![]() |
Saint Antoine en Wallon H-O
| Frankrijk | A-B | C-G | H-M | N-R | St.A | S | T-Z | Corsica | Luxemburg/Zwitserland | |
| Wallonië | A-G | H-O | P-Z | . | . | . | . | . | . |
| niet-Antonius plaatsen | A-C | D-L | M-R | S-S | T-Z | Parijs Louvre, musea, galeries | Frankrijk musea A-H; I-Z |
| Havré - Liernu - |
| Havré (J 20) | Chapelle Saint-Antoine-en-Barbefosse | 1362 |
![]() |
De Antoniuskapel in Barbefosse in Havré is ooit van veel betekenis geweest voor de verering van Antonius en als vestigingsplaats voor een adellijke Orde van Antonianen, te weten l' Ordre des Chevaliers de Saint-Antoine-en-Barbefosse, ofwel de Orde van de Ridders van Sint Antonius in Barbefosse. Deze werd opgericht door Albert van Beieren, Graaf van Henegouwen, die de herinnering van de beëindiging van de epidemie van 1382 wilde vereeuwigen. Hij stelde toen in zijn graafschap de Orde van de Ridders van Sint Antonius in. De zetel van deze orde werd in de kapel gevestigd. Deze aan Antonius gewijde kapel en ook een put bestonden al voor die tijd, en ook de Orde had al een voorloper. Volgens een manuscript uit 1598, beloofden Henegouwse ridders, die in 1352 op weg waren naar Jeruzalem, dat zij zich voor de Antonianen in zouden zetten, als zij zouden ontsnappen aan de Turken die hen op het eiland Rhodos belegerden. Toen zij gezond en behouden terugkwamen, ontvingen zij toestemming van de paus om de Ordre Militaire et Hospitalier de Saint-Antoine op te richten; het was een orde die dichter bij de ridderlijke geest stond dan bij een religieus ideaal en die eigenlijk niets van doen had met de Orde van Antonianen. |
| Deze ridders van Sint Antonius wilden zich in Bergen (Mons) vestigen, maar niemand wilde hen daar toelaten. In 1362, toen de Oppermaarschalk van de orde door het bos van Havré kwam, ontdekte hij op een plaats die "Longue Roye" genoemde werd, een open plek in een soort kom omgeven door een hoog talud begroeid met bramen. Met de steun van Gérard d'Havré, bouwden de ridders er een kleine kapel met ernaast een slaapkamertje waar een kluizenaar kon verblijven. De kapel huisvestte een kruisbeeld, een beeld van de Heilige Maagd en een beeld van Sint Antonius. Een Bergenaar, slachtoffer van "de Vuurziekte", kwam er bidden om genezing en verkreeg die. Een timmerman van Gottignies kreeg daar een identieke zegening. Het was daarom dat talloze Bergenaren er genezing kwamen zoeken tijdens de epidemie van gangreneus ergotisme ofwel het Sint-Antoniusvuur van 1382. |
![]() |
| Een relikwie-sarcofaag van Sint Antonius uit de 17e eeuw, met een beeldje van Antonius erbovenop, oorspronkelijk afkomstig uit de kapel. | |
| Ze maakten er talrijke offeranden teneinde er een kapel van grotere afmetingen te bouwen. De Heer van Havré, Gérard d'Enghien, die de bijnaam " Barbe" had, en wiens jachtpaviljoen zich in de nabijheid bevond, gaf zijn toestemming voor de bouw van een nieuwe kapel en men groef uit de bodem van Havré de stenen die daarvoor nodig waren. In dank aan Gérard d'Enghien, noemde men de kapel " Saint-Antoine-en-Barbefosse" (de fosse = kuil van Barbe, want de kapel bevindt zich immers in een kom. |
|
![]() |
De Heren van Antoing, Ligne, Havré en Longueval waren de eerste leden van de 1382 opgerichte Orde van de Ridders van Sint Antonius, Zij stonden onder het gezag van een grootmeester, van wie de eerste Albert van Beieren was en de laatste, in 1700, de Koning van Spanje. Het was in Barbefosse dat de ridders de ketting van de orde ontvingen en sommigen wilden er begraven worden. Talrijke Henegouwse, Luikse, Brabantse en buitenlands ridders maakten deel van deze Orde uit. De leden hadden verschillende heraldische blazoenen, zoals het hier (links) getoonde exemplaar dat in het bezit is van de Bibliotheek van de Universiteit van de Staat van Bergen. Er is een treffende overeenkomst tussen de plantenranken met daaraan T-kruis en klokje en de ketting van de Man met de Anjer van Van Eyck met identiek T-kruis en klokje, wat in feite het portret is van Frank van Borsele, de echtgenoot van Jacoba van Beieren, de laatste grootmeester van de orde van Barbefosse. |
