Vita Antonii Abba's Iconografie Antoniusvuur Antonianen In de Kunsten Vieringen Orthodox Literatuur
Folklore Sint Antonius Saint Antoine Sant'Antonio Sant Antoni Sankt Antonius Saint Anthony
Adolphus Hilarion Paulus van Thebe Maria van Egypte Simeon de Pilaarheilige Christen Asceten

Saint Antoine en France N-R

Frankrijk A-B C-G H-M N-R St.A S T-Z Corsica Luxemburg/Zwitserland
Wallonië A-G H-O P-Z . . . . . .
niet-Antonius plaatsen A-C D-L M-R S-S T-Z Parijs Louvre, musea, galeries Frankrijk musea A-H; I-Z
Névache, 2008; Notz-L'Abbé; Noyarey; Nozeroy; Ouroux; Pairis, 2010; Parijs; Petit-Rombach, 2010; Plancher-les-Mines, 2010; Pleumeur-Bodou; Pleurtuit, 2011; Plouézoc’h; Ploudiry; Plouharnel; Plouisy, 2011; Poivres; Pommerit-Jaudy, 2011; La Pouëze; Rambervillers; Richerenches; Rilhac-Treignac; La Roque-sur-Pernes;


Névache (141 D1) Chapelle Saint-Antoine & Église Saint-Marcellin et Saint-Antoine 16e eeuw
Ons bezoek aan Névache in augustus 2008 leverde niet veel nieuwe informatie op, naast wat ik al van het internet verzameld had. De Antoniuskapel was gesloten. Die zou alleen nog in de winter opengaan en dan dienst doen als lokale kerk omdat de kleinere kapel beter te verwarmen is.
De eigenlijke parochiekerk, Église Saint-Marcellin et Saint-Antoine, was wel open, en is een prachtig kerkje. Enige Antoniusbeelden troffen we er niet aan, maar misschien hebben we niet goed gekeken (zie hieronder).
Chapelle Saint-Antoine
Dus we moesten genoegen nemen met een foto van de buitenkant, en een foto van de “Commanderie St Antoine”, de lokale bierbrouwer. Het was verder een aangenaam rustig dorp, met mooie wandelpaden, en een fraai kerkje dat wel open was.
De kapel is dan wel gewijd aan de beschermheilige van de parochie, Antonius, in de kerk hebben wij van hem niets terug kunnen vinden.
Volgens informatie van het internet, ligt de kapel ligt vlakbij het oude (voormalige?) Sint Antonius ziekenhuis, dat door de Antonianen in 1502 werd gesticht. Daar hebben wij niets van gezien evenwel. De kapel werd in 1961 door de inwoners gerestaureerd.
Er zijn verder nog wel meer kapellen en een "mairie", waarin afbeeldingen van Antonius zouden zijn, maar die zijn gesloten.
Afbeeldingen in de Antoniuskapel, zoals een T in de noordelijke muur.
Het altaarkleed (antependium) toont Antonius met varkentje, staf en klokje; en Sinte Catherina.
Aan de noordelijke muur bevindt zich een fresco van Sint Antonius Abt, afkomstig uit de voorgevel van de kapel van Sint Hippoliet van Robion te Névache.
Église Saint-Marcellin et Saint-Antoine
Deze foto's zijn afkomstig van de Franse inventarisatie-site. De vraag is of dat reliëf van Antonius op het wester portaal (linksboven), dat op de foto al zo vergaan lijkt, er nog wel is. Ons is het niet opgevallen. De sluitsteen met de T zal er nog wel zijn.
Er lijken geen festiviteiten rond Antonius (meer) te zijn.
Uit Névache is een bier afkomstig dat volgens de etiketten zou gaan om bier van de "Commanderie de St Antoine".
Maar ook dat is verder niet opgehelderd.


Notz-L'Abbé (91 D3) Antoniuskapel van Notz-L'Abbé 13de eeuw
De Antoniuskapel van Notz-L'Abbé bij Martizay maakte deel uit van priorij die in 1228 werd opgericht door een schenking van Geoffroy IV, baron van Preuilly, aan de nabijgelegen abdij van Saint-Savin aan de Gartempe.
Strikt gesproken is het in een Gotische stijl gebouwd maar het bevat vele Romaneske kenmerken. Dit was vaak het geval voor landkerken die in de 13de eeuw werden gebouwd.
Het is gebouwd in de lokale kalksteen die als "tuffeau" bekend staat.
In de kapel lijkt het alsof de muurschilderingen sinds vijf eeuwen onveranderd zijn gebleven. De schilderingen, die bijna de volledige oppervlakte van de muren bedekken, zijn nooit gewit geweest.
Ze zijn gerestaureerd in 1995 en 1996 zonder de kleuren te veranderen en ze hebben een opmerkelijke versheid behouden.
Op één van de muurschilderingen is Antonius, aan wie de kapel gewijd is, te zien met het kruis in de vorm van een Tau en met zijn varken dat men vaag, aan de linkerkant, aan zijn voeten onderscheidt.
De kapel werd in 1955 opnieuw gewijd en er werd toen een stenen altaar geplaatst, afkomstig uit de ruïnes van een kapel in Luçay. Tegenwoordig worden er weer missen opgedragen.


Noyarey (125 E4) Sint Antonius, het Traditionele Festival van Landbouwers & Wijngaardeniers
Sint Antonius, in Noyarey het Traditionele Festival van Landbouwers & Wijngaardeniers, wordt gevierd op de derde zondag in januari.
De produkten en werktuigen van de Landbouwers & Wijngaardeniers zijn voor het altaar uitgestald evenals een varkentje.
Geen echt varkentje; het wordt niet vermeld waar het van gemaakt is, maar het zou van brood of marsepein kunnen zijn.
Niemand weet sinds wanneer dit feest in deze plaats is uitgegroeid tot een traditie.
De hoeders van de traditie zijn de “Houders van de Crochon” (oorspronkelijk brood, tegenwoordig brioche, waar men de “croûton” vanaf sneed, wat zo de “crochon'' werd). Het is dus een grote koek die zij het voorgaande jaar hebben gekregen van de vorige Houders, ter gelegenheid van de overdracht van de verantwoordelijkheid. Arbeiders en telers zijn tegenwoordig schaars, dus andere beroepsgroepen moeten nu de traditie voortzetten.

De dag van Antonius begint met een mis in de Sint Paulus kerk, tijdens welke er door een koor liederen worden gezongen Tijdens de mis zegent de priester kleine broodjes die door de organisatoren aan de aanwezigen worden uitgedeeld.

Daarna volgt een gemeenschappelijke maaltijd, waar ook de burgemeester en de pastoor aan deelnemen, in een plaatselijk restaurant.


Nozeroy (98 B3) Kapittelkerk van Sint Antonius
In Nozeroy is een kapittelkerk: het gebouw dateert van de 15de eeuw.

Secundair altaar (rechts).

Het lijkt erop dat de kerk tegenwoordig nog voornamelijk voor culturele doeleinden wordt gebruikt.
Veel meer heb ik er niet over kunnen vinden.

Het schilderij (rechts) van Antonius is in grisaille geschilderd op de achterkant van een schilderij van de Transfiguratie van Christus.

Een prachtig zilveren reliekbeeldje uit de 16de eeuw.


