Vita Antonii Abba's Iconografie Vuur Antonianen Kunsten Cultus Folklore Plant Dier Literatuur Paulus Hilarion Maria Simeon Adolphus
Nederlands Frans Italiaans Spaans Portugees Koptisch Duits Orthodox Engels Amerikaans Aziatisch
Saint Antoine en France H-M
Frankrijk A-B C-G H-M N-R St.A S T-Z Wallonië A-G H-O P-Z Corsica Luxemburg/Zwitserland
niet-Antonius plaatsen A-C D-L M-R S-S T-Z Parijs Louvre, musea, galeries Frankrijk musea A-H, I-Z
Hennebont, 2013; Houtaud; Inxent; Issenheim, 2010; Lalbenque; Lantosque; Lestards; Lézat-sur-Lèze, 2007; Lieuche; Loches; Loge-aux-Chèvres; Magny-le-Désert; Marcolès; Melgven, 2013 Pardon; Mesnil-Marie; Montagnac; Montaimont; Mont des Cats; Montonvillers; Murat; Muzillac; Overige plaatsen H-M.
Hennebont (54 E4) Chapelle Saint-Antoine 12e - 13e eeuw
We bezochten Hennebont, de wijk Saint Antoine, in augustus / september 2013. De eerste keer konden we alleen de buitenkant van de kapel, aan de Rue de Saint Antoine, bekijken, het calvaire op de hoek van de straat, en de fontaine zo’n honderd meter ervandaan. Opvallend was de enorme houten deur aan één van de kanten van de kapel. Het deed een beetje denken aan een schuurdeur. De fontaine ligt er nog omgeschonden bij, het water stroomt zeer zachtjes, maar er is geen Antoniusbeeldje (meer). Vroeger was dit natuurlijk een landelijke omgeving, maar nu is de kapel ingesloten door moderne huizen en de snelweg is niet ver hiervandaan.
Het dorp is nu een wijk geworden, nog steeds met de naam van Antonius, in Hennebont, dat zelf weer opgeslokt lijkt te worden door Lorient.

De tweede keer dat we ernaar toe gingen, was mevrouw Aline Le Bris, die de sleutel beheert, terug van vakantie, en zij leidde ons rond door de kapel.
Het interieur is nogal kaal en wat stoffig. De kapel wordt eigenlijk maar één maal per jaar gebruikt, tijdens het Pardon op Tweede Pinksterdag. Er is dan ook een processie naar de fontaine. Maar enige trots op de renovatie is zeker op zijn plaats. Het moderne raam heeft € 5000 gekost, en men is nu geld aan het bijeenbrengen voor nog twee ramen, achter het altaar.
De fontein van Saint Antoine vormt het begin van een beek die voor een deel de grens tussen Hennebont en Kervignac bepaalt.
Het moderne glas-in-lood raam in de kapel.
Het enige attribuur waaraan Antonius herkenbaar is, is zijn korte T-staf. Zijn nogal spook-achtige gelaat is zeer jeugdig, en lijkt baardloos.
De grijze vogel (duif?) is geen Antonius attribuut.
Het beeld van Antonius heeft vrijwel geen typerende attributen. Alleen het piep-kleine varkentje (met kapotte snuit) dat min of meer aangeplakt zit tegen de sokkel (dus misschien later is toegevoegd) kenmerkt het beeld als Antonius; en de belettering natuurlijk. De vreemde puntbaard — eigenlijk meer een sik — hoort echt niet bij Antonius, net als het korte tonsuur kapsel. De staf zou nog wel kunnen maar is toch ook niet echt typerend.
Vóór de kapel staat een bord met informatie, waarvan ik hieronder een deel weergeef.
De kapel van Sint Antonius, gelegen in het hart van het dorp met dezelfde naam, en aan de Rue Saint Antoine, werd gebouwd tussen de twaalfde en dertiende eeuw.
De kapel behoort bij een groot dorp gelegen op de route van een Bretonse weg die naar Nostang leidde. Het dorp ontwikkelde zich in de twaalfde en dertiende eeuw rond de kapel gewijd aan de heilige Antonius van Egypte.
Er zijn beschrijvingen van stukken grond aanwezig in het kadaster van 1835 die de stelling lijken te bevestigen dat er een Sint Antonius hospitaal aanwezig was.Zo is er een "liorh en hospital" (tuin van het ziekenhuis), en zijn er twee parken (champs) die "parc de manaty park" (park van het klooster) genoemd werden.
Er bestonden, zo lijkt het tenminste, een klooster met bijgebouwen en een kliniek voor melaatsen.
Twee religieuze orden worden door historici als mogelijk bewoners van deze plaats genoemd: de Antonianen, of de Hospitaalridders van Sint Jan van Jeruzalem.
Deze theorieën zijn echter met geen enkel document te bewijzen.
Er is verder weinig historische informatie over het leven van het dorp. Tot aan de Franse Revolutie behoorde het tot de parochie van Kervignac.
De kapel van Sint Antonius was een volledig geruïneerd gebouw en is sinds 1970 compleet gerestaureerd op initiatief van de Association des Amis de Saint Antoine.
Houtaud (99 D2) Parochiekerk Saint-Antoine 1703
Dit beeld (links), 17e eeuws, lijkt sprekend op de beelden uit Issenheim (zie onder), en Eygliers; hoewel Antonius bij de laatste geen varkentje heeft. Antonius steunt met de linkerhand op een korte T-staf. Hij heeft een grote hand-klok in de rechterhand. Liggend varkentje, met gevouwen pootje.
  Opvallend aan deze kerk uit 1703 is natuurlijk dat hij rond van vorm is. De kerk lijkt nog wel in gebruik te zijn, maar er is mij niet meer over bekend.

Het schilderij toont een wat ongebruikelijke weergave van Antonius: hij lijkt aan de wandel te zijn met een vrij groot varken.
Helaas heb ik er geen betere foto van.
Dit beeld kwam ik tegen op de Franse inventaris-site, als behorende tot Houtaud.  
Inxent (2 B4) Viering van de dag van Antonius
In een ver verleden had Inxent een Vlaams klinkende naam; in de 12e eeuw werd Enessem geschreven.
Het ligt aan de rivier de Course, en ik neem aan dat de blauwe diagonaal in het stadswapen met de vis daarop betrekking heeft, of zou dat iets met Antonius als patroonheilige van vissers te maken hebben?.
Antonius speelt een belangrijke rol in dit dorp, vandaar dat hij ook op het stadswapen afgebeeld is, met zijn varkentje en staf, waaraan overigens een vreemd object hangt.

De kerk lijkt overigens geen Antoniuskerk te zijn, maar gewijd te zijn aan Notre-Dame-de-la-Nativité.
Volgens een krantenbericht uit 2009:
De dag van Antonius wordt in Inxent nog enthousiast gevierd zoals dat al eeuwenlang het geval is. Op de zondagmorgen na de 17e januari luiden de klokken om 11 uur om de mis aan te kondigen.
De kerk is vol en de dienst wordt opgeluisterd door een koor.
Bij die gelegenheid wordt een nieuwe “koning van Sint Antonius” door de vorige gepresenteerd en wordt ook de koperen staf als insigne van deze functie overgedragen.De nieuwe koning neemt voor het volgende jaar de versiering van de kerk, de voorbereiding van de kerkdiensten, het ophalen van de collecte en het luiden van de klokken op zich.
Zoals de traditie voorschrijft, worden dan kleine broodjes gezegend waarvan iedere gelovige er tijdens de collecte één krijgt. De broodjes beschermen tegen ziekte en geven steun aan mensen in nood.
Vroeger lieten boeren grote broden zegenen om aan hun dieren te voeren teneinde deze te beschermen. Toen waren er op de dag van Antonius drie missen.
Aan het einde van de plechtigheid, trekt een processie door de hoofdstraat van het dorp. Het beeld van Antonius, gedragen door vier gelovigen, wordt voorafgegaan door een vaandel met een afbeelding van Antonius, misdienaars en het kruis. De nieuwe koning, drager van de koperen staf, en zijn voorganger maken ook deel uit van de processie.Tenslotte nodigt de burgemeester de aanwezigen uit om in het café tegenover de kerk het glas van vriendschap te heffen.

