Vita Antonii Abba's Iconografie Antoniusvuur Antonianen In de Kunsten Vieringen Orthodox Literatuur
Folklore Sint Antoon Saint Antoine Sant'Antonio San Antón Sankt Anton Saint Anthony
Adolphus Hilarion Paulus van Thebe Maria van Egypte Simeon de Pilaarheilige Christen Asceten

Sint Antonius Abt in de Lage Landen L-N

Plaatsen A-B C-G H-K L-N O-R S T-Z Beelden A-B C-G H-L M-O P-S T-Z Kalender Kaart
Lede. Leerbeek. Leeuwarden. Lendelede, 2007. Lierop. Lille. Lomm. Loonbeek, 2009. Lunteren. Maashees. Maastricht. Malden, 2005. Meerbeek, 2009. Meeuwen, 2006 Antoniusviering. Merchtem. Millegem, 2009. Moerbeke, 2007. Montfort. Mook, 2005. Mortel, 2005. Nieuw-Borgvliet. Nistelrode; Nuenen, 2005. Nukerke, 2007. Nuland.


Lede, Oost-Vlaanderen (I 17) St. Antoniuskapel en T in stadswapen
Drie T's in het stadswapen.

Een kapel aan de Processieweg-Wanzeledorp.


Leerbeek, Vlaams Brabant (J 18) Kerk Sint-Pieter
Te Leerbeek was er elke eerste dinsdag van de maand in de Sint Pieter kerk een beestenmis ter ere van St.Antonius.
Dat zal nu wel niet meer het geval zijn, maar een mooi beeld uit de 16e eeuw en fraaie een reliek-sarcofaag uit de 18e eeuw zijn er waarschijnlijk nog wel.

Het varkentje, samen met Antonius in de vlammen, kijkt aandachtig naar hem op.


Leeuwarden, Friesland Sint Anthony Gasthuis 1425
De geschiedenis van het gasthuis begint in 1425. Dan duikt de naam Sunte Antonius Ietshuse op in een document. Hierin werd een schenking gedaan door Jouke Burmania. Deze schenking toont ook aan dat het gasthuis dus al vòòr 1425 bestond. Hoe het gasthuis precies ontstaan is blijft een raadsel.
Tegeltableau van het Sint Anthony Gasthuis aan de zuidzijde van de Grote Kerkstraat; door J. Bulthuis, naar een tekening uit 1790.
Deze poort is een restant van het oude gasthuis. Tijdens de bouw van de Julianavleugel in 1910 is deze daar herplaatst. Het zandstenen poortje is gemaakt in 1682 in een classicisistisch-barokke stijl. Het beeldhouwwerk werd er ook in 1910 aan toegevoegd. Het stellen St.Anthonius en twee proveniers voor.
Grappig, het varkentje dat nog net uit de mantel van Antonius komt piepen. Antonius heeft een klok in zijn linkerhand, een T-staf in zijn rechterhand. In het tympaan is een klok, geflankeerd door twee dolfijnen.
Antoniusbeeld in de gang in het bestuurshuis van het Sint Anthony Gasthuis, Grote Kerkstraat noordzijde nr. 39. Zou het er nog staan?
Het Sint Anthony Gasthuis: de ouden tot nut, de zwakken tot stut.
Mooie klok; merkwaardig hoe dat vrij grote varken zo uit de grond omhoog komt.
Een fraaie gevelsteen van Antonius met varken en klok aan de Pijlsteeg (boven).
De meest voorkomende versiering aan de buitenkant is toch wel de klok van Antonius, zoals aan Perkswaltje 11 en 14 (boven links en links).
De klok bevind zich aan alle gebouwen die tot de stichting behoren. Je zou kunnen zeggen dat dit het handelsmerk van het Anthonygasthuis is.

Tegenwoordig is het St. Antony Gasthuis een serviceflat met huurappartementen.

Hoewel het dus geen 'actieve' Antoniusplaats meer is, zijn de beelden toch wel zo interessant dat ik die zeker wil tonen.



Lendelede, West-Vlaanderen (E 17) St. Antoniuskapel 1702
De St. Antoniuskapel werd reeds vermeld in 1702. In 1887 werd een nieuwe gebouwd door E.H. Adolphe Debien, gewezen pastoor van St. Katarine. Zij is toegewijd aan Sint Antonius-abt en staat in de straat met dezelfde naam.
Volksdichter Honoré Lagae schreef een lied over deze kapel.
Tijdens ons bezoek van 12 augustus 2007 zijn we in deze kapel geweest. Het is een modern aandoend gebouwtje, waarin nog steeds actieve devotie plaats vindt.
De ruimte wordt in tweeën gedeeld door een ijzeren hek.
Aan de voeten (of beter, en merkwaardiger, schoenen) van Antonius en net voor zijn varkentje zijn vlammen zichtbaar.
Aan het hek is links een ovalen theca met een kleine reliek van Antonius bevestigd. Daarnaast bevindt zich een offerblok.
Op een prent aan de muur achter het beeld staat Antonius voor een grot — wat 'zijn' Egyptische grot moet voorstellen, denk ik — met zijn varkentje (met slagtanden) liggend aan zijn voeten, terwijl hij Europees kleinvee zegent: schaap, koe, ezel, paard, konijn, haan, eend, hond, en (wat minder Europees) pauw, en op de achtergrond vliegt een meeuw.
De ongehuwde vrouwen — een Antoniuslied van Lendelede
1
Het ongehuwde vrouwgeslacht
van dertig jaar en meer
blijft steeds verlaten en misacht.
’t Is pijnlijk dat o Heer.
Ze krijgen nergens geenen man
en velen komen ziek daarvan.
Hoe wreed, zij pierlala sa sa
lijkt dat vrouwvolk uit d’andere leeken (?)
Mille ton mille ton mille teine.
Ze gingen zo stille in een reke
in bedevaart voortaan
naar St. Antonius gegaan.
2
Ze trokken samen op ter bee.
’t Was voor den dageraad
den steenweg op naar Lendele
waar een kappelleke staat
aan St. Antonius toegewijd
vermaard van in den ouden tijd.
Met recht, zei pierlala sa sa.
Ze lazen zoo schoon te gare.
Mille ton mille ton mille teine.
Goeden man geeft ons ne minnare.
We bidden u, haast u zeer.
Antonius weerd u ne keer.
3
Daar knielde een jonge vrouw voor ’t beeld
en bad in droef getraan.
‘k Heb kruisen dat te vele schild.
‘k Zou geerne trouwen gaan
maar niemand is op mij gesteld.
‘k Ben buiten de jaren en ‘k weet het wel.
En toch, zij pierlala sa sa.
‘k Ben nog jong van hert en van zinnen.
Mille ton mille ton mille teine.
Dat ik een hadde ‘k zou hem toch zoo beminnen.
‘k Zit al zoo lange op loer.
Geef mij nen osseboer.
4
Daar knielde eene boeremeid
lanz den kapellemuur.
Ze bad in groote neerstigheid
wel een geslegen uur.
Ze bad op haren eene knie.
Ge weet wel wie dat ik geerne zie.
En stief, zij pierlala sa sa.
‘k Ben nog jong van hert en van zinne.
Mille ton mille ton mille teine.
Bevrijdt mij van minnesmarten
de schrikkelijke pijn.
De meeste die er kan zijn.
5
Daar zat er plots een meisje daar.
Haar oogjes waren nat.
Het zij: ben 32 jaar
dat ‘k toch een ventje hadde
al wat ik doe ten lukt ook nooit.
Nochtans mijn stalleken is gestrooid.
En schoone, zij pierlala sa sa.
Als ik nen jongman ontmoette.
Mille ton mille ton mille teine.
‘k Bezie hem dan minzaam en ‘k groette
en mijn herte klopt dan snel.
Antonius dat gaat al niet wel.
6
Daar zat een jonge vrouw neer
met wonder schoon gelaat.
Ze bad: Antonius luisterd eens
hoe dat het met mij staat.
Ze peinzen allen die mij ken
dat ik een stille dibbe ben.
Ach neen, zei pierlala sa sa.
Stille waters hebben diepe gronden.
Mille ton mille tonmille teine.
‘k Hebbe dikwijls ondervonden
och hadde ik toch nen man.
7
Daar zat daar eene gansch alleen
geknield op de gravee.
Ze bad: ‘k ben vijftig jaar en een
en komme ook nog mee.
‘k Zou geerne trouwen want
ik zitte daar met al mijn land.
En nog, zei pierlala sa sa.
‘k Hebbe mijn werk met mijn koe en keerne.
Mille ton mille ton mille teine.
‘t Is lastig, ‘k en doet niet meer geerne.
’t Zou beter gaan met tweën.
Antonius, weet ge van geen ?
8
De keerskes waren opgebrand
en ’t bidden was gedaan.
Ons dochterkes zijn hand in hand
te zamen naar huis gegaan.
Ze waren afgemat en moe.
Ze trokken te zamen naar ’t beddeke toe.
Z’hadden gelijk, zij pierlala sa sa.
En ze droomen van vrijen en trouwen.
Mille ton mille ton mille ton teine.
En ze droomen van d’jakken en douwen
en van nen lieve man.
’t Is spijtig ten komt er niet van.
’t Is spijtig ten komt er niet van.
Deze tekst werd door Irma Samyn ingediend voor het liederen-schrift van Marcella Vandoorne uit Izegem, die in het jaar 1933 meer dan 60 liedteksten heeft verzameld.
Dit schrift is momenteel in het bezit van Jef Soenens.


Lierop, Noord Brabant Gilde van Sint Antonius Abt 1564
Het Gilde Van Sint Antonius Abt Lierop is een familiegilde: om lid te kunnen worden moet men Gildenlid's kind zijn of met Gildenlid's kind gehuwd, dan wel Gildenlid's geregistreerd partner zijn.
Het gilde is opgericht voor 1564 en telt ruim 150 leden waarvan 27 geüniformeerd.
We zijn een gilde dat zich meet met kruisboogschieten, trommen en vendelen.
Hoogtepunten van een gildenjaar zijn de teerdag, het koningschieten en de deelname aan andere gildenfeesten.
De overheid komt maandelijks bijeen, afgevaardigden bezoeken overlegvergaderingen van de andere gilden. Verder stuurt het gilde afgevaardigden naar bijeenkomsten van de diverse kringcommissies.
Op 17 januari viert het Gilde de
Teerdag, ter gelegenheid van het feest van de patroonheilige Sint Antonius Abt. Deze dag bestaat uit de onderdelen: Eucharistieviering, jaarvergadering, teren en feestavond, gehouden in gildenhuis café 't Jagershuis.


Lille, Antwerpen (O 15) # Sint-Antoniusviering en jaarmarkt
In het Kempense dorp Sint-Pieters-Lille, tegenwoordig kortweg Lille, werd op 23 januari 1949 een Sint-Antoniusdag gehouden.
Die feestdag ter ere van de vader van het kloosterleven werd gevierd met een processie en een wijding van de trekpaarden.
Daarnaast was er ook de traditionele openbare verkoop van giften zoals varkenskoppen.

Ook tegenwoordig wordt het nog gevierd, zoals blijkt uit dit verslag van 2008, zij het met enige moderne aanpassingen, zoals bijvoorbeeld de tractoren die nu gezegend worden. Merkwaardig is wel dat hiervan op het internet geen plaatjes te vinden zijn. Ik zal er zelf eens naartoe moeten gaan.