Ouroux (109 F2) Église St-Antoine-d’Ouroux 12e eeuw
Het plaatsje wordt ook wel St-Antoine-d’Ouroux genoemd.
In het midden van het dorp staat de Antoniuskerk, voor een deel Romaans van stijl, met een klokketoren uit de 12e eeuw, die een monstrans en — zeer eigenaardig — een Joodse ster op het dak heeft.
Een verklaring voor die Joodse ster ben ik niet tegengekomen.
In de kerk staat een beeld van Antonius op het rechter altaar.
Op een van de kapitelen is een Bezoeking van Antonius afgebeeld.
Vroeger trok elk jaar een menigte van pelgrims naar de kerk van Ouroux voor de Antonius-viering. Elke pelgrim diende een of twee varkenspoten in vaten te deponeren die voor dat doel bij de deur van de kerk stonden. Vaak werden er twee of zelfs drie vaten gevuld.
De priester deelde deze varkenspoten vervolgens aan de armen uit.
Ook nu wordt de dag van Antonius er nog op 17 januari gevierd, maar het lijkt erop dat het hierboven beschreven ritueel niet meer gevolgd wordt. Nu is er sprake van een lunch van gegrild varkensvlees, een bal in de open lucht en vuurwerk.


Pairis (48 C4) Sint Antonius Kapel & Viering
We bezochten Pairis in juni 2010. Het was zeer verrassend zo'n grote en vrij recent gebouwde kapel te zien die aan Antonius gewijd is, zij het dat deze ook aan de Heilige Maagd gewijd is.
Even verrassend was het dat de kapel open was.
De cisterciënzer abdij van Pairis werd gesticht in 1136.
In 1789 (de Revolutie) werd de abdij verkocht en verdween voor een groot deel. In 1849 werd er door de stad Orbey een landelijk ziekenhuis en verpleeghuis gesticht. Aan het einde van de negentiende eeuw werd de huidige imposante neo-Romaanse kapel gebouwd.
Deze kerk verving een kleine kapel, die in 1820 was gebouwd, bestemd voor de armen van het ziekenhuis en de bergbewoners van de parochie. Deze kapel was gewijd aan Sint Antonius de Heremiet.
Een prachtig houten beeld van Antonius; de staf en klokjes zijn opengewerkt; een grappig nieuwsgierig varkentje.
Het zou mij niet verbazen als die Antoniuskapel al veel ouder was dan van 1820, vooral gezien het feit dat de traditionele viering van Antonius-dag rond de 17e januari ondanks alles in stand is gebleven. Een belangrijk onderdeel hiervan is het eten van Antonius-broodjes.
Het uitdelen van de gezegende broodjes, onder het wakend oog van Antonius.
Het is een gerespecteerde traditie waaraan altijd opeenvolgende bakkers uit het dorp hebben deelgenomen. Ongeveer 12 kg bloem wordt gebruikt om de Antonius-broodjes te bakken, die tijdens de mis op zondagochtend worden gezegend en uitgedeeld.