| Choule of Crosse | |
| Tot voor kort was de kapel nog in gebruik, zoals blijkt uit de foto van het beeld van Antonius met brandende noveenkaarsen ervoor (hieronder), die door Geert & Sara Nijs gemaakt is tijdens een bezoek aan de kapel op 17 januari 2003. Zij zijn daar meerdere malen geweest om voor hun boek Choule The Non-Royal but most Ancient Game of Crosse onderzoek te doen naar de rol van Antonius als beschermheilige van deze oude sport. |
|
![]() |
Zij beschrijven daarin o.a. de geschiedenis van de kapel, zoals hierboven ook weergegeven, maar het gaat hun daarbij natuurlijk vooral om het balspel crosse zoals dat bij de kapel werd gespeeld. Vooral gedurende de pelgrimage rond de 17e januari, de dag van Antonius, werd het spel gespeeld waardoor het haast onafscheidelijk van de pelgrimage werd. Maar toen in later tijden de pelgrimage afnam bleef Antonius evenzogoed patroon van de crosseurs. Ik vertaal hieronder een stuk uit het hoofdstuk Religion in het boek Choule: |
| [Mijn noot: het is duidelijk dat vooral ook in de vorm van de crosse de connectie gezien moet worden tussen het spel en Antonius: de gebogen crosse, zie foto hieronder, lijkt op de korte staf waar Antonius vaak mee afgebeeld wordt, zoals ook op het reliëf hieronder, terwijl voor de crosseurspelgrimages speciale T-vormige crosses werden gemaakt en gebruikt, die weer overeenkomen met de 'correcte' T-staf van Antonius.] | |
| A Peste, Fame et Bello, Libera Nos, Sancta Antoni. Van de pest, van de honger en de oorlog, bevrijdt ons Sint Antonius. Zo luidt de inscriptie op de banier van het standbeeld van Antonius in de kapel. | |
![]() |
|
| Voor het normale (winter)zondagse spel werden de hiet afgbeelde crosses gebruikt: een houten steel met ijzeren kop. | |
Voor de crosseurs, was de naamdag van Sint Antonius, de ultieme dag van crosse toernooien, de enige dag dat medailles werden toegekend aan de krachtigste en bekwaamste crosseurs. ... Bij zonsondergang eindigden de spelen ... [en] gingen de crosseurs naar huis, in hun midden de kampioenen, die trots de medailles op hun borst droegen. Een fanfarekorps of een groep tamboers begeleidde hen. Bij het licht van toortsen, zwermden de crosseurs door de straten van Mons, `Vive Saint Antoine!' schreeuwend. De laatste herberg die de crosseurs aandeden, was de herberg `Chez l'Borgne (of `l'Bagne') in de Rue de Basse. Achter het venster van deze herberg, werd een reliëf van Sint Antonius geplaatst met twee brandende kaarsen. Dit reliëf is nog steeds te zien in het Musée du Folklore et de la Vie montoise. In de herberg aten de crosseurs de traditionele maaltijd van konijn. [Mijn noot: konijn vind ik wat vreemd; ik zou toch eerder varkensvlees verwacht hebben, zoals dat op Antoniusvieringen gebruikelijk is.] |
![]() |
| Antonius met 'korte' staf, boek en varken, in de vlammen. |
A Saint Antouaine On va crocher Avec une soule et ein macquet Vive Saint Antouaine! |
Op de dag van Sint Antonius Gaan wij crosse spelen Met een bal en een club Lang leve Sint Antonius! |
| De laatste Antonius-viering van de crosseurs was in 1971. Sinds de 60er jaren zijn er allerlei gebouwen rond de kapel verrezen. Toen Geert & Sara er in september 2007 waren, bleek dat de kapel gesloten was en ernstig in verval. Het lijkt er niet op dat daar op korte termijn iets aan verbetert. |
|
| Externe links: * * | |
| Liernu (Namur) (O 19) | Antonius en de Gros-Chêne de Liernu | |
![]() |