Vreemd dat ik van al deze interessante gebeurtenissen maar één klein plaatje heb kunnen vinden.
Issenheim (68 C2) Commanderij van de Antonianen 1213
In juni 2010 bezocht ik Issenheim. Op grond van de informatie die ik op het internet had gevonden en waar stond dat van het oorspronkelijke complex alleen het poortgebouw er nog stond — verwachtte ik niet veel sporen van Antonius of Antonianen aan te treffen
Maar dat pakte, zeer verrassend, heel anders uit: in en om het poortgebouw zijn nog heel wat beeltenissen van Antonius; evenals in de Sint Andreaskerk, op een paar honderd meter afstand.
Commanderij van de Antonianen
De geschiedenis is betrekkelijk vaag.
Volgens sommigen dateert de stichting van het huis van Issenheim van vóór 1277, t.w. 1213. Geen enkel geschrift bevestigt deze claims. In 1298 verkopen de Ridders van de Teutoonse Orde van Guebwiller, die kampen met financiële moeilijkheden, hun eigendom gelegen in Issenheim aan de hospitaalbroeders van de Orde van Antonianen.
Het gebouwencomplex lag bij het kasteel van Issenheim achter het stadhuis.
In 1313 verkoopt de abdij Murbach voor 800 Baselse zilveren marken de Dinghof en een deel van het dorp Issenheim aan de Antonianen. De aartsbisschop van Besançon, de bisschoppen van Bazel en Straatsburg en Ulric II, de laatste graaf van Ferrette, bevestigen hun zegels op de akte van aankoop.
De broeders vestigen zich voor eeuwen in hun nieuwe behuizing, gelegen aan de westelijke uitgang van het dorp. De bisschop van Basel, een bisdom dat toen deel van Opper-Elzas was, verleent de Antonianen het recht van patronage over de parochiekerk Saint André van Issenheim en de bijbehorende rechten en eigendommen zoals Murbach ze bezat tot 1313.
Het is een welgekozen locatie, aan de hoofdweg die leidt naar het Rijnland, Bourgondië, de Provence — en Saint-Jacques de Compostela en Rome.
De invloed van de Antonianen en hun rijkdom, gevolg van de vele giften en offerandes, nemen toe, getuige de kunstwerken die besteld worden door twee hoofden van het klooster van Issenheim, Jean van Orlier (±1459-1466 tot 1490) en Guido Guersi (1490 tot 1516).
Zo zijn er het Retabel van Orlier geschilderd door Schongauer, het retabel van Sinte Catherina en Sint Laurentius en zo meer.
Het meest beroemde van de toen vervaardigde kunstwerken is het Retabel van Issenheim geschilderd door Grünewald en gebeeldhouwd door Nicolas van Haguenau, dat nu in het Musée d'Unterlinden in Colmar te zien is.
Maar in de 18e eeuw is het afgelopen met deze weelderige periode. Het klooster takelt af en de Antonianen worden in 1779 bij de orde van de Ridders van Malta ingelijfd.
Tenslotte wordt de orde van Antonianen in 1790 opgeheven en in 1793, tijdens de Franse Revolutie, wordt de commanderie beëindigd en wordt het gebouw nationaal eigendom.
In 1831 beschadigt een brand de kerk.
Van het oorspronkelijke complex is alleen het poortgebouw nog over: op de plattegrond (boven) onder in het midden.
De huidige bebouwing volgt overigens in grote lijnen de oude structuren.
Het huidige complex kent meerdere afdelingen: Maison de Retraite Saint Michel, Couvent d' Antonins Saint-Joseph, als ook Maison Saint Antoine.
Als ik zo over het terrein rondspeur naar beeltenissen van Antonius, kom ik Soeur Geneviève Meyer tegen, die me een rondleiding geeft door het poortgebouw en een en ander verduidelijkt. Zij is haar hele leven verbonden geweest met dit convent— als novice en als lerares — en is na haar pensionering belast met de restauratie van het poortgebouw. Ze hoopt dat deze in 2013 voltooid zal zijn, voor de viering van het 800 jarig bestaan.
Het Maison Saint Antoine functioneert nu als tehuis voor bejaarde religieuzen — enigszins vergelijkbaar met de oorspronkelijke functie als hospitaal voor o.a. lijders aan Antoniusvuur.
Verder worden in het convent retraites gehouden en educatieve bijeenkomsten.
De huidige kerk dateert van de komst van de Jezuïeten in 1843, en is merkwaardigerwijs 180 graden gedraaid ten opzichte van de oorspronkelijke kerk.

In de voorhal van de verder zeer sobere kerk is een 15e eeuws zandstenen medaillon (links) aangebracht met een voorstelling van Antonius, die nog uit de oorspronkelijke kerk afkomstig is.

Een prachtige Antonius, met correct hoofddeksel, een haak- staf in de linkerhand, een klokje in de rechterhand. Zijn varkentje op de voorgrond, over een demonische (?) draken-kronkeling (?).
Links een man en rechts een vrouw in aanbidding van Antonius.
De drie sluitstenen in het plafond van de gang van het poortgebouw. Het wapen van Guersi (links onder) is ook te zien op een paneel van het retabel van Issenheim.
Een Andreaskruis, verwijzend naar de Andreasparochie van Issenheim; de schelpen van Compostela, want het lag op de route en pelgrims vonden hier onderdak; en de fleurs-de-lys. Antonius met een grote T in de linkerhand, een zeer klein boek in de rechterhand; en een kronkeling op de voorgrond die aan een draak doet denken (en aan het medaillon hierboven). Een grote T met twee klokjes op blauwe achtergrond. Dit blauw treffen we ook aan op het wapen van Guersi, een typische Antonius-kleur.
In een nis in de gang van het poortgebouw staat een zeer mooi beeld, hoewel vervaardigd uit simpel materiaal (kalk). Het lijkt uit dezelfde mal te komen als het beeld in Houtaud (zie boven).
Antonius steunt met de linkerhand op een korte T-staf. Hij heeft een grote hand-klok in de rechterhand. Liggend varkentje, met gevouwen pootje.
  De deur van het poortgebouw, met daarboven een steen met het jaartal 1428, de wapens van twee begunstigers, Hagenbach en Eptingen,
en een gestileerde T.
Aan een binnenplaats tussen de huidige kerk en het poortgebouw staat een zeer opvallend beeld, waarvan men beweert dat het een Antonius is.
Hij is gekleed in de gevlochten mantel van Paulus van Thebe (wat zou kunnen, want die heeft hij geërfd). Maar als beeld heb ik dat nog niet eerder zo gezien. Ook de geëxalteerde houding is nogal vreemd, en beslist niet 15e eeuws.
Het beeld lijkt bovendien erg veel op een Paulus-beeld in Kirchzarten, niet zo ver hiervandaan.
Ik denk dan ook dat het oorsponkelijk een Paulus is geweest, die op de plaats van een eerder Antoniusbeeld is komen te staan en die men dus later 'omgedoopt' heeft tot Antonius.
Zie ook: Bernardvillé (Frankrijk) en in Trier (Duitsland).

De tekst boven het beeld luidt:
ALMO QVONDAM LOCI PATRONO
De tekst links en rechts van de sokkel:
S. ANTONI ORA PRO NOBIS
Wat ik vertaal als:
Aalmoesgever Voormalig Patroon van deze Plaats
Sint Antonius Bidt Voor Ons
Het beeld zou van dezelfde zandsteen zijn als het medaillon en zou altijd al op deze plaats gestaan hebben. Ook hierover heb ik zo mijn twijfels, aangezien de tekst sowieso een correctie van Jezuïtische zijde doet vermoeden.
Volgens Soeur Geneviève zal dit beeld bij de restauratie achter glas verdwijnen. Begrijpelijk maar ook jammer.
Op de grond van deze binnenplaats is aangegeven waar het altaar van de oorsponkelijke kerk zich bevond, waar dus ook het retabel stond. Normaliter was het verborgen achter een voorhang en alleen de geestelijken en de zieken mochten het zien.

In het poortgebouw is een achthoekig vertrek. De muren waren ooit versierd met muurschilderingen, maar lang geleden alweer zijn deze overgeschilderd met grijze en bruine verf. Hier en daar zijn nu vierkantjes verf verwijderd, als voorbereiding op de restauratie.
De oorspronkelijke functie van dit vertrek is onduidelijk. Sommigen denken dat het een Antoniaanse kapel geweest is, van de periode voordat de kerk gebouwd was (gezien de achthoek, toch een symbolische vorm, lijkt mij dat het meest waarschijnlijk); anderen denken dat het de keuken was!
Er is nog een Antoniusbeeld in Issenheim, dat ik helaas gemist heb, en dat zich bevindt in het Maison Saint Michel. Het wordt uitgeleend voor de Antoniusviering in Uffholtz, wat we hier links zien, en Antonius staat hier temidden van de 600 broodjes, die gezegend worden en na de mis uitgedeeld zullen worden.
Sint Andreaskerk
De parochie van Saint-André is waarschijnlijk door de abdij van Murbach gesticht en dateert van vóór het jaar 1000.
Tot 1482 viel de parochie onder Murbach, daarna onder de Antonianen van Issenheim.
De huidige kerk, gelegen aan het riviertje de Lauch, dateert uit de 19e eeuw.