Parijs Sint Antonius Abdij & Parochie Saint Antoine des Quinze-Vingts 13e eeuw
Het Varken als Koningsmoordenaar
Tot aan het begin van de 12e eeuw, zwierven honden en varkens over de smerige straten van de stad, van welke de laatsten enigermate verantwoordelijk waren voor het verwijderen van de vuiligheid die het wegdek bezaaide.
Maar op 11 oktober 1131 reed Koning Lodewijk VI, bijgenaamd de Dikke, paard met zijn vijftienjarige zoon, Philippe van Frankrijk, op de Motte Saint-Gervais.
Het paard van Philippe schrok zo door een rondzwervend varken — een porcus diabolicus zoals het later werd aangeduid — dat het zijn ruiter afwierp. De prins overleed als gevolg van deze val. Daarop vaardigde de koning een koninklijke beschikking uit die de eigenaars van varkens verbood om hun dieren te laten rondzwerven.
De enige uitzondering hierop werd gevormd voor de Antonianen, wier varkens, onderscheiden door een klokje, nog wel vrij mochten blijven rondlopen. Deze wet werd in 1261 door Lodewijk IX nog eens bekrachtigd.
Het Varken als Koningsmoordenaar; Miniatuur uit het 14e eeuwse Fleurs des chroniques.
Zo wordt de legende altijd verteld, zeker door de Antonianen, omdat zij er nogal gunstig uit naar voren komen.
Maar er zijn wat bevreemdende aspecten aan dit verhaal.
Om te beginnen het voorrecht dat alleen de Antonianen zouden hebben. Deze gebeurtenis speelt zich af in 1131, terwijl de priorij van Saint-Antoine de la Motte in 1080 gesticht was.
We moeten aannemen dat de Antonianen nog niet na 50 jaren al wijd en zijd bekend, laat staan enorm gerespecteerd, waren.
Dus het lijkt mij waarschijnlijker dat op het moment van de eventuele nieuwe wet, dit voorrecht gold voor alle monnikenorden, of nog wijder gezien voor alle “gemeenschapsvarkens”, en dat de Antonianen zich dat voorrecht later als exclusief privilege “toegeëigend” hebben — hetzij als legende, hetzij in feite. Tegen 1261 zouden de Antonianen wel machtig genoeg zijn om zich een dergelijk privilege toe te eigenen, dus misschien dat het decreet van Lodewijk IX wel specifiek op hen van toepassing was.
Wat het rondzwerven van varkens betreft, wordt door de Antonianen of hun geschiedschrijvers beweerd dat het verbod ook elders in Europa — eigenlijk in alle delen van Europa — gold, maar ik vraag me af of dat inderdaad wel het geval was. Het lijkt me toch moeilijk zo niet onmogelijk de strikte naleving daarvan, zeker in dorpen en gehuchten, af te dwingen. Ik denk dus dat de “gemeenschapsvarkens”, zolang die nog bestonden, dit voorrecht bleven behouden.
Een ander bevreemdend aspect van dit verhaal betreft de locatie. De gebeurtenis speelt zich af in het centrum van de stad Parijs, waar nu het stadhuis is. Rondzwervende varkens kan je je in de dorpen — waar de varkens door alle bewoners als individuen gekend worden — nog wel voorstellen, maar in een echt stadse omgeving wordt dat toch wat minder waarschijnlijk.
Nu is duidelijk uit mijn hoofdstuk over varkens (zie pagina), dat deze een rol spelen in legendes over het ontstaan van koningschappen (zowel als metgezellen van heiligen), dus is het wellicht vanuit dat perspectief dat de nadruk zo op het varken als Koningsmoordenaar is komen te liggen. Want waarom zou anders het varken de schuld gekregen hebben, en niet het zenuwachtige paard, of de prins zelf, die de rijkunst misschien niet geheel meester was?
Tenslotte nog een opmerking over dat Antoniaanse klokje aan het oor van hun varkens. Zoals ik in mijn hoofdstuk over klokjes (zie pagina) al schreef, is dat niet zo waarschijnlijk, maar is dat een later verzinsel, een dichterlijke vrijheid. Waarschijnlijker is dat deze varkens gemerkt waren door een keep in één van de oren.
L'abbaye Saint-Antoine-des-Champs
Er was net buiten Parijs ooit een gigantische abdij, gewijd aan Sint Antonius.
Deze werd L'abbaye Saint-Antoine-des-Champs genoemd — Abdij Sint Antonius van de Velden — omdat die buiten de toenmalige muren van de stad was gevestigd, temidden van kreupelbossen en moerassen, langs de oude Romeinse heerweg die het centrum van Parijs verbond met Meaux en Melun — nu de Rue Faubourg-Saint-Antoine.
Het wapen van Saint-Antoine-des-Champs
In 1198 werd hier een kleine hermitage voor gevallen vrouwen gebouwd. Maar vrij spoedig daarna (1204) werd dit klooster omgevormd tot een cisterciënzer Abdij.
Het gebouwencomplex werd versterkt met muren en grachten, gevuld met water van de Seine dat door kanalen werd aangevoerd en zo vormde het een klein stadje net buiten de stad Parijs. Gewapende mannen werden belast met de verdediging, onder rechtstreeks bevel van de abdis, die men « La Dame du Faubourg » — “de Dame van de Voorburg" — noemde.
De in gotische stijl gebouwde kerk van deze Abdij werd aan Sint Antonius gewijd.
Nadat het klooster in 1229 onder de regering van Lodewijk IX tot Koninklijke Abdij werd verklaard, waren de abdissen in het algemeen prinsessen van den bloede.
De koninklijke gunsten die de religieuzen genoten straalden af op de hele buitenwijk. Talrijke handwerkslieden vestigden zich in de omgeving van de abdij. Door de nabijheid van het Seine kon hout gemakkelijk aangevoerd worden wat de bouw van meubelmakerijen stimuleerde.
In 1239 stelde Lodewijk IX in de abdij de Heilige Doornenkroon, die hij van de keizer van Constantinopel had gekregen, ten toon. Hij droeg deze zelf in een kostbare cassette toen hij via de Sint Antonius Poort zijn entree maakte in Parijs. Lodewijk zou overigens in 1297 gecanoniseerd worden en verder bekend staan als Saint Louis.
De Bestorming van de Bastille op 14 juli 1789, die gelegen was aan het eind van de Rue Saint Antoine bij de Porte Saint Antoine, luidde de Revolutie in, die uiteindelijk tot gevolg had dat alle religieuze instellingen in Frankrijk werden gekortwiekt.
Bij de wet van 2 november 1789 werd beslag gelegd op de kerkelijke goederen. De geestelijken werden ambtenaren en moesten een eed van trouw aan de staat afleggen.
De Bastille heette voluit eigenlijk Bastille Saint Antoine
In 1791 werd de Abdij van Sint Antonius tot nationaal bezit verklaard en ontruimd door de religieuzen. Ze werd omgevormd tot l'Hospice de l'Est, enerzijds om het gebrek aan ziekenhuizen in dit deel van de hoofdstad te ondervangen, anderzijds om zo de inwoners van de wijk te bedanken voor hun actieve rol in de revolutionaire gebeurtenissen.
De Sint Antonius kerk werd in 1796 met de grond gelijk gemaakt.
Het ziekenhuis, met twee zalen van 72 bedden (een voor de vrouwen, een voor de mannen), had voor geneeskundig team slechts één arts, een apotheker en een vijftiental verpleegsters.
Het Hospice de l'Est verandert van naam in 1802 en wordt voortaan l'Hôpital Saint-Antoine genoemd.
Van de oude abdij bleef slechts het Paviljoen van de Klok over, en het zegel van een van de abdissen van Sint Antonius dat nu nog gebruikt word als logo van de Faculteit Sint Antonius.
De Abdij van Sint Antonius in ± 1800
Het huidige Sint Antonius ziekenhuis is een openbare instelling en is gehuisvest in een modern gebouw, ontworpen door André Wogensky, een vroegere medewerker van Corbusier. Het skelet is in beton, de voorgevels zijn in glas en staal.
Parochie Saint Antoine des Quinze-Vingts (XV-XX)
In de buurt van de Hospitaal van Sint Antonius, ligt nu de Parochiekerk Saint Antoine des Quinze-Vingts en het Ooglijdersgasthuis des Quinze-Vingts. In zekere zin heeft hier het omgekeerde plaats gevonden als met de abdij: dit was eerst een ziekenhuis en later is daar de kerk bijgekomen, die de religieuze functies van de Abdij heeft overgenomen.
Aan het begin van 13e eeuw stichtte Lodewijk IX het Hospice des Quinze-Vingts voor de opvang van 300 blinden. De naam “quinze-vingts” wijst op dat aantal van 300, namelijk 15 keer 20 = 300 bedden.
Toen dit gasthuis voor de opvang van blinden door Bonaparte in 1800 werd gereorganiseerd tot Ooglijdersgasthuis, behield zij deze oude functie van opvang. Ook nu bestaat dit ziekenhuis nog, namelijk als het nationale Hôpital des Quinze-Vingts, en nog steeds gespecialiseerd in oogziekten.
Zoals hierboven al vermeld is, werd de abdij Saint Antoine-des-Champs opgeheven en het kloostergebouw tot ziekenhuis omgevormd.
In 1791 werd daar vlakbij een nieuwe Sint Antonius parochie gecreëerd, namelijk die van Quinze-Vingts, die in eerste instantie de oude abdijkerk als plaats van verering kreeg, maar nadat de abdij was verkocht en de abdijkerk gesloopt, zat de parochie zonder plaats van verering.
Na het Concordaat van 1802 tussen Napoleon en de Paus, dat de religieuze verering onder het gezag van de Staat plaatste, werd aan de parochie voorlopig de kapel van het Gasthuis van Quinze-Vingts toegekend.
Deze kapel heeft een eeuw lang als parochiekerk gediend, tot de bouw van de huidige kerk die in 1903 werd voltooid.
Deze kerk is nu wereldberoemd vanwege zijn orgel.

De dag van Antonius wordt elk jaar op de zondag na 17 januari gevierd, met een gemeenschappelijke maaltijd van de parochie, waarvan de kern bestaat uit gebraden varkensvlees, speciaal bereid door een slager van de nabij gelegen Aligre markt.
Deze overdekte markt werd gesticht in 1799 en is genoemd naar een abdis van de Antonius Abdij uit de 17e eeuw.
Een glas-in-loodraam in l'Hôpital des Quinze-Vingts
Antonius in de kerk Saint Antoine des Quinze-Vingts
Sinds 2003 heeft deze gemeenschap zich samengevoegd met die van de parochie Saint Antoine-Le-Grand van Beiroet (Sodeco) in Libanon, voor een zowel broederlijke als geestelijke uitwisseling, onder patronage van de heremiet van de woestijn van Egypte van wie het standbeeld aan de linkerkant voor het koor staat.
In Libanon, en in deze maronieten kerk wordt Antonius Mar Antonios al-Kabir genoemd.
Zie de aparte pagina over Antonius in Parijse musea en galeries


