart eveneens zo lang heeft standgehouden, is niet met zekerheid te zeggen.
De
botreliek van Antonius Abt bevindt zich in een witmetalen, ovale theca (6 x 4,5 cm). Bij de reliek staat: 'S. Antonii A.'
Annonce in de Limburgsche Aankondiger van 11 januari 1896.
Het beeld van 'Antonius Abt': het zwaard van dit St. Paulusbeeld is omgevormd tot een Tau-staf, een van de attributen van Antonius.
De hoogmis wordt gelezen ter intentie van de landbouwers en vanaf 1897 ter intentie van de veeverzekering 'Tot behoud der landbouwers'. Na elke mis is er gelegenheid de relikwie te vereren en brood te laten zegenen. Buiten de kapel is er bovendien nog gezegend water beschikbaar.
De pelgrims brachten als offer ook
halve varkenskoppen mee, die na de mis verdeeld werden onder de armen van Grevenbicht.
Na de mis bezocht men de kermis van Grevenbicht.
Schutterij 'De Eendracht' hield op die dag tevens het vogelschieten.
De bedevaart werd na de sloop van de H. Kruiskapel voortgezet in de nieuwe parochiekerk. Volgens Van de Venne (1907) was het de bedoeling dat één van de ramen in het transept een voorstelling van Antonius Abt zou krijgen. Dit venster is er echter nooit gekomen. Wel werd het oude beeld in 1909 hersteld. Het aantal missen bedroeg in 1916 nog drie. Aangezien in 1942 er op 17 januari nog maar één mis werd opgedragen ter ere van Antonius Abt, kan dat een aanwijzing zijn dat het bedevaartkarakter toen al goeddeels verdwenen was. In 1999 werd aan het feest van Antonius Abt in het geheel geen aandacht meer geschonken.


Groeningen, Boxmeer, Noord-Brabant # St. Antoniuskapel 15e eeuw
De aan St. Antonius en St. Nicolaas gewijde kapel heeft een respectabele leeftijd, zij stamt uit de 15e eeuw. De kapel bestaat uit een schip met een smaller koor. Het interieur is gedeeltelijk vernieuwd, met name de banken.
Sinds 1846 is er een kerkklok met een gewicht van "95 halve Nederlandse ponden". Op de klok zijn de volgende namen geplaatst: H. Anthonius Abt (patroon), A. van Welle (pastoor), H.J. Havens en A.H. Stevens (kapelmeesters).
In de kapel staat het houten beeld van de patroonheilige St. Antonius aan de linkerzijde van het altaar. Aan de rechterzijde staat het beeld van de patroonheilige van de parochie, de heilige Laurentius. In het schip links vindt men een stenen beeld van Maria met rechts van haar Jozef. In het midden staat links de Moeder van Smarten en rechts Maria Theresia.

De gebrandschilderde ramen tonen diverse heiligen.
Op het koorraam staat een afbeelding van Caecilia. In het schip aan de rechterzijde St. Antonius en een raam met de afbeelding van Abraham met Isaak. Het raam aan de linkerzijde toont St. Nicolaas en het raam daarnaast beeldt Mozes in de woestijn uit.

H. Antonius. Leo Reihs 1979

Voor de kapel staat een prachtige etagelinde. Deze linde moet het niet hebben van zijn extreme dikte maar wel van zijn mooie vorm.
Zo op het oog blaakt deze boom van gezondheid ondanks zijn plantjaar dat tussen 1810 en 1820 moet liggen.
Deze Hollandse Linde heeft een omtrek van 291 cm en zijn hoogte is zo'n 12 meter.

Het Gilde Sint-Antonius & Sint-Nicolaas in Groeningen is zeer actief.

Ieder jaar wordt er op de maandag volgend op de naamdag van St. Antonius de traditionele "Köpkesmert" gehouden. Iedereen heeft kans op een stuk van het varken dat op die middag verkocht wordt. De opbrengst wordt in z'n geheel bestemd voor de kapel.
Het gilde van Groeningen werd officieel opgericht op 4 april 1494, op de zogehete Ambrosiusdag: "ter ere Godts ende den Heijligen Antonius ". In het jaar 1716 is de Heilige Sint Nicolaas als patroonheilige toegevoegd. Het is niet geheel duidelijk waarom dit is gedaan.
Het gilde heeft nog steeds de ronde zilveren “patroonsplaat” (ook wel het juweel genoemd) en de zilveren koningsvogel in haar bezit. De patroonsplaat was oorspronkelijk het onderscheidingsteken van de Broederschap van de heiligen Antonius en Nicolaas te Groeningen. Toen deze broederschap ook de taak van beschutting van kerk en huis (van hèrd en outaar) op zich nam en er daarom schietwedstrijden gehouden werden, voegde men aan deze patroonsplaat de zilveren koningsvogel toe. Omdat de papegaai aan de vorstenhoven de koningsvogel bij uitstek was, werd de vogel bij het gilde ook een papegaai. De patroonsplaat en de koningsvogel (beide uit omstreeks 1642) vormen samen de koningsketen of koningsbreuk, welke wordt gebruikt ter onderscheiding van de gildekoning. Hieraan werden en worden nog steeds de koningsschilden gehangen die elke koning bij zijn koningschap kan schenken.
Wanneer men lid van het gilde wilde worden, dan betaalde men een half pond was en later veranderde men dit in het betalen van één gulden. Men was bovendien verplicht om twee eikenbomen te planten. Bovendien moest de gildebroeder erop toezien dat deze eikenbomen volwassen werden. In het midden van het dorp was een driehoekig plein en hierop moesten deze bomen worden geplant. Als de bomen volwassen waren, werden ze ten bate van het gilde en de kapel gekapt en verkocht.