Links op de gevel in een nis is een beeld van Andreas met kruis; rechts Antonius met zijn varkentje.
Een zeer ernstig kijkende Antonius, met gevorkte baard, heeft een grote, brede kruis-staf in de rechterarm geklemd. In de rechterhand heeft hij een tekstrol. Vrij groot, neerkijkend varkentje, met lange oren.

De beeltenis van het glas-in-lood raam komt exact overeen met die op een raam in abdijkerk in Saint-Antoine-l'Abbaye. En dat is toch een heel eind hiervandaan.
Antonius heeft een lange kruis-staf met klok eraan in de rechterhand. Een gesloten boek op de linkerhand.
Neerkijkend varkentje.

Lalbenque (147 D2) Saint Antoine-le-Grand « patron des trufficulteurs »
Op de zondag op of rond 17 januari is er in Lalbenque een mis ter ere van Antonius, patroon van de truffelkwekers met offerandes van truffels.
Hoe die offerandes verricht worden, is me nog niet duidelijk.

Helaas zijn er geen foto's van truffels in combinatie met een Antoniusbeeld te vinden.
De zondag erna is er een "Concours van de mooiste mand truffels". Er is dan een tentoonstelling en verkoop van lokale producten.
’s Middags is er een demonstratie van het opsporen van truffels met honden en varkens, en er is een gezamenlijke maaltijd waar natuurlijk truffels op het menu staan. Zie ook Montagnac en Richerenches waar een soortgelijk festival plaats vindt.
Deze activiteiten worden georganiseerd door de vakbond van de producenten van truffels van Lalbenque. Door het jaar heen is er een truffelmarkt op dinsdag.
Lantosque (173 E2) Oratoire Saint Antoine
Langs de weg bij Lantosque staat deze oratoire, die onlangs werd gerenoveerd, eenzaam te midden van de faissa. Het was vroeger een ontmoetingsplaats voor tieners, die daar volgens een oud gebruik met tarabasses of andere lawaaige instrumenten, in de nacht van 16 op 17 januari een luidruchtig eerbetoon aan Antonius kwamen brengen. Deze traditie is in de twintigste eeuw verloren gegaan.
In Lantosque staat Antonius bekend onder de naam San Antoni le picounié.

Ik heb niet kunnen achterhalen wat picounié betekent, of wat een tarabasse is, of een faissa.
Antonius is wel erg "monk-achtig" met z'n geschoren tonsuur, en lijkt eerder op Antonius van Padua, maar het is wel degelijk Saint Antoine le Grand.
Lestards (119 F3) Kapel van Sint Antonius en Commanderie van de Antonianen 13de eeuw
De Antoniuskapel van Lestards werd dichtbij het hospitaal en versterkte huis van de commanderie gebouwd, waar onderdak, zorg en bescherming aan pelgrims en zieken werd verstrekt, maar waar vooral degenen werden verzorgd die door de Vuurziekte — het Antoniusvuur — waren getroffen.
Deze kapel is de enige in Frankrijk die met riet gedekt is.
De commanderie van Lestards werd geleid door een commandeur die door de abt van Saint-Antoine-l’Abbaye werd benoemd.

De reliekwie-arm
Rond 1300 bracht commandeur Pierre Beaumont een stukje bot van St. Antonius naar Lestard. De relikwie werd in een als arm gevormde reliekschrijn geplaatst, waarvan twee vingers geheven waren om te zegenen.
Rond 1616 ging commandeur Jean Decoux naar Chaumeil om de arm te exposeren om offerandes te verkrijgen. Na een verblijf in de kapel van Malecourtes in het dorp Chaumeil (tegenwoordig verdwenen) en vervolgens in de kapel van Chastagnal, werd de arm gegeven aan de kerk van Chaumeil. De relikwie van de heilige is nu een deel van de schat van deze kerk waar deze nog steeds zichtbaar is in een houten reliekwie-arm.
Het feest van Antonius werd in Chaumeil gevierd onder de naam "het feest van de arm".

Gedurende vier eeuwen hebben talrijke commandeurs elkaar in Lestards opgevolgd. De grafstenen van de commandeurs rond de kerk getuigen hiervan.
De commanderie nam in omvang toe en werd deze ook de pastorie van Lestards.
Vanaf 1766 werd de rust van de orde bedreigd door de aartsbisschop van Toulouse, Loménie van Brienne, de toekomstige minister-president van Louis XVI.
Met het Edict van 1768 werden de commanderijen, waar het aantal religieuzen minder dan twintig was, opgeheven.
De moederabdij van de Antonianen en de commanderijen gingen op in de Orde van Malta en ze werden verplicht om hun bezittingen aan deze Orde over te dragen. Deze vereniging was slechts voor korte duur want in 1789, als gevolg van de Franse Revolutie, werden de bezittingen als nationaal eigendom verkocht.
De Antonianen hebben het symbool van hun orde op meerdere plaatsen in Lestards achtergelaten:
in de kerk waar de T op de kruising van de spitsbogen van het koor voorkomt, vergezeld door drie halve manen, en op de grafsteen hierboven links afgebeeld.