Petit-Rombach (48 C4) Sint Antonius Kerk
Ik bezocht Petit-Rombach in mei 2010. Het is een zeer klein gehucht, gelegen aan een smalle weg. De kapel was open, en het interieur is werkelijk zeer verrassend. Zoveel beeltenissen van Antonius!
De kapel ligt aan een beek, en diende als populair bedevaartsoord voor de boeren in de regio, die er kwamen om de gezondheid van hun dieren, vooral varkens, af te smeken.
Een zonnewijzer op de zijmuur.
Als bedevaartsoord is deze kapel van Sint Antonius bekend vanaf de zeventiende eeuw, Deze zou een logische voortzetting of uitbreding zijn van een hermitage van de abdij van Murbach die sinds 1507 de vallei in bezit had.
De schilderijen links en rechts hangen haaks op de muur en zijn dus van twee kanten te bekijken.
Walther, de abt van Murbach, verwierf deze bezittingen toen Guillaume II van Ribeaupierre zijn kasteel van Echery en de bijbehorende landerijen, aan hem overdroeg. De oorspronkelijke kapel, die behoorde tot het kasteel van Echery, werd in 1460 gebouwd. In 1636 werd de kapel door de Zweden verwoest. Ze was toen al gewijd aan Sint Antonius.
Waarschijnlijk ontstond in deze tijd het idee om een nieuwe kapel bij Petit-Rombach te bouwen, die in 1712 werd ingewijd. Een aantal kunstwerken uit de voormalige kapel van het kasteel, waaronder twee onderdelen van een zestiende-eeuws altaarstuk, een met scènes van de Geboorte, de andere van Sint Sebastianus en Sint Rochus, zijn in de kapel van Petit-Rombach teruggevonden.
Toen de Franse revolutie uitbrak, ontbrak het Frankrijk aan materialen, vooral metalen voor de vervaardiging van kanonnen, dus vorderden de autoriteiten de klokken van alle kerken. Maar om deze diefstal te voorkomen, ontmantelden de bewoners van Petit-Rombach de klok van de kapel en begroeven deze in een nabijgelegen weiland.
In 1800 werd de kapel aan particulieren verkocht. Na de revolutie wilden de bewoners de klok weer in de kapel installeren, maar hij werd niet gevonden. Na een vruchteloze zoektocht legde men zich neer bij de uiteindelijke verdwijning van de klok. Maar veel later werd de klok toch gevonden door een boer die zijn akker aan ploegen was.
Het beeld van Antonius uit de late zestiende eeuw.
De onderkant van het Antonius altaar.
In de jaren 1870 liet de familie Labadie-Tonnelier belangrijke reparaties uitvoeren.
Tegenwoordig is het een “onverdeelbaar” eigendom, waaraan meerdere families deelnemen: Herment, Lange, Marchal en Pairis, op basis van een huurovereenkomst van 99 jaar, vastgesteld in 1926 tussen de vier eigenaren en de Kerkfabriek van de parochie van Sainte-Croix-aux-Mines.
Een schilderij van Antonius achter het hoofdaltaar. Antonius met staf, klokje en boek; vaag zichtbaar op de voorgrond rechts staat een groot varken; tussen Antonius en het Kruis stroomt water uit een bron.
Voor het onderhoud van de kapel zijn er inzamelingen, opbrengsten van het offerblok, erfenissen en inkomsten van de "Broederschap van Sint Antonius", waarin de mensen van Petit-Rombach verenigd zijn.
De kapel is zo'n tien jaar geleden prachtig gerestaureerd, dankzij de tussenkomst van de "Amis du Bois du Prince”.
Aan de muren hangen vier schilderijen met episodes uit het leven van Antonius.
Een Bezoeking van Antonius door duivelse figuren (links) en (rechts) de genezing van een bezeten vrouw te Alexandrië door Antonius (zie § 71 van de Vita); de duivel verschuilt zich nog in de poort; naast Antonius staat Athanasius.
Bekende scènes van de ontmoeting van Antonius met Paulus van Thebe, waarbij de raaf met een brood komt aanvliegen (links); en (rechts) de begrafenis van Paulus met de hulp van een leeuw.
In de achttiende eeuw ontwikkelde een kleine bedevaart zich geleidelijk tot het aantrekken van een grote menigte van gelovigen. Mensen kwamen van verre, met inbegrip van de vlakte van de Elzas en de bergen van de Vogezen.
De bedevaarders blijven zelfs vandaag de dag nog komen om te bidden tot de heilige Antonius, die als vanouds wordt ingeroepen voor de genezing van huidziekten en ziekten van het vee.
Rond 17 januari wordt de dag van Antonius gevierd met een mis, in een overvolle kapel, door de bewoners van Petit-Rombach en anderen. De foto hier is uit januari 2006. De gelovigen kussen de reliek van Antonius.
Of er nog een uitgebreidere viering is, weet ik niet.


Plancher-les-Mines (68 A3) Sint Antonius Kapel
Ik bezocht Plancher-les-Mines in mei 2010. De naam Saint Antoine wordt veel gebruikt in deze streek; niet alleen de kapel is naar hem vernoemd, maar ook het omringende woud — Forêt de Saint-Antoine — en een bergtop — Ballon de Saint-Antoine; er is een Maison Forestière Saint Antoine, en een zagerij Saint Antoine aan de Quartier Saint Antoine.
Ik verwachtte dus nogal veel van de kapel, maar dat viel tegen. Het was oorspronkelijk een mooi gebouwtje, maar is nu erg vervallen; planken voor de ramen; het kleine kerkhof ervoor overwoekerd; het wordt duidelijk niet meer gebruikt.
Ik informeerde bij de nabij gelegen boerderij, en de kapel bleek hun eigendom te zijn.
De vrouw des huizes liet me ook de binnenkant zien. Puin en bouwmaterialen, want ze zijn bezig om de kapel op te knappen, en een aangebouwd huisje te renoveren, zodat het verhuurd kan worden als vakantie-woning. Het was in ieder geval wel een Antonius Heremiet kapel, want brokstukken van een beeld waren teruggevonden in een beek, en er was sprake van een varkentje. Ze laat me een klomp steen zien, maar daarin is nauwelijks een menselijke gestalte te herkennen.
Overigens wordt er ook beweerd dat de naam Antoine in deze regio is afgeleid van een lokale heilige kluizenaar, Saint Antoine de Froidemont, die hier in de 9e eeuw geleefd zou hebben. Maar daar is geen zekerheid over.


Pleumeur-Bodou (33 D1) Chapelle & fontaine Saint-Antoine 1580
De Antonius kapel is de privé begrafenis kapel van het kasteel Kerduel. Deze kapel werd in 1844 gebouwd ter vervanging van een eerdere kapel uit 1580, die in verval was.
Er zou een glas-in-lood raam zijn met een afbeelding van Antonius, maar daar heb ik geen foto van gevonden.
De kapel ligt ongeveer 3 km ten noord-westen van Lannion, vlak bij het kasteel Kerduel.

Vroeger vonden er bedevaarten plaats op de 3de zondag na Pasen ter gelegenheid van het feest van de drie kruisdagen vóór Hemelvaartsdag.
Het pardon wordt nu in midden juni gevierd.
De beelden van St. Antonius en St. Louis die de westelijke gevel sieren, werden gemaakt door de beeldhouwers Yves Hernot & zoon, in de tweede helft van de 19e eeuw.
Minder dan 500 meter van de kapel is de granieten, devotionele Antonius-bron / fontein. Het water uit de bron diende ook een praktisch doel: het was ook een wasplaats.
Hier, in een niche, staat het beeld van Antonius, met zijn varkentje in zijn armen, en beschermd door een ijzeren grille.


Pleurtuit (35 D3) Sint Antonius kapel 1540
We bezochtenSaint Antoine bij Pleurtuit in mei 2011. Het gehucht was niet zo makkelijk te vinden, want het is niet of nauwelijks aangegeven op de kaart. De kapel was gesloten, maar een vriendelijke heer, die in een huis achter de kapel woont, had de sleutel en leidde ons rond.
De eerste vermelding van de kapel is te vinden in een schrijven van de toekomstige koning Henri II van Frankrijk, dan nog Dauphin en hertog van Bretagne, van mei 1540.
Het huidige gebouw zou in oorsprong dateren uit de 16e of 17e eeuw, en werd in 1803 herontworpen. De klok dateert uit 1783.
De kapel heeft zeer geleden tijdens de slag van Pleurtuit (1944) en werd in 1954 gerestaureerd.
Het is een goed onderhouden kapel, met een fraai altaar.
Opvallend aan het beeld van Antonius is het geringe aantal attributen: alleen zijn T-staf.
Hij is ook vrij jeugdig afgebeeld.
Een zeer mooi 16e eeuws beeld van Maria met Christuskind — op de rechterarm — aan een zijmuur.
Er vinden nog wel missen plaats, en er zijn historisch- culturele evenementen.
De jaardag van Antonius lijkt niet meer gevierd te worden.
Over de toch zo opmerkelijke latei boven de zijdeur ben ik weinig informatie tegengekomen. De afbeeldingen lijken niets met Antonius te maken te hebben. De figuren links en rechts met knotsen in de handen doen me denken aan de “wildemannen” die je bij de ingang van sommige kerken aantreft. Het halfronde object onder de figuur in het midden — een engel (?) met vleugels (?) — is een zonnewijzer.