Begankenis van Sint-Antonius Abt te Lille.
Op zondag 20 januari zal de volksheilige Sint-Teunis weer uitbundig gevierd worden in Lille. De tweede patroonheilige van de Sint-Pietersparochie wordt sinds honderden jaren op een bijzondere manier gevierd in het Krawatendorp.
Vermoedelijk is deze verering van de heilige Antonius Abt of in de volksmond ‘Toon met het verken’ ontstaan in de 17de eeuw. Tijdens de zestiende en zeventiende eeuw teisterden grote pestepidemies onze streken. Ook in onze Lilse deelgemeenten sloeg deze ziekte toe en stierven vele inwoners en ook de veestapel werd zwaar aangetast. In deze tijden zocht de bevolking enig houvast in het geloof. Zo kwam de heiligenverering sterk op de voorgrond. Daaruit vloeide voort dat de heilige Antonius Abt te Lille als bijzondere beschermheilige voor mens en veestapel aanroepen werd.
De ‘Jonge gilde’ had Antonius reeds als patroonheilige. Deze schuttersgilde had ook een eigen altaar in de kerk en de Lillenaren gingen meer en meer hun toevlucht, heil en bescherming zoeken bij de heilige Antonius Abt.
De verering voor deze volksheilige nam toe toen pastoor Van Rijswijck op het einde van de 17de eeuw toestond een nieuw beeld van Antonius te laten snijden door de beroemde Mechelse beeldhouwer Nicolaas Van der Veken.
Pastoor Jacobus Ignatius Vinck (pastoor te Lille van 1761 tot 1779) moedigde de bijzondere verering voor de heilige Antonius aan. Hij zorgde ervoor dat in 1763 de Lilse parochie Sint-Pieter een relikwie van de H. Antonius Abt bekwam. De pastoor liet door de Antwerpse zilversmid Lambertus Hannosset een reliekhouder maken (zie foto hieronder rechts).
De volgende pastoors zouden samen met de bevolking een steeds grotere verering voor hun geliefkoosde volksheilige aan de dag leggen.
Pastoor Willebrord Janssens kreeg op 6 juli 1811 een brief van de Congregatie van Aflaten te Rome die bevestigde dat de gelovigen die in Lille aan de begankenis en viering ter ere van de H. Antonius deelnamen een volle aflaat verdienden. Het plakkaat van deze bekendmaking hangt nog in de sacristie van de St.-Pieterskerk (zie foto hieronder links).

Gemeentesecretaris Emiel van Hemel - met een notitieboekje in zijn handen - naast een van de gelukkige bezitters van een varkenskop
Nog een gelukkige bezitter van een varkenskop?
De processie met het beeld van Antonius
De wijding van de paarden
De paardenommegang
Na de plechtige misviering met verering van de relikwie is er de befaamde heuse paardenprocessie met zegening aan de kerk. Later werden dan andere dieren en tractors toegelaten.
Het verkopen van varkenskoppen ter ere van de H. Antonius, na de misviering en paardenzegening gebeurde al in 1873. Dit vindt nu plaats op de pui van het ‘Heemhuis de Vrijter’ na de paardenprocessie.
Aflaat verklaring Theca met Antonius relikwie
Sinds 1977 kreeg de Teunisviering een nog meer volks karakter door het invoeren van een Jaarmarkt.
Sinds de jaren tachtig beginnen de Lilse schoolkinderen hun Teunisviering reeds op de zaterdag voor Sint-Teunis.
Hedendaagse varkenskoppen in optocht naar kerk of Heemhuis?
Tenslotte: er is een Ponyclub Sint Antonius in Lille


Lomm, Arcen en Velden, Limburg # Parochiekerk St. Antonius 17e eeuw
De Antoniuskapel ressorteerde onder de parochie Arcen, waarvan de pastoor tiendheffer was van Lomm. De kapel had in 1669 een eigen rector, die eenmaal per week een mis opdroeg.

De ouderdom van de Antoniusverering is niet bekend. De kapel was in elk geval in de 17e eeuw aan Antonius Abt en Johannes toegewijd. Dit zijn de oudste gegevens over Antoniusverering, maar wanneer de bedevaart zelf is ontstaan is daarmee nog niet duidelijk.

De kapel lag in de kern van het dorpje Lomm. Het koor stamde mogelijk uit de 16e eeuw. Het eenbeukige schip dateerde van 1671.
In 1944 raakte het dak van de kapel zwaar beschadigd. Storm en een brand lieten de kapel tot een ruïne verworden. In 1959 werd zij gesloopt. De bakstenen werden gebruikt voor de restauratie van de kapel van Sambeek (Noord-Brabant).
De nieuwe parochiekerk, die evenals de kapel gewijd is aan Antonius Abt, werd op 17 januari 1937 in gebruik genomen.
Er is een koperen reliekhouder (43 cm hoog), die stamt uit het eerste kwart van de 20e eeuw en de vorm heeft van een monstrans. Deze monstrans heeft een zeshoekige voet, die overgaat in een gedraaide schacht.
In het hart van het kruis bevindt zich de ronde theca met een
botreliek van Antonius. Het bijschrift bij het botpartikel luidt: 'S. Antonii Abb.' Het kruis is versierd met acht rode, blauwe en witte glasstenen.

En er zijn twee houten
Antoniusbeelden.
In de jaren twintig werd het Antoniusfeest nog gevierd. Op 17 januari waren het toen vooral de parochianen van Lomm die ter kerke togen. Een franciscaan hield dan een predikatie. Na afloop van de mis werd de relikwie vereerd en het Antoniusbrood gezegend. Het brood werd mee naar huis genomen en daar genuttigd door de mensen en het vee.
En tot in de jaren vijftig van de 20e eeuw wordt er nog melding gemaakt van massaal kerkbezoek en bedevaart.
Relikwieverering was nog in zwang, ook werd er nog brood en water - Antoniuswater - gezegend.
Er is ook een Antoniusplein, en er zijn een Sint-Antonius Gilde en een Stedelijke Harmonie Sint-Antonius Lomm.
Lied Sint Teunis Gild Tekst & muziek: Jeu van de Diep (Jeu Hegger)
Gildebroeders, staon vör eur zaâk.
Solidair zien, de grötste taak.
Ás de gild van den Abt Sint Teunis,
vör ut dörp ennen echte steun is.
Same vere weej dan mit vermaak,
gildebroeders, staon vör eur zaak!!!

Ens in 't jaor de gansen daâg,
't jaorfieës vere, gen gejaag,
weg oet den dagelijkse sleur,
positief dinke bringk wer kleur.
Enne keuning huurt der beej,
idder jaor, altiêd opni-j.
't Keuningszilver kump dan oet de kâs,
en ok de sjieke keuningsjas.

Gildebroeders mit daen drang,
werke vör elk dörpsbelang.
Is der mej ok schrik vör ut werk,
Mit völ man same, dát mák sterk.


Loonbeek, Vlaams Brabant (M 18) St. Antonius Abt Kerk 1415
De gotische St.-Antonius Abt kerk was oorspronkelijk gebouwd als de kapel van de heren van Loonbeek in 1415, en daardoor had de priester een apart statuut en werd de parochie Loonbeek pas zelfstandig in 1874. Na de oprichting van de zelfstandige parochie werd de kerk in 1905 uitgebreid. In 1938 werd de kerk beschermd als monument.
De kerk staat bekend om zijn varken, maar ook om zijn orgel.


Op zaterdag 17 januari 2009 bezochten we Loonbeek. Bij de ingang tot het kerkhof zie ik een plakkaat waar de viering van zondag 18 januari staat aangekondigd.
Tot mijn verrassing is de kerk open. Binnen zijn twee dames de kerk aan het kuisen als voorbereiding voor de viering van morgen.
Even onderbreken ze het werk, zetten de stofzuiger uit, en we praten wat over de Antoniusviering.
Het 17e eeuwse Antoniusbeeld is zeer mooi en prachtig met bloemen versierd.
Op zijn schoudermantel heeft hij een T; de T-staf heeft de juiste lengte; het varkentje springt wat neerwaarts.
Wat de Antoniusviering in 2008 betreft, geef ik hier het relaas uit het Huldenberg blog. Het is wel in de verleden tijd gesteld, maar zoals blijkt uit de foto’s en de affiche gebeurt het nog steeds.
Het lijkt ons zeker de moeite waard om volgend jaar de viering hier te gaan bijwonen.
De Loonbeek-Kermis is een oude gewoonte en nauw verbonden met de verering van Sint-Antonius-Abt. De Loonbekenaars maakten op die dag veel plezier en verzamelden zich in de plaatselijke cafés.
In Loonbeek bestond er ook een traditie. Ter gelegenheid van Loonbeek-Kermis werd in de families een varken geslacht. De kop (of de helft ervan) werd geschonken aan de kerk.
Na de hoogmis die niet alleen door de Loonbekenaars maar ook door talrijke pelgrims uit naburige parochies bijgewoond werd, vond de verkoop van de varkenskoppen aan de kerkpoort plaats.
De plaatselijke
veldwachter stond in voor de verkoop. Wie het meeste bood, kreeg de varkenskop (soms een halve). Zo werden er telkens een vijftal koppen aangeboden. De opbrengst van de verkoop ging naar de kerk.
Met de tweede wereldoorlog werd er met de traditie van verkoop gebroken. Maar de Loonbekenaars bleven Loonbeek-Kermis vieren.
De namiddag werd voorbehouden voor een gezellig samenzijn, met taart, appelbeignets,
smoutebollen en later tiramisu. Meestal kwam er muziek aan te pas: doedelzakspelers, accordeonisten en andere muzikanten op oude instrumenten, tot in de late uurtjes.
Later, na de bouw van de zaal Van der Vorst, kreeg de verkoop zijn definitieve bestemming. Er werd inmiddels geopteerd voor één varkenskop en aanverwante gerechten: kip kap, klaargemaakte kop, pensen, tong, poten en oren die de opbod moesten doorstaan. Gedurende verschillende jaren werden deze gerechten op een traditionele wijze door Felix Caeckelberghs klaargemaakt. Nu heeft Luk Dewit de taak overgenomen. Een nieuwigheid is dat voor sommige gerechten een recept meegegeven wordt.
Zo wacht nu iedere echte Loonbekenaar op de dag waarop Willy Verheyden, van op zijn stoel, met zijn niet te evenaren humor, de vijfentwintigste verkoop zal leiden, onder het toeziend en goedkeurend oog van dit jaars special guest Kardinaal Danneels.
Loonbeek-Kermis vindt traditiegetrouw midden januari plaats. Dan wordt St.-Antonius Abt (17 jan) gevierd.
Dit jaar is het vijfentwintig jaar geleden dat een oude traditie [her]ingevoerd werd, nl. de verkoop van varkenskoppen.
Om aan dit evenement de nodige glans te geven zal Kardinaal Godfried Danneels tijdens de plechtige eucharistieviering opgeluisterd door het zangkoor van Loonbeek-Huldenberg voorgaan.
Op het einde van de mis zal
de relikwie van St.-Antonius kunnen vereerd worden.
Vervolgens zal in zaal Van der Vorst de traditionele
verkoop van varkenskoppen plaatsvinden.
Dit reliek ostensorium uit de 15e eeuw hebben we niet gezien. Ik neem aan dat dat alleen bij plechtige vieringen voor de dag wordt gehaald.


Lunteren, Ede, Gelderland # Parochiekerk van St. Antonius Abt (thans N.H.) ca. 1425
Ten behoeve van de bewoners van de buurtschap 'Luntheren' of Meulunteren (Molen-Lunteren), die kerkelijk onder de parochie Ede behoorde, werd er omstreeks 1425 een kapel gebouwd aan de Koreneng, die toegewijd werd aan St. Antonius. Ter onderscheiding van Meulen-Lunteren werd de buurt rond deze kapel Capelle-Lunteren genoemd.

Legende
Er was een legende, opgetekend in 1654, dat er in de kapel een klok was, die door Antonius, tijdens een verblijf aldaar, zelf gemaakt zou zijn of door zijn toedoen aan hem was toegewijd. Wellicht heeft dit iets te maken met de Antoniusbel. En er was sprake van jaarlijkse eerbiedige rondgangen rond het kerkhof van Lunteren.
De vermelding van de
Antoniusklok wijst er wellicht op dat er tijdens de processie geluid werd, mogelijk met het doel demonen en boze geesten te verdrijven.