Dan is er het kruis bij Clossagne (links) in de vorm van een T, met gebeeldhouwd hoofd en menselijk lichaam.
En tenslotte het kruis van Combelongue (rechts) dat vrijwel identiek is aan dat van Clossagne.
Deze kruisen zouden gediend hebben om het territorium van de Commanderie in de 13e eeuw af te bakenen.
Maar op mij maken ze een veel primitievere indruk, en waarschijnlijk zijn het gekerstende dolmen, die dus eerder nog een ander doel gediend hebben, meer in de magische sfeer. Het kruis rechts doet me ook erg aan een ankh denken, het Egyptische symbool dat de basis voor de T van Antonius zou kunnen zijn geweest. Van het ronde deel is dan later een "gezicht" gemaakt.
Lézat-sur-Lèze (178 B1) Hermitage van Sint Antonius & kerk van Johannes de Doper 12de eeuw
Lézat was echt een verrassing. Via het internet wist ik dat er een hermitage van Sint Antonius zou zijn, bij een bron waarvan het water geneeskrachtige werking zou hebben (gehad) op huidziekten (i.h.b. ‘zona’), en dat er (een) reliek(en) van Antonius (was) in de kerk Johannes de Doper.
Maar toen we er in juni 2007 waren, bleek er zeer veel meer te zijn. Zowel bij de kapel als in de kerk. En er bleek bovendien een Antonius-feest te zijn!
De aanwezigheid van Lézat op het internet bleek dus — zoals bij veel Franse Antonius-plaatsen, zoals ik al eerder opmerkte — weer eens minimaal te zijn. Zo waren er van het Antonius-feest in Lézat, na uren googelen, slechts een paar kiekjes te vinden.
De hermitage van Sint Antonius
De hermitage ligt een beetje buiten het dorp, in een parkachtig bosje in de glooiende velden.
De dag vóór ons eerste bezoek heeft er net een verschrikkelijk noodweer plaatsgevonden en stukken van het pad zijn weggespoeld, en het pad is gedeeltelijk veranderd in een beekje. Ook nu regent het nog behoorlijk.
De “hermitage” is eigenlijk een kleine kapel.
Een blik door een raam in de deur van de kapel — een metalen grille met Maria — maakt duidelijk dat deze niet meer in gebruik is. Kalkgruis en stucwerk liggen op de grond.
Maar er is wel een zeer mooi glas-in-lood raam, een traditionele voorstelling van Antonius met staf en varkentje.
Jammer dat het zo verwaarloosd is! En dat we niet naar binnen kunnen, en het raam niet kunnen fotograferen.
Op de muur van de kapel is een plaquette met de tekst:
“Op 9 juni 1106, kwam Roger II de graaf van Foix, die van de kruistocht terugkwam, in Lézat aan, en bracht vanuit Palestina de relieken van Sint Antonius de heremiet — 251-356 — mee, die hij had verkregen van de Keizer van Constantinopel. Hij overhandigde ze aan Odon de Bagéras — de 25e abt — ter herinnering aan Antoine, de burggraaf van Béziers, oprichter van de benedictijner Abdij Sint Pierre van Lézat in het jaar 840. Een kapel gewijd aan Sint Antonius werd in de Abdij gebouwd en een veldkapel op deze plek.
In 1868 heeft de kanunnik Gauzence, pastoor-deken, deze hermitage op de ruïnes van de veldkapel laten bouwen.”
Hermitage en bron van Sint Antonius,
in 1968 gerestaureerd.
Een trapje onder de kapel leidt naar de bron met het (voorheen?) geneeskrachtige water (niet te zien, overigens) onder de kapel, en daarboven is een beeld van Antonius achter ijzeren tralies.
Naar de kinderkleertjes, slabbetjes, bloemen, enz. te oordelen wordt Antonius nog steeds aangeroepen, en niet alleen voor ‘zona’, maar meer, lijkt het, voor kinderziekten.
De legende van de translatie van de relieken van Antonius naar Lézat is wel zeer opmerkelijk. Er zijn namelijk erg veel overeenkomsten met de translatie van de relieken naar Saint-Antoine-l’Abbaye, alleen is nu de graaf van Foix in de hoofdrol en niet Jocelin. Bovendien vinden deze legendarische gebeurtenissen in dezelfde periode plaats: Jocelin in ongeveer 1070; Roger in ongeveer 1100.
Het volgende kan nog toegevoegd worden aan deze legende:
Roger II de graaf van Foix ging op Kruistocht, omdat hij met excommunicatie bedreigd werd, en om zo te bewerkstelligen dat hij in de gratie terug kan komen.
Volgend op een wonderbaarlijke processie in Toulouse in 1114, werd Lézat een plaats waar men van het "Vuur van Sint Antonius" kan genezen.
In de 16e eeuw komen er teveel zieken die door het “Sint Antonius Vuur” zijn getroffen om in het klooster ondergebracht te kunnen worden.
Er worden twee ziekenhuizen gebouwd: het ziekenhuis Sint Antonius en het ziekenhuis Sint Jacques.
Als gevolg van de onderdrukking van het geloof wordt in 1790 het besluit van afschaffing en opheffing van de abdij ondertekend door de laatste bisschop van Rieux. De abdijkerk wordt afgebroken en met de grond gelijkgemaakt. De stenen worden door een molenaar gekocht om er een windmolen mee te bouwen.
De relieken van Sint Antonius worden op Kerstdag 1794 naar de kerk van Sint Johannes de Doper gebracht.
De kerk van Johannes de Doper
In de kerk, aan de linkerzijde is een aparte Antonius-nis-kapel. Daarin zijn te vinden:
  • tegen de achterwand, een beeld van Antonius met daarboven een T kruis
  • links van het beeld een reliëf in hout dat de translatie van de relieken lijkt voor te stellen
  • rechts van het beeld een reliëf in hout dat een miraculeuze genezing door tussenkomst van Antonius lijkt voor te stellen
  • in de linkermuur is een nis met daarin een reliekkist met door het glas duidelijk zichtbaar twee dijbeenderen (van Antonius, naar ik aanneem)
  • in de rechtermuur is een nis met daarin een buste (gelijk een reliekbuste) van een zwarte Antonius
  • daarnaast hangt een orthodoxe afbeelding van Antonius met zijn varkentje in een zwart “gat” of onder de grond, waarmee naar mijn idee de functie van zijn varkentje als zijn “assistent in onderaardse (helse) betrekkingen” zeer treffend wordt weergegeven.
Niet zulke goede foto's helaas van beeld (rechtsboven) en raam (links), maar ik toon ze toch maar.
  • Hoog tegen een pilaar in de kerk is er verder nog een houten beeld van Antonius met varkentje
  • en er is een glas-in-lood raam van Antonius met varken en een goed uitgevoerde T-staf, en zegenende opgeheven hand.
    Tegenover de ingang van de kerk is een reliekenkast met zeer fraaie relieken, vooral ook reliekbusten, en daarin ook een kleine reliekhouder met een stukje Antonius
  • en op deze kast staat een zeer mooi beeldje van Antonius met varkentje.

Al met al dus een overvloed aan beelden.

Een reliëf in hout dat de translatie van de relieken van Antonius lijkt voor te stellen Een reliëf in hout dat een miraculeuze genezing door tussenkomst van Antonius lijkt voor te stellen
(Boven midden) Beeld van Antonius in een nis met daarboven een T kruis.
Hij heeft een lange krom-staf met daaraan een klok in de linkerhand. Een gesloten boek in de rechterhand.
Een zeer klein varkentje ligt naast hem.
(hieronder midden) Antonius' varkentje als zijn assistent
in onderaardse (helse) betrekkingen
(hieronder links) De reliekkist in de nis in de linkermuur met twee dijbeenderen (van Antonius, naar ik aanneem)
(hierboven rechts) De reliekbuste van Antonius, waar hij duidelijk als 'neger' of Moor wordt uitgebeeld,
wat zou kunnen verwijzen naar zijn Egyptische, of liever "Ethiopische", afkomst.
Maar anderzijds staat dit beeld zo zeer op zichzelf, dat het eerder als voorbeeld van 'artistieke vrijheid' zou kunnen gelden
Alle andere beelden die ik in Lézat zag, waren namelijk wel traditioneel.
Maar het is wel deze zwarte Antonius die in de processie meegedragen wordt
De reliekenkast in de kerk, met v.l.n.r.:
St Aubin, St Blaise, St Eloi, Pyxide du XIIIe, Ste Claire d'Assise, Reliquaire de XIIe, Relique de la Ste Croix, S. Eugène, Relique de la Ste Épine, Tête de Vierge (Piéta), [een snippertje van] St Antoine, St Vincent, Ste Élisabeth, St Louis, St Georges.
Met Pinksteren zijn we weer in de kerk, die voor zo’n driekwart vol is, en driekwart daarvan bestaat uit vrouwen van middelbare leeftijd of ouder.
Bij de ingang zie ik een plakkaat met een aankondiging van Antonius-feesten, een “Procession Fleurie” en een “Spectacle Folklorique”. Navraag leert dat er een processie zou zijn vanaf een meertje naar de kerk, dat de stoet over een tapijt van bloemen door het hele dorp zou gaan, en dat de “zwarte Antonius” daarin meegedragen zou worden.
Deze processie vindt plaats in het tweede weekend van juni.
Dan horen we een zeer teleurstellende mededeling tijdens de dienst: vanwege het noodweer van een paar dagen geleden en de daardoor geleden schade aan de (ook bloemen) oogst, zal dit jaar de processie niet doorgaan!

Aan het eind van de dienst worden er manden met stukjes brood gezegend, die daarna bij de uitgang worden neergezet zodat iedereen ervan kan pakken. Wij pakken één stukje, maar sommigen nemen een handvol mee. Er zitten kruiden in het brood, o.a. kummel. Deze broodzegening doet wel weer aan Antoniusvieringen denken, maar waarschijnlijk is dit gebruik toch algemener.
Op de reliekenkast staat een zeer mooi beeldje van Antonius met varkentje
Bloemen-processie voor Antonius
 
Een paar foto's van de “Procession Fleurie” die ik op het internet vond.
Lieuche (155 F4) Kapel van Sint Macarius en Sint Antonius & viering

Er is in Lieuche een 17e eeuwse barokke kerk, de Notre dame de la Nativité, met een groot retabel, getiteld “De Annunciatie”, door Louis Bréa in 1499 geschilderd. Het wordt als een van zijn betere werken beschouwd.

Het centrale paneel is gewijd aan de Annunciatie.
Links is Sint Louis van Toulouse. Knielend aan zijn voeten, op kleinere schaal, is de donateur Lausi Louis, pastoor van Lieuche.
Rechts op het schilderij staat Antonius, zeer correct weergegeven met gevorkte baard, gaffel-staf met klokje en varkentje.

In 1498 teisterde een pest-epidemie, "Moria", de streek van Nice, maar op wonderbaarlijke wijze werden de bewoners van Lieuche gespaard.
Om de dankbaarheid van de dorpelingen tot uitdrukking te brengen, heeft pastoor Lausi Louis dit retabel laten vervaardigen.

En er is een kapel van Sint Macarius en Sint Antonius uit de 17e eeuw.
Antonius is de beschermheilige van Lieuche, en rond zijn jaardag vindt er een viering plaats. De dag erna is er een pelgrimage naar Sint Macarius.