Ploudiry (31 E3) Antoniuskapel, Antoniusbron & pardon 17de eeuw
De situatie van Antonius in Ploudiry is niet helder, en lang heb ik dan ook geaarzeld of ik deze plaats wel zou opnemen.
De beelden in de Antoniuskapel en het beeld bij de Antoniusfontein zijn niet typisch Antonius Abt, maar ook niet Antonius van Padua. In de verslaggeving van het pardon is sprake van zowel Antonius Abt als Antonius van Padua.
Maar de beelden zijn toch wel dermate interessant, en het ritueel van het pardon wel zo interessant, dat ik ze toch wil tonen. Daarbij komt dat de foto’s van “gerfaut.d” erg mooi zijn. Helaas hebben ze geen bijschriften, zodat ze niet bijdragen aan een oplossing.
De Antoniuskapel dateert uit de zeventiende eeuw (1689), evenals de polychrome houten altaarstukken. Ook het schilderij van de kruisiging, gerestaureerd door Miss Queinnec de Landivisiau dateert uit de zeventiende eeuw. Behalve van Antonius zijn er in de kapel beelden van St. Paul-Aurélien, de heilige Maagd, een Ecce Homo en een Kroning van Maria.
Voor de kapel staat een natuurstenen Kruisbeeld.
De fontein / bron van St. Antonius dateert ook uit de zeventiende eeuw. Het is me niet bekend of er geneeskrachtig water uit stroomt, maar hij speelt wel een rol als doel van pelgrimage tijdens het pardon.
Omdat de fontein in de krantenverslagen expliciet genoemd wordt als gewijd aan Antonius de Heremiet, toon ik deze als eerste. Deze "Antonius" heeft echter geen enkel typerend attribuut. Integendeel: hij lijkt een bokaal in zijn linkerhand te hebben (hoewel het een klok zou kunnen zijn); hij heeft geen baard; kort haar met tonsuur waarschijnlijk. Dit laaste zou hem kunnen typeren als Antonius van Padua, maar van hem ontbreken ook de normale attributen (lelie, Christuskind).
Eigenlijk is me gebleken, nadat ik bovenstaande tekst al geschreven had, dat het helemaal geen Antoniusbeeld is, maar een beeld van Sint Pascal Baylon (zie hieronder).
Het beeld van deze "Antonius" van de fontein lijkt erg op een beeld dat in de kapel staat (links). Maar dat beeld is dus eveneens van Pascal Baylon.
Het beeld in de kapel dat nog het meest op Antonius de Heremiet lijkt, zien we hier rechts, als het dier aan zijn voeten tenminste een varkentje is. Moeilijk te zien, maar het lijkt er wel op. En dan de bekende attributen als T-staf en boek. Alleen is hij erg jeugdig, baardloos, en heeft hij vreemd haar. Bovendien lijkt het beeld geen centrale plaats in de kapel in te nemen.
Nog twee andere Antonius de Heremiet kandidaten treffen we aan boven het centrale retabel: een heilige staande op een draak en met een boek in de hand, voor Antonius normale attributen (hier linksonder), en midden onder vóór het retabel: een monnik (zij het met tonsuur), die in zijn linkerhand mogelijk een staf gehad zou kunnen hebben (hier rechtsonder). Ook deze twee lijken niet op Antonius van Padua. Maar ook niet echt op Antonius de Heremiet.
Op het schilderij van dit retabel is Antonius de Heremiet, voor zover ik dat kan zien, links afgebeeld, op zijn knieën als getuige van de Kruisiging, zoals hij vaker daarbij wordt weergegeven.
Van het pardon heb ik meerdere verslagen gevonden. * * * Het pardon van 7 september 2010 dient als basis voor onderstaand relaas.
Een pardon in de Bretonse traditie
Zondag ’s ochtends, terwijl de nog steeds bedauwde vallei door zonlicht overgoten werd, stroomden honderden gelovigen naar de kapel, opgeroepen door het luiden van de klok, om de mis bij te wonen, die om 10.30 uur door Jacques Le Bihan gecelebreerd werd. De mis werd gevolgd door koffie met gebak.
De processie naar de fontein

Zoals elke eerste zondag van september, vierden de inwoners van Ploudiry en gelovigen uit de omgeving de jaardag van Sint Antonius, de kluizenaar of bedelmonnik.
Is dat Antonius op het vaandel?
De toevlucht tot de heilige is nog steeds levend. Er was een tijd dat de pelgrims zelfs uit Plougastel kwamen met de armen vol van offerandes, wat de rijkdom van de kapel verklaart.
In de namiddag, na de vespers van 14u30, werd de rust van de vallei weer verbroken; nu door religieuze liederen. Onder het uiten van ceremoniële gebeden gingen de gelovigen in processie naar de fontein, waar St. Antonius van de Woestijn troont, waarbij uitverkorenen het beeld van St. Antonius van Padua dragen
[helaas heb ik hier geen foto van gevonden] in een ritueel dat waarschijnlijk eeuwen oud is.
Na de religieuze viering verruilde Robert Tanguy, voorzitter van de Association Saint-Antoine, zijn pet als ceremoniemeester voor de hoed van traditionele straatverkoper om de varkensvlees-producten [worst en spek] te veilen, staande aan de voet van het Kruisbeeld.
De opbrengsten van de verkoop worden gebruikt om de kapel te restaureren. Daarna was er nog een tuinfeest, georganiseerd door de Vereniging van Jagers.
Sint Pascal Baylon
In La Roche-Maurice, een plaats niet zover van Ploudiry, in een nis aan de westpoort van de Église Saint-Yves, staat een beeld dat als Sint Pascal Baylon geïdentificeerd is.
En op een heel ander continent, in Marytown, Libertyville, Illinois, USA, vinden we een identiek modern beeld van dezelfde heilige.
Het is voor mij zonneklaar dat dit dezelfde heilige is als die van het beeld in de "Antonius" fontein.
Hoe heeft deze identiteitsverwisseling kunnen plaatsvinden?
Sint Pascal Baylon werd in 1540 in Spanje geboren, als kind van eenvoudige boeren.
Hij trad op zijn twintigste toe tot de Franciscanen, ondanks de smeekbeden van zijn vrienden. En om zijn goddelijke roeping te bewijzen raakte hij de grond drie keer aan met zijn herdersstaf, waardoor er drie bronnen in de dorre grond ontsprongen.
Hij werd beroemd om zijn toewijding aan de heilige Eucharistie. Soms kon men hem zien zweven in de lucht door het effect van de goddelijke genade.
Tijdens de mis bij zijn uitvaart, zag men dat hij, bij het opheffen van de hostie en de kelk, zijn ogen twee keer opende.
In Marytown wordt de heilige Eucharistie altijddurend aanbeden; vandaar natuurlijk dat Pascal er vereerd wordt.