Verondersteld mag worden dat er in de kapel te Lunteren een Antoniusbeeld stond, dat tijdens een jaarlijkse ommegang werd meegedragen. Anno 1996 bezit de in 1959 gebouwde r.k. noodkerk in Lunteren, die eveneens is toegewijd aan St. Antonius, een 15e-eeuws houten
beeld van Antonius met het varken.
Niet alleen in Lunteren, doch ook in de omgeving in andere plaatsen op de Veluwe was Antonius een bekende heilige. Zo bestonden er te Barneveld en Otterlo Antoniusvicariën. Te Scherpenzeel was een Antoniuskerk en Wageningen kende een St. Antoniusschutterij (in 1912 opgeheven).

De verzoeking van de Heilige Antonius de Heremiet, 1550, door een navolger van Bosch. Noordbrabants Museum, ’s-Hertogenbosch. (zie ook Heksen)

Opvallend is dat gedurende een groot deel van de 17e eeuw de klachten over 'paepsche superstitiën' te Lunteren aanhouden. Aan de hand van regelmatige klachten over 'opentlijcke afgoderie als tot Lunteren ... waer men Sint Toenis vierde', die bewaard zijn in de acta van de Gelderse synode, kan men zich nog een beeld vormen van de aard en omvang van de Lunterse devotie.
Zo wordt in 1600 tijdens de synode vermeld dat er te Lunteren, 'als men
St. Toenis vierde', een grote menigte volk van alle kanten bijeen was gekomen. Temidden van dit volk bevond zich een vrouw uit Twello, die van toverij werd beschuldigd. De drost van de Veluwe werd door de Synode gelast haar te arresteren.
Soortgelijke, maar minder uitvoerige klachten worden gemeld 1603 en 1604.
De Antoniusviering te Lunteren vond niet plaats op zijn kerkelijke feestdag, 17 januari, doch op de eerste zaterdag en zondag van de maand juli. De bedevaartgangers waren niet alleen uit Lunteren en directe omgeving afkomstig, maar ook uit het Sticht Utrecht en het Gooiland.
De feestelijkheden concentreerden zich rond de kerk en er was een processie naar de Koreneng en terug, en men neemt aan dat er een of meer kruisen langs deze route stonden.


Maashees, Limburg Parochiekerk St. Antonius Abt; St. Joris en St. Anthonius Abt gilde 1473
De middeleeuwse kapel van Maashees, gewijd aan St. Joris, werd in 1800 ter beschikking gesteld van de katholieke inwoners en in 1804 verheven tot parochiekerk. In 1817 is de kerk herbouwd. Bij de kerkelijke inzegening werd de kerk gewijd aan St. Antonius Abt.
Er is een St. Joris en St. Anthoniusgilde dat op 17 januari St. Tunnis viert en de teeravond houdt.
Na de mis is er Köpkesmert, de eeuwenoude traditie waarbij worsten en een halve varkenskop per opbod worden verkocht. De Köpkesmert is ontstaan vanuit het middeleeuws gebruik elk jaar op 17 januari – de feestdag van Sint Anthonius Abt – de financiën van de gilden te verrekenen.
Köpkesmert, zondag vanaf 13.00 uur, Gemeenschapshuis Plein 27, Maashees.
Antoniusbeeld en glas-in-lood raam in de kerk van Maashees.
Om de Antoniusviering onder de aandacht te brengen, wordt er een legende vertelt, die ik in enigszins verschillende versies op meerdere plaatsen ben tegengekomen:
Van een boer die zijn koe aan Sint-Antonius verkocht.
Een boer wordt door zijn vrouw erop uit gestuurd op de markt een koe te verkopen. Onderweg komt hij langs een kerkje, waar een beeld van Sint Anthonius staat. De boer probeert zijn koe aan het beeld te verkopen. Omdat er geen reactie komt, slaat hij het beeld met een stok waarna dat begint te waggelen. Een door de koster verstopte zak geld valt op de grond, waarna de boer aanneemt dat de koop gesloten is. De koe laat hij achter, het geld neemt hij mee. De koster mag de koe houden. Het dier blijkt veel melk te geven en maakt van de koster een welgesteld man.
Voor een leukere uitgebreide versie, zij het met verwijzing naar de 'verkeerde' Antonius. De Köpkesmert van 1986.


Maastricht, Limburg Kerk van St. Antonius Abt behorende tot het Antonianenklooster 13e eeuw
In 1209 nam ridder Arnold Stirbolt het initiatief tot de bouw van een kapel ter ere van St. Antonius Abt op gebied dat toebehoorde aan de St. Servaaskerk, ten noordoosten van de stad Maastricht.
Zij werd middelpunt van een bloeiende verering van de beschermheilige tegen het zogenaamde Antoniusvuur. Dat trok de belangstelling van de Antonianen van Pont-à-Mousson, die Maastricht rekenden tot hun balije, het gebied waarin zij het alleenrecht op de Antoniusdevotie hadden verkregen.
Gezicht op Maastricht en de toren van Sint-Teunis, het klooster van de Antonieten. Dat lag op het huidige terrein van de Koninklijke Nederlanse papierfabriek. Links de toren van de Sint Martinuskerk en rechts de torens van het stadhuis en de Sint Matthijskerk. Door J. Brabant; c. 1870.
Ridder Willem, vermoedelijk de zoon van Arnold Stirbolt, schonk omstreeks 1236 de kapel aan het moederhuis der Antonieten, die er zo een commanderie vestigden en er een klooster en een hospitaal bij bouwden.
Omstreeks 1388 werd de kapel vervangen door een fraaie kerk, wellicht een gotische kruiskerk met twee torens.
De Antonieten breidden in de loop der eeuwen hun bezittingen in stad en omgeving aanzienlijk uit. Zij verwierven onder meer het eiland in de Maas, de Griend, sindsdien Antoniuseiland genaamd, en ook een grondgebied in Bemelen, vandaar nog de huidige naam Antoniusbank.
Bij de opheffing van de Antonianenorde in 1783 werden alle bezittingen verenigd met die van de kerk van O.L. Vrouw te Maastricht; de vier geprofeste Antonianen werden kanunnik van die kerk met alle daaraan verbonden rechten en plichten.
Ruïne van de Antonietenkerk te Maastricht, in 1844 getekend door Ph. van Gulpen.
In 1476 togen de inwoners van Beek, dat in dat jaar door brand(stichting) werd getroffen, herhaaldelijk op bedevaart naar St. Antonius te Maastricht
De Antoniusbedevaart in de (late) middeleeuwen naar Maastricht wordt voorts bevestigd door de praktijk van opgelegde bedevaarten.
De Luikse officialiteit (in 1595: 'Ad Sanctum Anthonium Traiectensem') en de schepenbanken van Antwerpen (vijfmaal in de periode 1414-1430 en eenmaal tussen 1430-1445, Leuven (eenmaal tussen 1413 en 1427) en Hasselt verordonneerden pelgrimages naar Antonius in Maastricht. Verder is er uit die tijd een pelgrimsinsigne of hangertje bekend als materieel bewijs van de cultus.
Lood-tinnen bedevaartmedaille met rechts Antonius Abt en links Servatius te Maastricht, circa 1475-1525.
De verering van Antonius Abt was, zoals gezegd, reeds spoedig na 1209 begonnen.
Hoe lang ze heeft bestaan is niet bekend. Maar omdat het onderhouden van Antoniusculten een van de taken van de Antonianen was, kan er met enige reserve vanuit worden gegaan dat er in 1783 tegelijk met de opheffing van deze orde een einde is gekomen aan deze cultus en bedevaart.
(Zie verder nog de Commanderij van Antonianen te Maastricht.)


Malden, Gelderland Parochiekerk Anthonius Abt
In november 2005 bezochten we de parochiekerk van Anthonius Abt uit 1959, aan de Rijksweg 4 te Malden, in het geheel gemoderniseerde centrum.
Zeer moderne architectuur, met (links) enorme glas-in-lood ramen, eveneens natuurlijk moderne kunst. Het interieur deed nog het meest aan een aula van een middelbare school denken.
Er was een dienst aan de gang, met eucharistie viering, en er waren zeker zo'n honderd gelovigen. Een groot koor stond op een toneel voorin bij het altaar te zingen. Er stonden beelden in de hal, maar er was nergens een beeltenis van Antonius te bespeuren, zelfs niet in de enorme ramen.


Meerbeek, Vlaams Brabant Antoniuskerk 13e eeuw
De Sint-Antoniuskerk van Meerbeek was waarschijnlijk een hofkapel. Er was immers een weg die het kasteel van Meerbeek verbond met de kerk.
De vierkante westertoren dateert uit de 2de helft uit de 13de eeuw.
Hij is opgetrokken uit de witte zandsteen van de streek. De patroonheilige Sint-Antonius de Eremiet was de beschermer van het vee en vooral van de varkens.
In de 15de eeuw werd de kerk voor een groot gedeelte herbouwd in gotiek. In 1731 werd het koor vergroot. In 1895 werd de zijbeuk aan de zuidzijde bijgebouwd en er kwam een zuidelijke kruisbeuk met het
altaar van Sint-Antonius de Eremiet.
We bezochten Meerbeek op zondag 17 januari 2009, een wat sombere regenachtige dag. De kerk is gesloten. Schuin tegenover de kerk is een parochiehuis, waar in de gevel een mooi beeld van Antonius staat. We lopen door het dorp op zoek naar de kapel. In de ramen hangen hier en daar affiches met de tekst “Pastoor Borremans moet blijven”.
Nadat we de veldkapel van Sint-Antonius (zie hieronder) bezocht hebben keren we weer terug naar de kerk.
Daar spreken we een dorpsbewoonster aan die ons vertelt over Pastoor Borremans. Vanwege een twist over zijn se+uele geaardheid is hij van zijn functie ontheven, en dat terwijl hij bij de kerkgangers enorm geliefd is.
Het lijkt me niet de juiste omstandigheid om wat dan ook te vieren en van de dorpsbewoonster krijg ik de indruk dat er al lang geen vieringen meer plaats vinden. En ook op een heemkunde site wordt er in de verleden tijd over gesproken: "Sint-Antonius de Eremiet is de patroonheilige van Meerbeek. Hij werd gevierd op 17 januari. In Meerbeek was dan een grote bedevaart en daar werden dan ook varkenskoppen aan de kerk verkocht." Voor meer over de vieringen in het verleden, zie hieronder.
De kapel van Sint-Antonius, op de hoek van de Dorpsstraat en de Goedestraat, recht voor de O.L. Heerestraat, werd gebouwd door Edward De Wit kort na 1885 tesamen met zijn hoeve. Op het bordje op de nok van de kapel staat: "Sint Antonius bid voor ons"
Door de tralies heen fotografeer ik het simpele, gipsen en geverfde beeld. Maar het geheel is toch goed onderhouden, met kunstbloemen en al.
Aan deze kapel is de legende van het gevecht tussen Sint-Antonius en Lodder met zijn keet verbonden.
Ik citeer uit een artikel van Dr. Henri Vannoppen, ere-burgemeester van Kortenberg.