Macarius was een van de discipelen van Antonius en leefde van 295-392 A.D
Meer heb ik er niet over kunnen vinden, dus ik neem aan dat met “Sint Macarius” de kapel van Macarius en Antonius bedoeld wordt.
Loches (91 D1) Tour Saint Antoine en Antoniuskerk 15de en 19e eeuw
Loches is vooral bekend vanwege zijn 52 meter hoge Tour Saint-Antoine, een belfort, ofwel toren met stadsklokken, die in de 16de eeuw gebouwd werd op een kapel uit de elfde eeuw, waarvan ik aanneem dat het een Antoniuskapel was.
Ik neem aan dat het beeld links in de Antoniuskerk staat.
Antonius heeft weinig kenmerkende attributen, wel een T op de schoudermantel. En een staf in de rechterhand.
Er is ook een Antoniuskerk uit 1812 aan de Rue Saint-Antoine, die geconstrueerd werd uit de oude slaapzaal en eetzaal van het Ursulinen klooster, met daarin een beeld van Antonius.
Deze kerk is vooral beroemd geworden sinds twee schilderijen aldaar als Caravaggio’s zijn aangemerkt.

En er is een Galerie Antonine. Onduidelijk is of deze galerie specifiek op Antonius gericht. Het lijkt me niet.
La Loge-aux-Chèvres (64 B2) Parochiekerk Saint Antoine
Het dorp is in de twaalfde eeuw ontstaan, sinds het opruimen van de bossen van de Grand Orient, die in het bezit van de Orde van Tempeliers was.
Dat zou ook een verklaring zijn voor het eerste deel van de naam van het dorp: “loge”. Het woord “chèvres” zou betrekking hebben op gereedschap dat door houthakkers gebruikt werd om hout te hakken.
In de zestiende eeuw werd er een houten kerk gebouwd, gewijd aan Sint Antonius, die in de negentiende eeuw werd vervangen door de huidige stenen kerk, die onlangs gerestaureerd werd.
Een zeer fraai interieur; het meest linkse beeld bij de ramen is Antonius.

Logischerwijs is er een beeld van Antonius in de kerk, maar er is ook een merkwaardig beeld van Sint-Elooi, de patroonheilige van de edelsmeden en metaalwerkers, die een hoefijzer smeedt. Het is zo aardig, dat ik het toon.
Er is nog een beeldje van Antonius dat door deze Franse inventaris-site wordt omschreven als een “bâton de procession de confrérie”, maar dat mij toch eerder een kleine schrijn aan de buitenmuur van de kerk lijkt.
Een heel mooi beeld. Antonius staat in de vlammen. Open boek en klokje op / aan de rechterhand. Erg leuk opkijkend varkentje.
De zogenaamde “bâton de procession de confrérie”.

Antonius leunt met twee handen op een korte staf met daaraan een grote klok.
Zijn varkentje staat dicht tegen hem aan.
17e eeuws schilderij: "Saint Antoine au désert".
Antonius, geknield, met puntmuts capuchon, leest in zijn boek. Een klokje staat op het rotsblok-altaar met ruwe 'zelfbouw' crucifix voor hem.
Sint-Elooi, de patroonheilige van de edelsmeden en metaalwerkers
Het is niet duidelijk of de dag van Antonius hier nog wordt gevierd.
In de buurt is een “Parc aux Pourceaux”, een Park van de Zwijnen, dus het is verleidelijk hier een verband te zien met Antonius, maar behalve de naam heb ik er verder geen enkele informatie over kunnen vinden.
Het dorp ligt op een route naar Compostela.
Magny-le-Désert (37 F4) Kapel Saint Antoine
De kapel ligt midden in het bos van Andaines, op enkele stappen van de wonderbaarlijke bron/fontein, die het Antoniusvuur genas, en dicht bij de rivier de Gourbe.
De kapel van Sint Antonius die de voormalige Hermitage Héraudière verving, dateert uit de zeventiende eeuw en werd herbouwd in de negentiende eeuw.
De geschiedenis van het bos en de hermitage gaat echter veel verder terug.
In het bos van Andaines zijn allerlei legendes uit 'heidense' tijden gesitueerd, met feeën en kabouters, hunebedden en Druïden; ook de legendes van Koning Arthur en zijn tovenaar Merlijn spelen zich daar af. En elders op mijn site heb ik al eens een relatie veronderstelt tussen Merlijn en Antonius, waarbij de laatste een soort kerstening zou kunnen zijn van de eerste.
De Christelijke periode begint zo in de 5e en 6e eeuw toen kluizenaars naar de vallei van de Gourbe kwamen, waar ze een hermitage oprichtte die tot de Abdij van Saint Martin de Troarn behoorde. Er werd ook een kapel gebouwd, de kapel van Héraudière dus. In 1232 geeft de heer van Saint-Ouen de kapel van Héraudière aan de Abdij Troarn en het recht aan de heremieten om gratis tarwe te malen op de molen van Villiers die hem toebehoorde.
In de achttiende eeuw werden kluizenaars minder en minder talrijk en tenslotte werden ze door de Revolutie verdreven. De kapel werd verwoest en verlaten, alvorens te worden gerestaureerd in 1875.
Hoewel het mij niet duidelijk is sinds wanneer de kapel als een Antoniuskapel werd beschouwd, blijkt wel uit het volgende relaas dat dat toch waarschijnlijk al een tijd zo was.
Het bisdom van Grenoble gaf de priester van Almenêches in 1879 een fragment van de botten van Sint Antonius. De priester bood het relikwie aan aan de parochie van Magny om het in de kapel van Héraudière te doen plaatsen.
Op Tweede Pinksterdag 1879 verliet het relikwie op een draagbaar de kerk van Magny in een stoet van 5.000 gelovigen (!) en 20 priesters. Over het parcours van 9 kilometer tussen Magny en de Kapel werden 6 triomfbogen en evenzoveel altaren geïnstalleerd ter ere van de heilige. Rond de kapel wachtte een grote menigte op de komst van de processie. Buiten was een altaar opgericht waar een plechtige mis werd gevierd rond de heilige relikwieën van Antonius. De kostbare relikwie werd van het altaar buiten naar het altaar in de kapel gebracht. Deze kapel werd het onderwerp van een volksdevotie die bijna een eeuw zou voortduren. Ook nu nog zouden pelgrims hier komen om voor "genade" te bidden.


Het beeld van Sint Antonius, dat werd gerespecteerd en bewaard tijdens de Revolutie, is nog steeds het onderwerp van de volksdevotie.
Helaas heb ik van dit beeld geen foto kunnen vinden.
Achter de kapel bevindt zich een kleine put — een wensput — waarin men kruisen gooit die men van takken en gras heeft gemaakt — en men kan dan een wens of gelofte doen.
De put (rechts)
en het kruis op de put (links).
De namen van een aantal dorpen in de buurt die het woord "désert" bevatten, zoals Saint-Maurice-du-Désert en Saint-Patrice-du-Désert herinneren aan de aanwezigheid van veel kluizenaars hier.
In navolging van Antonius

Het kan haast niet anders of dit woord "désert" is een verwijzing naar de woestijnvaders, de voorlopers van deze christelijke kluizenaars, en dan met name Antonius.
Hoewel er natuurlijk ook ‘heidense’ kluizenaars van voor de kerstening waren, en zeker in die streek van Normandië waar de Druïden actief waren, zullen de christelijke kluizenaars zich toch vooral als navolgers van Antonius hebben beschouwd en net als hij de woestenij als de ideale plaats voor hun boetedoening en contemplatie hebben beschouwd.
Nog geen 150 jaar na de dood van Antonius, in de 5e eeuw, vestigde een al gauw zeer beroemde kluizenaar, Sint Ortaire, zich hier in een hermitage in de bossen vlakbij de huidige kapel van Antonius.
Hij werd in 482 in Dézert (!) geboren en stierf in 580; hoewel geen 105 jaar zoals Antonius, bereikte hij toch de respectabele leeftijd van 98. [Dit was trouwens ook in de periode waarin volgens sommige legendes Merlijn zich in deze streken vestigde.]
Hij genas vooral kinderen, verlamden en kreupelen, en nog steeds trekken er pelgrims naar zijn geboorteplaats en en zijn voormalige hermitage.
De bron in het bos van Andaines, waar hij uit dronk, bestaat nog steeds, en werd (wordt) als geneeskrachtig beschouwd.
Saint Ortaire en de pelgrimage naar de bron van de Manoir de Saint-Ortaire in Dézert.
 