Het gilde zorgde ook voor de verdediging van het dorp. In de tachtigjarige oorlog werd op het plein een verdedigingsschans gebouwd, waarin de inwoners zich konden terugtrekken.
De hier getoonde houten beelden van St. Antonius en St. Nicolaas staan in het clubgebouw van het Gilde Sint-Antonius & Sint-Nicolaas op hun schietterrein.
Na de oorlog werd deze schans weer afgebroken en raakte het gilde het eigendomsrecht kwijt. Het enige stukje grond dat het gilde toen nog bezat was het terrein waar de schutsboom was geplaatst.

Schutterij
Bij het gilde van Groeningen hoort van oudsher ook een schutterij. Vroeger was de schietbeoefening er nog voor de bescherming van het dorp, tegenwoordig is het een sport. De officiële naam voor de sport is
wipboomschieten.

Bij concoursen en wedstrijden wordt er doorgaans op 2 voorwerpen geschoten, namelijk op houten klosjes en op metalen schijfjes die ‘wippen' genoemd worden. Een wip is een rond metalen schijfje dat boven op de schietpaal ligt, vandaar de naam wipboomschieten. Bij het wipboomschieten is het de bedoeling dat deze wip van de schietpaal af geschoten wordt, waarna deze er weer met een lijn opgetrokken kan worden.
En er wordt dus ook op houten klosjes geschoten, bijvoorbeeld op gildedagen. Bij dit onderdeel wordt er bijgehouden in hoeveel schoten de
klos eraf wordt geschoten. De klos is eraf wanneer er zich geen hout meer rond de spil bevindt.
Vendelen of vendelzwaaien
De vendeliers zwaaien hun vendels namens alle gildebroeders van het gilde en onder bescherming van de patroonheilige van het gilde. Het vendelzwaaien wordt altijd door vele toeschouwers gewaardeerd en de vendelier met zijn zwaaivendel is vanzelfsprekend de trots van ieder gilde.
Bij het vendelen hebben de bewegingen van de vendeliers een bepaalde betekenis. Er wordt namelijk vaak het zogehete
vendelgebed uitgevoerd waarin een gevecht wordt uitgebeeld, de strijd tussen goed en kwaad.

Voor het spel van de vendeliers geldt het volgende:
V dat is VREDE
E dat is EENDRACHT
N dat is NOBLESSE
D dat is DISCIPLINE
E dat is EER
L dat is LACH en LEVEN
Begraven met gilde eer
Voor het begraven met gilde eer komt elk lid in aanmerking, ook aspirantleden. Het hoofdvaandel met
zwarte rouwwimpel zal bij de avondwake en uitvaartdienst voor in de kerk(kapel) geplaatst worden. Ook zal een delegatie van het bestuur of leden de uitvaartdienst bijwonen. Voor alle overleden gildebroeders zal er een kruisje komen te hangen in het veldkapelletje.
De partner en familie zal het eerste jaar worden uitgenodigd voor het bijwonen van de H. Mis met St. Tunnis en Pinksteren.
De kist wordt gedragen door 6 gildebroeders. Het koningszilver komt op de lijkkist te liggen evenals de hoed (eventueel baret) en één bloemstuk. In de kerk staan deze gildebroeders naast de kist.


Meer St. Antonius plaatsen C-G
  • Delft (NL)
    Oorkonde van de Sint-Anthoniskapel aan de Nieuwe Haven te Delft. Uitgebracht in Den Haag op 20 augustus van het jaar onzes Heren 1416.
  • Doesburg (NL)
    Een kapel vroeger gewijd aan Antonius, nu Luthers.
  • Dwingelo (NL)
    Sint-Antoniusbroederschap te Dwingelo, nu een liefdadigheidsgenootschap. Op 17 Jan. komen de broeders bijeen; zij ontvangen de pacht; 's middags eten ze grauwe erwten met ham en rollade, stokvis met aardappelen en rijst met rozijnen, bier enz. Daarna worden de bedelingen gedaan.
  • Eerde (NL)
    Parochie St. Antonius-abt & Antoniusmolen.
  • Eindhoven (NL)
    Koptische Kerk van de Aartsengel Michaël en Sint Antonius Abt
  • Escharen (NL)
    Gilde Sint-Antonius Abt
  • Gemonde (NL)
    Gilde Sint-Antonius en Sint-Sebastiaan
  • Gouda (NL)
    De St. Antoniuskapel te Gouda, een gasthuiskapel gedreven door een broederschap, wordt in 1449 vermeld als doel van een strafbedevaart. Het St. Antoniusgasthuis plus kapel besloeg de gehele ruimte tussen Kleiweg, St. Anthoniestraat, Zeugstraatgracht en Agnietenbrug. De St. Anthoniestraat en de nabij gelegen Teunisbrug bewaren er nog de herinnering aan.
  • Grave (NL)
    Gilde St. Antonius Abt.
  • Groesbeek (NL)
    Sint Antonius Abt kerk



Vita Antonii Abba's Iconografie Antoniusvuur Antonianen In de Kunsten Vieringen Orthodox Literatuur
Folklore Sint Antoon Saint Antoine Sant'Antonio San Antón Sankt Anton Saint Anthony
Adolphus Hilarion Paulus van Thebe Maria van Egypte Simeon de Pilaarheilige Christen Asceten


Heeft u informatie over Antonius Abt, of vragen, neem dan contact op met mij: Dolf Hartsuiker