Plouézoc’h (32 C2) Kapel van Sint Antonius 13de eeuw
Deze kapel, gewijd aan Antonius de Kluizenaar, zou van het eind van de 13e eeuw dateren. De kapel werd geplaatst op een kruising van twee Middeleeuwse hoofdwegen en wordt sinds 1428 vermeld.
De klok die nog momenteel bij elk “pardon” — de typisch Bretonse naam voor een bedevaart waaraan een aflaat is verbonden — wordt geluid, werd in 1545 opnieuw gegoten. Het portaal is onlangs in zijn oorspronkelijke vorm gerestaureerd.
Er staan meerdere beelden in de kapel, w.o. ook een van Antonius, waarvan ik helaas geen afbeelding heb kunnen vinden.
Om de kapel in stand te houden, organiseert de vereniging De Vrienden van Sint Antonius er tentoonstellingen en concerten.
Eens per jaar, is het “pardon” de gelegenheid om in deze kapel de oorspronkelijke religieuze functie opnieuw gestalte te geven.
Ook al zou het pardon volgens dit bericht slechts een maal per jaar plaatsvinden toch worden ervoor verschillende data genoemd: in mei, in juli (zoals de hier afgebeelde) en de tweede zondag van augustus.
Op de zondag in juli waren er bijna 200 personen voor de mis. Een moment van stille overpeinzing waaraan niet alleen parochianen maar ook vakantiegangers graag deelnemen.
Na de wijn, die ter ere van deze gelegenheid door de vereniging wordt aangeboden, nemen degenen die zich voor de landelijke maaltijd hadden opgegeven plaats. s’ Middags was er een harp-concert.


Plouharnel (70 B1) Chapelle Saint Antoine et Eloi. 1624
De kapel, de bron, de Calvarie en de lec'h — een kleine gebeeldhouwde menhir — vormen een aangenaam geheel om te zien.
Het jaar van de bouw van de kapel wordt op de klokketoren vermeld: 1624. Maar men veronderstelt dat op die plek eerder al een veldkapel stond, en zelfs een Romeinse tempel.
(En waarom dan ook niet een nog eerdere heidense tempel, gezien de lec’h en nog een dolmen die zich in de buurt bevinden?)
De Calvarie en de bron zijn uit dezelfde tijd. Wat de lec'h betreft, die is ouder, maar hij werd opzettelijk op deze plaats neergezet, hetgeen zeer vaak in Bretagne is gebeurd.
De beelden zijn van Sint Antonius en Sint Elooi wier verering op het platteland zeer populair is, en die worden aangeroepen om het vee en de paarden te beschermen.
Ergens kwam ik de suggestie tegen dat de beelden op of naast de lec'h staan, maar op de foto die ik van een lec'h in Plouharnel (maar is het dé lec'h?) heb gevonden, is dat niet te onderscheiden.

Zoals de traditie het wil, vindt het “pardon” — de typisch Bretonse naam voor een bedevaart waaraan een aflaat is verbonden — van Sint Antonius en Sint Elooi plaats op de laatste zondag van september.
Dit jaar [2008] kwamen voor het pardon een zeer groot aantal gelovigen, niet alleen uit Plouharnel, maar ook uit Erdeven en verdere omstreken. De kleine kapel was niet groot genoeg om iedereen te ontvangen, en de plechtigheid werd ook buiten gevolgd.
De zegening van het water van bron en wasplaats met lauriertakken.
De mis werd door priester Evennou en de diaken Clemente Noellec voorgegaan, en de doop van Victoire Buléon uit het dorp Saint-Antoine werd gevierd.
Vervolgens hebben de pelgrims zich in processie achter de banieren geschaard voor de zegening van het water en de paarden.
Jean-Noël Le Piouff, voorzitter van de vereniging Vrienden van de Kapel Sint Antonius en Sint Elooi, legde uit welk werk sinds de oprichting van de vereniging drie jaar geleden wordt verricht: “Ons doel is altijd hetzelfde: de restauratie van de kapel, de wasplaats en de bron. Tot nu toe werd het altaar hersteld, het dak zal deze zomer klaar zijn, en de leden zijn eveneens zeer gemotiveerd voor de volgende werkzaamheden: het schilderen van de binnenkant van het gewelf dat zijn blauwe kleur zal terugkrijgen, maar ook zijn verdwenen sterren, en de renovatie van de wasplaats“.
Er zijn nog meer wasplaatsen/bronnen in Frankrijk die naar Antonius genoemd of met hem geassocieerd zijn, zoals in Boulay (Varsberg), Guiscriff, Lézat sur Lèze, Pleumeur-Bodou, Ploudiry, Raymond, Saint-Antoine-de-Ficalba, Saint-Antoine à Hennebont, Saint-Antoine-de-Landéda, Saint-Antoine-du-Rocher en Saint-Sornin.


Plouisy (33 E3) Sint Antonius kapel 16e eeuw
De kapel, uit de 16e eeuw, behoorde oorspronkelijk tot het landgoed Kérisac, waar nu alleen de ruïnes nog van over zijn. De vier stenen palen die nu de afsluiting van het kapelterrein vormen, waren ooit de “gerechtspalen”, die de grenzen van het landgoed markeerden.
We bezochten Plouisy op 22 en 27 mei 2011. De eerste keer troffen we de kapel gesloten aan, en voor de tweede keer maakten we een telefonische afspraak met Germaine Page, een oudere dame, de voorzitter van Les amis de Saint-Antoine, die ons rondleidde.
De kapel wordt nauwelijks nog gebruikt, eigenlijk alleen nog voor het jaarlijks pardon op de eerste zondag in september. Mensen uit de direkte omgeving komen dan hier bijeen om 10:30 voor een mis, waarna een verkoop van 'gateaux' plaatsvindt. Vroeger begon de viering al op zaterdag, en was er een soort kermis.
Een geneeskrachtige bron die vermeld wordt op de plaquette voor de kapel als "proche", en die zou helpen tegen steenpuisten als je er spijkers in wierp, lijkt verdwenen te zijn achter een spoorbaan en snelweg, en is in ieder geval niet meer in gebruik.
Op deze plaquette wordt Antonius de heremiet in het Bretons Sant Anton Penitiour genoemd.
De kapel is als gebouw goed onderhouden; vrij onlangs nog gerestaureerd. Maar het interieur, het altaar en de beelden zijn stoffig en de verf bladdert af. Voor dergelijk onderhoud ontbreekt het aan geld.
Antonius met korte, zwierige T-staf en boek; voor hem op de grond (beter te zien op de foto erboven) een klok en zeer klein varkentje.
En Paulus met de raaf die een brood brengt.
Een eigentijds beeldje van Antonius staat voor het altaar.
Een vrij modern glas-in-lood raam met de twee pestheiligen Antonius en Rochus.
Antonius heeft een een T-staf van correcte lengte, een tekst-rol in zijn linkerhand; boven hem is zijn varkentje afgebeeld.
Rochus is afgebeeld met zijn pelgrimsstaf en hond. Boven hem een duif (als engel?).
PEDIT EVIDOMP betekent in het Bretons: Bid voor Ons.
(Voor zover ik heb kunnen nagaan is de correcte spelling "evidomp" zonder "t".)


Poivres (44 B3) Église paroissiale Saint Antoine
Een glas-in-lood raam, met in het midden een Verzoeking van Antonius door een duivelse dame.
Een processie banier; Antonius met varken.