Marcolès & Saint-Antoine-du-Cantal (134 B3) 13de eeuw
Antonius is de beschermheilige van Marcolès. Er was sinds de 13e eeuw een commanderij van Antonianen, evenals een Antoniuskerk in Saint-Antoine-du-Cantal, een gehucht vlakbij Marcolès.
Het was toen een centrum voor omvangrijke pelgrimages vanwege de relikwieën van Antonius in het heiligdom.
Het wapen van de commanderie van Saint-Antoine van Marcolès is: "zilver op een zwart kruis met aan de voet een everzwijn...".
De verdere geschiedenis is zoals die van de andere commanderijen in Frankrijk: eerst bloei, dan verval, dan opgaan in de Orde van Malta, en tenslotte beëindiging na de Revolutie.
Maar toch, ook nu nog is er elk jaar, vertrekkend vanuit Marcolès, een processie te voet naar de kerk van Saint-Antoine, over een afstand van 5 km.
Ik neem aan op of rond de 17e januari, maar er is weinig informatie over deze plaatsen te vinden.
Melgven (51 E3) Antoniuskapel & pardon 16e eeuw
We bezochten de Antoniuskapel van Melgven in augustus 2013, en op 1 september, de eerste zondag in september, woonden we het Pardon bij, de viering van Antonius.
De stèle
Michel Scouarnec, de priester die de Mis leidde tijdens het Pardon, een amicale man, wees me op de stèle die tussen oude beuken staat, op het kruispunt van wegen, waarvan één naar de Antonius Kapel leidt, en zei ietwat verontwaardigd dat de organisatoren van het Pardon de stèle aan het oog onttrokken hebben door er een lang spandoek voor te plaatsen waarop de feestelijkheden worden aangekondigd. Volgens hem — en daarin kan ik het zeker met hem eens zijn — is het een fallisch symbool. Het doet ook zeker denken aan de Hindoeïstische Shiva-linga. Dat Michel Scouarnec, een katholieke priester me daarop wijst, geeft wel aan hoe ruimdenkend hij is.
De stèle dateert volgens de toeristische informatie uit het IJzeren Tijdperk, of zelfs iets later, uit het La Tène Tijdperk. Maar ik ben van mening dat het waarschijnlijker is dat deze megalieten veel ouder zijn, en wel uit het Neolithicum stammen.
De stèle is van graniet en heeft een hoogte van 2,95 meter; het is een kunstig glad gepolijste vorm met een rechthoekige basis. De stèle is ongetwijfeld gerelateerd aan de menhir, maar verschilt daarin dat hij vormgegeven en gepolijst is. Het lijkt erop dat hij ooit in twee stukken gebroken is geweest en daarna weer aan elkaar gemetseld. Of hij altijd op deze plek gestaan heeft is niet duidelijk.
Het is wel opvallend overigens, dat in Bretagne dergelijk stèles en stenen, vaak in de buurt van kerken en kapellen worden aangetroffen (of eigenlijk, in de tijd gezien, vice versa). (Zie ook de Saint Armel-kerk in Plouharnel bijvoorbeeld.)
Het kruis
Bij de kapel staat een granieten kruis, met de Maagd Maria met Christuskind op de achterkant van de crucifix. Dit is met enige moeite te onderscheiden; opvallender is het zonnesymbool.
Deze granieten kruisen, de “calvaires”, waarvan er zeer veel in Bretagne te vinden zijn, zijn mijns inziens ook weer afgeleid van de menhirs en stèles, en het zou me niet verbazen als menhirs en stèles omgevormd zijn tot calvaires.

Enige lokale geschiedenis
Ongetwijfeld is deze omgeving sinds zeer lange tijd bewoond geweest. Zo is er een “allée couverte”, een hunebed, met vijf dekstenen in de buurt (zoals er in heel Bretagne van deze megalithische bouwwerken zijn) en in een nabijgelegen gebied werd in de 19e eeuw een graf ontdekt dat dateert uit de bronstijd (1500-1000 voor Christus).
Hoewel er tot nu toe geen Gallo-Romeinse sporen zijn ontdekt, was deze plaats gelegen aan één van de takken van de "Hent an Pesketerien" (Weg van de Visverkopers) waarlangs de bevoorrading plaatsvond van Vorgium (Carhaix), de hoofdstad van de Osimes (een stam die in de 2e eeuw V.C in het huidige Finistère bevolkte).
De Kapel
Het is niet duidelijk of er in de vijftiende eeuw, in de buurt van het Riddergoed Kercongar twee religieuze gebouwen bestonden, waarvan één aan Sint Antonius gewijd zou zijn en de andere aan Sint Congar. Het zou ook kunnen zijn dat het hetzelfde gebouw(tje) was.
In het laatste geval is het waarschijnlijk dat Sint Congar werd vervangen door Sint Antonius omdat sommige boeren van Melgven de jaarlijkse pacht moesten betalen aan de Heren van Plessix-Nizon op de dag van Sint Antonius in de maand januari.

Sint Antonius, hoewel befaamd als bestrijder van het vuur, kon niet voorkomen dat de katholieken van Concarneau het landgoed ‘du Fresq’ van de Heer Christophe Foucault in 1577 in brand staken, uit wraak omdat hij de “Ville Close” (het fort / centrum van Concarneau op een eilandje in de baai) aan de Protestanten had uitgeleverd.
Een eeuw later, in 1689, werd de kapel volledig herbouwd, met uitzondering van het raam van de apsis.
Was het de bouw van de kapel, hoe bescheiden dan ook, die Michel Poilmilain, de Heer van Le Fresq, en zijn vrouw Renée van Finamour, ruïneerde? Niemand weet het, maar 10 jaar later werd hun eigendom hen door hun schuldeisers ontnomen.
Meer recentelijk (1760) werd “La maison de Saint Antoine” nog eens gerepareerd door Joseph Favé, uit Cadol.

En in onze tijd hebben er meerdere restauraties en herstelwerkzaamheden plaatsgevonden op instigatie van het Comité de Restauration de la Chapelle Saint-Antoine.
De beelden
De beelden van Sint Antonius en Sint Fiacre, van witte steen en polychroom beschilderd, dateren van de 17e eeuw.

Antonius, in bruine pij en zwarte schoudermantel , houdt een gesloten rood boek op zijn rechterhand en een dikke staf met klokje in de linkerhand. Hij staat op een sokkel van oranje vlammen, met daarvoor zijn varken, met een klokje om de hals. Grappig zoals het varkentje er, in reliëf, tegenaan “geplakt” staat

Saint Fiacre, een kluizenaar uit Schotland, is gewapend met een schop. Hij is de beschermheilige van de tuinders en bewerkers van grond in Bretagne en Engeland.
Verder is er in de kapel nog een beeld van een heilige bisschop uit de 18e eeuw, geplaatst op een console, die Sint Augustinus zou kunnen zijn; en er is een beeld van de Maagd Maria, die met een zeldzaam en sierlijk gebaar de voet van het Christuskind vasthoudt.
Glas-in-lood ramen
De glas-in-lood ramen uit 1985 zijn van het atelier van Jean Piere le Bihan.
Op het raam rechts staat Antonius met varkentje en een klok aan zijn ceintuur. Hij is incorrect afgebeeld als een monnik met tonsuur, en zijn staf lijkt wel de steel van een schop. Het varkentje is weinig realistisch; het heeft iets kinderlijks.
Op de achtergrond brandt een kasteeltje. Ongetwijfeld één van de Huizen die hierboven in de geschiedenis worden vermeld.

Het raam boven stelt Sint Hubertus voor,tijdens de restauratie van de kapel door de “Société de Chasse de Saint Antoine”.
Het Pardon
Jaarlijks, de eerste zondag van september vindt er een “pardon” plaats. Ongetwijfeld was dat al eeuwen lang de gewoonte, maar was het in onbruik geraakt. In 1974 werd het weer opgestart op initiatief van de “Société de Chasse de Saint Antoine”, juist ook met het oog op het instandhouden en restaureren van de kapel. Dit gezelschap richtte in 1983 een “Comité de Sauvegarde de la Chapelle” op, en dit Comité organiseert het Pardon.