“Antoon, de oude kluizenaar, woonde diep in het donkere dennenbos. op de zuidkant van de heuvel, naast de Delle.
De Delle is het loofbos gelegen in het zuidoosten van Meerbeek. Hoelang Antoon daar gewoond heeft en vanwaar hij kwam, heeft nooit iemand geweten. Zijn verschijning was deze van een goede grijsaard, nog een paar heldere ogen, een vuile grijze haard, het lichaam wat voorover gebogen, zich steunend op een knoestige stok. Hij liep meestal barvoets en droeg een pij van wollen stof.
Antoon sleet zijn dagen in gebed en boete. Soms gebeurde het wel dat hij noodgedwongen langs smalle bosweggetjes afzakte naar het dorp van Meerbeek. Daar waren toen nog maar enkele lemen huizen, armoedig zoals de lieden die er in woonden. De arme boeren waren Antoon zeer genegen. In ieder huis kwam een stuk zwart roggebrood of wat aardappelen zijn korf aanvullen. Niemand zou de 'heilige' — want daarvoor werd hij al aanzien — willen doorzenden.
Antoon betaalde met gebeden, en als ziekte of tegenslag in huis of stal de Meerbekenaren trof, kwamen ze nog al eens aan zijn kluis aankloppen.
Het gebeurde in de late nazomer. Antoon zat voor zijn kluis en genoot van de laatste zonnestralen. die tussen de donkergroene dennen door hem kwamen koesteren. Tussen de dichte dennenstammen zag hij een gestalte het smalle voetpad naar zijn kluis opklimmen. Het was Janus. een koe boertje van tegen het Broek. Het Broek is het beemdengebied, zeer moerassig, tegen de Molenbeek op de grens met Schoonaarde, we zouden nu zeggen de Rotte Gaten.
Het houten 16de eeuwse beeld van Sint-Antonius de Eremiet is jammer genoeg gestolen. Antonius heeft een prachtige gevorkte baard en een bijzondere baret en een mooi klokje in de hand. Het varkentje kijkt aanhankelijk omhoog, met een geheven pootje. Met zijn zakdoek vaagde Janus het zweet onder zijn muts weg eer hij begon:

- "Antoon, ge zoudt eens moeten komme! Mijn verken ligt tegen de grond. Het heeft zwette plekken op zijn lijf en hel schuimt. 't Heeft de pest geloof ik en ik peis dat Lodder ermee gemoeid is."
- "Joa, joa, da' van Jomme Dee heeft 't ook... "
- "En gisteren tegen de avond heeft men van ver... Lodder met zijn pestvarken gezien. Ze hebhen
het varken zijn 'keet' goed horen rammelen. Nu kom ik u vragen om 's te komme en ’t verken te willen overlezen."
- “Goed Janus, morgen kom ik 'ns af."
's Anderdaags lag Janus zijn varken morsdood, zwart en blauw uitgeslagen. Janus stiet het in de put toen Antoon aankwam. 't Varken van Jomme Dee en nog andere kwamen in de grond terecht. Lodder doet zijn werk goed, zuchtte hij.
Iedere nacht liep Lodder, de Boze, met zijn pestvarken langs de lemen hutten en stallen van de keuterboertjes om overal ziekte en onheil te verspreiden. Overal waar Antoon aanklopte op zijn bedeltocht hoorde hij jammeren en klagen en stille verwensingen tegen Lodder met zijn keet. Toen Antoon aan 't einde van 't dorp kwam zag hij zijn korf weer gevuld. Stil zakte de avond over 't stille dorp.
Biddend schrompelt Antoon verder terwijl zijn lippen onvermoeid smeekgebeden prevelen om de arme zwoegers uit 't dorp van de vreselijke varkenspest te verlossen.
Traag schrijdt hij verder in de donkere avond. Antoon heft plots ‘t hoofd en luistert. Een vreemd gerucht heeft zijn oor getroffen. Op een kruispunt van wegen verschijnt zo onverwacht, van achter een houtkant, Lodder, die zijn pestvarken aan de ketting houdt. Twee vijanden, ze voelen 't goed aan, staan hier plots tegenover mekaar. Ogen vol vuur en haat bliksemen op Antoon neer, die gedreven door heilige verontwaardiging, vlug van onder zijn pij 't kruisbeeld te voorschijn haalt.
Met traag maar zeker gebaar tekent hij een groot kruis over zijn tegenstander. Lodder springt achteruit. Met 'n snok heeft zijn pestvarken zich los gerukt uit de klauwen van de Boze en snelt huilend in dolle rit de helling af en versmoort in 't rot verzopen broek.
Vloekend schoot Lodder 't achterna en was meteen in de duisternis verdwenen. Zijn pestvarken heeft de Boze nooit weer gezien en ook hij verdween naar andere oorden, maar komt soms nog wel eens terug...
Op het kruispunt van de wegen, waar Antoon Lodder op de vlucht dreef werd een kruisbeeld opgericht als teken van verlossing en tot waarschuwing aan Lodder, die niemand ooit terug zag.
Dit kruisbeeld werd later vervangen door een kapelletje ter ere van Sint Antoon met zijn varken, als zalig aandenken aan de vrome kluizenaar uit ‘t dennenbos.
Toch was de schrik voor Lodder er niet uit. Eeuwen bleef dit nazinderen in 't volksgemoed. Ouderen van dagen beweerden nog bij storm en ontij het gerammel van Lodder met zijn keet gehoord te hebben, wanneer ze 's avonds langs ‘t broek haastig voortschreden naar 't dorp en als bange kwezels baden: "van Lodder met zijn keet verlos ons Heer".
Uit een ander artikel van Dr. Henri Vannoppen wordt duidelijk waarom de Meerbekenaren Papboeren genoemd worden, en omdat dat verband houdt met de Antoniusvieringen, zal ik daaruit citeren.

Sommige dorpen in Midden-Brabant hebben een spotnaam zoals de Heren van Erps, de Boeren van Kwerps, de Waterheren van Kortenberg, de Preuslekkers van Everbeerg en de Papboeren van Meerbeek.
Die laatste bijnaam heeft te maken met de Sint-Antonius cultus. Meerbeek heeft als parochieheilige Sint-Antonius Abt. Deze werd te Meerbeek vereerd op 17 januari.
Voor Meerbeek heeft men op die dag de grote '
begankenis' of 'beeweg' naar Sint-Antonius. Dat was de grote bedevaartsdag voor de streek. Uit alle buurdorpen kwamen bedevaarders naar Meerbeek.

In 1894 vermeldde het Broederschapsboek van St.-Antonius te Meerbeek dat er 'aanplaksels' of affiches waren verstuurd [
waaop werd vermeld] dat Sint-Antonius-Abt bijzonderlijk aanroepen werd tegen de ziekten van de varkens en andere staldieren. Hij werd ook aanroepen tegen Sint-Antoniusvuur of 'ergotisme', een ziekte die veroorzaakt werd door het eten van roggebrood dat aangetast was door de moederkorenzwam.

Hoe verliep zo 'n beeweg? Het prachtige eikenhouten beeld van Sint Antonius de Eremiet uit 1500-1510 werd toen op het altaar geplaatst. De heilige werd voorgesteld in het habijt van een monnik, met varkentje, bel, boek en stok. Ondertussen werd dit beeld reeds tweemaal gestolen en het is nog steeds niet teruggevonden.
Er waren drie missen op 17 januari: één om 6 uur, één om 7 en de hoogmis met 'sermoon' (preek} om 10 uur en om 6 uur 's avonds volgde het lof.
De pastoor van Meerbeek
wijdde het water. Dit werd gemengd met het voeder van de dieren om deze te beschermen. Er werd ook brood gewijd en halve varkenskoppen geofferd. Deze werden door de veldwachter openbaar verkocht.
De bedevaarders legden
driemaal de weg rond de kerk af om de varkensziekten tegen te gaan. Sommigen kochten het boekje met de titel, 'Devotie tot den H. Antonius Abt wiens feestdag plechtiglijk gevierd werd in de parochiale kerk van Meerbeek'.
De sfeer was deze van het bedevaartsoord Scherpenheuvel. De boerinnen kwamen in de winter met schoon gewassen blokken naar Meerbeek op bedevaart. Aan de kerk stonden kramen met snoepgoed, schapulieren en kerkboeken.
In de 'staminees' (herbergen) was het bal. Iedereen profiteerde van de 'beeweg' naar Sint-Antonius.
Oudere Meerbekenaren vertelden ons dat Sint-Antonius het schandalig vond dat er op zijn feestdag kermis gevierd werd en dat hij zo de varkenspest deed uitbreken. Voorzichtigheidshalve verschoof hij de kermis naar de zondag erop. Voor de Meerbekenaar was de zondag na Sint-Antonius dan ook de
winterkermis. Men noemde dit ook de papkermis omdat dan ook rijstpap tot de kermisgerechten behoorde. Deze kermis in de winter verdween samen met de bedevaart naar Sint-Antonius.

Kort voor WO I vierde Meerbeek voor het eerst een gouden bruiloft. Antoon Volkaerts, beter gekend als 'Toinke Kezas' en Catharina Moeys, beter gekend als 'Cetaux de Goeivra', die vroedvrouw was, vierden hun gouden bruiloft. Er werd een grote stoet georganiseerd in het Meerbeek van de Belle Epoque. Daar was ook een wagen bij met een dame die de
pap bereidde.
De
Papboeren zongen hierbij het rijmpje: "Die van Meerbeek eten pap al uit de ketel en met de lepel en dat is veel beter".
Later werd dit als spotrijmpje gebruikt door de Everbergenaren.
Het Meerbeeks antwoord op de 'Preuslekkers' van Everberg was even scherp: "Die van Everberg drinken preus (afgeroomde melk) al uit de kruik met hunne snuit" ....


Meeuwen, Limburg, België # 1550
Meeuwen was destijds een persoonlijk domein van de Graven van Loon. Zij hadden er tot in de 15de eeuw twee laathoven, waarvan er één tot schepenbank uitgroeide.
De Sint-Antoniuskapel, aan de Genitsstraat. Mijn vriendin en ik waren er op 15 januari 2006, de dag dat de Antoniusviering in Meeuwen zou plaatsvinden. De kapel was gesloten; de ramen waren vies en belsagen, en met moeite konden we door het spinrag naar binnen kijken. De kapel werd niet of nauwelijks meer gebruikt; en zelfs op deze Antoniusdag was hij niet schoongemaakt.
Vier mooie bomen omzomen de kapel (linden?).
De volgende informatie is op het bord voor de kapel te vinden.
De kapel werd reeds in 1550 gebouwd, waarschijnlijk door de Antonianen van Maastricht, een kloosterorde, waarvan ook de kerk en de parochie eeuwenlang afhingen en ze werd toegewijd aan de Heilige Antonius. Vandaar het kruis in de vorm van een T boven de kapel [
en op de grond].
Antonius van Meue, afkomstig uit Meeuwen, was op dat moment commandeur van de orde van Antonianen te Maastricht.
Sint-Antonius Abt — in de volksmond beter bekend als
"Antonius met het varken" — is een van de meest populaire heiligen, zo blijkt uit de folkloristische festiviteiten rond zijn feestdag.
Eens toen de duivel Antonius het leven zuur maakte, en in de gedaante van een varken op hem afkwam, joeg Antonius het beest op de vlucht. Daarom waarschijnlijk wordt de heilige afgebeeld met een varken aan zijn voeten.
Hij is de patroonheilige van de huisdieren, de slagers, de manden vlechters, de wevers, de grafdelvers en de pachters.
In Meeuwen zijn er nog veel sporen van devotie met betrekking op Sint-Antonius te vinden.
Vanouds werd de heilige in deze kapel vereerd tegen
zwijnenziekten. Vroeger werden hier op zijn naamfeest varkenskoppen geofferd. Deze werden door de jonge mannen van het Genits [een buurt in Meeuwen] opgekocht, naar de families met jonge meisjes gebracht die er kipkap van maakten en 's avonds werd dan zo op het Genits Sint-Antoniuskermis gevierd.

Door een vies raam van de kapel heen, kon ik toch nog een foto van het Antoniusbeeldje maken.