Pommerit-Jaudy (33 E2) Chapelle Saint-Antoine Ermite 17e eeuw
De kapel Saint-Antoine Ermite dateert uit de 17e eeuw. Het koor van de kapel is het oudste element, terwijl het schip een eeuw later werd gebouwd.
We bezochten Pommerit-Jaudy in mei 2011. De Mairie stuurde een gemeentewerker met ons mee, met de sleutel.
Het was er stoffig. Het altaar is niet goed onderhouden. De kapel wordt ingericht voor een tentoonstelling, zo legt de gemeentewerker uit. Een van de gevolgen van de aanstaande tentoonstelling, en daarvoor benodigde verlichting, is te zien aan de linker kant van het altaar, waar het houtwerk vernield wordt door de overdadige bekabeling.
Een ander gevolg is dat de teksten, die op de gepleisterde muren van de kapel geschilderd zijn, nu tijdelijk zijn bedekt met witte platen. Deze teksten, waarvan ik er een op het internet vond, vertellen in het Bretons over het leven van Antonius, en zijn het werk van de schilder Ernest Perrot, een inwoner van Pommerit, en dateren van 1937.
Het schilderij op het altaar, van de schilder Anthoine Caffrely, gedateerd 1788, toont de ontmoeting van Paulus (links) en Antonius (rechts) Paulus draagt een mantel van gevlochten palmtakken. Achter Antonius staat een korte staf met klokje. Boven hem zit de raaf in een boom, met een broodje in zijn snavel.
Antonius met korte T-staf en tekstrol, en een wel zeer klein varkentje.

Naar mijn mening is het “Paulus” beeld eigenlijk een Antonius beeld!
Vooral omdat hij in de vlammen staat, wat ik nog nooit bij Paulus heb gezien, en wat een zeer kenmerkend attribuut is van Antonius. Ook is het zeer ongebruikelijk dat Paulus een boek in de handen heeft, of een bidsnoer bij zich draagt, en is de gezichtsuitdrukking absoluut niet typisch Paulus, net zo min als het hoofddeksel.

Op het altaar, onder het schilderij, staat een reproductie van het 16e eeuwse schilderij “De Aanbidding van de Drie Wijzen”, van een onbekende Duits meester, waarop Antonius te zien is, staande achter Maria. Ik vond deze afbeelding ervan op het internet.
Tenslotte is er nog een eigentijds houten beeld van Antonius, staande voor het altaar.
In september 2010 kreeg de kapel een nieuwe klok die €2300 kostte, bijeengebracht door het Comité Saint Antoine.
De klok werd ingezegend tijdens het pardon op zondag 12 september; er werden toen ook 100 kleine klokken gewijd, die te koop waren in de kerk of het stadhuis, om de nieuwe klok mee te helpen financieren.
Tijdens het pardon was er een gezellige borrel. Daarna werd gegrild varkensvlees geserveerd in de feestzaal. En ’s middags was er een wedstrijd van jeu de boules op het terrein van de kapel.
Het evenement zal worden herhaald op 10 en 11 september 2011.

Er zou ook een Antoniusbron of -fontein zijn, waar men heen gaat (of ging) om steenpuisten en zweren te doen genezen. Ik kreeg deze info pas na ons bezoek, dus deze fontein hebben we helaas gemist.


La Pouëze (70 B1) Oratoire Saint Antoine
Een “oratoire” ofwel veldkapel van Antonius. Men wierp muntstukken door het tralieraam van de deur. Waarschijnlijk wilde men hem van tevoren bedanken om er zeker van te zijn dat hun wensen vervuld werden.
De strenge ogen van het Antoniusbeeld in deze kapel hebben vaak de kinderen van Pouëze zo aan het schrikken gemaakt, dat ze er niet voorbij durfden gaan. Er is een gezegde over het beeld: "St Antoine chaffourait les bons d'avec les cochons". Wat ik vertaal als: "Sint Antonius scheidt de goeden van de varkens".
Het beeld uit 1850 (linksonder) van Antonius stelt een monnik voor een stok in zijn linkerhand. Met zijn voeten zou hij een dier vertrappen, dat volgens de tekst een varken zou zijn.
Maar het dier onder zijn voeten, dat op de foto niet goed te zien is, zou natuurlijk alleen maar een draak of een demon kunnen zijn, en zeker geen varken.
Het beeld van Antonius is inmiddels overgebracht naar de kapel van de heilige Emérance.
Al met al is het wel een vreemd beeld van Antonius: het belangrijkste attribuut — het varkentje — ontbreekt dus eigenlijk. Ook het baardloze wat zachte gelaat met vreemde haardracht doet helemaal niet aan Antonius denken. De twee attributen die wel op zijn plaats zijn — de stok en de draak — zijn evenzogoed attributen van andere heiligen. Ik denk dus dat het oorspronkelijk een andere heilige was, die de rol van Antonius kreeg toebedeeld.
Een goede kandidaat hiervoor zou de Heilige Armel zijn, zeer vereerd in deze contreien en erkend drakenbedwinger.
Een beeld (rechts) van Armel uit de Église Notre-Dame-de-la-Tour, Languédias, lijkt erg — zeker ook qua haardracht en rode mantel en de draak onder de voet aan de leiband — op de Antonius van La Pouëze.


Rambervillers (67 F1) Beschermheilige van de papiermakers
Antonius is de beschermheilige van de papiermakers in de Vogezen.
Volgens één verklaring is Antonius de beschermheilige van de papiermakers omdat deze vroeger een werktuig gebruikten dat de vorm van een T had — dus overeenkomstig de staf van Antonius — om de vochtige bladen van papier, die met de hand werden vervaardigd, te laten drogen. Zij namen, met dit werktuig, ferlet genoemd, het blad in het midden op, om het op de touwen te leggen die in droogkamers waren gespannen, precies zoals men het wasgoed laat drogen.
Vroeger stond er een groot houten beeld van Sint Antonius bij de toegang van de Papeterie de Badlieu, in Rambervillers, dichtbij de bron die de fabriek in het water voor de fabricage verschafte. Naar mijn idee zou dan ook hier eerder de “bron” van deze Antoniusverering kunnen liggen, i.p.v. bij de overeenkomst in vorm van werktuig en staf.
Er zijn tenslotte heel wat bronnen die gewijd zijn aan Antonius (zie bronnen en fonteinen).
Ook het feit dat de viering van 17 januari zich op deze bron richtte, zou daarop kunnen wijzen, want de geestelijkheid en gelovigen begaven zich daar op die dag in processie naar toe.
Dit beeld is tijdens de oorlog van 1914 verdwenen, waarschijnlijk als brandhout, door de koks van de bezettingstroepen opgestookt.
Maar een antiek beeldje van onze beschermheilige bevindt zich nog op de ereplaats in de sorteerzaal van de papierfabriek. De arbeiders van de Papeterie de Badlieu zetten nog geregeld bloemen bij dit beeldje.