Op de zaterdag voorafgaande aan het Pardon kan men vanaf 19:00 uur komen genieten van een gegrild varken in de “Serres de Saint Antoine”, een grote plantenkwekerij aan de overkant van de weg, op korte afstand van de kapel, gelegen.
Op de zaterdag dat wij daar een kijkje namen zouden er 800 mensen komen. We kochten een lot voor de verloting die de volgende dag zou plaatsvinden.
Brouette Garnie = gevulde kruiwagen
Op zondag, de dag van het Pardon, is er een mis.
Deze werd geleid door Michel Scouarnec, een zeer bekende priester in Bretagne en daarbuiten.
De kapel was helemaal vol; er waren zo’n 140 mensen die elkaar - zoals in Frankrijk veelal gebruikelijk - zoenden na binnenkomst. Er waren beslist niet alleen maar ouderen. Om 10 uur werd de klok geluid, met een touw vanuit de kapel.
Tijdens de mis werd Antonius wel genoemd, maar de preek was niet speciaal op hem toegespitst. Een inspirerende mis; men moest ook wel eens lachen.
Ondertussen was men buiten voor de kapel al bezig met de voorbereidingen voor de versnaperingen. Zoals ons de avond ervoor al was gebleken uit gesprekken met enkele organisatoren, zijn zij en de feestvierders niet persé kerkgangers.

Na de dienst stroomden de mensen naar buiten. Iedereen kent iedereen natuurlijk, dus het had ook iets van een reünie.
Voor koffie, wijn en Bretons gebak, boterkoek en pruimencake, moest betaald worden. De opbrengst was bestemd voor de instandhouding van de kapel. Er stond een kruiwagen met gedoneerde artikelen die verloot zouden worden, maar de menigte begon al uit te dunnen toen we vertrokken, dus of die ook heeft plaatsgehad weten we niet.

Er was geen processie. De fontaine miraculeuse en contrebas (maar waar precies?) is verwaarloosd, zoals wordt vermeld op een website.
Het gezellig samenzijn na de mis.
Marie-José zit aan de tafel op de voorgrond.
Mesnil-Marie  
Antonius wordt hier gevierd, op of rond 17 januari.
Bénédiction des chevaux ou d’autres animaux
V./ Notre secours est dans le Nom du Seigneur.
R./ Qui a fait le ciel et la terre.
V./ Le Seigneur soit avec vous.
R./ Et avec votre esprit.
Prions : O Dieu, notre refuge et notre force : montrez-vous favorable aux pieuses prières de votre Eglise, Vous qui êtes Vous-même l’auteur de sa piété, et accordez que ce que nous demandons avec foi, nous l’obtenions avec efficacité. Par Jésus-Christ Notre-Seigneur.
R./ Ainsi soit-il!
Prions : Dieu tout puissant et éternel, qui avez fait aller sans dommage le glorieux Saint Antoine, éprouvé par des tentations variés, au milieu des troubles de ce monde, accordez à nous qui sommes Vos serviteurs de tirer profit de son illustre exemple et que par ses mérites et son intercession nous soyons libérés des périls de la vie présente. Par Jésus-Christ Notre-Seigneur.
R./ Ainsi soit-il!
Prions : Que ces animaux reçoivent votre bénédiction, Seigneur : par elle qu’ils reçoivent la santé du corps et qu’ils soient libérés de tout mal par l’intercession du Bienheureux Antoine. Par Jésus-Christ Notre-Seigneur.
R./ Ainsi soit-il!
Zeer apart beeld. Doet een beetje Italiaans aan, vooral door dat toefje vuur op het boek. Een zeer lange T-staf (stukje afgebroken?) met echt klokje. En een wel heel apart varkentje.
Montagnac (170 B1) Sint Antonius de Truffelaar
De bewoners van het plateau in de Haute-Provence noemen de plaats Montagnac-les-Truffes. Deze bijnaam wijst op Montagnac als hét centrum voor het zwarte goud van het plateau, de beroemde paddestoel, de truffel, die in het Frans ook wel rabasse genoemd wordt.
Sint Antonius is de beschermheilige van de truffelkwekers, aangezien iedereen weet dat hij vergezeld wordt door een varken, een dier dat dé specialist is bij het opsporen van de truffels.
Zoals ik op mijn pagina over het varken al opmerkte, is het varkentje de assistent van Antonius in de “onderaardse betrekkingen”, en dat is in dit geval zeer letterlijk op te vatten.
Daar komt nog bij dat de truffel in de opvatting van de middeleeuwse kerk een “paddestoel van de duivel” was (zoals eigenlijk alle paddestoelen al iets demonisch hadden, geassocieerd werden met heksen en tovenaars), dus was het varkentje ook de assistent van Antonius in meer figuurlijke zin — in de “helse betrekkingen” — bij het opsporen van de truffels.

De parochiekerk is aan Saint-Pierre-aux-Liens gewijd, en zijn beschermheilige is Sint Christoffel. Maar er staat ook een beeld van “Saint Antoine Truffier” — Sint Antonius de Truffelaar — vergezeld door zijn varkentje.
Het feest van Sint Antonius wordt jaarlijks op de zondag voor 17 januari met veel praal gevierd. Op het dorpsplein is er een markt met truffels en plaatselijke producten.

Om 10 uur is er een mis gewijd aan Antonius de Truffelaar.
Om 11 uur is er de zegening van de honden, de varkens, de truffelzoekers (rabassiers) en de truffels, op het plein voor het stadhuis. Daarna is er een het aperitief dat door het gemeentebestuur wordt aangeboden, en een truffelmaaltijd in de restaurants van het dorp en gemeenschapszaal met een onderhoudende verteller.

Ook hier weer (net als in Lalbenque) zijn er geen foto's van truffels in combinatie met een Antoniusbeeld te vinden. Zie ook Richerenches waar een soortgelijk festival plaats vindt, met meer foto's van de religieuze plechtigheden. En Aups en Longecourt-en-Plaine.

Op het filmpje (links) van de truffel viering van januari 2010 zien we een Antoniusbeeld in de processie met de Confrérie San Antonin dou Porquet Le Val, in klederdracht,een folkloristische groep, een dierenzegening, een mis, een markt, een maaltijd, muziek, etc.
La fête de la truffes
Montaimont (126 B3) Sint Antonius kapel
Er is zeer weinig informatie te vinden over Montaimont, maar er is een feest in de kapel "St Antoine à la Perrière"
Dat vindt plaats op de zondag voor 17 januari. Er is een Mis die wordt gevolgd door de verkoop per opbod van de producten van het land en een warme wijn.
Dit 'opbod' is in ieder geval typerend voor een Antoniusviering.
Enige informatie voor wat betreft datering zouden we kunnen ontlenen aan het bijschrift bij een plaatje van een "stenen kruis dichtbij de kapel van Sint Antonius uit 1673 om Perrière aan te duiden, dat het symbool van de Antonianen draagt".
Mijns inziens is het een gewoon kruis en geen T, maar misschien dat het uit de overlevering als Antoniaans kruis bekend staat of dat er een T in gegraveerd is, welke op deze foto niet te zien.
De muurschildering op de kapel zal ongetwijfeld een voorstelling van Antonius zijn, maar deze is niet goed te onderscheiden. Het lijkt een landelijke setting.
Mont-des-Cats (3 E2) Sint Antonius klooster
Op de Mont-des-Cats oftewel de Katsberg, midden in het Frans-Vlaamse Houtland (Pays aux Bois) en op de top van een van de Vlaamse getuigenheuvels, op 3 kilometer van de Frans-Belgische grens, was sinds 1650 een klooster en abdij van de broeders Antonianen.
Tot aan de Franse Revolutie onderwezen de eremijten van de Orde van Sint-Antonius Nederlands en wiskunde onderwezen aan de kinderen uit de buurt.