Lange tijd heeft het gebruik bestaan dat jongelui naargelang van hun godsvrucht en vermogen bij de Sint-Antonius verkoop jonge hanen kochten, die in het huis van hun verloofde klaargemaakt en opgepeuzeld werden.
De viering ter ere van Sint-Antonius-Abt op zondag 15 januari 2006 werd georganiseerd door de dienst toerisme, de Landelijke Gilde en de Reengenoten. In de tent rechts van de St. Martinuskerk vond de viering en de verkoping plaats.
De kerk had er weinig of niets mee te maken, vreemd genoeg, want dat was bij alle andere Antoniusvieringen die ik tot dusver zelf had bijgewoond (of waar ik ook van weet), wel het geval. De dienst was weinig inspirerend: gewoon 'ouderwets' saai gemompel door naar het scheen weinig betrokken priesters. De kerk zat dan ook maar voor een kwart vol. Héél anders dan bij andere Antonius-vieringen, wanneer de kerk meestal afgeladen vol zit.
Er was wel een 18e eeuws Antoniusbeeld (rechts), maar de kaars ervoor brandde niet.
Aan het eind van de dienst, werd een soort aankondiging gedaan dat de jaarlijkse Antoniusviering in de tent voor de kerk zou plaats vinden.
De varkenskop(pen) en andere offergaven waren ook niet, zoals bij alle andere Antoniusvieringen, voor het altaar in de kerk neergelegd.
Ik informeerde daarnaar bij een 'official' in de tent, en die vertelde mij dat de kerk er vroeger wel bij betrokken was, maar dat de viering in 1963 helemaal gestopt was. Pas sinds een jaar of twintig heeft men met initiatief van de burgers de viering — althans gedeeltelijk dus — weer hervat.
In de verwarmde tent waren al een tiental burgers en na de dienst kwamen er nog tientallen bij. Onder leiding van een 'official' die als veldwachter verkleed was, vonden de verkopingen plaats. Dit veldwachters-tenu zou op een half-herleefde traditie kunnen wijzen (ik heb er niet naar geïnformeerd), want twee dagen later, in Herent, zou de verkoping door een echte veldwachter gedaan worden, en dat was daar zo de traditie.
Ook in Meeuwen werd de verkoping geopend met het per opbod verkopen van de varkenskoppen. Daarna werden varkenspoten, hammetjes, heikies, worsten, balkenbrij, vleeswaren, een duif en rieten manden verkocht.
De opbrengst van de verkoping wordt aan het Rode Kruis geschonken.


Merchtem (Vlaams Brabant) (K17) Onze-Lieve-Vrouw-ter-Noodt Kerk
De kerk in Merchtem is gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw-ter-Noodt, maar ook Antonius is daar van belang; hij werd daar vroeger vereerd als een van de pestheiligen [Geneesheiligen in de Lage Landen p. 198]. Er staat een mooi beeld van Antonius in de kerk, met daaraan verbonden een leuke legende, dus reden genoeg om Merchtem op deze pagina te vermelden.
Toontje en Paulus op Reis
Op menig altaar staan ze samen: Antonius, ook Toontje genoemd, en Paulus. Allebei heremieten of kluizenaars, mannen die in de eenzaamheid gingen wonen om zo nog beter met God en hun zielezaligheid bezig te zijn.
Toontje met zijn zwijntje en Paulus met een raaf en twee broodjes. Als Toontje zijn confrater ging bezoeken, kwam de raaf, die dagelijks een broodje naar Paulus bracht, met twee broodjes aangevlogen. Je hoort het: Toontje en Paulus staan bij Ons Heer hoog in de gunst.
Kijk, wat voorrecht ze krijgen: als ze in de hemel zijn, mogen ze eens. samen naar de aarde terugkeren. Goed, dat doen ze ook. Over een manestraai komen ze in Palestina terecht. Maar 't is daar zo gevaarlijk door al dat vechten tussen Turken en christenen dat onze heiligen de weg naar de haven zoeken en per schip naar Frankrijk varen.
Eens aan wal, stappen ze steeds maar door naar 't noorden. Na weken en weken komen ze in Brabant. En wel in Merchtem. Daar is nu precies de markt aan de gang. Kramen met fijn Merchtems laken, met gepluimde kippen, met oliebollen en gebakken kastanjes, met pannekoeken en worstebroodjes... De twee heiligen, die grauw zien van de honger, staan te watertanden. Asjeblieft, eerwaarde paters, zegt daar een kramenier, en ze krijgen van alles 't beste.
Na hun maaltijd in open lucht, danken de heremieten en gaan wat bidden in de kerk. Sint-Antonius die meest gegeten heeft, bidt het langst. Paulus, door dorst gekweld, zou liefst ergens een bron vinden. Of een taveerne. Om de dorstigen te lessen. Antonius niet. Hij vindt het zo goed, zo mooi en zalig in die kerk, dat hij maar liefst nog een poosje blijft.
'Bid jij maar door, Antonius,' zegt Paulus, 'ik wacht buiten op je.'
Een uur gaat voorbij. Nog een uur. Paulus zit nog altijd in de Sint-Pieterstaveerne tegenover de kerk. Te kijken en te wachten.
Antonius wil niet weggaan. Zo'n gezellige kerk ook. De heiligen tegen de kolommen of op de muren geschilderd, zijn nu precies al de beste vrienden van Antonius in de hemel. Hij gaat wat stilletjes met ze praten.
En dan piept de kerkdeur open. Paulus die zijn neus binnensteekt, en met een wijd gebaar roept: 'Kom toch voort, Antonius, het is al laat in de middag.'
Antonius doet alsof hij Paulus niet ziet. Paulus hoest en kucht. Geen gehoor. En dan stapt Paulus naar voren, neemt Toontje bij zijn wijde mouw en trekt hem mee. Toontje laat hem begaan, maar bij de kerkdeur geeft Toontje zijn vriend Paulus een duw in de rug, klapt de deur op zijn hielen en roept:
'Ga je gang, ik ga niet mee. Het is hier veel te goed, ik blijf hier.'
Paulus wacht buiten nog een kwartier, loopt dan nog een laatste keer de kerk binnen. En wat ziet hij? Op het altaar is een plaats leeg. Antonius klimt tot op die lege plaats. En blijft er staan. Voor altijd.
Paulus gaat bedroefd heen. In het westen nadert de zon de kim. Paulus stapt erop af. En na een lange tocht komt hij in Opwijk aan. De kerk is nog open. Paulus gaat er binnen. En zie, op het zijaltaar is ook een plaatsje vrij. Net of een heilige een plaatsje heeft willen maken voor Paulus. Paulus, die met hartzeer van zijn goede vriend Antonius heeft moeten scheiden, wil van geen hemel meer weten. Hij stapt het altaar op. En blijft er staan. Voorgoed.
En zo zijn de twee vrienden uit de hemel, de vrienden van het welige en mooie Brabant geworden.
Maar die Paulus staat er niet uitgebeeld met zijn raaf, zijn broodjes en zijn staf. Wel met een evangelieboek en een zwaard. Zo wordt de grote apostel Paulus uitgebeeld. Of is Toontje dan toch met de grote geloofsverkondiger van Tarsus op stap geweest in plaats van met de heremiet. Wellicht zullen we pas in de hemel het fijne van de historie weten.
Uit Van Veurne tot Maaseik. Streekverhalen, sagen en legenden uit Vlaanderen. F .R. Boschvogel. Met dank aan Antoon Vanquaethem.
In de Sint-Pauluskerk van Opwijk, zowel als in de pastorie, staan trouwens ook beelden van Antonius.


Millegem (Ranst) Antwerpen (M 15) # O.L.Vrouw Kerk
De kerk in Millegem is dan wel officieel een O.L.V kerk, het feit dat het aan de St. Antoniusstraat ligt geeft al aan dat Antonius misschien toch wel belangrijker is.
We bezoeken de kerk op zondag 8 maart 2009 en zijn er een half uur voor de dienst zal beginnen.
Het kerkje ligt nog steeds aan een open veld, over welks behoud door een actiegroep geijverd werd (zie hieronder), wat ook blijkt uit een bord aan de rand van het veld “tegen de verkaveling”.
In de kerk wordt mijn aandacht meteen getrokken door het beeld van Antonius, rechts vooraan.
We praten met de lector die bezig is met de voorbereidingen. Hij weet ons te vertellen dat de kerk van Millegem een van de oudste in deze streken is en dat hij op een lei-lijn ligt met een paar andere kerken.
Het 17e eeuwse beeld van Antonius in de O.L.Vrouw Kerk te Millegem.
Op de oude foto (linksboven), waar er nog een Antoniusaltaar is, valt de sier-band rond de nek van het varken op. Ik heb zoiets gezien bij de varkens, als offerdieren in ± 100 n.Chr., in de Curia in Rome. In de huidige situatie, waarbij het varken zwart geverfd is, valt de band minder op. Maar daar staat tegenover dat het varken nu eigenlijk een zwijn blijkt te zijn.
Het opvallende aan dit Antoniusbeeld is zijn varken dat in dit geval een zwart zwijn is! De lector vermoed dat het later toegevoegd is, en niet het origineel. Maar ik vertel hem mijn theorie van Antonius met zijn varkentje als de gekerstende “incarnatie” van Frey met zijn heilige zwijn. In een later gesprek met een lokale heemkundige horen we dat de vraag over de origine van het zwijn bij een restauratie van zo’n tien jaar geleden ook aan de orde was gekomen en dat de restaurateur niet had kunnen constateren dat het een latere toevoeging was.
Het komt mij dus wel uit het als “bewijs” voor mijn hypothese te zien, hoewel ik me toch ook afvraag waardoor de kunstenaar geïnspireerd was toen hij voor het zwijn koos. Was dat vanuit een traditie? Of kwam hij uit de Ardennen, en had hij Arduina voor ogen?
Van de heemkundige horen we ook nog een ander ongebruikelijk feit, namelijk dat Antonius gekleed is in een dominicaanse pij — en als “monnik” wordt hij inderdaad meestal afgebeeld als een franciscaan in bruine pij. Een verklaring hiervoor weet hij niet te geven.
Het is een mooie kerk, met natuurstenen pilaren en gestuukte muren. Veel beelden, goed onderhouden.
De kerk is behoorlijk gevuld met zo’n dertig kerkgangers — toch veel voor zo’n kleine plaats als Millegem; het is een sobere en bezielde mis, geleid door een oudere, ingetogen, ascetisch aandoende pastoor.
Detail van een ingelijst antependium onder het beeld van Antonius.
De heemkundige vertelt — wat ik van internet informatie al wist — dat vrijwel alle kerken in de omgeving een Antoniusbeeld hebben, zoals Lier, Emblem, Oelegem, Broechem en Wommelgem.
(Voor Lier, Emblem en Oelegem, zie hieronder.)
De Sint-Antoniusviering in Millegem op 23 januari 2005. Na de sfeervolle misviering, die dit jaar werd opgeluisterd door het Liers Seniorenkoor "'t en zal" en de onmiskenbare klanken van een doedelzak, was het weer zo ver: Dé veiling! Steek je handen best diep in je zakken want even aan je neus krabben kan reeds fataal zijn. Als veilingmeester Staf het gezien heeft ben je voor je het weet de trotse bezitter van de varkenskop, bloemen, een taart, drank enz. Er werd in ieder geval flink geboden en alle offergaven gingen vlotjes van de hand.
In het dorp Millegem, een piepkleine deelgemeente van de Antwerpse gemeente Ranst, werden in 1947 dieren verkocht ten bate van Sint-Antonius.
Naast de traditionele varkenskop bemerken we in de handen van de verkoper een levend konijn, en daarnaast dito kippen.

Hoewel de gaven worden binnengebracht via de hoofdingang van de kerk, vindt de verkoping plaats aan de zijdeur — toen, en nu nog.