Richerenches (152 B2) Truffelmis van Sint Antonius
Richerenches is een kleine ommuurde stad, die eens de ommuurde Commanderie van de Tempeliers was, het versterkte hoofdkwartier van de Tempelier Ridders. In de 12de eeuw was Richerenches één van belangrijkste Commanderies des Templiers in de Provence.
In januari, op de zondag na de dag van Sint Antonius, wordt een Mis van de Truffel (la messe de la truffe) gehouden in de kleine dorpskerk.
Het ligt nogal voor de hand dat de truffelzoekers Antonius als beschermheilige hebben gekozen: het varken is namelijk sinds mensenheugenis de beste assistent bij het vinden van truffels; beter dan een hond zelfs, gewend als een varken is in de grond te wroeten om zijn eten te vinden. Varkens houden het ook langer vol dan honden.
Een beeltenis van Antonius bij deze festiviteiten ben ik overigens nog niet tegengekomen.
Vanwege zijn enorme geldelijke waarde wordt de truffel wel de “Zwarte Diamant” genoemd. En de broederschap die de feestelijkheden organiseert wordt dan ook de “Broederschap van de Ridders van de Zwarte Diamant” genoemd.
Deze festiviteiten vinden al meer dan 60 jaar plaats. Het begint met een processie van de “Broederschap van de Ridders van de Zwarte Diamant” die truffels naar de kerk brengt om ze daar te laten zegenen.
De truffels worden op het altaar geplaatst om gezegend te worden, en een doordringende geur van truffels vult de atmosfeer.
Tijdens deze truffelmis vindt er een kerkinzameling plaats die bestaat uit truffels in plaats van contant geld.
Na de mis volgt een processie, natuurlijk weer geleid door de leden van de “Broederschap van de Ridders van de Zwarte Diamant” in hun kostuums, naar het plein voor het stadhuis.
Daar worden de eerder gecollecteerde truffels geveild . De opbrengst gaat naar de parochie, die daarmee o.a. in 1994 de kerk konden renoveren.
Deze gebeurtenissen worden gevolgd door een aperitief en een gezamenlijke maaltijd die — natuurlijk — voornamelijk uit truffels bestaat.

Zie ook Aups, Lalbenque, Longecourt-en-Plaine, Montagnac en La Roque-sur-Pernes waar soortgelijke festivals plaats vinden.



Rilhac-Treignac (119 E3) Église paroissiale Saint-Antoine
Saint Antoine abbé.


La Roque-sur-Pernes (152 C4) Antonius beschermheer van het dorp en de truffelaars
Reliekwie van Antonius, geauthenticeerd door de aartsbisschop van Avignon in 1884.
In het voetstuk van dit Antoniusbeeld zal zich waarschijnlijk ook een relikwie bevinden of bevonden hebben.
Als beschermheilige van van het dorp en de truffelaars wordt Antonius hier elk jaar op de zondag na 17 januari vereerd.
Er is ’s morgens een mis in de Église Saint Pierre et Saint Paul, waarbij een koor optreedt.
Daarna wordt een aperitief aangeboden door de burgemeester.
Dan vindt de Sint-Antonius-maaltijd plaats, waarvan het hoofdbestanddeel wordt gevormd door varkenskarbonade.
Er zijn nog veel meer beeltenissen van Antonius waaruit duidelijk wordt dat hij de beschermheilige van het dorp is. Helaas wordt er geen verdere informatie gegeven bij de foto-galerie.
Zo is niet duidelijk waar dit Antoniusbeeld zich bevindt of welke functie het heeft. Grappig is wel zijn kabouterachtige gezicht.
Het glas-in-lood raam zal zich wel in de kerk bevinden.
De beeltenis komt exact overeen met die op een raam in de Andreaskerk in Issenheim.
En dat is toch een heel eind hiervandaan.
De T van Antonius wordt ook gebruikt op wat meer wereldse objecten, eigenlijk als een soort stadswapen.
Een oorlogsmonument voor de gevallen uit La Roque-sur-Pernes in de Tweede Wereldoorlog. Toch een aanroepen van Antonius om gesneuvelden bij te staan. Een beweegbare verkeerspaal.


Overige plaatsen N-R
  • Nîmes (165 F1)
    Er was in 1350 een Porte St Antoine genoemd naar een Antoniaans hospitaal; er is nu een Orthodoxe Église Saint Antoine le Grand.
  • Norante (154 B4)
    Chaudon-Norante. Église Saint-Antoine Ermite.
  • Oradour d'Aigre (102 C4)
    Er was in de 11e eeuw een Antonius priorij; er is een Antonius kerk.
  • Orléans (61 D4)
    Een voormalig hospice Saint Antoine met kapel op de "motte Saint Antoine" vanwaar de brug, "pont des Tourelles" over de Loire
  • Orléat (122 A1)
    Er is in januari een Antoniusviering met het traditionele « tuer le cochon », verder nog een maaltijd met veel varkensvlees en een kermis.
  • Pagny-le-Château (97 E1)
    Een parochiekerk Saint Antoine ermite.
  • Péreuil (116 C3)
    Antoniaanse priorij Saint-Antoine de Malatraict — "Malus attractus".
  • Péron 01550 (111 F2)
    Stadswapen met T; Parochiekerk Sint Antonius; patronaatsfeest in januari.
  • Pleubian (33 F1) Saint Antoine. We bezochten deze plaats in 2011. De Antonius Abt kapel was dicht; de situatie rond een Feu de Saint-Antoine (vuurtoren) aldaar is niet duidelijk.
  • Pleumeur-Bodou (33 D1)
    Privé Antoniuskapel van het kasteel van Kerduel, vanaf de 15e eeuw.
  • Ploërmel (54 C3)
    Antoniuskapel uit de 15e eeuw, met beeld uit de 17e eeuw.
  • Pondaurat (144 B1)
    Voormalige commanderij van Antonianen. T in stadswapen.
  • Pont-à-Mousson (47 D2)
    Voormalige commanderij van Antonianen.
  • Pouilly-sur-Saône (97 D1)
    Een parochiekerk Saint Antoine ermite uit de 17e eeuw, met beeld uit de 18e eeuw.
    Pouzauges (88 B3)
    De parochie van Saint Antoine des Puys. Er is in januari een Antoniusviering in het Bois de la Folie.
  • Préhy (80 B1)
    Fontaine du Tau, die het Antoniusvuur genas.
  • Prissac (104 C1)
    Chapelle Saint-Antoine de La Lande; Pèlerinage des "Petits Cochons".
  • Raymond (93 E2)
    Een wasplaats Lavoir Saint Antoine, bron en kapel.
  • Rebecques (3 D)]
    Al eeuwenlang wordt in de kerk van Saint Maclou elk jaar een Antoniusviering gehouden, waarbij kleine Antoniusbroodjes worden uitgedeeld.
  • Reims (24 A4)
    Commanderie de Saint-Antoine de Reims.
  • Remilly-sur-Lozon (16 B4)
    Antoniusviering; mandenvlechters; Musée de la Vannerie.
  • Retzwiller (68 B4), 2010
    Antoniuskerk, wordt gerestaureerd (bezocht in 2010), geen viering meer.
  • Rigaud (155 F4)
    Tijdens ons bezoek in augustus 2008 zien we de Antonius kerk. Hij is gesloten.
  • La Rochelle (101 D3)
    Er is een Confrérie des Chevaliers de Saint Antoine, een Broederschap die al in 1475 bestond, en in 1966 weer werd opgericht, en die vooral gastronomische belangen op het oog lijken te hebben producten, in het bijzonder vlees en vleeswaren van het varken.
Oradour d'Aigre
Pagny-le-Château
Pondaurat
Lavoir Saint Antoine, Raymond
La Rochelle, de Confrérie des Chevaliers de Saint Antoine.
Is dat een Antoniusbeeld in het midden?
Ploërmel



Vita Antonii Abba's Iconografie Antoniusvuur Antonianen In de Kunsten Vieringen Orthodox Literatuur
Folklore Sint Antonius Saint Antoine Sant'Antonio Sant Antoni Sankt Antonius Saint Anthony
Adolphus Hilarion Paulus van Thebe Maria van Egypte Simeon de Pilaarheilige Christen Asceten


Heeft u informatie over Antonius Abt, of vragen, neem dan contact op met mij: Adolphe Hartsuiker