De abdij Sainte-Marie du Mont van de Trappisten dateert uit 1826.
Vandaag leven er achter de hoge muren van de abdij nog een vijftigtal monniken in een geest van stilte en gebed en zij doen aan handenarbeid.
Er is o.m. een broodbakkerij en een kaasmakerij. De abdijkaas van de Katsberg is trouwens een bekend en gegeerd regionaal product, uitstekend te combineren met “Bière des Trois Monts”, een ander artisanaal topproduct uit het Frans-Vlaamse Sint-Silvesterkappel (Saint-Sylvestre-Cappel), dat niks met de abdij te maken heeft.
De naam van de “berg” zou komen van een Germaanse stam, de Katten, zoals door Tacitus beschreven in zijn Germania.
Tijdens ons bezoek aan Bailleul (Belle), dat vlakbij ligt, in januari 2014, zijn heel even, aan het eind van de middag, op de Katsberg geweest. Het was er zeer druk met dagjesmensen en wandelaars, genietend van het mooie uitzicht. Er is een kapel die er van buiten interessant uitziet, maar van binnen totaal sfeerloos is.
En er is geen Antonius te bekennen. Maar de abdij is niet zomaar te bezoeken, dus wellicht zijn er naast het schilderij hier beneden, nog wel Antoniusbeelden.
Abbaye Notre Dame du Mont-des-Cats; Tableau: Saint Paul et Saint Antoine ermites; 17ième siècle.
Antonius zit links, met een lichtblauwe T op de schoudermantel. De raaf met het broodje komt aanvliegen. Op het rots-altaar een schedel en een zandloper; ervoor een opengeslagen boek.
Het schilderij van David II Teniers is privé bezit of in het Musée de Flandre.
Zou het gebouw rechts hoog op de rots de abdij zijn?
Montonvillers (9 F3) Parochiekerk Sint Antonius 15e eeuw
De kerk van Montonvillers is gewijd aan Sint Antonius Abt, de beschermheilige van de parochie.
De kerk dateert uit de 15e eeuw en heeft zijn oorspronkelijke vorm behouden. De voorgevel werd in baksteen aan het einde van 19e eeuw opnieuw gemetseld, ontworpen door een architect die ook Antonius blijkt te heten.
Bijzonder is wel dat er zich een put bevindt in een vierkante toren van de kerk.
Er was ooit een omvangrijke devotie voor deze heilige beschermer tegen de vuurziekte.
Verder bracht men als magische handeling een stuk brood in contact met het standbeeld van de heilige Antonius en gaf het vervolgens aan de varkens, om ze te beschermen tegen ziektes.
Er zijn twee beelden en een glas-in-lood raam van Antonius en een reliek.
Tegenwoordig is er geen viering meer, krijg ik de indruk.
Van het beeld van kalksteen (links) is de oorspronkelijke polychromie door witte verf bedekt. Het beeld staat in een nis boven het altaar van de zuidelijke kapel.
Antonius draagt een correct hoofddeksel, kap rn heeft een gevorkte baard. Hij heeft een bidsnoer in de rechterhand, een open boek in de linkerhand, vlammen aan zijn voeten en zijn trouwe metgezel, zijn aanhankelijk omhoogkijkend varkentje.
Er is nog een ander beeld (rechtsboven) van hout uit de 15e eeuw, ook met een lief omhoogkijkend varkentje.
Een glas-in-lood raam van Antonius in een woestijnachtige omgeving met een kapel op de achtergrond.
Hij heeft een lange rechte staf in de rechterhand.
Een Franciscaner koord met drie knopen om het middel.
Zijn hondachtig varkentje staat/ zit naast hem, dicht tegen hem aan.
Reliekhouder van Sint Antonius; 17de eeuw.
Murat (135 D1) Sint Antonius kapel 12e eeuw


De 12e eeuwse Romaanse kapel van Sint Antonius op de rots, 1200 meter hoog, van Chastel-sur-Murat, boven Murat.
De klok zou 14e eeuws zijn.

Hoewel het interieur er verzorgd uitziet, en de fresco's recentelijk gerestaureerd zijn, lijkt de kapel niet echt meer gebruikt te worden. Wat of wie zou die figuur op de pilaar zijn?

Het beeldje (rechts) van Antonius lijkt een recente toevoeging te zijn.
In de kerk van Murat bevindt zich een beeld van Antonius uit de 17e eeuw.

Op zijn schoudermantel is een T in reliëf; op zijn rechterhand heeft hij een open boek; zijn linkerhand steunt op een korte T staf; hij heeft een bidsnoer met kruis om zijn middel. Zijn varkentje staat tegen hem aan, enigszins omhoog kijkend.
De foto rechts is van Henk en Tonnie Cornelisssen.
Muzillac, Pénesclus (71 D2) Chapelle Saint-Antoine de Pénesclus 12e eeuw
In diverse bronnen wordt vermeld dat hier een oude kapel stond, die diende als tussenstop voor pelgrims op weg naar Santiago de Compostela. Wegens verbreding van de weg werd deze in 1885 verwijderd en werd de huidige kapel gebouwd.
De twee beelden, van ongeveer een meter hoog, die de westelijke gevel van de kapel sieren, stellen Tempeliers voor. De minst beschadigde is te herkennen als een ridder in harnas die een zwaard draagt en met zijn voeten een leeuwenkop vertrapt.
Deze vijftiende eeuwse beelden zijn afkomstig van de oude kapel die in de twaalfde eeuw door de Tempeliers gebouwd zou zijn. Dus de vraag is, hoe is dit een Antoniuskapel geworden: was dat vóór de Tempeliers of daarna?
Er is een « Association pour la Sauvegarde de la Chapelle Saint-Antoine de Penesclus » die in januari 1992 is opgericht.
Deze Vereniging voor het Behoud van de Kapel organiseert festiviteiten, zoals bijvoorbeeld in januari de verkoop van pannenkoeken waarvan de opbrengst gaat naar het onderhoud van de kapel.
Zo werd met deze opbrengsten de vervaardiging van een aantal glas-in-lood ramen bekostigd.
Deze werden in juli 2002 onthuld door de leden van de Vereniging, de burgemeester, de pastoor, de bewoners van de gemeente en natuurlijk de twee kunstenaars, Eric Jegat, de ontwerper en Frédéric Piver, de glazenier. De glas-in-lood ramen kunnen nu bewonderd worden in de kapel die altijd open is.

Er zijn twee heiligen weergegeven, die zeer abstrakt alleen te herkennen zijn aan elk één attribuut: Antonius aan zijn staf, en Sainte Apolline aan de nijptang waarmee haar kiezen als marteling waren uitgetrokken.

Ik kwam de vermelding tegen dat Muzillac als Antonius-bedevaartsoord druk bezocht zou worden, maar ik vermoed dat dat toch wel tot het verleden behoort.
Overige plaatsen H-M

  • Haverskerque (3 E3)
    Antoniuskerk.
  • Houtkerque (3 E2)
    Antoniuskerk.
  • Juvancourt(65 D3)
    Parochiekerk van Sint Antonius en 3 schilderijen.
  • Laizé (110 A1)
    Een Antoniuskerk.
  • Lantéfontaine (26 C3)
    Een T in het stadswapen.
  • Longecombe (111 D4)
    In de Sint Pieterskerk is een Sint Antoniuskapel, waar vroeger het Antoniusvuur werd bestreden met een kuur van een broodoven.
  • Longecourt-en-Plaine (82 B4)
    In november is er een truffelmarkt met een Mis voor Antonius als de beschermheilige van de truffelzoekers, een zegening van de truffelhonden, en een truffelmaaltijd.
  • Lys-Saint-Georges (92 B4)
    Hier was een pelgrimage op de dag van Antonius en er is een beeldje in de plaatselijke kerk.
  • Maizières (117 F1)
    Parochiekerk van Sint Antonius en een T in het stadswapen.
  • Merville (3 E3)
    De reus Antonius is prominent aanwezig tijdens de carnavalsstoet op Tweede Paasdag.
  • Mesnil-Panneville (7 E3)
    Kapel Saint Antoine de Grattemont met standbeeld van Antonius de heremiet uit de 15e eeuw; nu in gebruik als Commanderie Saint-Antoine de Grattemont de l'Ordre de Saint-Lazare en Normandie.
  • Metz (27 D3)
  • Er was La Grange des Antonistes de Metz, met een "Maladrerie Saint Antoine de Metz" en er zou nog een kapel zijn.
  • Moissey (83 D4)
    Een Antonianen klooster, met een fraaie T ingebeiteld boven de deurlintel.
  • Moivrons (47 D2)
    Een T in het stadswapen.
  • Montauban (146 C4)
    Het klooster van Sint Antonius en een Commanderie van de Antonianen, gesticht in 1346
  • Montferrand (121 E16)
    In Montferrand was ooit een gehele wijk aan de Antonianen gewijd, en er was (of is nog?) een Antoniuskerk.
  • Morzine (113 D2)
    Vroeger vierde men hier de dag van Antonius met een mis. Varkenshouders kwamen er kleine zakken van tarwe en zout laten zegenen dat zij vervolgens aan hun dieren te eten gaven. De parochianen brachten eveneens een ham of een worst, die zij als offerande in de kerk plaatsten. Tegenwoordig viert men hier het “feest van het varken” op Allerheiligen, waar Antonius niet echt een rol meer lijkt te spelen.
Laizé
Lys-Saint-Georges
Merville

Heeft u informatie over Antonius Abt, of vragen, neem dan contact op met mij: Adolphe Hartsuiker