De Antoniusviering in 2008 in Millegem, die vooral overschaduwd lijkt te worden — en in het teken staat van verzet tegen — de verkaveling van de open ruimte voor het kerkske.
Er is in Ranst, de overkoepelende gemeente van Millegem, een LRV Club Sint Antonius.
(Links) In de Onze-Lieve-Vrouwekerk, aan het Torenplein van Oelegem, staat het polychrome beeld van Sint-Antonius-abt dat dateert uit 1655.
Grappig, "grijnzend", opkijkend varkentje. Geen staf. Een gestileerde A op de mantel.
Emblem, Kerk Sint-Gummarus; beeld door Th. Koob, 1920.
Onderschrift: "Antonius de Kluizenaar". Prachtige klok.
Een prachtige Antonius in het 19e eeuwse Sint Jozef-altaar in de Sint-Gummaruskerk in Lier. Mooie gezichtsuitdrukking; vlammen aan de voeten; zeer correcte T-staf met klokje; met abstracte bloemmotieven versierde mantel; opkijkend varkentje.
Voor meer Antonius beelden in Lier, zie pagina.


Moerbeke, Oost-Vlaanderen Sint-Antonius Abt kerk
In de Sint-Antonius Abt kerk zijn in de 19e eeuw grote herstellingswerken uitgevoerd aan het altaar en venster in het hoogkoor. Tevens vond er herstelling en herschildering plaats van het Sint-Antonius-altaar. Verder is er sprake van de aankoop van een gepolychromeerd beeld van Sint-Antonius, vervanging van het versleten vaandel van Sint-Antonius, vernieuwing van de vloer in de Sint-Antonius-kapel, herstel (derde maal) van de (gebarsten) klok Antonius, en de aankoop van drie beelden, te weten Sint-Antonius Abt, H. Anna, Sint-Antonius van Padua).
Voor enkele van deze voorwerpen, zie hieronder.
In Moerbeke is een volksdansgroep Toon & Tine, waarin twee reuzen de hoofdrol spelen, Toon van Francipany en Tine van Baudelo.
Toon's voornaam is afgeleid van Sint-Antonius, de parochieheilige van Moerbeke. Zijn achternaam, “Francipany”, is afgeleid van de naam van de jeugdherberg in Moerbeke, die weer verwijst naar een fort uit de Spaanse tijd. [
Maar waarom werd dat fort zo genoemd? Frangipane is jasmijnwierook.]
Zijn gemalin, Tine van Baudeloo, draagt de voornaam van de vrouw van haar schepper.
Tine's familienaam verwijst naar een roemrijke abdij die deze streken tijdens de middeleeuwen welvaart schonk.
Zij kwamen voort uit de meiboomplantingen in Moerbeke die door en bij Francipany werden georganiseerd, en waar trekkersgroepen vanuit Brussel, Antwerpen, Aalst, Ronse en elders naar toe kwamen.
Zo werd Toon van Francipany geboren op de 7de der zomermaand 1952, en Tine van Baudelo op de 1ste der meimaand 1961. Zij trouwden op de 14de der meimaand 1961.
Op 14 januari 2002 vond er in de Moerbeke Kerk een tentoonstelling over St. Antonius plaats, georganiseerd door de Heemkundige Kring Moerbeke. Behalve de intrigerende foto's van enkele Antonius beelden en paraphernalia (zoals de hieronder afgebeelde reliekhouder cum collectebus) is er op hun website helaas niet veel informatie hierover te vinden.
Tenslotte valt er nog te vermelden dat er een scouting groep Sint-Antonius Moerbeke-Waas is, die zeer prominent op het internet aanwezig is.

Vreemd is wel, dat er over eventuele Antonius vieringen in Moerbeke, wat toch wel een typische "Antonius plaats" mag heten, niets op het internet te vinden is.

Ik bracht een kort bezoek aan Moerbeke in 2007. De kerk was dicht en volgens een overbuurman zouden er geen feesten meer zijn. Maar later vroeg ik me af hoe het dan zit met de reuzen optocht. Of zou dat alleen carnaval zijn?
Hoe jammer het was dat de kerk gesloten was, blijkt wel uit de plaatjes die ik op de Belgische inventarisatie site heb gevonden.
Ceremoniële staf 1701-1710
Ceremoniële staf 1801-1900
Sint-Antoniusaltaar, zijaltaar zuid; 1601-1650. Rechts aan de muur een beeld van Antonius. Hetzelfde als hierboven en hieronder? Processie-vaandel 1701-1800
Een andere foto van het Sint-Antoniusaltaar. Eerder? Rechts ervan staat een beeld van Antonius. Hetzelfde als de twee hierboven? Gebeeldhouwde eiken kerkmeestersbank uit 1738. Opschrift: "zitplaats van de Confrerie van den Heilige Antonius."
Detail van het Antonius altaar. Op de Beligische site wordt het beschreven als een "antependium", ofwel een doek die voor langs een altaar hangt.
Maar dat lijkt me toch een vergissing. Naar mijn mening is dit een
relieksarcofaag van Antonius.


Montfort, Ambt Montfort, Limburg # Parochiekerk van St. Catharina 19e eeuw
Over het ontstaan van de Antoniusdevotie en -bedevaart in Montfort is niets bekend.
Op 17 januari trokken de inwoners van Montfort en de buurdorpen naar de Catharinakerk van Montfort om daar Antonius Abt te vereren. Het bedevaartkarakter is inmiddels verdwenen, maar wel is nog sprake van een parochiële devotie.
In de jaren dertig van de 20e eeuw kwamen de vereerders, met name boeren, doorgaans op eigen gelegenheid uit de omliggende dorpen - zoals Echt, Herten, Linne, Maasbracht, Pey, Putbroek - te voet of met kar en paard naar de Catharinakerk. Het
Antoniusbeeld werd dan versierd en in het kerkportaal opgesteld.
Achter in de kerk stonden grote bakken met
gewijd zand, dat de bedevaartgangers mee naar huis konden nemen om het in de stallen uit te strooien. Brood werd eveneens gezegend. Er waren ook boeren die vee meebrachten om te laten zegenen.
Op 17 januari werd ook het te Montfort gelegen
Antoniuskapelletje versierd.
Na de Tweede Wereldoorlog is het bedevaartkarakter verloren gegaan. In 1997 werd het Antoniusfeest nog wel gevierd in de parochiekerk. Bij die gelegenheid was nog steeds gezegend brood en water verkrijgbaar.


Mook, Limburg Parochiekerk St. Antonius Abt 13e eeuw
Prachtig gelegen aan de Maas, aan De Hove 1 te Mook, ligt het eveneens prachtige kerkje van de parochie St. Antonius Abt.
In de dertiende eeuw werd op deze plaats een schuurkerk gebouwd, die ongeveer de breedte had van de huidige toren. In de loop van de veertiende eeuw werd een mergelstenen priesterkoor aangebouwd, in het begin van de vijftiende eeuw gevolgd door de toevoeging van kleine zijbeuken.
De bakstenen toren is vermoedelijk ook in de vijftiende eeuw gebouwd. Tijdens de Slag op de Mookerheide in 1574 en bij brandstichting door de Fransen in 1675 werd het gebouw ernstig beschadigd. In 1910 werd de kerk uitgebreid met twee grote zijbeuken en kreeg daardoor de vorm van een Grieks kruis. Toen is ook een houten gepolychromeerd gewelf aangebracht.
Tot in 1995 hield de parochie St. Antonius Abt te Mook jaarlijks op de laatste zaterdag van mei ‘s avonds een bidtocht naar het kapelletje van O.L. Vrouw van de Dwaallichtjes (aan de Mortel), in aansluiting op een mis in de kerk. Vanwege de sterk afgenomen belangstelling is de bidtocht komen te vervallen en blijft de verering beperkt tot een viering.
Rechts op het schild zien we Antonius op het gemeentewapen van Mook en Middelaar: een rode T op zijn zilveren mantel, rood boek; T-staf en varkentje.
Links op het schild de H. Lambertus, bisschop van Maastricht.
Zie verder nog Gemeentewapens op mijn site.

In Mook is ook een Schuttersgilde St. Antonius Abt. Op hun logo is hij afgebeeld met varkentje en vogeltje, verwijzend naar het koningsschieten of of papagaaischieten.


De Mortel, Noord-Brabant # Parochiekerk van Sint Antonius Abt Voor 1636
De Mortel is van oorsprong een 14e-eeuwse agrarische nederzetting. Waar vanuit het oosten de huidige Lochterweg op de hoofdstraat van het dorp, de St. Antoniusstraat, aansluit stond sedert 1636 een kleine kapel. Deze werd gebouwd naar aanleiding van een pestepidemie, op een driehoekig plein van agrarische oorsprong, dat vóór ca. 1500 ontstaan is, op de plek van een eerder ‘heilig huisje’.
Met de bouw van de kapel van St. Antonius Abt kwam men aanvankelijk niet verder dan het optrekken van de muren. In 1689 werd de bouw hervat.
Het dorpswapen: "In zilver een kruis van sabel, in het eerste kwartier vergezeld van een Tau-kruis van sinopel." De verklaring van het Tau-kruis ligt voor de hand: Antonius is de beschermheilige van De Mortel.
Legende
De cultus in
De Mortel is ontstaan naar aanleiding van een pestepidemie in 1636 met een grote sterfte onder de bevolking.
De pastoor van het nabijgelegen Gemert schreef daarover:

‘Men segt, dat in de Mortel op de plaats des Capelle stont een Hijligenhuisken van St. Antonius dat naar het jaar 1636, als de seer groote sterfte wegens de pest hier te Gemert is geweest, en datter so veel stierven dat men andere plaatse moeste nemen als den kerckhoff om de dooden te begraven, dat dan na dien tijdt, korts daarnaa de Capelle van St. Antonius is begonnen geweest’.

Volgens de overlevering was Antonius ontstemd over de vertraging in de bouw en had de heilige zijn trouwe assistent — het varken — ingezet om al spokende op het bouwterrein zijn ongenoegen kenbaar te maken:

'De spraeck ginck doen onder het volck datter dikwils gesien wiert een wit vercksken metten avondt'.

De pastoor, die deze verhalen beschouwde als 'fabels en oude vrouwen praet', meldt vervolgens dat toen in de uiteindelijk afgebouwde kapel de mis werd gelezen

'men van sulk spook, teweeten eenen vercksken savonts of snachts lopende, niet meer [heeft] gehoort, sodat de fabel onder het volck ophout omdat se nu misse hebben'.

In 1849 wordt de oude kapel vervangen door een waterstaatskerk die op haar beurt in 1904 door het huidige gebouw wordt vervangen, bekroond met een ‘Angelustorentje’.
In de devotiekapel van de 'Moeder der Smarten' wordt een bronzen luidklokje bewaard, gedateerd 1689, afkomstig uit de oude Antoniuskapel.
In 1897 wordt de
Broederschap van de H. Antonius Abt in de parochiekerk van Mortel opgericht. Dit broederschap werd door paus Leo XIII met volle en gedeeltelijke aflaten verrijkt.
Antonius (Toon) is een veel voorkomende voornaam in De Mortel als gevolg van het patronaat van de kerk en het schuttersgilde, vooral bij ‘Groene families’ (het gilde staat namelijk bekend als de ‘Grüjn Skut’ ter onderscheiding van de ‘rode’ Sint Joris-schutterij).

Op 17 januari, de feestdag van Sint Antonius, viert het Gilde van Sint Antonius en Sint Sebastiaan uit het nabijgelegen Gemert haar gildedag met een gildemis in de kerk van De Mortel.

