 |
In Caino, een dorpje vlakbij Bréscia, vond vrij recentelijk nog een wonder plaats, namelijk de verschijning van Antonius bij een brand, die zich daardoor niet verder uitbreidde.
Het doet denken aan een waarschijnlijk eerder mirakel in Bréscia, waar de plaat hier links naar verwijst, maar daarvan heb ik nog geen gegevens.
Het verslag vermeldt geen precieze datum, maar uit de context is af te leiden dat het in de 20e eeuw moet zijn geweest. Ik geef het hier enigszins verkort weer.
Het was een zondagmiddag en het dorp was praktisch verlaten. De papierfabriek was dicht, de arbeiders waren thuis, en ook veel boeren waren weg, naar de stad om naar de kerk te gaan en zich te vermaken.
In Caino is Antonius overigens zowel de patroonheilige van de landbouwers als die die van de papiermakers. (Zoals ook in Rambervillers, in de Vogezen.)
Een van de inwoners, een zekere Batisti, ontwaakte uit zijn siësta, en zag een jonge monnik rustig op het dak van de kerk lopen, gekleed in habijt, met wit koord en een open brevier in zijn handen. Batisti dacht dat hij tijdens de lunch teveel gedronken had, maar na nog eens in zijn ogen gewreven te hebben, zag hij de monnik nog steeds. Toen rook hij de scherpe geur van brand.
Hij rende naar een klok (waar is me niet geheel duidelijk) en begon die te luiden.
De mannen van het dorp kwamen aangerend, en toen waren ze allen getuige van die wonderbaarlijke gebeurtenis: het vuur vormde een cirkel rond de kerk, maar de vlammen stegen recht op naar de hemel, en raakten nauwelijks de muren van de kerk.
|
Er viel nog geen vonk viel op de hooischuur bij de kerk, die ook op wonderbaarlijke wijze intact bleef. Het was alsof de monnik die nog op het dak van de kerk gebeden opzei, een onzichtbare barrière tegen de brand opgericht had.
Toen kwamen de eerste emmers water, van hand tot hand doorgegeven, om het vuur te doven; en de monnik was verdwenen: zijn missie was voorbij.
Er was heel weinig schade, en de mensen zagen in de nederige monnik de heilige Antonius zelf, die hen was komen redden. Uit dankbaarheid werd de kerk van Johannes de Doper ook aan Antonius gewijd en werd er opdracht gegeven voor een schilderij van Antonius. |