In Liernu staat achter de kerk een geweldig dikke Zomereik. Het is de beroemdste boom van België, geheten "Le Gros-Chêne de Liernu". De eik heeft een stam van indrukwekkende afmetingen: de boom is 19 m hoog en de kroon 20 m breed. De stam is al eeuwenlang hol. De kroon is nog zeer gezond en vol van blad. De eik is dusdanig vitaal dat hij nog jaarlijks eikels produceert. De eik stamt volgens locale overlevering uit de donkere Middeleeuwen, uit de periode tussen Karel de Grote en de tiende eeuw en zou dus meer dan duizend jaar oud zijn. Om te voorkomen dat de plaatselijke bevolking de eik om zou hakken, heeft pastoor Napoléon Savinien er in 1838 een polychroom houten beeld van de heilige Antonius in laten plaatsen, dat in 1970 is gestolen. Daarna is er in 1983, ter gelegenheid van de 5e verjaardag van de Broederschap van de Dikke Eik van Liernu, een stenen beeld geplaatst, het werk van pater Jean Lombet, professor aan het seminarie van Floreffe. Deze Broederschap van de Dikke Eik van Liernu is in 1978 opgericht ter bescherming van de eik. |
| Aan het eind van de Middeleeuwen hebben de locale heren volgens populair geloof in de schaduw van deze eik recht gesproken. |
|
![]() |
![]() |
| Om via de eik de bescherming van God af te smeken, sprak men een gebed uit in de vorm van een kwatrijn, geschreven door Abbé Pirard (eind negentiende eeuw) en op een houten bordje geschilderd, onder het monogram van Christus en omringd door Alpha en Omega, en geplaatst aan de voet van de eik. De tekst luidt: Jij die men aanroept in deze oude eik |
| Hieruit blijkt wel dat deze eik en Antonius vereenzelvigd zijn. Ik vermoed dan ook dat deze relatie verder teruggaat dan 1838, toen het Antoniusbeeldje daar geplaatst werd. |
|
|
In vroeger tijden werden een of twee kaarsen geplant aan de voet van het beeld, wat de manier was voor een dorpeling om bij Antonius de Kluizenaar genezing van zieke varkens af te smeken. Ik vermoed dat ook dit ritueel ouder is dan 1838. De relatie eik - eikels - die door varkens gegeten worden - Antonius - ligt nogal voor de hand. En dan nog de Keltische wortels, de relatie - varkenshoeder - tovenaarsleerling - koning in spé. En sowieso natuurlijk de eik als heilige Druïdische boom waarvan de takken de hemel raken en waarvan de wortels zich diep in de aarde graven, waardoor deze de hemelse machten en de onderwereld verbind een boom waar in Christelijke tijden bij voorkeur Maria-verschijningen plaats vonden. Het is overigens ook zeer opmerkelijk dat een pastoor de eik in bescherming nam, aangezien de kerk in eerste instantie als onderdeel van de kerstening, maar later ook om 'magische' praktijken te voorkomen de heidens-heilige bomen omhakte. (Zie bijvoorbeeld Martinus.) In Ingooigem stond vroeger ook een Antonius-eik, maar die werd modern barbaars gekapt voor een nieuwe wijk. |
![]() |
![]() |
Sint Antonius in een glas-in-lood raam in de St. Jean-Baptiste kerk van Liernu, waarvan men niet weet van wanneer het dateert of wie het gemaakt heeft. Dit duidt m.i. op een relatie tussen de kerk en de Antonius-eik (om hem zo maar even te noemen), die immers vlak achter de kerk staat. Wellicht dat de kerk dáár gebouwd is juist vanwege de heidens-heilige eik en locatie. |
Op de website van de Broederschap, worden nog enkele legenden en mythes van de eik genoemd. Maar er zijn er natuurlijk veel meer, die ik verder niet zal behandelen:
|
|
| (Hieronder) Bijeenkomst van de Confrérie du Gros-Chêne op de laatste zondag in mei, met een verloting van het beeld van de kluizenaar Antonius (hierboven groot afgebeeld) met toewijzing aan de broeders van eikels en eikebladeren, symbolen van trouw. |
![]() |
|
| Met dank aan Françis Davister, Secrétaire du Confrérie du Gros-Chêne. |
In Frazer's Gouden Tak
|
|
|
![]() |
|
| Heeft u informatie over Antonius Abt, of vragen, neem dan contact op met mij: Adolphe Hartsuiker |