Met dank aan Lau Huijbers
Deze dag, ook al wordt deze op een doordeweekse dag gevierd, staat bekend als ‘Mortelzondag’.
Vroeger gingen de gildebroeders daar in gewone kledij en ieder op eigen gelegenheid naar toe. De gildebroeders waren meestal afkomstig uit de boerenstand, voor wie Antonius als beschermheilige van het vee natuurlijk een belangrijke figuur was, en voor wiens viering men zeker een dag vrij kon maken.De dag werd geopend met een hoogmis in de Antoniuskerk van De Mortel.
Na de mis werd er gekaart en gebuurt in alle vier cafés van het dorp. Voordat men het middagmaal gebruikte moesten deze allemaal worden bezocht.
Dan gingen de gildebroeders met de inwoners van Mortel mee naar huis voor het warme eten. Iedere gildebroeder wist precies met wie hij mee zou gaan, want het was een soort familietraditie om jaarlijks bij die ene familie, echte familie of niet, te gaan eten.
's Avonds werd in een van de cafés het ritueel van kaarten en buurten voorgezet, tot het tijd werd om weer naar Gemert te fietsen of te lopen.
Antonius in de kerk Sint Jans Onthoofding in Gemert, van de beeldhouwer H. van der Geld uit 's Hertogenbosch
In 1976 werd de toenmalige voorzitter van het gilde, Antoon Jaspers, 65 jaar. Hij was op 17 januari 1911 geboren en naar de parochiepatroon, tevens de patroon van zijn vader en grootvader genoemd. Het gilde hem te eren met een vendelgroet. Dat moest in De Mortel gebeuren, want Antoon vierde daar altijd zijn verjaardag.
Vanaf die dag trekt het gilde elk jaar in officieel kostuum naar de Hoogmis, waar men eerst de pastoor afhaalt aan de pastorie en met hem al trommelend en vendelend de kerk binnentrekt. Het gilde heeft een uitverkoren plaats op het priesterkoor rond het altaar. Gildebroeders fungeren als misdienaar en het koningspaar wordt uitgenodigd om samen met de priester en de misdienaars onder twee gedaanten te communiceren.
De liturgie van deze dag is door het gilde samengesteld. Daarin is plaats voor drie gildeliedjes met de H. Antonius als onderwerp. Aan het slot van de hoogmis wordt de eed van trouw aan het Gilde hernieuwd en wordt de pastoor uitgenodigd om samen met het gilde naar buiten de gaan, waar vóór de kerk een vendelgroet aan hem wordt gebracht.
Tot slot van het officiële gedeelte wordt een korte optocht door het dorp gehouden.
Al enkele jaren geleden heeft de derde café van het dorp moeten afsluiten bij gebrek aan belangstelling, maar er is nog één café — Café Het Anker — waar het gilde, pastoor, kerkkoor en de bezoekers van de H. Mis kunnen samenkomen.
Het gilde biedt aan iedereen een stuk
Antoniusbrood aan - er zijn twee variaties van: één met amandelspijs en één met appel.
Na de koffie is er een uurtje amusement in de vorm van een troubadour, een cabaretier of een zanger. Het einde van de samenkomst is aanmerkelijk vroeger in de middag dan eertijds door de mannen alleen in acht werd genomen.
Valt 17 januari op een zaterdag of zondag dan is er voor gildebroeders en genodigden een koffietafel. Op een andere dag is een gildebroeder uit De Mortel de gastheer van de "overblijvers".
's Avonds is er een kaartwedstrijd - rikken - waar voor iedereen een prijs te winnen is. Tot slot van de patroonsdag brengt een plaatselijke orkest, de "Zondagavondband", een serenade aan het gilde.
De viering in De Mortel is dus voornamelijk een zaak van de Gemertse gildebroeders, maar inwoners van De Mortel, die naar de kerk geweest zijn, mogen met het gilde het Antoniusbrood eten, op een zaterdag- of zondagviering aan de maaltijd aanzitten, 's avonds meedoen aan de kaartwedstrijd en uiteraard met het gilde feestvieren en genieten van de serenade.
Zie Gemert voor meer over de ‘Grüjn Skut’.
De Mortel kent tevens een ruitersclub, onder de naam ‘Rijvereniging St. Antonius Abt’.


Nieuw-Borgvliet, Bergen op Zoom, Noord-Brabant Parochiekerk van St. Anthonius Abt 1875
Antonius Abt werd ook in West-Brabant aangeroepen als beschermheilige van varkens en varkenshouders. Na de in gebruikname van een aan Antonius gewijde kerk in Nieuw-Borgvliet in 1864, kon de bestaande verering van 'Sint Tunnis met 't verken' in de regio zich voortaan concentreren op een vaste heilige plaats.
Varkensbezitters uit de wijde omtrek ondernamen sindsdien bij of ter voorkoming van ziekten van hun dieren een bedevaart naar Nieuw-Borgvliet.
De parochiekerk beschikt over een reliek en een beeld van Antonius.
Theca met reliek
Vermoedelijk reeds aan het einde van de 19e eeuw werd op 17 januari, de feestdag van de heilige, een varkenskop voor het altaar van de heilige geplaatst; deze kop, die soms versierd was, werd geschonken door een van de plaatselijke slagers.
Nadat de verering van de heilige was beëindigd, werd de varkenskop door de koster bij het altaar weggehaald en trokken de kerkgangers naar de herberg. Daar werd
de kop bij inzet verkocht om vervolgens door de koper te worden teruggeschonken en telkens weer opnieuw te worden verkocht. De opbrengst was bestemd voor de kerk.
Aan dit gebruik is in 1964 een einde gekomen.
Antoniusaltaar en -beeld, waaraan door boeren uit de omgeving varkenskoppen worden aangeboden, ca. 1950
Aan het begin van de jaren negentig werd de kerk omgebouwd tot wijkcentrum en kinderdagopvang. Maar een kapelletje met een beeld van Antonius werd behouden
Toen ook is de 'Ouderensoos Nieuw-Borgvliet' op de feestdag van de heilige weer begonnen met een viering. Daarbij wordt, na een dienst ter ere van de H. Antonius Abt, een maaltijd gehouden met verschillende soorten
varkensvlees, onder meer ribbetjes en hammen. Aansluitend wordt onder de aanwezigen een bingo wordt gehouden met als hoofdprijs een opgemaakte varkenskop, beschikbaar gesteld door een plaatselijke slager.
Antonius Abt Gedicht van Bert Bevers
De lens scherp: deze trage stenen vader in snelle dagen
ligt hier rustig, als een kei gekapt voor de wind. Met blik
en stoffer zijn in hem van jarenoude zangen echo's

op te vegen, eens gevangen in het koor nu neer gegleden
tussen offerblok en biechtstoel. Dit sacramentenhuis raakte
inmiddels zwaar ontvolkt, doch kolkt nog van gebeden.

In wieroken herinnering de wanden glanzen dof, en in
het stof langs glas-in-lood komt stilte nauwelijks tot bedaren.
Veel buren waren hier van doop tot trouw tot in de dood.

Maar dit gebouw behoudt een hoop: de muren blijven
leven bergen, vormen ook voor kinderen op komst straks
het decor van jeugdherinnering, van werelds thuis.

En God? Die knijpt een oogje toe, verheft zijn hart.


Nistelrode Gilde Sint Antonius Abt - Sint Catharina 1617
In het pittoreske Brabantse dorp Nistelrode wonen, leven en werken de leden van het in 1991 heringerichte gilde Sint Antonius Abt - Sint Catharina.
In een oud handschrift werd het zilverwerk van het gilde beschreven. Het oudst genoemde koningsschild van het Sint Teunis gilde dateerde uit 1617. Uit archiefstukken is bekend dat in Nistelrode twee gilden hebben bestaan vanaf hun oprichting tot het jaar van de ontbinding in 1855. Van de oprichting en naamgeving van het Sint Catharina gilde is tot heden niets bekend.

In 1834 wilde de geestelijkheid van de parochie Nistelrode een kerk bouwen op een stuk grond waar de kapel van het St. Teunis gilde stond. De kapel stamde uit de 15e eeuw.
De toenmalige kerk, die aan de rand van het dorp stond, was oud en vervallen.
De geestelijke schreef aan de vicaris dat de gilden "…door trubbels niet meer geteerd hadden." Welke trubbels dat waren schreef hij er niet bij. En in 1839 kreeg de toenmalige pastoor het voor elkaar dat de gilden de kapel en een deel van hun bezittingen aan de kerk schonken. De kapel werd afgebroken en op deze plaats staat de huidige Waterstaatkerk.
Waarom is het gilde in Nistelrode heringericht?
In deze jachtige en afstandelijke samenleving gaat veel van ons erfgoed verloren en is niet meer terug te halen.

Mede daarom spraken de uitgangswaarden dienstbaarheid, trouw en broederschap van het gildenwezen een groot aantal dorpsgenoten aan. De tradities respecterend werd in 1991 het gilde in Nistelrode in zijn oude luister hersteld die met de naamkeuze de doelstellingen van beide voormalige gilden willen voortzetten.

Heringericht in een tijd waarin de vrouw volledig is geëmancipeerd brengt met zich mee dat binnen ons gilde vrouwelijke leden dezelfde rechten als de mannelijke leden hebben.

Gedenkboom voor onze overleden gildeleden.
Geflankeerd door onze gildenheiligen hangen aan de takken van een eikeboom, die vruchten draagt als symbool van voortplanting, zilveren schildjes. Op ieder schild staat de naam van een overleden gildelid met de jaartallen van lidmaatschap. Op de achterzijde ervan staan de uitgeoefende functies bij het gilde.
Er kunnen maximaal 6 schildjes in de boom hangen, het schildje van het meest recent overleden gildelid hangt bovenin waarmee de andere een plaats naar beneden opschuiven.
De 7e en oudere schildjes worden in een speciale zilverkastje opgeborgen.
Er zijn 45 leden aangesloten bij het gilde. De overheid van het gilde bestaat uit een Hoofdman, Vice Hoofdman, Deken - Schrijver, Deken Rentmeester, Deken - Wapenmeester, Gildenkoning, Schutterskoning, Vaandrig en Archivaris.
Het gilde heeft zijn gildehuis op de Gildenhof aan Hoge Akkers te Nistelrode.


Nuenen - Eeneind, Noord-Brabant 14e eeuw
De oude kapel van Opwetten.
Het gehucht Opwetten aan de Kleine Dommel even ten zuiden van Nuenen, behoorde in de jaren 1348-1349, toen de kapel gebouwd werd, tot de gemeente Boord ende Wetten. Daaronder vielen Boord, Opwetten, Wettenseind, Eeneind en Coll. Te Opwetten stond toen het Slotje, een kasteeltje toebehorend aan de heren Van Eijck van Berckel.
Toen in de jaren 1348-1352, de gevreesde
pestziekte ook in deze streken toesloeg, bleef Opwetten opvallend daarvan gespaard. Waarschijnlijk kwam dat door de geïsoleerde ligging vanwege de afscheiding door de Kleine Dommel en de Refelingese Loop. De ziekte, die werd overgebracht door de huisratvlo, is daardoor niet tot in Opwetten doorgedrongen.
In Opwetten was toen al een Schutterij of Antoniusvereniging die tot taak had de pestlijders bij te staan en de overledenen te begraven. Deze broeders bleken immuun te zijn voor de gevreesde ziekte. Daarom werd er ter ere van Sint Antonius een kapel gebouwd. Want Antonius werd door de mensen aangeroepen bij allerlei ziektes. Vooral bij het "Antoniusvuur", een ziekte die werd veroorzaakt door het eten van moederkoren.
Een foto die in de kapel hangt, met als onderschrift: "± 1915 Antoniuskapel in verval."
In 1648 (vrede van Munster) werd de kapel voor de Katholieken gesloten en aan de Hervormden toegewezen, terwijl haar goederen door de rijksoverheid werden aangeslagen.
In 1874 wordt de kapel ingericht als bewaarplaats van verdachte en dronken personen. Later nog deed zij dienst als opslagplaats van ijzer voor de plaatselijke smederij.
De kapel raakt vervolgens in verval en in 1917 wordt de kapel verkocht en afgebroken.
De Sint Antoniusschut was haar binding met Opwetten kwijt geraakt. In de loop der tijden is "de Schut" langzaamaan naar het Eeneind getrokken, en waren er in Opwetten geen leden meer. Toch werd de kapel niet vergeten, want regelmatig spraken de schutsbroeders over een eventuele herbouw van de kapel.
In een maandelijkse gilderaadsvergadering in 1985 komt er plotseling weer schot in de zaak. Staande de vergadering wordt er een kapelcommissie benoemd die tot taak heeft de voorbereidende werkzaamheden te verrichten.
De eerste steen wordt gelegd door Henk Deelen, de Hoofdman van de Sint Antoniusschut in 1987.

Gildebroeder en kunstsmid Huub Bemelmans, heeft een sierhek en een replica gemaakt van het oude kruis van de kapel van Opwetten. Het oude kruis krijgt een plaatsje in de kapel zelf.
De missionaris/beeldhouwer Omer Giellet uit Breskens heeft een St. Antonius Abt beeld gemaakt in Afrikaanse stijl.
Zo te zien — bij mijn bezoek op 17 mei 2005 — aan de vele bossen bloemen, niet echt verlept nog, vindt er nog steeds actieve devotie plaats.
Johann de Boer, voormalig voorzitter van de wedstrijdcommissie van Golfclub De Gulbergen uit Nuenen heeft een beeldje van Teun met het Verken aan de club cadeau gegeven als wisseltrofee voor een jaarlijks te houden St. Tunnis golfwedstrijd ter herinnering aan de beschermheilige van alle golfers. De eerste wedstrijd werd op 19 juni 2009 gespeeld.
Een nieuwe traditie!

Zie ook Havré, voor meer over Antonius als beschermheilige van de golfers.


Nukerke, Oost Vlaanderen # O.-L.-Vrouw Hemelvaart kerk 17e eeuw
Op 17 januari wordt het naamfeest van de heilige Antonius abt herdacht. De heilige Antonius-abt is de tweede beschermheilige van de parochie. Een noveen wordt er nog steeds in ere gehouden, waarin gebeden wordt om een bijzondere gunst te verkrijgen. De solemniteit heeft plaats in de kerk op de 17e zelf of op de eerste zondag erna met een vocale opluistering van het parochiekoor en wordt afgesloten met de verering van de relikwie van de heilige en het aansteken van een offerkaars.
Het jaarlijkse Sint-Antoniusfeest werd enkele jaren terug weer in leven geroepen door een enthousiast feestcomité. Dan wordt er in het parochiaal centrum van Nukerke een
feestmaal opgediend.
Vooral als
beschermer van het vee tegen ziekte wordt Sint-Antonius-abt in Nukerke vereerd.
Weekendvieringen: Zaterdag om 17.30 u.

Tijdens ons bezoek op zaterdag 11 augustus 2007 kijken we eerst rond in Etikhove, waar we menen dat de kerk zich zou moeten bevinden. Maar na informatie die we in een plaatselijk café bekomen, blijkt dat de kerk zich in Nukerke bevindt. We spoeden ons er heen en zijn nog net op tijd voor de dienst.
Ik maak wat foto’s van het Antoniusbeeld voor in de kerk, en wordt daarop benaderd door de koster, en even later ook de pastoor, die zeer behulpzaam informatie verschaffen en beloven om me na de dienst nog wat relieken te laten zien.
De dienst wordt toch nog aardig bezocht. Er zijn zo’n vijftig mensen, en niet allemaal bejaarden, maar zeker ook mensen van middelbare leeftijd en zelfs wat jongeren.
Maar de belangstelling is toch wel in die mate afgenomen, vertelt de pastoor, dat er in januari geen jaarlijkse processies meer zijn, maar dat er alleen een speciale mis is, waarbij het reliek getoond wordt. Er zijn nog jaarlijkse ruiterommegangen, maar die zijn niet echt toegewijd aan Antonius, hoewel zijn reliek daarbij nog wel vereerd wordt. En tijdens welke, zo lijkt het, het bedevaartvaantje nog wel uitgedeeld wordt, evenals een kleine medaille en een gebedskaart, waar wij ook exemplaren van krijgen.
Boven de deur tot het kerkportaal bevindt zich een reliëf met de voorstelling van ‘Bedevaarders ter verering van Sint Antonius abt’. Het was vroeger gekleurd, net als de reliëfs in de muren, maar is nu wit geschilderd. In het midden van de voorstelling is met moeite de beeltenis van Antonius met varkentje te onderscheiden.
Hij wordt vereerd door (links) een boerenfamilie — man, vrouw, jongetje — met koe en schaap; en (rechts) een religieuze groep bestaande uit een asceet, een non, een pelgrim (met St. Jacobsschelpen), voor hem een opgekrulde hond, en een monnik.
In de buitenmuren om de kerk heen bevinden zich reliëfs, als een soort “statie”, met episodes uit het leven van Antonius.
(Boven v.l.n.r.) Antonius geeft zijn bezittingen weg; hij ontmoet Paulus van Thebe (met raaf en broodje in het midden); en hij strijdt met de duivel (nu al geassisteerd door zijn niet-Egyptische varkentje).
(Links) Hij geneest de zieken (in gezelschap van zijn varkentje).
(Rechts) Antonius sterft omringt door zijn leerlingen.
Hoewel we deze soort reliëfs in de buitenmuren om een kerk heen nog niet eerder aangetroffen hebben, zien we daar op deze tocht wel drie voorbeelden van. Behalve dus deze in Nukerke, zien we het ook bij de kerk van Schuiferskapelle en de kerk van Dikkele (deze laatste toont evenwel beeltenissen van Antonius van Padua). En op latere tochten zien we ook dergelijke reliëfs aan de muren van de kerken van Kleit en Donk. Zouden dit soort reliëfs een specialiteit van deze streek zijn? Vergelijk dit ook met de op koper geschilderde ommegang van Sint-Antonius in Sint-Maria-Horebeke.
Boven het eikenhouten zijaltaar rechts staat: MAGNO PROTECTORI NOSTRO.
Het 18e eeuwse altaar omvat een schilderij.
Volgens de site zou het de Verzoeking van de Heilige Antonius abtvoorstellen, maar dat lijkt mij geen correcte interpretatie. Aan zijn rechtervoet zien we namelijk een varkentje (niet wat je noemt een Egyptisch iconografisch element), en ónder zijn blote linkervoet verpletterd hij een schrikachtig opkijkende, menselijk aandoende duivelsgestalte. Het is dus eerder een geschilderde ‘volkse’ (en Europese) sculptuur van Antonius met zijn assistent in de overwinning op de duivel.
Op het brandglasraam in het Sint Antonius koor staat hij afgebeeld met een T-staf, en zijn varkentje schurkt zeer liefdevol vanachter tegen hem aan en kijkt met devotie naar hem op.
Op het altaar vóór dit schilderij staat trouwens een beeld van Antonius van Padua.
Vroeger stond daar het massief eikenhouten polychroombeeld van Antonius Abt, maar dat is naar de ingang van de kerk verhuisd zodat de gelovigen het makkelijker kunnen vereren (volgens de koster).
Het eikenhouten beeld van Antonius is bijzonder fraai. Hij heeft een gelobde kruisstaf met een klokje eraan in de hand en naast hem staat een klein varkentje.
Op de muur achter het beeld van Antonius voor in de kerk,
was tot1980 een muurschildering van kunstenaar Luc Vertstrate uit Eeklo (anno 1960) “Sint-Antonius, sta ons bij”, maar die is met grijswitte kalk overgeschilderd. Waarom dat gebeurde, vertelt de koster niet.
De verf is overigens overal aan het afbladderen; de kerk maakt een (door geldgebrek?) wat verwaarloosde indruk.

(Links) De theca met Antoniusreliek.


Nuland, Noord Brabant Gilde St. Antonius Abt 16e eeuw
Het Gilde Sint Antonius Abt is hoogstwaarschijnlijk opgericht als een broederschap die zorgend en biddend door het leven ging.
Veel gilden en broederschappen die hulpbetoon en het geloof centraal stelden, namen Antonius Abt als patroonheilige.
Op de meeste plaatsen waar Antoniusgilden actief waren, zorgden zij voor zieken en slachtoffers van besmettelijke ziekten. Ook de organisatie van begrafenissen namen zij voor hun rekening.
Het Antonius-beeldje, waarvan exemplaren tijdens speciale gelegenheden weggeschonken worden; en het vaandel van het gilde.
Het beeld van Antonius in de Parochiekerk H. Johannes Onthoofding.
Zeer aparte staf; ik vermoed dat Antonius in zijn rechterhand ooit een klok had.
Na een aantal jaren is het Gilde Sint Antonius Abt zich ook gaan bezighouden met schieten. Of het daarbij alleen om het vermaak ging of ook om de verdediging weten we niet. Algemeen wordt aangenomen dat veel broederschappen zich wapenden om de bevolking en het dorp te kunnen beschermen.

Dat het gilde 1599 aanmerkt als het jaar van oprichting, is omdat het oudste schild uit dat jaar dateert. Dat het gilde Sint Antonius Abt ouder is lijkt wel zeker. Zo zijn er verschillende redenen om aan te nemen dat het gilde rond 1550 is opgericht.
Een eerste aanwijzing daarvoor is dat het patroonsjuweel volgens zilverdeskundigen rond 1540-1550 is gemaakt. Op dit juweel is een varken en een boom met pijlen gegraveerd. Daarnaast bevat het twee kleine, vergulde beeldjes van de heilige Antonius en de heilige Sebastiaan. Het gilde kende in de beginjaren dus waarschijnlijk twee patroonheiligen. Niet uitzonderlijk overigens, want de Antoniusgilden waren vroeger vaker met een andere heilige verenigd.
De teerdag van het Gilde valt op 17 januari, de feestdag van de patroonheilige, Sint Antonius, of op de eerste zaterdag erna.
De inhoud van de teerdag is in de loop der eeuwen sterk veranderd. Zo werden vroeger op de teerdag alle rekeningen voldaan. Ook was de teerdag het moment waarop nieuwe leden toetraden en anderen afscheid namen. De teerdag was tevens het begin van het nieuwe gildenjaar
Met dank aan Gerry van der Schoot, Hoofdman Gilde St. Antonius Abt - Nuland.


Meer St. Antonius plaatsen L-N
  • Lengel (NL)
    Schuttersvereniging St. Antonius.
  • Lexmond, Hei en Boeicop (NL)
    Schuttersgilde St. Martinus en St. Antonius.
  • Linde (NL)
    Sint-Antonius en Mariagilde
  • Loenen (NL)
    Een kerk, in 1849 ingewijd met als beschermheilige St. Antonius Abt, ter vervanging van een Antonius schuilkapel.
  • Loo (NL)
    Een St. Antonius Abtkerk uit 1875 in Loo (gemeente Duiven).
  • Mierlo - Hout, Helmond (NL)
    Gilde Sint Antonius Abt
  • Mol (Donk) (BE)
    Een St.-Antonius Abt kerk aan de Sint-Antoniusstraat.
  • Naaldwijk (NL)
    Bedevaarten ter ere van St. Anthonius Abt en St. Adrianus.
  • Nederasselt - Heumen (NL
    Kerk Anthonius Abt
  • Nederhasselt (BE)
    Jaarlijkse varkenskoppen-verkoop.
  • Nijmegen (NL)
    De Sint-Anthonius Abt kerk uit 1880, ontworpen door P. Cuypers.


Vita Antonii Abba's Iconografie Antoniusvuur Antonianen In de Kunsten Vieringen Orthodox Literatuur
Folklore Sint Antoon Saint Antoine Sant'Antonio San Antón Sankt Anton Saint Anthony
Adolphus Hilarion Paulus van Thebe Maria van Egypte Simeon de Pilaarheilige Christen Asceten


Heeft u informatie over Antonius Abt, of vragen, neem dan contact op met mij: Dolf Hartsuiker